Rechtszaken in België verlopen in de taal van het taalgebied waarin de rechtbank of het hof gelegen is: Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië, Nederlands of Frans in het Brussels Gewest en Duits in de Oostkantons. Die taalwet, uit 1935, bepaalt dat alle stukken, van dagvaarding tot conclusies, in de taal van het rechtsgebied moeten opgesteld zijn. De rechter moet daar ambtshalve op toezien en kan op eigen initiatief handelingen die strijdig zijn met de taalwetgeving nietig verklaren.

Om de procedure lichter te maken, werd de wet vorig jaar gewijzigd. Enkel indien een partij kon aantonen dat een taalwetovertreding haar belangen schond, kon de rechter nog optreden. De Orde van Vlaamse Balies (OVB) en een magistratenvereniging vochten de wetswijziging aan bij het Grondwettelijk Hof. Dat heeft nu geoordeeld dat de wetswijziging het recht op een eerlijk proces in het gedrang brengt. Het kan er immers toe leiden dat de rechter moet werken met processtukken die in een andere taal zijn opgesteld en dat waarborgt volgens het Hof niet dat de rechtbank 'op gepaste wijze' kennis kan nemen van de argumenten van de partijen.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) erkende al in het parlement dat er een probleem is met de wet en dat de wijziging louter tot bedoeling had te voorkomen dat een loutere vormfout tot nietigheid zou leiden. Hij kondigde een reparatie aan, maar die is er nog niet gekomen. De gevolgen van de vernietigde bepalingen worden wel gehandhaafd.

'Dit arrest stemt ons tevreden. Vooral voor Halle-Vilvoorde is dit zeer belangrijk. We zagen reeds in de praktijk dat Franstaligen de aanpassing van de wet misbruikten om zaken voor Nederlandstalige rechtbanken te brengen in het Frans zonder dat de rechter er iets kon tegen doen. Gelukkig kunnen we nu terug naar de oude situatie', zegt N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh.

Ook de Orde van Vlaamse Balies (OVB) reageert tevreden. 'We zijn verheugd dat die grove vergissing van de wetgever nu ongedaan wordt gemaakt', zegt woordvoerder Hugo Lamon. 'Het was al meteen na de goedkeuring van de wet duidelijk dat veel parlementsleden niet eens wisten wat ze gestemd hadden.'

De uitspraak is volgens de OVB 'het bewijs dat het geen goed idee is om belangrijke wetten op een drafje en ondoordacht te hervormen, zonder na te denken over de verstrekkende gevolgen'. 'Door de sanctieregeling uit de taalwet te wijzigen, zakte de hele wet als een kaartenhuisje in elkaar. Gelukkig steekt het Grondwettelijk Hof daar nu een stokje voor', besluit Hugo Lamon.