Oude sprookjes zijn - soms - mooi, maar bieden helaas zelden antwoord op de realiteit van vandaag noch op deze van de toekomst. Op de website van 'Zorg aan zet' lees ik heel wat ideeën voor het oplossen van het personeelstekort in de zorg. Veel vragen naar betere verloning en een eerlijkere herverdeling van de middelen, een aantal innovatieve ideeën rond zorgorganisatie en beeldvorming, maar ik zie ook behoudsgezinde reflecties, waarbij wordt opgeroepen om niet te veel te veranderen.

Dat laatste baart mij, als Vlaams zorgambassadeur, zorgen. Als ik van iets overtuigd ben, is het wel dat 'gewoon verder doen' een ontoereikend antwoord biedt op de uitdagingen in zorg en welzijn, en onvoldoende ons streven naar een kwaliteitsvolle zorg ondersteunt, zelfs al neemt de instroom van personeel toe.

'Gewoon verder doen' is geen antwoord op de uitdagingen waar we de zorgsector mee geconfronteerd wordt.

Door de demografische ontwikkelingen (de verouderende bevolking en een tijdelijke dip in het aantal 18-jarigen), de krappe arbeidsmarkt, de toenemende complexiteit van de zorgnoden (in alle sectoren), de noodzakelijke inhoudelijke uitbreiding van de bacheloropleiding verpleegkunde naar 4 jaar, het stijgend aantal openstaande vacatures, neemt de ongerustheid over het tekort aan zorgpersoneel algemeen toe.

Als de ultieme oplossing voor de personeelsschaarste scoort 'verhogen van de instroom' het hoogst. Meer instroom is echter slechts een beperkt deel van het antwoord, innovatie in zorg- en arbeidsorganisatie zijn dat des te meer. De klassieke organisatiemodellen en beroepenstructuren die (gezondheids)zorg verengen tot taken die worden opgenomen door zorgkundigen, verpleegkundigen of artsen, moeten we durven loslaten. Het zorg- en welzijnslandschap is zoveel breder en zorg omvat zoveel meer aspecten dan de letterlijke verzorging van mensen, al dan niet gecombineerd met een aantal medische en verpleegkundige handelingen.

'We hebben meer handen nodig aan het bed' is een veel gehoorde opmerking. Ook ik ben het ermee eens dat de normeringen in zorgvoorzieningen aan herziening toe zijn, maar met een focus alleen op meer 'handen' komen we niet per definitie tot goede kwaliteitsvolle zorg. De federale en gewestelijke overheden dienen eensgezind en veranderingsbereid aan hetzelfde touw te trekken om een oplossing te bieden aan de toekomstige uitdagingen, zowel inhoudelijk als financieel.

Als we op een ethisch verantwoorde manier zorg willen verlenen, is er nood aan multidisciplinaire professionele kennis en samenwerkingsmodellen (medisch, verpleegkundig, paramedisch, sociaal, psychologisch, ethisch, zorgkundig, orthopedagogisch, vroedkundig, ...) om integrale zorg te bieden aan zorgvragers met acute en/of chronische zorgvragen, en ook te werken op welzijn, preventie, educatie, patiëntenparticipatie, buurtgerichte zorg, zorgbeleving, enz. De staatshervorming zou op geen enkele wijze goede en efficiënte zorgverlening in de weg mogen staan.

De schuld voor de tekorten alleen bij de overheid of bij de arbeidsmarkt leggen, is echter te eenvoudig.

De schuld voor de tekorten alleen bij de overheid of bij de arbeidsmarkt leggen, is echter te eenvoudig. Ook zorgprofessionals en zorgorganisaties zelf zijn aan zet.

