Met grote aandacht en steeds groter worden verbazing las ik het opiniestuk 'Corona, de finale uppercut voor het neoliberalisme?' van Olivier Pintelon van de denktank Minerva. Aandacht, want 'neoliberalisme' is een van mijn interesses. Verbazing, want wat doorgaans verstaan wordt onder die term was volledig onherkenbaar in het desbetreffende artikel. Het helpt om te begrijpen dat er heel weinig denkers zijn die zichzelf als 'neoliberaal' omschrijven, meestal is het een pejoratief bedoelde term die gegeven wordt aan het werk van Friedrich Hayek en Milton Friedman. Het is vanuit die optiek dat ik zal proberen hun 'neoliberalisme' te verdedigen. Want wat Pintelon ervan maakte, wordt door niemand verdedigd. Wat Pintelon dan ook heeft bestreden, is niet een intellectuele traditie van giganten, maar een windmolenpark.

Een slagkrachtige overheid is ook het neoliberale ideaal.

In tegenstelling tot wat Pintelon insinueert, was het liberalisme van Hayek en Friedman niet een bulldozer waarvoor alles moest wijken voor een sprookjesachtige marktwerking. Het is wel waar dat Hayek en Friedman, elks op hun manier, argumenten maakten dat marktwerking een grotere plek kon hebben in de samenleving dan wat op die moment het dominante paradigma was. Dit is uiteraard geen argument tegen overheden tout court: beweren dat het beter is dat Lukaku zich niet bezighoudt met in de goal staan keepen, is niet hetzelfde als beweren dat Lukaku nutteloos is. In een voetbalwedstrijd heeft elke speler zijn rol te vervullen om te zorgen dat het team wint. Uiteraard heeft een samenleving geen alomvattend doel (zoals een voetbalploeg dat wel heeft: winnen!) maar het concept 'elke organisatie binnen de samenleving (zoals de overheid) heeft bepaalde taken die ze beter kan en het is beter als die organisatie zich daarop focust' is niet raar.

Hayek en Friedman beschreven de rol die zij dachten dat overheden zouden moeten hebben om een vrije, welvarende en solidaire samenleving te creëren. Een rol complementair met andere instituties zoals het marktproces of de rechtstaat en organisaties zoals het middenveld en het bedrijfsleven. Hun argumenten waren gebaseerd op de kenniscreërende rol van markten, de particulariteit van individuele kennis in specifieke omstandigheden, de rol van concurrentie om (onder goede omstandigheden) betere producten te creëren voor consumenten, enzv. De rol van de overheid is dan o.a. om een rechtsstaat aan te bieden, nauwkeurig te kijken waar er marktfalen zijn en corrigerend op te treden en zorgen dat alle mensen kunnen participeren aan de samenleving (met herverdeling indien nodig). Dat is niet wat we lezen in het betoog van Pintelon.

Uiteraard waren 'de neoliberalen' niet tegen zorg of onderwijs. Beide auteurs hebben uitgebreid besproken wat zij vonden dat de rol van de overheid was in het zorgen dat zorg en onderwijs voor iedereen, en vooral de minderbedeelden, toegankelijk was. Niemand ontkent dat die twee belangrijk zijn. De vraag in welke mate de overheid verantwoordelijk moet zijn over financiering, regulering en organisatie zijn echter de interessante politieke vragen. Corona leert ons wat we al wisten: zorg en onderwijs zijn belangrijk. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook laten zien wat de optimale verdeling is tussen 'overheid', 'markt' en 'middenveld'. Dat de overheid die zaken nu uitgebreid regelt in tijden van crisis, is op zichzelf geen bewijs dat het ook zo zou moeten zijn.

Deze vorm van liberalisme zegt ook niets over hoe de verdeling van arbeid en kapitaal moet gebeuren. Wat het wél zegt, is dat dit een gevolg is van het relatieve belang die beide spelen bij een bepaald productieproces: als de rol van kapitaal groter wordt, dan stijgt de 'vergoeding' voor kapitaal. Dit is overigens wenselijk: hoe meer kapitaal, hoe groter de productiviteit, dus hoe meer welvaart geproduceerd kan worden. Een samenleving met 100% vergoeding voor arbeid is een primitieve jager-verzamelaar samenleving. De trend dat kapitaal 'een steeds groter deel' van een - en dit is belangrijk - steeds groter wordende koek krijgt, is derhalve wenselijk en niet iets dat we moeten vrezen of proberen veranderen.

Ook wat belastingen betreft vonden zowel Hayek als Friedman dat rijke(ren) hogere bijdragen moesten leveren dan mensen die minder verdienen. Zowel Hayek als Friedman beschreven de rol van de overheid om te zorgen dat armoede opgevangen kon worden. Friedman had bijvoorbeeld het negatieve inkomensbelastingidee, recent in de Vlaamse media verschenen door een opiniestuk door Sihame El Kaouakibi in De Tijd, dat telt als een betaalbare variant op het basisinkomen.

