Donderdag pakte De Tijd uit met het nieuws dat in 2019 bedrijven in België meer dan 172 miljard euro doorsluisden naar een klein aantal beruchte belastingparadijzen: een enorm bedrag, dat dan ook enorme verontwaardiging opwekte. Voor alle duidelijkheid: het is niet omdat het om geweldig grote bedragen gaat en het is niet omdat die geweldig grote bedragen vanuit ons land richting belastingparadijzen worden versluisd, dat het daarom ook sowieso om massale belastingontwijking, laat staan om belastingontduiking moet gaan. Het kan best om 'legitieme' geldstromen gaan, zoals dat heet. Het mag echter ook duidelijk zijn dat, wanneer een som ter waarde van een derde van wat wij met z'n allen op één jaar tijd in ons land aan meerwaarde produceren uit of via ons land wegvloeit richting een handvol vrijhavens voor fiscale piraterij, hier ook niet altijd reële economische activiteiten aan zullen beantwoorden, maar dat bedrijven massaal fiscale vluchtwegen opzoeken. Zoals water vloeit richting het laagste punt in het landschap, zo stroomt ook het grote geld via een veelheid aan kanalen en riolen onder het wereldoppervlak naar het laagste belastingpunt, onzichtbaar en ongrijpbaar voor de samenleving.

Het is van een wraakroepend cynisme dat elke oproep tot meer eerlijke fiscaliteit wordt weggewuifd als 'naïef'.

Anders dan de zwaartekracht, waarnaar we ons maar te schikken hebben, zijn die ondergrondse kanalen en riolen waarin het grote geld heen en weer klotst echter geen brute feiten: zij zijn aangelegd door mensenhanden. Al te gauw wordt de wereld waarin wij leven, waar de grootste vermogens zich door fiscale spitstechnologie kunnen onttrekken aan de macht van de fiscale staat, afgeschilderd als een onontkoombare realiteit, geregeerd door economische regels waaraan niet te tornen valt. Alsof deze regels door God zelf afgekondigd zijn, alsof zij het statuut van natuurwetten hebben, en niet het product zijn van bewust genomen beslissingen om de wereld zó te organiseren, en niet anders. Dat maakt van de discussie of die enorme geldstromen die via ons land wegvloeien naar fiscale vrijhavens 'legitiem' zijn ook zo snel een dovemansgesprek: de ene wijst erop dat het hier best allemaal 'volgens de regels' kan gebeuren, terwijl de andere zich net vragen stelt bij die regels zélf. De vraag is of we dat netwerk van ondergrondse kanalen en riolen dat door mensenhanden is aangelegd niet moeten openbreken, en waar nodig afleiden of zelfs dempen.

Want dit is het merkwaardige: sinds de jaren tachtig en negentig hebben landen zélf enthousiast de fiscale basis ondermijnd waarop zij steunen. Zij hebben hun fiscale en legale regelgeving zo herschreven, dat kapitaal vrijelijk het ene land uit- en het andere in kan stromen. Dat hoeft op zich nog niet problematisch te zijn, ware het niet dat deze liberalisering van het kapitaalverkeer is doorgevoerd zonder de nodige internationale afstemming over rapportering en regulering van de financiële stromen die men zo op gang heeft gebracht.

Het resultaat liet zich raden: van zodra het grote geld ongeremd landen kan in- en uitstromen, zonder dat deze landen de nodige afspraken maken over de vraag hoe deze kapitalen te belasten, volgt haast onvermijdelijk de veralgemeende fiscale concurrentie tussen landen. Van zodra men grote vermogens met een spreekwoordelijke druk op de knop in een andere fiscale jurisdictie kan parkeren om aan een onbevallig belastingregime te ontkomen, no questions asked, wordt het voor landen wel heel moeilijk om te weerstaan aan de sirenenzang van een voortdurende wederzijdse verlaging of zelfs afschaffing van een resem vennootschaps- en vermogensbelastingen.