Er zijn immers zorgorganisaties die wel voldoende personeel vinden en kunnen aantrekken. En nee, dan heb ik het niet alleen over grote ziekenhuizen, maar ook over woonzorgcentra of over voorzieningen voor mensen met een beperking. Nochtans werken alle organisaties binnen dezelfde Vlaamse arbeidsmarkt met dezelfde federale en/of regionale regelgeving, maar ze verschillen wel in visie op zorg en in de mate waarin ze die visie tot leven brengen. Uiteraard spelen ligging en financiering een rol, maar zorgverleners worden vooral gedreven door de keuze voor een visie en voor een zorgorganisatie die garantie biedt op kwaliteit van zorg.

Er zijn organisaties die de mond vol hebben van functiedifferentiatie en taakuitzuivering, maar er zijn ook organisaties die dit gewoon realiseren. Daar werken zorgverleners die bewust zorgopdrachten delegeren naar collega's die hiervoor meer competentie hebben, of die meer ruimte hebben in hun job. Daarmee zetten deze organisaties de competenties van hun medewerkers maximaal in, zonder te vervallen in afstompende routine. Elke beroepsbeoefenaar krijgt, en grijpt, de kans om verder te groeien en te ontwikkelen. De werkdruk kan zo beter onder controle gehouden worden.

De vraag die we ons moeten stellen, is of al die professionals met de juiste zaken bezig zijn, rekening houdend met de evoluties in de gezondheidszorg.

Het aantal erkende (gezondheids)zorgverleners is nog nooit zo hoog geweest. Sinds 2010 is het aantal beroepsactieve erkende gezondheidszorgwerkers gestegen met 62% tot 315.000. Sinds 2010 zijn er 16.500 verpleegkundigen, 40.000 zorgkundigen en 300 huisartsen (inclusief huisartsen in opleiding) meer. De vraag die we ons moeten stellen, is of al die professionals met de juiste zaken bezig zijn, rekening houdend met de evoluties in de gezondheidszorg, want ook het aantal openstaande vacatures in zorg en welzijn is nog nooit zo hoog geweest, door de toename van arbeidsplaatsen enerzijds en door de pensioneringsgolf van zorgverleners anderzijds.

De gezondheidszorg evolueert snel. Hightech innovaties vinden hun weg naar de patiënten, maar de organisatie van de zorg krijgt minder aandacht en volgt niet in hetzelfde tempo. Professionals blijven te vaak steken in een enge visie op het beroep en nestelen zich in verworven rechten. De organisatie van zorg wordt bekeken vanuit (winst)optimalisatie voor de eigen voorziening. De financiering van de (gezondheids)zorg is een heilig en (door de 6de staatshervorming) ingewikkeld huisje waar niet teveel kan of mag aan geraakt worden.

Zolang een huisarts een patiënt bezoekt, alleen om de bloeddruk te meten; zolang een verpleegkundige aan huis gaat, alleen om een patiënt te wassen; en een verzorgende alleen maar gaat poetsen bij een gezin, moeten we ons de vraag durven stellen of er wel een echt tekort aan zorgverleners is.

Gezondheidszorg kan veel leren van welzijn, en omgekeerd.

In het huidige financieringssysteem wordt subsidiariteit - waarbij een 'hoger gekwalificeerde' welbepaalde taken kan overlaten aan een 'lager gekwalificeerde' - niet bevorderd en voeren zorgverleners deze handelingen uit, omdat de financiering dit zowel voor de zorgverleners en vaak ook voor de zorgvrager aantrekkelijk maakt. Maatschappelijk gezien verliezen we echter drie keer: we zetten duurdere mankracht in dan noodzakelijk, we vinden voor sommige beroepen onvoldoende personeel waardoor de tekorten toenemen en de werkdruk op de zorgverleners toeneemt, zonder een meerwaarde te bieden aan de zorgvrager.

Het is geen 5 voor, maar 5 over 12. Laten we creatief nadenken om de organisatie van de zorg te herdenken, met oog voor een goede opbouw van de beroepenstructuur over alle niveaus heen, en met financieringsmechanismen die subsidiariteit bevorderen. Laten we inzetten op multidisciplinaire teams die werken op voet van gelijkheid, over de grenzen van organisaties en sectoren heen, die de zorg organiseren samen met de cliënt (en/of zijn familie) zodat die er wel bij vaart. Gezondheidszorg kan veel leren van welzijn, en omgekeerd. Zorgverleners moeten uitgedaagd worden om voortdurend de zorg te innoveren en te verbeteren, samen met de zorgvragers.

