Het debat over abortus laait weer in alle hevigheid op. Er zou een politieke coalitie in de maak zijn om de termijn uit te breiden van 12 naar 18 weken, de bedenktijd te verkorten van 7 naar 2 dagen, en het liefst van al dit helemaal uit het strafrecht te halen. Aan de ene kant: zeven partijen die voor zijn, tegenover vier die tegen zijn. Deze splijtzwam vertroebelt tegelijk de aanslepende federale regeringsonderhandelingen. De tegenstanders argumenteren dat men misbruik maakt van het feit dat er slechts een regering in lopende zaken is om dit er snel-snel door te duwen, zonder diepgaand debat over zulke fundamentele zaken. De voorstanders wijzen dan weer op het welzijn en zelfbeschikkingsrecht van vrouwen.

Maar dit is een complexe kwestie, waarbij ieder 'simpel' best eens goed tegen het licht gehouden wordt. En het delicate eraan is bovendien dat we hier meestal te maken hebben met pijnlijke individuele situaties: waardoor alle contra-argumenten liefdeloos of wreed lijken, alsof ze willen stigmatiseren, of zware emotionele lasten opleggen aan kwetsbare vrouwen die het al moeilijk genoeg hebben. De tegenstanders zijn echter niet per se liefdeloos: zij geven uiting aan het liefde voor het leven, voor élk leven, ook het ongeborene. We kunnen dus om deze reden het debat ten gronde niet smoren.

'Echte vooruitgang zou zijn dat er steeds minder abortussen nodig zijn, niet dat de achterdeur verder open wordt gezet'

'Het antwoord dat wij als samenleving op deze vraag geven, is bepalend voor ons allemaal en alle toekomstige generaties', aldus filosoof Jonathan Lambaerts. Waar liggen die diepere argumenten en motieven dus?

Ten eerste is er de vraag waarom men dit per se nu wil doorduwen? Is er zulke urgente noodsituatie? CD&V voorzitterskandidaat Joachim Coens klaagt terecht het misbruik van de timing aan: dit bemoeilijkt de regeringsvorming aanzienlijk. 97% van de 20.000 abortussen per jaar in België gebeuren binnen de 12 weken; waar is de dringendheid dan? Of is het de ideologische agenda erachter die in brand staat?

Waar botsen de morele waarden van beide kampen? Het basisargument achter de verruiming van de wetgeving omtrent abortus e.a. wordt door liberalen geformuleerd als 'de vrije keuze van het individu': 'Je moet de burger serieus nemen en zelf laten beslissen'. Dit is echter, op de keper beschouwd, een mes dat aan twee kanten snijdt: zijn burgers niet oud en wijs genoeg om hun gezond verstand te gebruiken? En waarom verbieden we jongeren onder de 18 jaar om sterke drank te kopen of sigaretten? En dan zwijgen we nog over drugs, alcohol achter het stuur, snelheidsbeperkingen... Wanneer onze vrijheid die van anderen te zeer bedreigt, moet de wetgever ingrijpen en een algemene regel opleggen. Je kan dit 'betutteling' noemen, maar het omgekeerde zou 'schuldige nalatigheid' heten. Helaas is de gemiddelde burger niet zo verantwoordelijk, rationeel en sociaal als we zouden willen. Wanneer het leven van anderen in het gedrang is, kan de wetgever niet passief toekijken. Er wordt volgens mij in dit debat duidelijk met twee maten en gewichten gemeten.

Hetzelfde geldt voor het argument van het 'zelfbeschikkingsrecht van de vrouw', dat in deze context volgens mij fout wordt toegepast. Natuurlijk mag zij beschikken over zichzelf en haar lichaam, maar hier is toevallig een ander levend wezen met een eigen, unieke persoonlijkheid in het spel. Onze vrijheid eindigt waar die van een ander begint.

De verdedigers van zulke wetsvoorstellen zien zichzelf wereldwijd als 'moreel progressief': uiteraard reagerend tegen alle 'conservatieven' die het bij het oude willen laten. Maar wat is er 'progressief' aan het hele abortusverhaal? Wordt onze maatschappij hier écht beter of menselijker van? Worden de morele normen verhoogd en scherper gesteld, of juist verlaagd en verwaterd? Wie kan abortus als 'vooruitgang' verkopen? Het is iets wat eigenlijk - in een ideale wereld - nooit zou hoeven te gebeuren. Morele vooruitgang zou er juist zijn als er steeds minder (of: helemaal geen) abortussen zouden nodig zijn. De achterdeur steeds wijder openzetten is géén vooruitgang.

