Waarom Annelies Verbeke de Ultima voor Letteren verdient: ‘Haar ironie is meevoelend en niet bitter’

Annelies Verbeke: ‘Ze is de Vlaamse Ali Smith.’ © DEBBY TERMONIA

Op 10 mei worden de Vlaamse Cultuurprijzen, bekend als de Ultimas, uitgereikt. De prijs voor Letteren gaat naar… Annelies Verbeke. Een portret van een veelzijdige schrijfster die engagement aan spitse humor koppelt.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Het gebeurde een jaar of twintig geleden en toch herinner ik het me alsof het gisteren was’, zegt Ad Van den Kieboom, voormalig redacteur bij uitgeverij De Geus. ‘In die tijd kon je als beginnend auteur nog gewoon een manuscript naar een uitgeverij sturen. Hele stapels kreeg ik er te verwerken en meestal wist ik na een bladzijde of vijf wel welk vlees ik in de kuip had, een mager beestje over het algemeen. Maar niet zo die ene dag dat ik een manuscript in handen kreeg dat een hoge mate van stijl en oorspronkelijkheid verried. Slaap! was de titel, geschreven door ene Annelies Verbeke, en in de begeleidende brief verklaarde ze dat ze het liefst van al een taart had laten bezorgen met haar erin en hoe ze daar dan uitgesprongen zou zijn met het manuscript in de hand, maar dat ze daar uiteindelijk toch maar van had afgezien. Als introductie kon dat tellen.’

We wilden gewoon beoordeeld worden op ons werk. Alleen konden we er niet meer omheen dat boeken van mannen meer werden genoemd of bekroond.

Annelies Verbeke
Slaapproblemen

Annelies Verbeke (Dendermonde, 1976) debuteerde negentien jaar geleden met de roman Slaap!, het opmerkelijke verhaal van een jonge vrouw die aan slapeloosheid lijdt, daardoor haar omgeving tot het uiterste tergt en uiteindelijk tijdens een van haar omzwervingen een lotgenoot ontmoet. Ze lijken op elkaar en zijn toch heel anders, beseffen ze, en als lezer ga je algauw inzien dat misschien zij niet degenen zijn die gek doen, maar wij, de mensen die ’s nachts slapen en overdag netjes naar hun werk gaan. Verbeke wist waarover ze het had natuurlijk, want voor ze haar boek schreef, werkte ze als secretaresse en als verkoopster van waterbehandelingsinstallaties. Je zou voor minder een onderkoeld gevoel voor humor ontwikkelen, en dat is iets wat ze haar hele carrière heeft behouden. Ook in haar recentste boek, de verhalenbundel Treinen en kamers, laat ze zien dat een schrijver met humor meer vermag dan hij met ernst verhoopt. In vijftien verhalen herneemt ze klassieken uit vier millennia wereldliteratuur, van een Soemerische tekst en Homerus’ Odyssee tot Melvilles Moby Dick en Mary Shelleys Frankenstein. Ze knipoogt, glimlacht en komt ook ernstig, lyrisch en elegisch uit de hoek, terwijl ze het heeft over de coronatijd waarin ze een aantal van de verhalen schreef, over de hedendaagse vluchtelingencrisis en de machines die we zo graag met AI zouden willen begiftigen. ‘In die twee decennia dat ik haar volg en begeleid, heb ik haar als schrijfster enorm zien groeien’, vertelt Van den Kieboom. ‘Het eerste wat me opviel toen we elkaar indertijd ontmoetten, was hoe open ze stond voor opmerkingen en suggesties. Ze wilde stilistisch beter worden. En daarin is ze ook geslaagd. Haar werk is ook inhoudelijk dieper geworden. Slaap! was grotendeels autobiografisch omdat ze zelf moeilijkheden had met slapen. Daarna is de wereld geleidelijk aan een steeds prominentere plaats gaan innemen in haar werk.’

Van alle markten thuis

En dat werk is inmiddels ronduit imposant. Ze schreef vier romans, vier bundels korte verhalen, een paar filmscenario’s en is een gerenommeerde toneelschrijfster. Ze is te lezen in 24 talen en heeft thuis een trofeekast staan met daarin onder meer de F. Bordewijk-prijs, de J.M.A. Biesheuvelprijs, de Jana Beranováprijs en nu dus ook de Ultima. ‘Verbeke is bijzonder veelzijdig’, aldus Van den Kieboom, ‘maar ik denk dat ze toch een lichte voorkeur heeft voor het schrijven van korte verhalen. Die geven haar een grotere vrijheid.’

Dat is ook wat Sanneke van Hassel vermoedt trouwens, de Nederlandse schrijfster die haar twaalf jaar geleden in Amsterdam vroeg een internationaal korteverhalenfestival te openen met een lezing over de staat van het korte verhaal. Hun gedeelde liefde voor het genre mondde in 2012 uit in het boek Naar de stad, een bloemlezing met 39 recente korte verhalen uit de hele wereld. ‘Annelies Verbeke is niet alleen heel goed in het schrijven van korte verhalen,’ aldus van Hassel, ‘het is ook een genre dat heel geschikt is om in te experimenteren. In Treinen en kamers is ieder verhaal een nieuw onderzoekje, en ieder onderzoekje heeft ze in een andere vorm geschreven. Het eerste verhaal is een langere vertelling, maar er staan ook verhalen in waarin een essay is verwerkt, of die naar een gedicht neigen. Annelies is steeds op zoek naar nieuwe vormen en uitdagingen. Ze is een vrije denker en een veelzijdige auteur. En dan is er ook nog eens die diverse thematiek die teruggrijpt op zaken die ons allemaal bezighouden, zoals de klimaatverandering en migratie. Dat met zo veel verbeeldingskracht allemaal combineren in één boek is heel knap. Alleen Annelies Verbeke kan dat, denk ik. Ze is gewoon de Vlaamse Ali Smith.’