Het is heus geen toeval dat net sinds de liberalisering van het kapitaalverkeer --zonder tegelijk de nodige fiscale rapportering en afstemming tussen landen te voorzien-- de tarieven van de vennootschapsbelasting wereldwijd een enorme duik hebben genomen, en in het ene land na het andere ook de (hogere tarieven van) vermogensbelastingen zijn afgeschaft, allerlei speciale uitzonderingsregimes werden gecreëerd en geheime belastingafspraken worden gemaakt, net zomin als het toeval is dat net sinds die liberalisering van het kapitaalverkeer en de daaropvolgende golf van belastinghervormingen de grootste vermogens hun rijkdom zoveel sneller hebben weten te vermenigvuldigen. Dit is niet de uitkomst van een onontkoombare economische wetmatigheid. Dit is de uitkomst van bewust genomen politieke beslissingen, dit is de uitkomst van door mensenhanden geschreven fiscale en legale regelgeving, op maat van die grootste vermogens.

Het getuigt dan ook van een wraakroepend cynisme wanneer elke oproep tot een meer eerlijke fiscaliteit wordt weggewuifd als 'naïef': eerst past men de regelgeving zo aan, dat het een koud kunstje wordt om winsten en vermogens te versluizen naar die jurisdicties waar men hen niet kan raken, vervolgens verklaart men dat het onmogelijk is hen te doen bijdragen zoals we wel zouden willen, omdat zij toch via allerlei kanalen en riolen 'helemaal volgens de regels' en 'legitiem' aan die bijdragen kunnen ontsnappen. Beter, dus, hen verder te ontzien.

Het kan moeilijk anders genoemd worden dan een bewuste ondergraving van de legitimiteit van ons fiscale en sociale systeem. Want elke euro die zij niet hoeven bij te dragen, moet elders gecompenseerd worden: ofwel door het verhogen van de belastingen die zwaarder wegen op de lagere en de middeninkomens (denk, bijvoorbeeld, aan 'indirecte' belastingen in de belastingmix, zoals de btw of verborgen toeslagen via facturen, waartoe overheden steeds meer hun toevlucht zoeken naarmate bedrijfswinsten en vermogens onbereikbaarder worden), ofwel door het afbouwen van of niet voldoende te investeren in publieke diensten, ofwel door het aangaan van overheidsschulden -- die vervolgens aangekocht worden door diezelfde hoogste vermogens, waardoor zij meteen hun deel kunnen claimen van toekomstige belastinginkomsten, betaald door de rest van ons.

Dit systeem is niet het resultaat van onontkoombare wetmatigheden, maar bewust gecreëerd. Het valt dus ook te veranderen, in dienst van de samenleving.