Opleidingen moeten inzetten op nieuwe manieren van generiek en interprofessioneel opleiden, waarbij competenties ten volle benut worden en waarbij antwoorden worden geboden op de verhoogde zorgnoden en de verhoogde complexiteit van zorgvragen.

De overheid zal over de federale en gewestelijke entiteiten heen moeten zoeken naar wettelijke en financiële systemen die subsidiariteit bevorderen en waarbij 'overacting' niet langer beloond wordt, maar wordt ingezet op preventie. Dit zal overleg vragen tussen de federale overheid en de deelstaten, met inbegrip van de discussie over de toewijzing en/of verschuiving van de budgetten.

Zo verhogen we de kans om alle kandidaten met interesse in zorg en welzijn een plaats te geven in onze zorg- en welzijnssector: hoog- en laaggeschoold, mannen en vrouwen, jong en oud, van verschillende etnische origine, en met technische, wetenschappelijke en humane competenties. Dan breken we de muren open van de voorzieningen, halen we de schotten weg tussen de sectoren, en werken we vanuit vernieuwde reflexen allemaal samen om kwaliteitsvolle zorg te blijven garanderen in de toekomst, wanneer de zorgvragen nog zullen intensifiëren.

Er zijn oude sprookjes en er is de huidige realiteit. Die realiteit zegt ons dat het tekort aan zorgpersoneel zal toenemen en dat alleen werken op een verhoogde instroom ruim onvoldoende zal zijn. Creatieve en innovatieve teamplayers, met een hart voor zorgvragers in kwetsbare situaties, zijn meer dan welkom, en aan zet, om mee te werken aan nieuwe en innovatieve zorg- en arbeidsorganisatiemodellen.

Lon Holtzer is sinds 2010 door de Vlaamse overheid aangesteld als zorgambassadeur. Samen met de zorg- en welzijnssector wil ze de rijkdom en de loopbaanopportuniteiten van diezelfde sector beter bekend maken.