Hetzelfde geldt voor alle 'verruimende' voorstellen rond euthanasie (bijv. bij psychisch lijden, dementie): het gemakkelijker maken om voor de dood te kiezen, kan je toch onmogelijk voorstellen als een verbetering? Vroeger gold 'vechten tot je laatste adem' als nobel en moedig, vandaag lijkt het het bijna te gelden als 'laf' en mensonwaardig. Bizarre beeldvorming.

We zitten met een vreemde, absurde contradictie in onze samenleving: men spaart in de geneeskunde geld noch moeite om één kind te redden of te genezen (denk maar aan de 1,9 miljoen voor baby Pia), maar met de ongewenste ongeborenen gaan we zo achteloos om. Hoe kan je zoiets rijmen? Waarom gaan chirurgen tot het uiterste om dat ene mensenleven te redden, 'omdat élk mens onbetaalbaar en oneindig waardevol is', en aan de andere kant... - ik hoef het niet te herhalen.

Wanneer het parlement de wet zou uitbreiden is dat niet zomaar een praktische of technische kwestie inzake termijnen en condities: welk signaal geeft de overheid hiermee? Wat vindt ze belangrijk en wat niet? Ze geeft jaarlijks bijv. vele miljoenen uit om kinderlevens te redden in het verkeer, waarom dan hier niet? Waar blijven de maatregelen voor preventie en begeleiding van ongewenst zwangere vrouwen?

Er is een meerderheid onder de politieke partijen voor uitbreiding van abortus, maar niet onder de bevolking. In een poll van de Waalse zender RTL-TVI stemde 75% voor het behoud van de 12 weken! Vertolken onze politici echt wat de burgers willen? Ik heb er ernstig mijn vragen over! En waarom laten de politieke partijen hun mandatarissen niet individueel kiezen, zeker als ze geloven in de vrijheid van de burger? Ik ken persoonlijk liberale politici die helemaal tegen zijn, maar die deze liberale vrijheid niet krijgen.

De abortuscijfers wereldwijd (Guttmacher Institute) swingen intussen de pan uit: 56 miljoen per jaar is niet niets, en zou ons allemaal moeten alarmeren. Maar wat zien we? Het 'recht op abortus' wordt steeds meer voorgesteld als een 'recht op gezondheidszorg': dit is in de ogen van pro-lifers niet één stap te ver, maar tien.

Dat de discussie heet is in meerdere landen, blijkt ook uit de heftige controverse (vooral in de VS) rond de recente film Unplanned (2019): het waargebeurde verhaal van de Amerikaanse Abby Johnson die directeur was in een abortuskliniek van Planned Parenthood (en zelf twee abortussen onderging), maar uiteindelijk helemaal oversloeg naar het pro-life kamp.

Waar het hier over gaat is dat deze discussie er één is van waarin twee conflicterende wereldbeelden fundamenteel tot botsing komen. Is een mensenleven 'oneindig waardevol', afhankelijk van het feit of hij/zij gewénst wordt of niet? Of heeft elk mens een intrinsieke, objectieve waarde? Voor gelovigen in ieder geval wel; voor anderen is dat flou en voorwaardelijk. Hoe wil men abortus herleiden tot een 'puur medische handeling': zwanger zijn is toch geen ziekte? En een embryo is toch geen 'dingetje', geen 'lastige' appendix? Hoe kunnen we zo gemakkelijk iets wat tot nu toe altijd in het strafrecht gestaan heeft, plots tot een récht willen maken? Zoals ik al vroeger schreef: het is een volgende stap in de verdere banalisering van het leven.

De pro-lifers van in het begin (1990) voorspelden het al: de deur zou steeds verder opengeduwd worden. Van een 'noodsituatie' wordt abortus tot een consumptieproduct waar iedereen recht op meent te hebben. Slechts in een héél klein deel van de gevallen (<1%) gaat het om een acute noodsituatie. Draait het hier dus echt om het welzijn van vrouwen of om een ideologische agenda? Elke abortus is een klein persoonlijk - meestal verborgen - drama dat zijn littekens nalaat, omdat "een abortus eigenlijk een rouwproces is", aldus vrouwen die het hebben ondergaan. De hulp aan vrouwen in nood moet zeker een hoge prioriteit krijgen, maar er zijn betere manieren.

Op alle gebieden zet onze overheid in op meer preventie in plaats van de brokken achteraf op te ruimen: "Go for zero". Waarom hier dan niet? Alle maatregelen om de pijnlijke cijfers naar beneden te krijgen zouden moreel progressief zijn.

