Met interesse volgde ik vorige week de debatten in de Nederlandse media. De Nashvilleverklaring en in het bijzonder het feit dat verscheidene theologen, vooraanstaande predikanten maar ook enkele, christelijke politici (wat in Nederland nog iets betekent) de tekst mee hadden ondertekend, deed er de gemoederen hoog oplopen. Voor het eerst sinds lange tijd werd de breuklijn tussen het progressief-seculiere en het conservatief-protestantse Nederland weer zichtbaar. Pijnlijk zichtbaar. Een decennialange samenwerking tussen de gevestigde politieke machten (ook op links) met de conservatief-christelijke flank op het politieke spectrum had Nederland in slaap gewiegd. Een slaap die nu ruw verstoord werd, want tussen het Nederland van Spinoza en dat van Kees Van der Staaij gaapt een grote kloof.

Enkel op voet van gelijkheid is een "open en vriendschappelijk debat" echt mogelijk.

In België deed de Nashvilleverklaring weinig stof opwaaien. Een voor de hand liggende verklaring is de minderheidspositie van de protestantse kerk in ons land. Een andere reden zou de inhoud van de Nashvilleverklaring zelf kunnen zijn. De tekst veroordeelt aan de hand van 14 artikelen homoseksualiteit, transgenderisme en de zogenaamde 'genderideologie', maar doet dit met weinig vernieuwende argumenten. In zekere zin is de Nashvilleverklaring een herhaling te veel. Het deuntje uit de conservatief-religieuze hoek is ons intussen wel bekend. Iemand mag niet veroordeeld worden omdat hij niet-heteroseksueel is, maar hij mag wel niet handelen naar die seksuele zelfbeleving. Of anders gesteld, hij wordt ertoe veroordeeld een fundamenteel deel van zichzelf niet te beleven. Dat is geen vrijblijvende stelling. Niet alleen is een vrije seksuele zelfbeleving essentieel voor een evenwichtige ontplooiing als persoon, maar het is ook de manier om een geborgen en intieme relatie met een andere uit te bouwen. Daarom verontrustte het mij toen ik vaststelde dat de Nashville-discussie België dan toch bereikte en wel bij monde van Othman El Hammouchi.

In zijn bijdrage springt hij in de bres voor de conservatieve denkers die zich achter de Nashvilleverklaring schaarden. Zij zouden nu slachtoffer zijn van de morele verontwaardiging 'vanuit de moreel liberale mainstream'. Het lijkt mij een stelling van Trumpiaanse orde. Dat El Hammouchi niet inziet dat de Nashvilleverklaring en de standpunten die erin worden verdedigd 'discriminerend' zijn, getuigt volgens mij van slecht inzicht of kwade wil. Zeker omdat de opstellers en aanhangers van de Nashville-verklaring zich weinig consequent tonen. Zij halen als eerste uit, maar wanneer zij lik op stuk krijgen, kunnen ze zich niet snel genoeg verschuilen achter de principes van de Verlichting en dat van de vrije meningsuiting in het bijzonder.

De Amerikaanse politieke filosoof Rawls stelde inderdaad dat in een samenleving waar verschillende mens- en wereldbeelden bestaan, we op zoek moeten naar manieren om samen te leven. Dit werd volgens hem niet bekomen door de vrijheid van meningsuiting die juist ontwrichtend kan werken (de protestant Rawls wees religieuze argumenten steevast af in het politieke debat), maar wel door zich in te leven in de positie van de andere. Rawls' gehele politieke filosofie is geënt op het gedachte-experiment van de 'sluier van onwetendheid'. Na een grondige kritiek op de heersende denkkaders in de politieke filosofie, vraagt Rawls de lezers van zijn hoofdwerk A Theory of Justice (1971) om van een leeg blad te vertrekken. Hij vraagt hen aan welke samenlevingsvorm zij de voorkeur geven als zij van nul zouden mogen beginnen.

'Sluier van onwetendheid'

Alleen zouden zij, gehuld in een 'sluier van onwetendheid', niet weten welke maatschappelijke posities gewaardeerd zullen worden en welke niet. De onderliggende vraag die Rawls zijn lezers dus stelt, is hoe zij willen dat anderen en de samenleving in haar geheel zich ten aanzien van hen zouden opstellen als zij zich in een kwetsbare of in een minderheidspositie zouden bevinden.

Of vrij vertaald naar onze discussie: zouden wij ontmoedigd willen worden in onze seksuele zelfbeleving als deze niet de norm zou zijn? Zouden wij de mogelijkheid ontzegd willen worden om ons lichaam en ons leven te delen met iemand, waar wij ons toe aangetrokken voelen en bij geborgen weten? De eerlijkheid gebiedt om toe te geven dat niemand zich dit zou toewensen en bijgevolg is het volgens mij intellectueel oneerlijk om anderen dit op te leggen. Gelijkheid is eveneens een fundamenteel beginsel van het Verlichtingsdenken, moest het moreel conservatieve kamp dit vergeten zijn.