Donderdag pakte De Tijd uit met het nieuws dat in 2019 bedrijven in België meer dan 172 miljard euro doorsluisden naar een klein aantal beruchte belastingparadijzen: een enorm bedrag, dat dan ook enorme verontwaardiging opwekte. Voor alle duidelijkheid: het is niet omdat het om geweldig grote bedragen gaat en het is niet omdat die geweldig grote bedragen vanuit ons land richting belastingparadijzen worden versluisd, dat het daarom ook sowieso om massale belastingontwijking, laat staan om belastingontduiking moet gaan. Het kan best om 'legitieme' geldstromen gaan, zoals dat heet. Het mag echter ook duidelijk zijn dat, wanneer een som ter waarde van een derde van wat wij met z'n allen op één jaar tijd in ons land aan meerwaarde produceren uit of via ons land wegvloeit richting een handvol vrijhavens voor fiscale piraterij, hier ook niet altijd reële economische activiteiten aan zullen beantwoorden, maar dat bedrijven massaal fiscale vluchtwegen opzoeken. Zoals water vloeit richting het laagste punt in het landschap, zo stroomt ook het grote geld via een veelheid aan kanalen en riolen onder het wereldoppervlak naar het laagste belastingpunt, onzichtbaar en ongrijpbaar voor de samenleving.Anders dan de zwaartekracht, waarnaar we ons maar te schikken hebben, zijn die ondergrondse kanalen en riolen waarin het grote geld heen en weer klotst echter geen brute feiten: zij zijn aangelegd door mensenhanden. Al te gauw wordt de wereld waarin wij leven, waar de grootste vermogens zich door fiscale spitstechnologie kunnen onttrekken aan de macht van de fiscale staat, afgeschilderd als een onontkoombare realiteit, geregeerd door economische regels waaraan niet te tornen valt. Alsof deze regels door God zelf afgekondigd zijn, alsof zij het statuut van natuurwetten hebben, en niet het product zijn van bewust genomen beslissingen om de wereld zó te organiseren, en niet anders. Dat maakt van de discussie of die enorme geldstromen die via ons land wegvloeien naar fiscale vrijhavens 'legitiem' zijn ook zo snel een dovemansgesprek: de ene wijst erop dat het hier best allemaal 'volgens de regels' kan gebeuren, terwijl de andere zich net vragen stelt bij die regels zélf. De vraag is of we dat netwerk van ondergrondse kanalen en riolen dat door mensenhanden is aangelegd niet moeten openbreken, en waar nodig afleiden of zelfs dempen. Want dit is het merkwaardige: sinds de jaren tachtig en negentig hebben landen zélf enthousiast de fiscale basis ondermijnd waarop zij steunen. Zij hebben hun fiscale en legale regelgeving zo herschreven, dat kapitaal vrijelijk het ene land uit- en het andere in kan stromen. Dat hoeft op zich nog niet problematisch te zijn, ware het niet dat deze liberalisering van het kapitaalverkeer is doorgevoerd zonder de nodige internationale afstemming over rapportering en regulering van de financiële stromen die men zo op gang heeft gebracht. Het resultaat liet zich raden: van zodra het grote geld ongeremd landen kan in- en uitstromen, zonder dat deze landen de nodige afspraken maken over de vraag hoe deze kapitalen te belasten, volgt haast onvermijdelijk de veralgemeende fiscale concurrentie tussen landen. Van zodra men grote vermogens met een spreekwoordelijke druk op de knop in een andere fiscale jurisdictie kan parkeren om aan een onbevallig belastingregime te ontkomen, no questions asked, wordt het voor landen wel heel moeilijk om te weerstaan aan de sirenenzang van een voortdurende wederzijdse verlaging of zelfs afschaffing van een resem vennootschaps- en vermogensbelastingen. Het is heus geen toeval dat net sinds de liberalisering van het kapitaalverkeer --zonder tegelijk de nodige fiscale rapportering en afstemming tussen landen te voorzien-- de tarieven van de vennootschapsbelasting wereldwijd een enorme duik hebben genomen, en in het ene land na het andere ook de (hogere tarieven van) vermogensbelastingen zijn afgeschaft, allerlei speciale uitzonderingsregimes werden gecreëerd en geheime belastingafspraken worden gemaakt, net zomin als het toeval is dat net sinds die liberalisering van het kapitaalverkeer en de daaropvolgende golf van belastinghervormingen de grootste vermogens hun rijkdom zoveel sneller hebben weten te vermenigvuldigen. Dit is niet de uitkomst van een onontkoombare economische wetmatigheid. Dit is de uitkomst van bewust genomen politieke beslissingen, dit is de uitkomst van door mensenhanden geschreven fiscale en legale regelgeving, op maat van die grootste vermogens.Het getuigt dan ook van een wraakroepend cynisme wanneer elke oproep tot een meer eerlijke fiscaliteit wordt weggewuifd als 'naïef': eerst past men de regelgeving zo aan, dat het een koud kunstje wordt om winsten en vermogens te versluizen naar die jurisdicties waar men hen niet kan raken, vervolgens verklaart men dat het onmogelijk is hen te doen bijdragen zoals we wel zouden willen, omdat zij toch via allerlei kanalen en riolen 'helemaal volgens de regels' en 'legitiem' aan die bijdragen kunnen ontsnappen. Beter, dus, hen verder te ontzien. Het kan moeilijk anders genoemd worden dan een bewuste ondergraving van de legitimiteit van ons fiscale en sociale systeem. Want elke euro die zij niet hoeven bij te dragen, moet elders gecompenseerd worden: ofwel door het verhogen van de belastingen die zwaarder wegen op de lagere en de middeninkomens (denk, bijvoorbeeld, aan 'indirecte' belastingen in de belastingmix, zoals de btw of verborgen toeslagen via facturen, waartoe overheden steeds meer hun toevlucht zoeken naarmate bedrijfswinsten en vermogens onbereikbaarder worden), ofwel door het afbouwen van of niet voldoende te investeren in publieke diensten, ofwel door het aangaan van overheidsschulden -- die vervolgens aangekocht worden door diezelfde hoogste vermogens, waardoor zij meteen hun deel kunnen claimen van toekomstige belastinginkomsten, betaald door de rest van ons.Dit systeem is niet het resultaat van onontkoombare wetmatigheden, maar bewust gecreëerd. Het valt dus ook te veranderen, in dienst van de samenleving.