Sinds de jaren negentig is de aandacht voor de klimaatproblematiek gestaag toegenomen. En terecht. Want de weersomstandigheden in een uitgestrekt gebied over een dertigtal jaren zijn medebepalend voor het leven op aarde. Als de aarde opwarmt, verandert het klimaat en gaan ijskappen en gletsjers afsmelten, droogte en wateroverlast toenemen, stormen verhevigen, zeespiegels stijgen enzovoort. Geen aangenaam vooruitzicht.

Met de oprichting van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in 1988 en het overeenkomen van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) in 1992 is de grondslag gelegd voor zowel de wetenschappelijke onderbouwing als de politieke uitbouw van het klimaatbeleid.

Wetenschappelijk werd aangetoond dat de concentratie aan CO2 in de atmosfeer verhoogt onder invloed van onder andere het verbranden van steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas om onder andere toestellen aan te drijven of voort te bewegen en gebouwen op te warmen of af te koelen.

Extreme voorstellen zijn snelste weg om draagvlak voor klimaatbeleid te laten wegsmelten.

Politiek werden klimaatconferenties gehouden die geleid hebben tot tal van afspraken, van het Kyoto-Protocol in 1997 tot het Paris-Agreement in 2015, en aanleiding hebben gegeven tot zowel supranationale lange-termijn-doelstellingen als subnationale korte-termijn-maatregelen.

De klimaatproblematiek en het energievraagstuk zijn geen ver-van-ons-bedshows: ze belangen ons allen aan. Want ook in België zal extreem weer zorgen voor meer overstromingen en droge periodes, met lagere landbouwopbrengsten, hogere voedselprijzen en een sterke afname van drinkbaar water tot gevolg.

Daarom staat CD&V achter de omslag naar een klimaatneutraal Europa in 2050, zoals ook de Europese Commissie in haar recente langetermijnstrategie '2050: A Clean Planet for All' vooropstelde. Enkel zo kunnen de doelstellingen overeengekomen tijdens de Klimaatconferentie van Parijs in 2015 bereikt worden: de opwarming van de aarde ten opzichte van het pre-industriële tijdperk tot ruim onder 2°C beperken en streven naar een beperking van de stijging tot 1,5°C.

De voorbije jaren zijn er al wel degelijk stappen vooruit gezet. Zo is de Kyoto-doelstelling gehaald en zitten we op schema om ook de doelstelling voor de periode 2013-2020 te halen. De Vlaamse broeikasgasuitstoot is ondertussen gedaald van meer dan 96 miljoen ton in 1996 in tot minder dan 76 miljoen ton in 2017.

Het klopt evenwel dat het de laatste jaren moeizamer gaat en dat bedrijven die onder de uitstoothandel vallen, meer en beter hebben gedaan dan de gezinnen. En het klopt ook dat veel van het laaghangend fruit geplukt is. Inderdaad, de makkelijkere ingrepen die met weinig inspanningen veel vooruitgang opleveren, zijn deels gebeurd. Er is nog wel een enorm potentieel om gebouwen te isoleren, wagens te elektrificeren, energie te recupereren en materialen te recycleren. Desondanks blijft het aangewezen bijkomend in te zetten op broeikasgasemissiereductietechnieken en compensatie van CO2, gaande van het investeren in natuur tot het opvangen en opslaan of hergebruiken van koolstof.

De klimaatuitdaging voor volgende legislatuur is dan ook dubbel: enerzijds bestaande opportuniteiten efficiënt aanwenden; anderzijds effectief nieuwe perspectieven aanboren. Niet het ene OF het andere. Zowel bij de overheden en de ondernemingen als bij de huishoudens en de verenigingen. Niet de ene OF de andere. Zowel in de industrie en de landbouw als bij de gebouwen en de verplaatsingen. Niet de ene OF de andere. Klimaat zijn we allemaal en daar moeten we ook allemaal samen aan werken. Het is een verantwoordelijkheid van ieder van ons.

We hebben een ambitieus klimaatbeleidsplan, maar extra maatregelen zijn nodig. Die moeten we met gezond verstand uitwerken en uitvoeren. Dit vergt een maatschappelijk draagvlak. Extreme voorstellen zijn dan de snelste weg om dat draagvlak te laten wegsmelten als sneeuw voor de zon.

Het heeft dan ook geen zin de revolutie af te kondigen, want dan haken mensen af en schieten we ons doel voorbij. Een revolutie verloopt te disruptief en brengt te veel onzekerheden en gevaren met zich mee. Maar het houdt ook geen steek de evolutie af te wachten, want dan doet iedereen gewoon voort en missen we de trein. Een evolutie gaat te traag en veronderstelt te veel continuïteit. Klimaatbeleid is een zaak van transitie, van een fossiele energievoorziening naar een gebruik van hernieuwbare bronnen, van broeikasgasuitstotend transport naar klimaatneutrale mobiliteit, van slecht geconcipieerde huizen naar nieuwe energiearme woningen, van lineaire grondstofconsumptie en afvalproductie naar circulaire economie en van ruimte-inname en verharding naar een milieuvriendelijke ruimtelijke ordening.

Een evenwichtige transitie verloopt langzaam genoeg om iedereen mee te hebben maar snel genoeg om tijdig resultaat te boeken. Het houdt rekening met zowel ecologische imperatieven als economische en sociale condities; duurzame ontwikkeling staat voorop. Ook culturele gevoeligheden inzake werk, voeding, verplaatsing en huisvesting moeten we grondig tegen het licht houden. En politieke aangelegenheden, zoals de taak van rechters, de plaats van wetenschappers, de rol van pers of de bijdrage van ambtenaren, mogen we niet uit het oog verliezen. Ambitieus, maar redelijk. Dat is de weg vooruit inzake klimaatbeleid.

Dinsdag 21 mei gaan Koen Van den Heuvel (CD&V), Bart Tommelein (Open VLD), Elisabeth Meuleman (Groen), Dirk Draulans (bioloog,Knack-journalist) en Manuel Sintubin (KU Leuven) in debat over het klimaat. Inschrijven kan via deze link.