Dit is ook wat Rawls stelde op basis van zijn politieke gedachte-experiment. Als we geen kennis (en dus geen zekerheid) hebben over onze maatschappelijke positie en de bijhorende rechtszekerheid, zijn wij geneigd om zulke minderheidsposities zo veel mogelijk rechten toe te kennen. Dit is wat Rawls omschrijft als het 'maximin'-principe. Deze solidariteit vloeit voort uit het besef dat wij zelf in zo een onfortuinlijke positie zouden kunnen terechtkomen. Op basis van deze inleving tekent Rawls in zijn werken de krijtlijnen uit van een sociaalrechtvaardige samenleving.

Discriminatie

Het is ook enkel op basis van deze inleving dat de bereidheid kan ontstaan om in een 'open en vriendschappelijk debat' te zoeken naar manieren om samen te leven (in plaats van naast elkaar te leven of onder het juk van een ideologische meerderheid). Dit betekent niet, zoals El Hammouchi terecht opmerkt, dat we het met elkaar eens moeten zijn maar er moet wel de bereidheid zijn om zich in te leven in het standpunt van de andere. Dit doe je niet door een groep eerst te discrimineren op basis van een bepaald mens- en wereldbeeld onder het mom van vrije meningsuiting, en hen vervolgens weg te zetten als vijanden van die vrijheid wanneer zij zich verzetten tegen die discriminatie. Dat is niet de vorm van publiek debat dat Rawls voor ogen stond en niet het samenlevingsmodel dat hij verdedigde.

Wanneer het moreel conservatieve kamp zich op een meer empathische wijze weet op te stellen, zullen ze ongetwijfeld een minder defensief antwoord krijgen uit moreel liberale hoek. De sleutel om te komen tot een echte en hechte samenleving is echter niet een ongecultiveerd gebruik van het recht op vrije meningsuiting, maar het benaderen van iedereen als drager van dezelfde rechten en hen deze rechten ook gunnen. Enkel op voet van gelijkheid is een 'open en vriendschappelijk debat' echt mogelijk.

Jonathan Lambaerts is sociaal werker, filosoof en godsdienstwetenschapper. Hij is verbonden aan de Thomas More hogeschool in Geel.

