We mogen nog ademen, maar niet te diep, met een lapje voor de mond en op anderhalve meter afstand van elkaar. We moeten onze handen wassen, maar vanaf nu zuinig en straks druppel per druppel. Na een stoeterij aan virologen komen de hydrologen boven water. Elk woord dat op loog eindigt begin ik te wantrouwen. De klimaatkraan wordt stilaan weer volop open gedraaid. Ik krijg het gevoel dat onze klimaatjunkies weerom dronken worden van een glas water en dat ze bij elke druppel te veel of te weinig neerslag een reden zoeken om het einde van onze beschaving en de dood van moeder aarde aan te kondigen. Moet de klimaathysterie terug op de agenda nu het coronavirus stilaan in haar kot kruipt? Aan zee gaan we verdrinken en op land gaan we uitdrogen. The culture of fear.

Ik woon midden in de polders, op een boogscheut van de zee, omringd door vruchtbare landbouwgrond met landschappelijke waarde. Aan mijn voortuin stroomt het kanaal van Plassendale, dat een paar kilometers verder - samen met de IJzer - uitmondt aan het sluizencomplex 'de Ganzenpoot' in de haven van Nieuwpoort. Overtollig water uit vijf kanalen stroomt daar samen en wordt er bij laagtij versast naar de zee. De pittoreske bruggen over het kanaal worden amper nog gedraaid. De pleziervaart is er stilgevallen omdat de zoetwaterkapiteins nog opgehokt zitten in hun woning, smachtend naar hun kajuit. De oevers zijn sporadisch bemand met loze vissertjes, sacraal neergepoot op hun plooistoeltje, ingetogen langs de waterlijn, en met engelengeduld wachtend op een beet. Telkenjare komen er meer en meer jeugdige hengelaars die naast de gepensioneerde routiniers met eelt op de vingers, zelf gedraaide sigaret uitgedoofd in de mondhoek, klak op de kop en blozend van de gezonde buitenlucht, weer en wind trotseren. Aan mijn achtertuin vloeit een brede beek, 'Het Nieuw Geleed'. Karpers komen er nu aan de wateroppervlakte om zich happend naar lucht te laten verwennen door elke zonnestraal. Het is broedseizoen en paaitijd. Eendjes en riethennetjes peddelen er schichtig rond met in hun slipstream een kroost van een tiental pluizige kuikentjes. Weinigen zullen het overleven, eat or to be eaten. Een buizerd of torenvalk bidt in het zwerk, en een reiger staat op de oever roerloos te wachten op een voorbijkomende prooi.

Hebben we een watertekort of een tekort aan waterbeleid?

In beide waterlopen, zowel in mijn voor- als in mijn achtertuin, staat het waterpeil nog altijd op normale hoogte. Uit het Geleed wordt met de regelmaat van een klok water opgepompt om de akkers te besproeien, of om een probleem te bestrijden dat de landbouwers zelf grotendeels hebben veroorzaakt: de droogte. Alle landerijen zijn immers ondergronds gedraineerd met een ingenieus buizenstelsel dat het water opzuigt en afvoert naar grachten, beken, rivieren, kanalen en riolen tot het uiteindelijk in de zee belandt. Er is geen droogte-probleem maar een water-vasthoud-probleem. Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de VN wordt amper 40% van het beschikbare water nuttig gebruikt.

In de winter doet men er alles aan om het water zo vlug mogelijk af te voeren, en in de zomer wil men zo veel mogelijk alles beregenen. We hebben hier nog middeleeuwse dijkgraven, sluismeesters, archaïsche polderbesturen en een polderbelasting. Maar in de plaats van buffer- en spaarbekkens aan te leggen worden de sluisdeuren naar de zee wagenwijd open gezet telkens als de hemelsluizen open gaan.

De maand mei is de droogste in 187 jaar, maar afgelopen winter regende het maandenlang pijpenstelen. Naast mijn deur werden eind oktober 2019 een viertal hectare spruitkolen gerooid. Door de aanhoudende regenval (20 dagen en 84,1 mm per m²) duurde het weken om ze te oogsten, en het land werd door de aanhoudende neerslag zo drassig dat het tot eind maart 2020 duurde vooraleer de boer terug zijn land op kon om de laatste weggerotte stengels de grond in te ploegen. In februari regende het 107,7 mm. per m² i.p.v. gem. 63 mm. Er waren 22 neerslagdagen i.p.v. 16,3 en i.p.v. van gemiddeld 4 onweersdagen kregen we 13 dagen stormweer. In de maand maart was de neerslag bijvoorbeeld 81,2 mm i.p.v. de normale 70 mm.