Oude sprookjes zijn - soms - mooi, maar bieden helaas zelden antwoord op de realiteit van vandaag noch op deze van de toekomst. Op de website van 'Zorg aan zet' lees ik heel wat ideeën voor het oplossen van het personeelstekort in de zorg. Veel vragen naar betere verloning en een eerlijkere herverdeling van de middelen, een aantal innovatieve ideeën rond zorgorganisatie en beeldvorming, maar ik zie ook behoudsgezinde reflecties, waarbij wordt opgeroepen om niet te veel te veranderen. Dat laatste baart mij, als Vlaams zorgambassadeur, zorgen. Als ik van iets overtuigd ben, is het wel dat 'gewoon verder doen' een ontoereikend antwoord biedt op de uitdagingen in zorg en welzijn, en onvoldoende ons streven naar een kwaliteitsvolle zorg ondersteunt, zelfs al neemt de instroom van personeel toe. Door de demografische ontwikkelingen (de verouderende bevolking en een tijdelijke dip in het aantal 18-jarigen), de krappe arbeidsmarkt, de toenemende complexiteit van de zorgnoden (in alle sectoren), de noodzakelijke inhoudelijke uitbreiding van de bacheloropleiding verpleegkunde naar 4 jaar, het stijgend aantal openstaande vacatures, neemt de ongerustheid over het tekort aan zorgpersoneel algemeen toe. Als de ultieme oplossing voor de personeelsschaarste scoort 'verhogen van de instroom' het hoogst. Meer instroom is echter slechts een beperkt deel van het antwoord, innovatie in zorg- en arbeidsorganisatie zijn dat des te meer. De klassieke organisatiemodellen en beroepenstructuren die (gezondheids)zorg verengen tot taken die worden opgenomen door zorgkundigen, verpleegkundigen of artsen, moeten we durven loslaten. Het zorg- en welzijnslandschap is zoveel breder en zorg omvat zoveel meer aspecten dan de letterlijke verzorging van mensen, al dan niet gecombineerd met een aantal medische en verpleegkundige handelingen. 'We hebben meer handen nodig aan het bed' is een veel gehoorde opmerking. Ook ik ben het ermee eens dat de normeringen in zorgvoorzieningen aan herziening toe zijn, maar met een focus alleen op meer 'handen' komen we niet per definitie tot goede kwaliteitsvolle zorg. De federale en gewestelijke overheden dienen eensgezind en veranderingsbereid aan hetzelfde touw te trekken om een oplossing te bieden aan de toekomstige uitdagingen, zowel inhoudelijk als financieel. Als we op een ethisch verantwoorde manier zorg willen verlenen, is er nood aan multidisciplinaire professionele kennis en samenwerkingsmodellen (medisch, verpleegkundig, paramedisch, sociaal, psychologisch, ethisch, zorgkundig, orthopedagogisch, vroedkundig, ...) om integrale zorg te bieden aan zorgvragers met acute en/of chronische zorgvragen, en ook te werken op welzijn, preventie, educatie, patiëntenparticipatie, buurtgerichte zorg, zorgbeleving, enz. De staatshervorming zou op geen enkele wijze goede en efficiënte zorgverlening in de weg mogen staan.De schuld voor de tekorten alleen bij de overheid of bij de arbeidsmarkt leggen, is echter te eenvoudig. Ook zorgprofessionals en zorgorganisaties zelf zijn aan zet.Er zijn immers zorgorganisaties die wel voldoende personeel vinden en kunnen aantrekken. En nee, dan heb ik het niet alleen over grote ziekenhuizen, maar ook over woonzorgcentra of over voorzieningen voor mensen met een beperking. Nochtans werken alle organisaties binnen dezelfde Vlaamse arbeidsmarkt met dezelfde federale en/of regionale regelgeving, maar ze verschillen wel in visie op zorg en in de mate waarin ze die visie tot leven brengen. Uiteraard spelen ligging en financiering een rol, maar zorgverleners worden vooral gedreven door de keuze voor een visie en voor een zorgorganisatie die garantie biedt op kwaliteit van zorg. Er zijn organisaties die de mond vol hebben van functiedifferentiatie en taakuitzuivering, maar er zijn ook organisaties die dit gewoon realiseren. Daar werken zorgverleners die bewust zorgopdrachten delegeren naar collega's die hiervoor meer competentie hebben, of die meer ruimte hebben in hun job. Daarmee zetten deze organisaties de competenties van hun medewerkers maximaal in, zonder te vervallen in afstompende routine. Elke beroepsbeoefenaar krijgt, en grijpt, de kans om verder te groeien en te ontwikkelen. De werkdruk kan zo beter onder controle gehouden worden. Het aantal erkende (gezondheids)zorgverleners is nog nooit zo hoog geweest. Sinds 2010 is het aantal beroepsactieve erkende gezondheidszorgwerkers