Onderzoekende reflex

Wat Verbeke volgens Sanneke van Hassel ook typeert, is haar analytische blik op systemen, ook binnen de literaire wereld. ‘Ze onderzoekt in haar werk hoe machtsstructuren werken. Ook binnen de literatuur stelt ze die aan de kaak’, aldus Van Hassel. ‘Waarom zijn niet-westerse auteurs bij ons zo on-bekend? Welke interessante werken worden niet vertaald? Wie bepaalt wat er in de canon zit? En waarom zitten bepaalde schrijfsters, zoals Virginie Loveling, er niet in?’

Om daaraan iets te verhelpen is Verbeke samen met de Nederlandse filosofe en schrijfster Jannah Loontjens de Fixdit-podcast begonnen. ‘Fixdit is een schrijverscollectief dat zich inzet om literair werk van vrouwen onder de aandacht te brengen’, legt Loontjens uit. ‘Op een bepaald moment opperde ik het idee om een podcast te maken waarin we over klassieke en ten onrechte weggezonken boeken van vrouwelijke schrijvers zouden discussiëren. Annelies was onmiddellijk enthousiast. Onze eerste aflevering ging over Virginie Lovelings Een revolverschot. Daarna volgden onder meer Eenzaam avontuur van Anna Blaman en Een dwaze maagd van Ida Simons. Het gekke is dat Annelies noch ik als beginnende schrijvers de aandacht op ons vrouw-zijn hadden willen vestigen, ontdekten we van elkaar. We wilden gewoon beoordeeld worden op ons werk. Alleen konden we er na verloop van tijd niet omheen dat boeken van mannen meer werden genoemd of bekroond. Daar wilden we iets aan doen.’

Maar er is meer dan een feministische link tussen Loontjens en Verbeke, zo blijkt. Dat de twee zo fijn kunnen samenwerken en inmiddels goede vriendinnen geworden zijn, heeft ook veel te maken met de onthullende manier waarop Verbeke in de wereld, en bij uitbreiding in de literatuur staat. ‘Vaak zit er een absurdistisch randje aan haar teksten’, legt Loontjens uit, ‘gepaard met scherpe humor en een onthullende blik op onze menselijkheid. Ze focust op kleine menselijke gewoontes en toont hoe die ergens ook absurd zijn. Ze formuleert die op bijna vileine wijze, zonder dat dat ten koste gaat van de empathie en de warmte waarmee ze haar personages ten tonele voert. Haar ironie is meevoelend en niet bitter.’

Ook Wine Dierickx, de actrice die Verbeke met het acteurscollectief Wunderbaum in contact bracht, viel meteen voor haar boeiende literaire stijl. ‘In 2008 of 2009 had ik Stukken gezien van tg STAN. Daarin kwamen allerlei teksten van schrijvers aan bod en ook een briefwisseling van Yves Petry en Annelies Verbeke, over een uit de hand gelopen ontmoeting. Later dat jaar las ik Slaap! en ook dat stond me aan. Zou ze met Wunderbaum willen werken, vroeg ik me af, en zou het lukken? Meestal schrijven wij onze teksten zelf, samen, maar we wilden al langer met een externe schrijver werken. Het eerste wat we maakten, was Rail Gourmet, over de mensen die de maaltijden maken op de hogesnelheidstreinen van Thalys en Eurostar, maar ook over de mensen die ze opeten, over een europarlementariër die de hele tijd heen en weer reist tussen Amsterdam en Brussel en over de machinist van de trein. Annelies kon zich goed vinden in onze werkwijze om samen al dialogerend de tekst te schrijven en ze vond het niet erg om stukken te herwerken of te knippen. Ze was een groepsspeler, hadden we meteen door. En daarom zijn we met haar blijven werken.

Hilarische fantasie

‘Samen met Gaea Schoeters heeft ze net Boze bejaarden geschreven, een tragikomische operette die speelt in de coronatijd in een rusthuis waar de bejaarden opstandig worden omdat ze het gevoel hebben dat ze worden weggezet als een probleem en geen contact met de buitenwereld mogen hebben. En we gaan ook samen aan een voorstelling werken die Digital detox heet, over jongeren met een digitale verslaving. Annelies houdt van het verkennen van nieuwe horizonten, en van hardop fantaseren natuurlijk. Dan gaat ze wild speculeren wat er in een volgende scène zou kunnen gebeuren, bijna op een kinderlijk enthousiaste manier. Toen we in Amerika waren om Daar gaan we weer (White Male Privilege) te schrijven, hoorden we haar midden in de nacht lachen in haar kamer. Bleek dat ze had zitten te fantaseren wat er allemaal in het stuk zou kunnen gebeuren en dat ze een paar hilarische scènes had bedacht.’

Annelies Verbeke


– 1976: geboren in Dendermonde


– Studeerde Germaanse taal- en letterkunde


– 2003: release van haar debuutroman Slaap!


– 2004: wint de Vlaamse Debuutprijs


– Voorvechtster van het genre van de korte verhalen


– Schrijft columns, novelles en toneelstukken

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content