Ook boven de Moerdijk stond het jaarbegin vanaf 1 januari van dit jaar op plaats zes van de natste periodes gemeten sedert 1906. Tot 17 maart was het zelfs plaats drie. Dan begon een periode van zon, wind en droogte. Om dit soort afwisseling van natte en droge periodes beter de baas te kunnen, zullen we het water beter moeten kunnen opslaan. De voorbije decennia hebben onze politici echter steeds een beleid gevoerd om het vallende water zo snel mogelijk af te voeren naar de zee.

Het gaat dus niet om gebrek aan water, maar om een gebrek aan waterbeleid. Twintig procent van ons drinkwater lekt ook nog weg door het krakkemikkig beheer van onze watermaatschappijen. Deze intercommunales zitten volgestouwd met politici die de prijzen bepalen en taksen opleggen, want de opbrengsten worden via dividenden uitgekeerd aan de steden en de gemeenten. Waterbeheer is voor Farys bijvoorbeeld bezigheidstherapie. Het investeert in voetbalstadions en verkoopt met raamcontracten zelfs computers en pampers (jawel). Maar dit is een ander verhaal.

Na een afschakelplan voor elektriciteit, krijgen we nu nog een captatieplan voor water. De helft van ons drinkwater komt uit het grondwater, maar we belemmeren zelf dat het oppervlaktewater doorsijpelt naar de ondergrond. Naast het alsmaar toenemend verkavelingsbeton zijn er nog diverse oorzaken die de (on)doordringbaarheid van onze bodem aantasten. Zo wordt in de landbouw wordt bij elke bewerking, van bemesten, ploegen, zaaien, besproeien, tot oogsten... de grond cyclisch samengedrukt door een gigantisch agrarisch machinepark. Een bietenrooier is een tonnen zwaar computergestuurd monster. Spruiten worden gerooid met een Shermantank op rupsbanden die de aarde plet tot beton. De status van een boer wordt niet meer bepaald door het aantal hectare die hij bewerkt, maar door het aantal treden dat hij moet beklimmen om in de cabine van zijn landbouwtractor te stappen. Op menig erf is men nu al formulieren aan het invullen om subsidies aan te vragen wegens droogteschade. De machtige lobby van de Boerenbond waakt.

Maar de landbouwers ervaren wel grote gevolgen van de droogte. Geef hen zelf meer inspraak bij het aanleggen van waterbuffers en -putten in plaats van dit monopolie toe te vertrouwen aan de city slickers van Natuurpunt of Natuur & Bos. Voor deze nieuwe landadel lijkt de regenworm soms belangrijker dan de regen.

Het is volgens mij een zegen dat het in onze contreien een paar graden warmer wordt. Ons klimaat verandert al miljoenen jaren lang. Droogstoppels jeremiëren, maar verstandige gemeenschappen en culturen passen zich aan. Ze geloven in adaptatie en vooruitgang in plaats van in apocalyptisch doemdenken. In de Middeleeuwen hebben monniken onze polders drooggelegd en land gewonnen op de zee. Rivieren werden ingedijkt. En nu zullen we er dus voor moeten zorgen dat we het regenwater beter opvangen en beheren.

Naast infrastructuur bestaat er ook nog wetenschap. Voor sommige gewassen is er bijvoorbeeld zelfs minder water nodig voor het behalen van hetzelfde rendement, dankzij de gentechnologie, een zegen voor de natuur. Tarwe groeide vroeger anderhalve meter hoog, nu amper nog één meter voor dezelfde opbrengst aan voedzame aren. De stengel is stro, waar er steeds minder behoefte aan is door de industrialisatie van de veeteelt en de toename van grasland. Voor dezelfde productie van graan, want dit komt uit de aren, wordt er dus steeds minder voedsel uit de bodem getrokken om het graangewas te doen groeien.

Optimism is a moral duty. Als de nood nog groter wordt mag men in Middelkerke een ontziltingsinstallatie bouwen. De zeespiegel is toch aan het stijgen, nietwaar. Wat hier verdampt valt ergens als regen terug uit de hemel.