Het debat over abortus laait weer in alle hevigheid op. Er zou een politieke coalitie in de maak zijn om de termijn uit te breiden van 12 naar 18 weken, de bedenktijd te verkorten van 7 naar 2 dagen, en het liefst van al dit helemaal uit het strafrecht te halen. Aan de ene kant: zeven partijen die voor zijn, tegenover vier die tegen zijn. Deze splijtzwam vertroebelt tegelijk de aanslepende federale regeringsonderhandelingen. De tegenstanders argumenteren dat men misbruik maakt van het feit dat er slechts een regering in lopende zaken is om dit er snel-snel door te duwen, zonder diepgaand debat over zulke fundamentele zaken. De voorstanders wijzen dan weer op het welzijn en zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Maar dit is een complexe kwestie, waarbij ieder 'simpel' best eens goed tegen het licht gehouden wordt. En het delicate eraan is bovendien dat we hier meestal te maken hebben met pijnlijke individuele situaties: waardoor alle contra-argumenten liefdeloos of wreed lijken, alsof ze willen stigmatiseren, of zware emotionele lasten opleggen aan kwetsbare vrouwen die het al moeilijk genoeg hebben. De tegenstanders zijn echter niet per se liefdeloos: zij geven uiting aan het liefde voor het leven, voor élk leven, ook het ongeborene. We kunnen dus om deze reden het debat ten gronde niet smoren. 'Het antwoord dat wij als samenleving op deze vraag geven, is bepalend voor ons allemaal en alle toekomstige generaties', aldus filosoof Jonathan Lambaerts. Waar liggen die diepere argumenten en motieven dus?Ten eerste is er de vraag waarom men dit per se nu wil doorduwen? Is er zulke urgente noodsituatie? CD&V voorzitterskandidaat Joachim Coens klaagt terecht het misbruik van de timing aan: dit bemoeilijkt de regeringsvorming aanzienlijk. 97% van de 20.000 abortussen per jaar in België gebeuren binnen de 12 weken; waar is de dringendheid dan? Of is het de ideologische agenda erachter die in brand staat? Waar botsen de morele waarden van beide kampen? Het basisargument achter de verruiming van de wetgeving omtrent abortus e.a. wordt door liberalen geformuleerd als 'de vrije keuze van het individu': 'Je moet de burger serieus nemen en zelf laten beslissen'. Dit is echter, op de keper beschouwd, een mes dat aan twee kanten snijdt: zijn burgers niet oud en wijs genoeg om hun gezond verstand te gebruiken? En waarom verbieden we jongeren onder de 18 jaar om sterke drank te kopen of sigaretten? En dan zwijgen we nog over drugs, alcohol achter het stuur, snelheidsbeperkingen... Wanneer onze vrijheid die van anderen te zeer bedreigt, moet de wetgever ingrijpen en een algemene regel opleggen. Je kan dit 'betutteling' noemen, maar het omgekeerde zou 'schuldige nalatigheid' heten. Helaas is de gemiddelde burger niet zo verantwoordelijk, rationeel en sociaal als we zouden willen. Wanneer het leven van anderen in het gedrang is, kan de wetgever niet passief toekijken. Er wordt volgens mij in dit debat duidelijk met twee maten en gewichten gemeten. Hetzelfde geldt voor het argument van het 'zelfbeschikkingsrecht van de vrouw', dat in deze context volgens mij fout wordt toegepast. Natuurlijk mag zij beschikken over zichzelf en haar lichaam, maar hier is toevallig een ander levend wezen met een eigen, unieke persoonlijkheid in het spel. Onze vrijheid eindigt waar die van een ander begint. De verdedigers van zulke wetsvoorstellen zien zichzelf wereldwijd als 'moreel progressief': uiteraard reagerend tegen alle 'conservatieven' die het bij het oude willen laten. Maar wat is er 'progressief' aan het hele abortusverhaal? Wordt onze maatschappij hier écht beter of menselijker van? Worden de morele normen verhoogd en scherper gesteld, of juist verlaagd en verwaterd? Wie kan abortus als 'vooruitgang' verkopen? Het is iets wat eigenlijk - in een ideale wereld - nooit zou hoeven te gebeuren. Morele vooruitgang zou er juist zijn als er steeds minder (of: helemaal geen) abortussen zouden nodig zijn. De achterdeur steeds wijder openzetten is géén vooruitgang. Hetzelfde geldt voor alle 'verruimende' voorstellen