Met interesse volgde ik vorige week de debatten in de Nederlandse media. De Nashvilleverklaring en in het bijzonder het feit dat verscheidene theologen, vooraanstaande predikanten maar ook enkele, christelijke politici (wat in Nederland nog iets betekent) de tekst mee hadden ondertekend, deed er de gemoederen hoog oplopen. Voor het eerst sinds lange tijd werd de breuklijn tussen het progressief-seculiere en het conservatief-protestantse Nederland weer zichtbaar. Pijnlijk zichtbaar. Een decennialange samenwerking tussen de gevestigde politieke machten (ook op links) met de conservatief-christelijke flank op het politieke spectrum had Nederland in slaap gewiegd. Een slaap die nu ruw verstoord werd, want tussen het Nederland van Spinoza en dat van Kees Van der Staaij gaapt een grote kloof.In België deed de Nashvilleverklaring weinig stof opwaaien. Een voor de hand liggende verklaring is de minderheidspositie van de protestantse kerk in ons land. Een andere reden zou de inhoud van de Nashvilleverklaring zelf kunnen zijn. De tekst veroordeelt aan de hand van 14 artikelen homoseksualiteit, transgenderisme en de zogenaamde 'genderideologie', maar doet dit met weinig vernieuwende argumenten. In zekere zin is de Nashvilleverklaring een herhaling te veel. Het deuntje uit de conservatief-religieuze hoek is ons intussen wel bekend. Iemand mag niet veroordeeld worden omdat hij niet-heteroseksueel is, maar hij mag wel niet handelen naar die seksuele zelfbeleving. Of anders gesteld, hij wordt ertoe veroordeeld een fundamenteel deel van zichzelf niet te beleven. Dat is geen vrijblijvende stelling. Niet alleen is een vrije seksuele zelfbeleving essentieel voor een evenwichtige ontplooiing als persoon, maar het is ook de manier om een geborgen en intieme relatie met een andere uit te bouwen. Daarom verontrustte het mij toen ik vaststelde dat de Nashville-discussie België dan toch bereikte en wel bij monde van Othman El Hammouchi.In zijn bijdrage springt hij in de bres voor de conservatieve denkers die zich achter de Nashvilleverklaring schaarden. Zij zouden nu slachtoffer zijn van de morele verontwaardiging 'vanuit de moreel liberale mainstream'. Het lijkt mij een stelling van Trumpiaanse orde. Dat El Hammouchi niet inziet dat de Nashvilleverklaring en de standpunten die erin worden verdedigd 'discriminerend' zijn, getuigt volgens mij van slecht inzicht of kwade wil. Zeker omdat de opstellers en aanhangers van de Nashville-verklaring zich weinig consequent tonen. Zij halen als eerste uit, maar wanneer zij lik op stuk krijgen, kunnen ze zich niet snel genoeg verschuilen achter de principes van de Verlichting en dat van de vrije meningsuiting in het bijzonder.De Amerikaanse politieke filosoof Rawls stelde inderdaad dat in een samenleving waar verschillende mens- en wereldbeelden bestaan, we op zoek moeten naar manieren om samen te leven. Dit werd volgens hem niet bekomen door de vrijheid van meningsuiting die juist ontwrichtend kan werken (de protestant Rawls wees religieuze argumenten steevast af in het politieke debat), maar wel door zich in te leven in de positie van de andere. Rawls' gehele politieke filosofie is geënt op het gedachte-experiment van de 'sluier van onwetendheid'. Na een grondige kritiek op de heersende denkkaders in de politieke filosofie, vraagt Rawls de lezers van zijn hoofdwerk A Theory of Justice (1971) om van een leeg blad te vertrekken. Hij vraagt hen aan welke samenlevingsvorm zij de voorkeur geven als zij van nul zouden mogen beginnen. Alleen zouden zij, gehuld in een 'sluier van onwetendheid', niet weten welke maatschappelijke posities gewaardeerd zullen worden en welke niet. De onderliggende vraag die Rawls zijn lezers dus stelt, is hoe zij willen dat anderen en de samenleving in haar geheel zich ten aanzien van hen zouden opstellen als zij zich in een kwetsbare of in een minderheidspositie zouden bevinden.Of vrij vertaald naar onze discussie: zouden wij ontmoedigd willen worden in onze seksuele zelfbeleving als deze niet de norm zou zijn? Zouden wij de mogelijkheid ontzegd willen worden om ons lichaam en ons leven te delen met iemand, waar wij ons toe aangetrokken voelen en bij geborgen weten? De eerlijkheid gebiedt om toe te geven dat niemand zich dit zou toewensen en bijgevolg is het volgens mij intellectueel oneerlijk om anderen dit op te leggen. Gelijkheid is eveneens een fundamenteel beginsel van het Verlichtingsdenken, moest het moreel conservatieve kamp dit vergeten zijn.Dit is ook wat Rawls stelde op basis van zijn politieke gedachte-experiment. Als we geen kennis (en dus geen zekerheid) hebben over onze maatschappelijke positie en de bijhorende rechtszekerheid, zijn wij geneigd om zulke minderheidsposities zo veel mogelijk rechten toe te kennen. Dit is wat Rawls omschrijft als het 'maximin'-principe. Deze solidariteit vloeit voort uit het besef dat wij zelf in zo een onfortuinlijke positie zouden kunnen terechtkomen. Op basis van deze inleving tekent Rawls in zijn werken de krijtlijnen uit van een sociaalrechtvaardige samenleving.Het is ook enkel op basis van deze inleving dat de bereidheid kan ontstaan om in een 'open en vriendschappelijk debat' te zoeken naar manieren om samen te leven (in plaats van naast elkaar te leven of onder het juk van een ideologische meerderheid). Dit betekent niet, zoals El Hammouchi terecht opmerkt, dat we het met elkaar eens moeten zijn maar er moet wel de bereidheid zijn om zich in te leven in het standpunt van de andere. Dit doe je niet door een groep eerst te discrimineren op basis van een bepaald mens- en wereldbeeld onder het mom van vrije meningsuiting, en hen vervolgens weg te zetten als vijanden van die vrijheid wanneer zij zich verzetten tegen die discriminatie. Dat is niet de vorm van publiek debat dat Rawls voor ogen stond en niet het samenlevingsmodel dat hij verdedigde.Wanneer het moreel conservatieve kamp zich op een meer empathische wijze weet op te stellen, zullen ze ongetwijfeld een minder defensief antwoord krijgen uit moreel liberale hoek. De sleutel om te komen tot een echte en hechte samenleving is echter niet een ongecultiveerd gebruik van het recht op vrije meningsuiting, maar het benaderen van iedereen als drager van dezelfde rechten en hen deze rechten ook gunnen. Enkel op voet van gelijkheid is een 'open en vriendschappelijk debat' echt mogelijk.Jonathan Lambaerts is sociaal werker, filosoof en godsdienstwetenschapper. Hij is verbonden aan de Thomas More hogeschool in Geel.