Dat deficit spending terug politiek populair is ten slotte, is inderdaad waar. Dat maakt het nog geen goed idee. Misschien zijn er wel goede argumenten om in de specifieke situatie waarin we zitten om, net zoals tijdens WO I en WO II, terug grootschalig aan deficit spending te doen. (Zowel Hayek en Friedman vonden dat dit in oorlogstijd gerechtvaardigd kon zijn.) Dat betekent niet dat alle problemen die daarmee gepaard zijn, zijn verdwenen. Deficit spending is een belasting op toekomstige generatie: zij zullen armer zijn dan anders het geval was geweest, tenzij de uitgaven gebeurden door het kopen van toekomstige productiestijgingen. Is dat nu gebeurd? Daarover doe ik hier geen uitspraken, maar als dat niet gebeurd is, dan hebben we onze kinderen verarmd. En dan maakt het niet uit of we de rekening betaald hebben met hogere belastingen op 'de rijken' of door monetaire financiering.

Voor Hayek en Friedman bestaat er zoiets als de samenleving, in tegenstelling tot wat Pintelon laat uitschijnen met het citaat van Margaret Thatcher: de samenleving is die plek waarin mensen leven die proberen om voor henzelf, hun naasten en anderen een goed leven te creëren. Hoe we dat het beste kunnen creëren, is een continue politiek debat over de rol van maatschappelijke instituties zoals staat, markt en middenveld. Maar wat de staat ook moet doen, ook de 'neoliberalen' willen dat de staat dit efficiënt en effectief kan uitvoeren, met respect voor individuele rechten en met aandacht voor solidariteit voor de zwakkeren.

Vermits deze crisis een collectieve verarming heeft betekent, gaan we economisch-geïnformeerde ideeën over hoe we uit deze dip kunnen kruipen hard nodig hebben. Hayek en Friedman zouden wijzen op de creatieve mogelijkheden van mensen die, op basis van hun eigen situatie en kennis, oordelen maken over hoe ze hun situatie en die van anderen in hun omgeving kunnen verbeteren. Daar is, voor hen, ook een rol voor een slagkrachtige overheid in weggelegd, die neoliberale waarheid valt inderdaad niet te ontkennen.