rond euthanasie (bijv. bij psychisch lijden, dementie): het gemakkelijker maken om voor de dood te kiezen, kan je toch onmogelijk voorstellen als een verbetering? Vroeger gold 'vechten tot je laatste adem' als nobel en moedig, vandaag lijkt het het bijna te gelden als 'laf' en mensonwaardig. Bizarre beeldvorming.We zitten met een vreemde, absurde contradictie in onze samenleving: men spaart in de geneeskunde geld noch moeite om één kind te redden of te genezen (denk maar aan de 1,9 miljoen voor baby Pia), maar met de ongewenste ongeborenen gaan we zo achteloos om. Hoe kan je zoiets rijmen? Waarom gaan chirurgen tot het uiterste om dat ene mensenleven te redden, 'omdat élk mens onbetaalbaar en oneindig waardevol is', en aan de andere kant... - ik hoef het niet te herhalen. Wanneer het parlement de wet zou uitbreiden is dat niet zomaar een praktische of technische kwestie inzake termijnen en condities: welk signaal geeft de overheid hiermee? Wat vindt ze belangrijk en wat niet? Ze geeft jaarlijks bijv. vele miljoenen uit om kinderlevens te redden in het verkeer, waarom dan hier niet? Waar blijven de maatregelen voor preventie en begeleiding van ongewenst zwangere vrouwen? Er is een meerderheid onder de politieke partijen voor uitbreiding van abortus, maar niet onder de bevolking. In een poll van de Waalse zender RTL-TVI stemde 75% voor het behoud van de 12 weken! Vertolken onze politici echt wat de burgers willen? Ik heb er ernstig mijn vragen over! En waarom laten de politieke partijen hun mandatarissen niet individueel kiezen, zeker als ze geloven in de vrijheid van de burger? Ik ken persoonlijk liberale politici die helemaal tegen zijn, maar die deze liberale vrijheid niet krijgen. De abortuscijfers wereldwijd (Guttmacher Institute) swingen intussen de pan uit: 56 miljoen per jaar is niet niets, en zou ons allemaal moeten alarmeren. Maar wat zien we? Het 'recht op abortus' wordt steeds meer voorgesteld als een 'recht op gezondheidszorg': dit is in de ogen van pro-lifers niet één stap te ver, maar tien.Dat de discussie heet is in meerdere landen, blijkt ook uit de heftige controverse (vooral in de VS) rond de recente film Unplanned (2019): het waargebeurde verhaal van de Amerikaanse Abby Johnson die directeur was in een abortuskliniek van Planned Parenthood (en zelf twee abortussen onderging), maar uiteindelijk helemaal oversloeg naar het pro-life kamp. Waar het hier over gaat is dat deze discussie er één is van waarin twee conflicterende wereldbeelden fundamenteel tot botsing komen. Is een mensenleven 'oneindig waardevol', afhankelijk van het feit of hij/zij gewénst wordt of niet? Of heeft elk mens een intrinsieke, objectieve waarde? Voor gelovigen in ieder geval wel; voor anderen is dat flou en voorwaardelijk. Hoe wil men abortus herleiden tot een 'puur medische handeling': zwanger zijn is toch geen ziekte? En een embryo is toch geen 'dingetje', geen 'lastige' appendix? Hoe kunnen we zo gemakkelijk iets wat tot nu toe altijd in het strafrecht gestaan heeft, plots tot een récht willen maken? Zoals ik al vroeger schreef: het is een volgende stap in de verdere banalisering van het leven.De pro-lifers van in het begin (1990) voorspelden het al: de deur zou steeds verder opengeduwd worden. Van een 'noodsituatie' wordt abortus tot een consumptieproduct waar iedereen recht op meent te hebben. Slechts in een héél klein deel van de gevallen (<1%) gaat het om een acute noodsituatie. Draait het hier dus echt om het welzijn van vrouwen of om een ideologische agenda? Elke abortus is een klein persoonlijk - meestal verborgen - drama dat zijn littekens nalaat, omdat "een abortus eigenlijk een rouwproces is", aldus vrouwen die het hebben ondergaan. De hulp aan vrouwen in nood moet zeker een hoge prioriteit krijgen, maar er zijn betere manieren. Op alle gebieden zet onze overheid in op meer preventie in plaats van de brokken achteraf op te ruimen: "Go for zero". Waarom hier dan niet? Alle maatregelen om de pijnlijke cijfers naar beneden te krijgen zouden moreel progressief zijn.