Het was onze eigen NAVO-bondgenoot Turkije - vooralsnog kandidaat-lidstaat van de EU - die afgelopen woensdag een nieuw hoofdstuk aan de Syrische tragedie toevoegde. Turkije en Rusland beschikken nu over het lot van Syrië, terwijl de Europese lidstaten werkloos toekijken.

Al 8 jaar lang is het Syrische conflict een vruchtbare bodem voor radicale islamisten van allerlei slag. De burgeroorlog kostte ondertussen het leven aan 370.000 mensen en zadelde Europa op met een migratie-crisis om u tegen te zeggen. Deze week besliste de VS zich terug te trekken uit dit steeds uitzichtlozer wordend conflict. Hierdoor kreeg Turkije vrije baan om te bombarderen in Noordoost-Syrië. De militaire invasie die erop volgde, dreigt nu een echte catastrofe te worden voor de Koerdische burgerbevolking.

Europa zal voor zichzelf moeten opkomen, en moet dringend 'hard power' ontwikkelen.

Na de migratiecrisis van 2015 weten we in Europa dat dit geen ver-van-mijn-bed-show is. Niet alleen staat de veiligheid van de Syrische bevolking op het spel, maar ook die van ons en onze kinderen. Dus waar is Europa, vraagt u nu waarschijnlijk? Europa is nergens omdat de lidstaten het niet toelaten. Defensie en Buitenlands beleid zijn nationale bevoegdheden, zo luidt de mantra in de Europese Raad. Maar onze 27 lidstaten zijn apart te klein en te verdeeld om überhaupt iets te ondernemen in dit Syrische slagveld waar Turkije en Rusland de plak zwaaien en dus bepalen hoe veilig (of onveilig) Europa is.

Uittredend Commissievoorzitter Juncker en uittredend Hoge Vertegenwoordiger Mogherini deden hun best door de acties van Turkije meteen te veroordelen. Juncker dreigde zelfs om de financiële steun in te trekken, maar meer kon hij niet doen. Ikzelf heb geprobeerd, op mijn bescheiden manier, via parlementaire diplomatie druk uit te oefenen. Om aandacht te vragen voor het conflict, het lot van de burgerbevolking en de mogelijke gevolgen voor Europa, sommeerde ik de Turkse ambassadeur en liet ik de kwestie met spoed behandelen tijdens de plenaire zitting van het Europees Parlement. Maar hier houdt het dan ook op.

Het wordt hoog tijd dat Europa haar naïviteit laat varen. In het begin van het nieuwe millennium verklaarde Javier Solana nog dat Europa omringd was door 'a circle of friends'. Vandaag is het duidelijk dat we te maken hebben met een 'circle of fire': Erdogan, Putin, Trump. Stuk voor stuk (quasi)-autocraten die geen zier geven om het Europees belang. We zullen er dus zelf voor moeten opkomen. Dat betekent dat we dringend onze 'hard power' moeten ontwikkelen. Een ééngemaakt Europees buitenlands beleid en een Europees leger dat operaties kan uitvoeren in bijvoorbeeld Syrië.

Enkel als Europa ook één wordt op vlak van defensie, kunnen we invloed uitoefenen en de koers van conflicten in onze nabuurschap in ons voordeel beslechten. Nu lukt ons dat helemaal niet. Vorige week werden in de VN de eerste stappen gezet voor een politieke transitie tussen het Assad-regime en de Syrische Democratische Strijdkrachten. Iets waar Europa al lang op aanstuurt. De recente Turkse acties leggen een bom onder dit vredesproces.

Als we Europa veilig willen houden, zullen we het zelf moeten doen en zullen we het samen moeten doen.

Europa, maar ook België heeft heel wat te verliezen met het rampscenario dat zich momenteel afspeelt. Naast een mogelijke wederopstanding van terreurgroep IS in de regio, dreigt het gevaar dat gevangengehouden Europese Syriëstrijders kunnen profiteren van de chaos en zo opnieuw vrij spel krijgen. Ook bij ons.

De Belgische overheid mag op haar beurt niet verzaken aan haar plichten. Het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties bepaalt dat elk kind de kans moet krijgen om zonder geweld op te groeien, maar ook dat de overheden er alles aan moeten doen om de bescherming van kinderen in een gewapend conflict te waarborgen. Met de toenemende dreiging van het geweld is het noodzakelijk dat België alles in werk stelt om onschuldige kinderen uit de Koerdische kampen weg te halen.

Het is in elk geval afwachten hoe de situatie de komende dagen zal evolueren en het is uitkijken naar maandag. Dan komen de ministers van buitenlandse zaken van alle lidstaten bij elkaar in Brussel. Ik verwacht van hen op korte termijn concrete maatregelen. En op lang termijn: een echt Europees plan over hoe we samen de grote geopolitieke uitdagingen aan zullen gaan. Als we Europa veilig willen houden, zullen we het zelf moeten doen en zullen we het samen moeten doen.