gestegen met 62% tot 315.000. Sinds 2010 zijn er 16.500 verpleegkundigen, 40.000 zorgkundigen en 300 huisartsen (inclusief huisartsen in opleiding) meer. De vraag die we ons moeten stellen, is of al die professionals met de juiste zaken bezig zijn, rekening houdend met de evoluties in de gezondheidszorg, want ook het aantal openstaande vacatures in zorg en welzijn is nog nooit zo hoog geweest, door de toename van arbeidsplaatsen enerzijds en door de pensioneringsgolf van zorgverleners anderzijds. De gezondheidszorg evolueert snel. Hightech innovaties vinden hun weg naar de patiënten, maar de organisatie van de zorg krijgt minder aandacht en volgt niet in hetzelfde tempo. Professionals blijven te vaak steken in een enge visie op het beroep en nestelen zich in verworven rechten. De organisatie van zorg wordt bekeken vanuit (winst)optimalisatie voor de eigen voorziening. De financiering van de (gezondheids)zorg is een heilig en (door de 6de staatshervorming) ingewikkeld huisje waar niet teveel kan of mag aan geraakt worden. Zolang een huisarts een patiënt bezoekt, alleen om de bloeddruk te meten; zolang een verpleegkundige aan huis gaat, alleen om een patiënt te wassen; en een verzorgende alleen maar gaat poetsen bij een gezin, moeten we ons de vraag durven stellen of er wel een echt tekort aan zorgverleners is. In het huidige financieringssysteem wordt subsidiariteit - waarbij een 'hoger gekwalificeerde' welbepaalde taken kan overlaten aan een 'lager gekwalificeerde' - niet bevorderd en voeren zorgverleners deze handelingen uit, omdat de financiering dit zowel voor de zorgverleners en vaak ook voor de zorgvrager aantrekkelijk maakt. Maatschappelijk gezien verliezen we echter drie keer: we zetten duurdere mankracht in dan noodzakelijk, we vinden voor sommige beroepen onvoldoende personeel waardoor de tekorten toenemen en de werkdruk op de zorgverleners toeneemt, zonder een meerwaarde te bieden aan de zorgvrager. Het is geen 5 voor, maar 5 over 12. Laten we creatief nadenken om de organisatie van de zorg te herdenken, met oog voor een goede opbouw van de beroepenstructuur over alle niveaus heen, en met financieringsmechanismen die subsidiariteit bevorderen. Laten we inzetten op multidisciplinaire teams die werken op voet van gelijkheid, over de grenzen van organisaties en sectoren heen, die de zorg organiseren samen met de cliënt (en/of zijn familie) zodat die er wel bij vaart. Gezondheidszorg kan veel leren van welzijn, en omgekeerd. Zorgverleners moeten uitgedaagd worden om voortdurend de zorg te innoveren en te verbeteren, samen met de zorgvragers. Opleidingen moeten inzetten op nieuwe manieren van generiek en interprofessioneel opleiden, waarbij competenties ten volle benut worden en waarbij antwoorden worden geboden op de verhoogde zorgnoden en de verhoogde complexiteit van zorgvragen. De overheid zal over de federale en gewestelijke entiteiten heen moeten zoeken naar wettelijke en financiële systemen die subsidiariteit bevorderen en waarbij 'overacting' niet langer beloond wordt, maar wordt ingezet op preventie. Dit zal overleg vragen tussen de federale overheid en de deelstaten, met inbegrip van de discussie over de toewijzing en/of verschuiving van de budgetten. Zo verhogen we de kans om alle kandidaten met interesse in zorg en welzijn een plaats te geven in onze zorg- en welzijnssector: hoog- en laaggeschoold, mannen en vrouwen, jong en oud, van verschillende etnische origine, en met technische, wetenschappelijke en humane competenties. Dan breken we de muren open van de voorzieningen, halen we de schotten weg tussen de sectoren, en werken we vanuit vernieuwde reflexen allemaal samen om kwaliteitsvolle zorg te blijven garanderen in de toekomst, wanneer de zorgvragen nog zullen intensifiëren.Er zijn oude sprookjes en er is de huidige realiteit. Die realiteit zegt ons dat het tekort aan zorgpersoneel zal toenemen en dat alleen werken op een verhoogde instroom ruim onvoldoende zal zijn. Creatieve en innovatieve teamplayers, met een hart voor zorgvragers in kwetsbare situaties, zijn meer dan welkom, en aan zet, om mee te werken aan nieuwe en innovatieve zorg- en arbeidsorganisatiemodellen.Lon Holtzer is sinds 2010 door de Vlaamse overheid aangesteld als zorgambassadeur. Samen met de zorg- en welzijnssector wil ze de rijkdom en de loopbaanopportuniteiten van diezelfde sector beter bekend maken.