Met grote aandacht en steeds groter worden verbazing las ik het opiniestuk 'Corona, de finale uppercut voor het neoliberalisme?' van Olivier Pintelon van de denktank Minerva. Aandacht, want 'neoliberalisme' is een van mijn interesses. Verbazing, want wat doorgaans verstaan wordt onder die term was volledig onherkenbaar in het desbetreffende artikel. Het helpt om te begrijpen dat er heel weinig denkers zijn die zichzelf als 'neoliberaal' omschrijven, meestal is het een pejoratief bedoelde term die gegeven wordt aan het werk van Friedrich Hayek en Milton Friedman. Het is vanuit die optiek dat ik zal proberen hun 'neoliberalisme' te verdedigen. Want wat Pintelon ervan maakte, wordt door niemand verdedigd. Wat Pintelon dan ook heeft bestreden, is niet een intellectuele traditie van giganten, maar een windmolenpark. In tegenstelling tot wat Pintelon insinueert, was het liberalisme van Hayek en Friedman niet een bulldozer waarvoor alles moest wijken voor een sprookjesachtige marktwerking. Het is wel waar dat Hayek en Friedman, elks op hun manier, argumenten maakten dat marktwerking een grotere plek kon hebben in de samenleving dan wat op die moment het dominante paradigma was. Dit is uiteraard geen argument tegen overheden tout court: beweren dat het beter is dat Lukaku zich niet bezighoudt met in de goal staan keepen, is niet hetzelfde als beweren dat Lukaku nutteloos is. In een voetbalwedstrijd heeft elke speler zijn rol te vervullen om te zorgen dat het team wint. Uiteraard heeft een samenleving geen alomvattend doel (zoals een voetbalploeg dat wel heeft: winnen!) maar het concept 'elke organisatie binnen de samenleving (zoals de overheid) heeft bepaalde taken die ze beter kan en het is beter als die organisatie zich daarop focust' is niet raar. Hayek en Friedman beschreven de rol die zij dachten dat overheden zouden moeten hebben om een vrije, welvarende en solidaire samenleving te creëren. Een rol complementair met andere instituties zoals het marktproces of de rechtstaat en organisaties zoals het middenveld en het bedrijfsleven. Hun argumenten waren gebaseerd op de kenniscreërende rol van markten, de particulariteit van individuele kennis in specifieke omstandigheden, de rol van concurrentie om (onder goede omstandigheden) betere producten te creëren voor consumenten, enzv. De rol van de overheid is dan o.a. om een rechtsstaat aan te bieden, nauwkeurig te kijken waar er marktfalen zijn en corrigerend op te treden en zorgen dat alle mensen kunnen participeren aan de samenleving (met herverdeling indien nodig). Dat is niet wat we lezen in het betoog van Pintelon. Uiteraard waren 'de neoliberalen' niet tegen zorg of onderwijs. Beide auteurs hebben uitgebreid besproken wat zij vonden dat de rol van de overheid was in het zorgen dat zorg en onderwijs voor iedereen, en vooral de minderbedeelden, toegankelijk was. Niemand ontkent dat die twee belangrijk zijn. De vraag in welke mate de overheid verantwoordelijk moet zijn over financiering, regulering en organisatie zijn echter de interessante politieke vragen. Corona leert ons wat we al wisten: zorg en onderwijs zijn belangrijk. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook laten zien wat de optimale verdeling is tussen 'overheid', 'markt' en 'middenveld'. Dat de overheid die zaken nu uitgebreid regelt in tijden van crisis, is op zichzelf geen bewijs dat het ook zo zou moeten zijn. Deze vorm van liberalisme zegt ook niets over hoe de verdeling van arbeid en kapitaal moet gebeuren. Wat het wél zegt, is dat dit een gevolg is van het relatieve belang die beide spelen bij een bepaald productieproces: als de rol van kapitaal groter wordt, dan stijgt de 'vergoeding' voor kapitaal. Dit is overigens wenselijk: hoe meer kapitaal, hoe groter de productiviteit, dus hoe meer welvaart geproduceerd kan worden. Een samenleving met 100% vergoeding voor arbeid is een primitieve jager-verzamelaar samenleving. De trend dat kapitaal 'een steeds groter deel' van een - en dit is belangrijk - steeds groter wordende koek krijgt, is derhalve wenselijk en niet iets dat we moeten vrezen of proberen veranderen. Ook wat belastingen betreft vonden zowel Hayek als Friedman dat rijke(ren) hogere bijdragen moesten leveren dan mensen die minder verdienen. Zowel Hayek als Friedman beschreven de rol van de overheid om te zorgen dat armoede opgevangen kon worden. Friedman had bijvoorbeeld het negatieve inkomensbelastingidee, recent in de Vlaamse media verschenen door een opiniestuk door Sihame El Kaouakibi in De Tijd, dat telt als een betaalbare variant op het basisinkomen. Dat deficit spending terug politiek populair is ten slotte, is inderdaad waar. Dat maakt het nog geen goed idee. Misschien zijn er wel goede argumenten om in de specifieke situatie waarin we zitten om, net zoals tijdens WO I en WO II, terug grootschalig aan deficit spending te doen. (Zowel Hayek en Friedman vonden dat dit in oorlogstijd gerechtvaardigd kon zijn.) Dat betekent niet dat alle problemen die daarmee gepaard zijn, zijn verdwenen. Deficit spending is een belasting op toekomstige generatie: zij zullen armer zijn dan anders het geval was geweest, tenzij de uitgaven gebeurden door het kopen van toekomstige productiestijgingen. Is dat nu gebeurd? Daarover doe ik hier geen uitspraken, maar als dat niet gebeurd is, dan hebben we onze kinderen verarmd. En dan maakt het niet uit of we de rekening betaald hebben met hogere belastingen op 'de rijken' of door monetaire financiering. Voor Hayek en Friedman bestaat er zoiets als de samenleving, in tegenstelling tot wat Pintelon laat uitschijnen met het citaat van Margaret Thatcher: de samenleving is die plek waarin mensen leven die proberen om voor henzelf, hun naasten en anderen een goed leven te creëren. Hoe we dat het beste kunnen creëren, is een continue politiek debat over de rol van maatschappelijke instituties zoals staat, markt en middenveld. Maar wat de staat ook moet doen, ook de 'neoliberalen' willen dat de staat dit efficiënt en effectief kan uitvoeren, met respect voor individuele rechten en met aandacht voor solidariteit voor de zwakkeren. Vermits deze crisis een collectieve verarming heeft betekent, gaan we economisch-geïnformeerde ideeën over hoe we uit deze dip kunnen kruipen hard nodig hebben. Hayek en Friedman zouden wijzen op de creatieve mogelijkheden van mensen die, op basis van hun eigen situatie en kennis, oordelen maken over hoe ze hun situatie en die van anderen in hun omgeving kunnen verbeteren. Daar is, voor hen, ook een rol voor een slagkrachtige overheid in weggelegd, die neoliberale waarheid valt inderdaad niet te ontkennen.