Het is oprecht schoon om te zien, vind ik. Al die leerkrachten, in heel Vlaanderen en daarbuiten, die nu in actie schieten om hun lesmateriaal aan te kunnen bieden, in digitale vorm of papieren bundels die zelfstandig werk toelaten, via videolessen en desnoods in individuele telefoon- en chatgesprekken met leerlingen of in open leercentra op school voor leerlingen die thuis geen opvang, geen begeleiding, of geen betrouwbare toegang tot het internet hebben. Collega's uit verschillende onderwijsniveaus, netten, scholen, studierichtingen, en alle uithoeken van het land, die bruikbaar materiaal dat ze al hebben zomaar ter beschikking stellen voor iedereen die denkt dat hij/zij er iets mee kan. De VRT, die tracht mee in de bres te springen met de herintroductie van schooltelevisie, en uitgeverijen van educatief materiaal die hun digitaal aanbod tijdelijk voor iedereen beschikbaar stellen.

Tegelijkertijd kan ik de bezorgde geluiden die ik bij sommige (oud-)collega's hoor, ook niet zomaar naast me neerleggen. Terwijl in de ene school zo veel mogelijk 'business as usual' aangehouden wordt - zelfs als dat betekent dat (weliswaar) een beperkt aanbod aan nieuw materiaal 'gewoon' in een online omgeving verschijnt - zitten collega's in sommige andere scholen met de handen in hun haar.

In de ene school is algemeen geweten dat toegang tot een computer en een goeie internetverbinding voor redelijk wat leerlingen even vanzelfsprekend is als elke dag een warme maaltijd op hun bord. En voor diegenen bij wie dat niet het geval is, worden dan wel oplossingen gevonden, desnoods door IT-materiaal van de school uit te lenen, of door het open leercentrum open te houden.

In de andere school beseffen de leerkrachten maar al te goed dat het niet realistisch is van alle leerlingen te verwachten dat het leren niet stopt wanneer de lessen dat doen.

De ene maakt zich zorgen over leerlingen wiens ouders zélf niet eens in staat zouden zijn om de taken die hun kinderen nu mee naar huis hebben gekregen, zelfstandig het hoofd te bieden. Laat staan dat ze hun kinderen daarbij kunnen helpen.

De ander vertelt over kansarme gezinnen, waar naar school gaan zelfs in normale omstandigheden al een prestatie is die veel - soms te veel - van het kind vraagt, en waar de plicht om de kinderen naar school te sturen het gezin zwaar onder druk zet. Zodat die kinderen regelmatig te laat of gewoon niet naar school komen, zelfs als de school 'gewoon' open is.

Dat zijn de gezinnen waar soms geen geld is voor een extra brood op een hongerige avond, laat staan voor wifi, een laptop voor elk schoolgaand kind, en een huis of appartement met vier, of drie, of zelfs twee slaapkamers, waar iedereen te allen tijde en in alle rust aan de nodige schooltaken kan werken.

In sommige scholen zijn de kinderen uit die gezinnen met veel, héél veel, en beschikt de school zelf soms niet eens over voldoende materiaal om haar ICT-doelstellingen tijdens de gewone lesuren te realiseren; laat staan dat ze voor iedereen een afdoend alternatief kan voorzien voor 'live' onderwijs.

Drie weken lessen opschorten is erg nefast voor leerlingen die nu al in een kwetsbare positie zitten.

Voor de leerlingen van zulke scholen - en voor nog heel veel anderen van wie de situatie minder schrijnend, maar ook niet makkelijk is - wordt de komende periode er een waarin de school voor vijf weken naar het achterhoofd verdwijnt. Voor hen betekent de opschorting van de lessen 'gewoon' een drie weken langere paasvakantie. De kloof tussen scholen en tussen (groepen) leerlingen, die nu al niet te onderschatten is, wordt daarmee alleen maar groter.

Uiteraard moeten mensen beschermd worden tegen dit virus. In de eerste plaats voor het vermijden van een uit zijn voegen barstende gezondheidszorg, die op basis van harde criteria zoals leeftijd moet kiezen om deze of gene patiënt al dan niet nog in leven te houden, zoals in Italië. Uiteraard moet wie ziek is, of ernstige redenen heeft om dat tot elke prijs te willen vermijden, in alle omstandigheden de kans krijgen om thuis te blijven. Uiteraard moeten ouderen en andere kwetsbare groepen het best zo weinig mogelijk in contact komen met potentiële dragers van het virus.

Dat rusthuizen gesloten worden, evenementen worden afgeschaft, ziekenhuizen bezoekers weren en maximaal inzetten op de zorg voor mogelijke slachtoffers van COVID-19 (waardoor niet-dringende consultaties en ingrepen even worden uitgesteld), dat valt te verantwoorden. Ook dat mensen die anders ook al regelmatig thuiswerken nu wordt aangeraden dat vaker te doen.

Maar drie weken de lessen opschorten? Dat is misschien een brug te ver, en erg nefast voor kinderen en jongeren die nu al in een maatschappelijk kwetsbare positie zitten.

Het staat wel goed, natuurlijk: als het virus nu in ons land géén epidemische proporties aanneemt, kunnen de beslissers zich trots op de borst kloppen. Ze hebben een 'grande geste' gedaan, en ... het heeft gewerkt (enfin, dat kunnen we hopen ... het zou er nog aan ontbreken).

