Deze week was rijk aan belastingonrechtvaardigheid. Tussen de wereldwijde industrialisering van de belastingontduiking die niemand verrast, de laakbare passiviteit van medeplichtige politieke besluitvormers en een hervorming van de belastingheffing op multinationals die van alle kanten water bij de wijn doet, bevinden wij ons in het tijdperk van de georganiseerde financiële criminaliteit. En in deze wereld, leggen we onze fiscale profiteurs in de watten.

De Pandora Papers, de boom verbergt niet langer het bos

Niets nieuws onder de Seychellen-zon. De Pandora Papers, onthuld door de pers en niet door de belastingautoriteiten, herinneren ons aan wat we al wisten: rijke particulieren en multinationals gebruiken belastingparadijzen om hun deel van de belastingen niet te hoeven betalen. Zij scheiden zich af van de nationale solidariteit om de rest van de gemeenschap, die ijverig belastingen betaalt, de lasten te laten dragen. Op die manier nemen deze fiscale profiteurs (onder wie meer dan 1.200 Belgen) deel aan een systeem dat criminaliteit en corruptie voedt.

Telkens wanneer dit soort schandalen aan het licht komt, wordt ons beloofd de belastingontduiking te bestrijden. En terecht, want zo loopt België jaarlijks bijna 30 miljard euro mis. Deze aanzienlijke middelen moeten worden geïnvesteerd in kwaliteitsonderwijs, toegankelijke gezondheidszorg, zachte mobiliteit en maatregelen tegen klimaatverandering op nationaal en internationaal niveau.

Fiscale profiteurs, het lijkt wel een beschermde soort.

Staatshoofden, meer dan 300 beleidsmakers, die geacht worden tegen deze praktijken op te treden, voeden het systeem net. In Libanon bijvoorbeeld is de oligarchie wereldkampioen in de oprichting van offshorebedrijven, terwijl het land op de rand van het faillissement staat en de Libanese bevolking lijdt onder een ongekende economische en sociale crisis.

Een goed gewassen zwarte lijst van belastingparadijzen

Maar dat is niet alles. Toevallig kwamen de Europese ministers van Financiën daags na het uitlekken van de Pandora Papers bijeen om de zwarte lijst van belastingparadijzen van de EU bij te werken. Deze lijst, die vrij leeg is, zou het toonbeeld kunnen zijn van het gebrek aan ambitie van onze besluitvormers in de strijd tegen belastingontduiking. Het omvat immers slechts één van de 17 belastingparadijzen waar EU-banken actief zijn.

Erger nog, nu Anguilla van de zwarte lijst is gehaald, vermeldt de EU niet langer een van de 12 landen ter wereld met een belastingtarief van 0%.Op de zwarte lijst staat geen van de 15 belastingparadijzen die in 2016 door Oxfam zijn geïdentificeerd, waaronder landen die in het hart van de Unie liggen.

Als deze lijst werkelijk "objectief, doeltreffend en geloofwaardig" is, zoals de Europese Commissie zelf beweert, dan ondermijnt het feit dat verschillende lidstaten die beruchte belastingparadijzen zijn (zoals Ierland, Luxemburg en Nederland), niet in de lijst zijn opgenomen, aanzienlijk de Europese geloofwaardigheid in de strijd tegen belastingontduiking. Toch zou het eenvoudig zijn om een échte zwarte lijst van belastingparadijzen op te stellen door automatisch alle landen met een nultarief of een bijna-nultarief op de lijst te plaatsen en door na te gaan of bedrijven in een land geen economische activiteiten ontplooien.

Een maximum belastingtarief voor multinationals

Aan de andere kant werd ons vlak voor de zomer een zogenaamd historisch akkoord over de belastingheffing op multinationals verkocht. In een tijd van de grootste toename van extreme armoede in decennia zal het tweepijlerkader van de OESO de ongelijkheid in de wereld vergroten en de lage-inkomenslanden beroven van de broodnodige middelen.

De formule voor de verdeling van de opbrengsten (twee derde van de opbrengsten gaat naar de rijke landen), de verwerping van verschillende voorstellen door de G24 en het Afrikaanse forum voor belastingbeheer (ATAF), de moeilijkheden die minder rijke landen hebben ondervonden om effectief deel te nemen aan de onderhandelingen, en de intimidatie waarmee hun Europese gesprekspartners hen ertoe hebben aangezet de OESO-overeenkomst goed te keuren, heeft een bittere nasmaak nagelaten.

Alles wijst er bijvoorbeeld op dat, om Ierland een plezier te doen, het minimumbelastingtarief permanent op 15% zal worden vastgesteld, zonder mogelijkheid tot evaluatie. Met dit verlaagde tarief, gekoppeld aan een groot aantal (door België gesteunde) uitzonderingen waardoor multinationale ondernemingen hun effectief tarief onder 15% kunnen brengen, zal the race to the bottom nog intensiever worden. Het minimumtarief zal ironisch genoeg het maximumbelastingtarief voor multinationals worden.

Het is aan de internationale gemeenschap om fiscale rechtvaardigheid na te streven. De initiatieven liggen klaar. Als wij de neuzen niet in dezelfde richting steken, zullen wij medeplichtig zijn aan een ondraaglijke belastingverlaging die de buitensporige last van de hebzucht van de rijksten op de meest kwetsbaren legt.