We mogen nog ademen, maar niet te diep, met een lapje voor de mond en op anderhalve meter afstand van elkaar. We moeten onze handen wassen, maar vanaf nu zuinig en straks druppel per druppel. Na een stoeterij aan virologen komen de hydrologen boven water. Elk woord dat op loog eindigt begin ik te wantrouwen. De klimaatkraan wordt stilaan weer volop open gedraaid. Ik krijg het gevoel dat onze klimaatjunkies weerom dronken worden van een glas water en dat ze bij elke druppel te veel of te weinig neerslag een reden zoeken om het einde van onze beschaving en de dood van moeder aarde aan te kondigen. Moet de klimaathysterie terug op de agenda nu het coronavirus stilaan in haar kot kruipt? Aan zee gaan we verdrinken en op land gaan we uitdrogen. The culture of fear.Ik woon midden in de polders, op een boogscheut van de zee, omringd door vruchtbare landbouwgrond met landschappelijke waarde. Aan mijn voortuin stroomt het kanaal van Plassendale, dat een paar kilometers verder - samen met de IJzer - uitmondt aan het sluizencomplex 'de Ganzenpoot' in de haven van Nieuwpoort. Overtollig water uit vijf kanalen stroomt daar samen en wordt er bij laagtij versast naar de zee. De pittoreske bruggen over het kanaal worden amper nog gedraaid. De pleziervaart is er stilgevallen omdat de zoetwaterkapiteins nog opgehokt zitten in hun woning, smachtend naar hun kajuit. De oevers zijn sporadisch bemand met loze vissertjes, sacraal neergepoot op hun plooistoeltje, ingetogen langs de waterlijn, en met engelengeduld wachtend op een beet. Telkenjare komen er meer en meer jeugdige hengelaars die naast de gepensioneerde routiniers met eelt op de vingers, zelf gedraaide sigaret uitgedoofd in de mondhoek, klak op de kop en blozend van de gezonde buitenlucht, weer en wind trotseren. Aan mijn achtertuin vloeit een brede beek, 'Het Nieuw Geleed'. Karpers komen er nu aan de wateroppervlakte om zich happend naar lucht te laten verwennen door elke zonnestraal. Het is broedseizoen en paaitijd. Eendjes en riethennetjes peddelen er schichtig rond met in hun slipstream een kroost van een tiental pluizige kuikentjes. Weinigen zullen het overleven, eat or to be eaten. Een buizerd of torenvalk bidt in het zwerk, en een reiger staat op de oever roerloos te wachten op een voorbijkomende prooi.In beide waterlopen, zowel in mijn voor- als in mijn achtertuin, staat het waterpeil nog altijd op normale hoogte. Uit het Geleed wordt met de regelmaat van een klok water opgepompt om de akkers te besproeien, of om een probleem te bestrijden dat de landbouwers zelf grotendeels hebben veroorzaakt: de droogte. Alle landerijen zijn immers ondergronds gedraineerd met een ingenieus buizenstelsel dat het water opzuigt en afvoert naar grachten, beken, rivieren, kanalen en riolen tot het uiteindelijk in de zee belandt. Er is geen droogte-probleem maar een water-vasthoud-probleem. Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de VN wordt amper 40% van het beschikbare water nuttig gebruikt.In de winter doet men er alles aan om het water zo vlug mogelijk af te voeren, en in de zomer wil men zo veel mogelijk alles beregenen. We hebben hier nog middeleeuwse dijkgraven, sluismeesters, archaïsche polderbesturen en een polderbelasting. Maar in de plaats van buffer- en spaarbekkens aan te leggen worden de sluisdeuren naar de zee wagenwijd open gezet telkens als de hemelsluizen open gaan.De maand mei is de droogste in 187 jaar, maar afgelopen winter regende het maandenlang pijpenstelen. Naast mijn deur werden eind oktober 2019 een viertal hectare spruitkolen gerooid. Door de aanhoudende regenval (20 dagen en 84,1 mm per m²) duurde het weken om ze te oogsten, en het land werd door de aanhoudende neerslag zo drassig dat het tot eind maart 2020 duurde vooraleer de boer terug zijn land op kon om de laatste weggerotte stengels de grond in te ploegen. In februari regende het 107,7 mm. per m² i.p.v. gem. 63 mm. Er waren 22 neerslagdagen i.p.v. 16,3 en i.p.v. van gemiddeld 4 onweersdagen kregen we 13 dagen stormweer. In de maand maart was de neerslag bijvoorbeeld 81,2 mm i.p.v. de normale 70 mm.Ook boven de Moerdijk stond het jaarbegin vanaf 1 januari van dit jaar op plaats zes van de natste periodes gemeten sedert 1906. Tot 17 maart was het zelfs plaats drie. Dan begon een periode van zon, wind en droogte. Om dit soort afwisseling van natte en droge periodes beter de baas te kunnen, zullen we het water beter moeten kunnen opslaan. De voorbije decennia hebben onze politici echter steeds een beleid gevoerd om het vallende water zo snel mogelijk af te voeren naar de zee.Het gaat dus niet om gebrek aan water, maar om een gebrek aan waterbeleid. Twintig procent van ons drinkwater lekt ook nog weg door het krakkemikkig beheer van onze watermaatschappijen. Deze intercommunales zitten volgestouwd met politici die de prijzen bepalen en taksen opleggen, want de opbrengsten worden via dividenden uitgekeerd aan de steden en de gemeenten. Waterbeheer is voor Farys bijvoorbeeld bezigheidstherapie. Het investeert in voetbalstadions en verkoopt met raamcontracten zelfs computers en pampers (jawel). Maar dit is een ander verhaal.Na een afschakelplan voor elektriciteit, krijgen we nu nog een captatieplan voor water. De helft van ons drinkwater komt uit het grondwater, maar we belemmeren zelf dat het oppervlaktewater doorsijpelt naar de ondergrond. Naast het alsmaar toenemend verkavelingsbeton zijn er nog diverse oorzaken die de (on)doordringbaarheid van onze bodem aantasten. Zo wordt in de landbouw wordt bij elke bewerking, van bemesten, ploegen, zaaien, besproeien, tot oogsten... de grond cyclisch samengedrukt door een gigantisch agrarisch machinepark. Een bietenrooier is een tonnen zwaar computergestuurd monster. Spruiten worden gerooid met een Shermantank op rupsbanden die de aarde plet tot beton. De status van een boer wordt niet meer bepaald door het aantal hectare die hij bewerkt, maar door het aantal treden dat hij moet beklimmen om in de cabine van zijn landbouwtractor te stappen. Op menig erf is men nu al formulieren aan het invullen om subsidies aan te vragen wegens droogteschade. De machtige lobby van de Boerenbond waakt.Maar de landbouwers ervaren wel grote gevolgen van de droogte. Geef hen zelf meer inspraak bij het aanleggen van waterbuffers en -putten in plaats van dit monopolie toe te vertrouwen aan de city slickers van Natuurpunt of Natuur & Bos. Voor deze nieuwe landadel lijkt de regenworm soms belangrijker dan de regen.Het is volgens mij een zegen dat het in onze contreien een paar graden warmer wordt. Ons klimaat verandert al miljoenen jaren lang. Droogstoppels jeremiëren, maar verstandige gemeenschappen en culturen passen zich aan. Ze geloven in adaptatie en vooruitgang in plaats van in apocalyptisch doemdenken. In de Middeleeuwen hebben monniken onze polders drooggelegd en land gewonnen op de zee. Rivieren werden ingedijkt. En nu zullen we er dus voor moeten zorgen dat we het regenwater beter opvangen en beheren.Naast infrastructuur bestaat er ook nog wetenschap. Voor sommige gewassen is er bijvoorbeeld zelfs minder water nodig voor het behalen van hetzelfde rendement, dankzij de gentechnologie, een zegen voor de natuur. Tarwe groeide vroeger anderhalve meter hoog, nu amper nog één meter voor dezelfde opbrengst aan voedzame aren. De stengel is stro, waar er steeds minder behoefte aan is door de industrialisatie van de veeteelt en de toename van grasland. Voor dezelfde productie van graan, want dit komt uit de aren, wordt er dus steeds minder voedsel uit de bodem getrokken om het graangewas te doen groeien.Optimism is a moral duty. Als de nood nog groter wordt mag men in Middelkerke een ontziltingsinstallatie bouwen. De zeespiegel is toch aan het stijgen, nietwaar. Wat hier verdampt valt ergens als regen terug uit de hemel.