Deze week was rijk aan belastingonrechtvaardigheid. Tussen de wereldwijde industrialisering van de belastingontduiking die niemand verrast, de laakbare passiviteit van medeplichtige politieke besluitvormers en een hervorming van de belastingheffing op multinationals die van alle kanten water bij de wijn doet, bevinden wij ons in het tijdperk van de georganiseerde financiële criminaliteit. En in deze wereld, leggen we onze fiscale profiteurs in de watten.Niets nieuws onder de Seychellen-zon. De Pandora Papers, onthuld door de pers en niet door de belastingautoriteiten, herinneren ons aan wat we al wisten: rijke particulieren en multinationals gebruiken belastingparadijzen om hun deel van de belastingen niet te hoeven betalen. Zij scheiden zich af van de nationale solidariteit om de rest van de gemeenschap, die ijverig belastingen betaalt, de lasten te laten dragen. Op die manier nemen deze fiscale profiteurs (onder wie meer dan 1.200 Belgen) deel aan een systeem dat criminaliteit en corruptie voedt.Telkens wanneer dit soort schandalen aan het licht komt, wordt ons beloofd de belastingontduiking te bestrijden. En terecht, want zo loopt België jaarlijks bijna 30 miljard euro mis. Deze aanzienlijke middelen moeten worden geïnvesteerd in kwaliteitsonderwijs, toegankelijke gezondheidszorg, zachte mobiliteit en maatregelen tegen klimaatverandering op nationaal en internationaal niveau.Staatshoofden, meer dan 300 beleidsmakers, die geacht worden tegen deze praktijken op te treden, voeden het systeem net. In Libanon bijvoorbeeld is de oligarchie wereldkampioen in de oprichting van offshorebedrijven, terwijl het land op de rand van het faillissement staat en de Libanese bevolking lijdt onder een ongekende economische en sociale crisis.Maar dat is niet alles. Toevallig kwamen de Europese ministers van Financiën daags na het uitlekken van de Pandora Papers bijeen om de zwarte lijst van belastingparadijzen van de EU bij te werken. Deze lijst, die vrij leeg is, zou het toonbeeld kunnen zijn van het gebrek aan ambitie van onze besluitvormers in de strijd tegen belastingontduiking. Het omvat immers slechts één van de 17 belastingparadijzen waar EU-banken actief zijn. Erger nog, nu Anguilla van de zwarte lijst is gehaald, vermeldt de EU niet langer een van de 12 landen ter wereld met een belastingtarief van 0%.Op de zwarte lijst staat geen van de 15 belastingparadijzen die in 2016 door Oxfam zijn geïdentificeerd, waaronder landen die in het hart van de Unie liggen.Als deze lijst werkelijk "objectief, doeltreffend en geloofwaardig" is, zoals de Europese Commissie zelf beweert, dan ondermijnt het feit dat verschillende lidstaten die beruchte belastingparadijzen zijn (zoals Ierland, Luxemburg en Nederland), niet in de lijst zijn opgenomen, aanzienlijk de Europese geloofwaardigheid in de strijd tegen belastingontduiking. Toch zou het eenvoudig zijn om een échte zwarte lijst van belastingparadijzen op te stellen door automatisch alle landen met een nultarief of een bijna-nultarief op de lijst te plaatsen en door na te gaan of bedrijven in een land geen economische activiteiten ontplooien.Aan de andere kant werd ons vlak voor de zomer een zogenaamd historisch akkoord over de belastingheffing op multinationals verkocht. In een tijd van de grootste toename van extreme armoede in decennia zal het tweepijlerkader van de OESO de ongelijkheid in de wereld vergroten en de lage-inkomenslanden beroven van de broodnodige middelen.De formule voor de verdeling van de opbrengsten (twee derde van de opbrengsten gaat naar de rijke landen), de verwerping van verschillende voorstellen door de G24 en het Afrikaanse forum voor belastingbeheer (ATAF), de moeilijkheden die minder rijke landen hebben ondervonden om effectief deel te nemen aan de onderhandelingen, en de intimidatie waarmee hun Europese gesprekspartners hen ertoe hebben aangezet de OESO-overeenkomst goed te keuren, heeft een bittere nasmaak nagelaten.Alles wijst er bijvoorbeeld op dat, om Ierland een plezier te doen, het minimumbelastingtarief permanent op 15% zal worden vastgesteld, zonder mogelijkheid tot evaluatie. Met dit verlaagde tarief, gekoppeld aan een groot aantal (door België gesteunde) uitzonderingen waardoor multinationale ondernemingen hun effectief tarief onder 15% kunnen brengen, zal the race to the bottom nog intensiever worden. Het minimumtarief zal ironisch genoeg het maximumbelastingtarief voor multinationals worden.Het is aan de internationale gemeenschap om fiscale rechtvaardigheid na te streven. De initiatieven liggen klaar. Als wij de neuzen niet in dezelfde richting steken, zullen wij medeplichtig zijn aan een ondraaglijke belastingverlaging die de buitensporige last van de hebzucht van de rijksten op de meest kwetsbaren legt.