Maar zelfs als het niet werkt, staan de beslissers buiten schot, want hen kan niets worden verweten; zij hebben het maximale gedaan wat mogelijk was om het virus in te dijken. Iedereen wint. Behalve de kinderen (en de uitbaters van winkels en horeca, maar dat is een andere - zij het gerelateerde - discussie).

Een mens zou van minder kwaad worden.

Hade Debaillie is leerkracht ad interim in een secundaire school in Denderleeuw, met ervaring als leerkracht en als ondersteuner in verschillende andere Vlaamse, en ook in enkele Brusselse scholen.

Het is oprecht schoon om te zien, vind ik. Al die leerkrachten, in heel Vlaanderen en daarbuiten, die nu in actie schieten om hun lesmateriaal aan te kunnen bieden, in digitale vorm of papieren bundels die zelfstandig werk toelaten, via videolessen en desnoods in individuele telefoon- en chatgesprekken met leerlingen of in open leercentra op school voor leerlingen die thuis geen opvang, geen begeleiding, of geen betrouwbare toegang tot het internet hebben. Collega's uit verschillende onderwijsniveaus, netten, scholen, studierichtingen, en alle uithoeken van het land, die bruikbaar materiaal dat ze al hebben zomaar ter beschikking stellen voor iedereen die denkt dat hij/zij er iets mee kan. De VRT, die tracht mee in de bres te springen met de herintroductie van schooltelevisie, en uitgeverijen van educatief materiaal die hun digitaal aanbod tijdelijk voor iedereen beschikbaar stellen.Tegelijkertijd kan ik de bezorgde geluiden die ik bij sommige (oud-)collega's hoor, ook niet zomaar naast me neerleggen. Terwijl in de ene school zo veel mogelijk 'business as usual' aangehouden wordt - zelfs als dat betekent dat (weliswaar) een beperkt aanbod aan nieuw materiaal 'gewoon' in een online omgeving verschijnt - zitten collega's in sommige andere scholen met de handen in hun haar. In de ene school is algemeen geweten dat toegang tot een computer en een goeie internetverbinding voor redelijk wat leerlingen even vanzelfsprekend is als elke dag een warme maaltijd op hun bord. En voor diegenen bij wie dat niet het geval is, worden dan wel oplossingen gevonden, desnoods door IT-materiaal van de school uit te lenen, of door het open leercentrum open te houden. In de andere school beseffen de leerkrachten maar al te goed dat het niet realistisch is van alle leerlingen te verwachten dat het leren niet stopt wanneer de lessen dat doen. De ene maakt zich zorgen over leerlingen wiens ouders zélf niet eens in staat zouden zijn om de taken die hun kinderen nu mee naar huis hebben gekregen, zelfstandig het hoofd te bieden. Laat staan dat ze hun kinderen daarbij kunnen helpen. De ander vertelt over kansarme gezinnen, waar naar school gaan zelfs in normale omstandigheden al een prestatie is die veel - soms te veel - van het kind vraagt, en waar de plicht om de kinderen naar school te sturen het gezin zwaar onder druk zet. Zodat die kinderen regelmatig te laat of gewoon niet naar school komen, zelfs als de school 'gewoon' open is. Dat zijn de gezinnen waar soms geen geld is voor een extra brood op een hongerige avond, laat staan voor wifi, een laptop voor elk schoolgaand kind, en een huis of appartement met vier, of drie, of zelfs twee slaapkamers, waar iedereen te allen tijde en in alle rust aan de nodige schooltaken kan werken. In sommige scholen zijn de kinderen uit die gezinnen met veel, héél veel, en beschikt de school zelf soms niet eens over voldoende materiaal om haar ICT-doelstellingen tijdens de gewone lesuren te realiseren; laat staan dat ze voor iedereen een afdoend alternatief kan voorzien voor 'live' onderwijs.Voor de leerlingen van zulke scholen - en voor nog heel veel anderen van wie de situatie minder schrijnend, maar ook niet makkelijk is - wordt de komende periode er een waarin de school voor vijf weken naar het achterhoofd verdwijnt. Voor hen betekent de opschorting van de lessen 'gewoon' een drie weken langere paasvakantie. De kloof tussen scholen en tussen (groepen) leerlingen, die nu al niet te onderschatten is, wordt daarmee alleen maar groter. Uiteraard moeten mensen beschermd worden tegen dit virus. In de eerste plaats voor het vermijden van een uit zijn voegen barstende gezondheidszorg, die op basis van harde criteria zoals leeftijd moet kiezen om deze of gene patiënt al dan niet nog in leven te houden, zoals in Italië. Uiteraard moet wie ziek is, of ernstige redenen heeft om dat tot elke prijs te willen vermijden, in alle omstandigheden de kans krijgen om thuis te blijven. Uiteraard moeten ouderen en andere kwetsbare groepen het best zo weinig mogelijk in contact komen met potentiële dragers van het virus. Dat rusthuizen gesloten worden, evenementen worden afgeschaft, ziekenhuizen bezoekers weren en maximaal inzetten op de zorg voor mogelijke slachtoffers van COVID-19 (waardoor niet-dringende consultaties en ingrepen even worden uitgesteld), dat valt te verantwoorden. Ook dat mensen die anders ook al regelmatig thuiswerken nu wordt aangeraden dat vaker te doen. Maar drie weken de lessen opschorten? Dat is misschien een brug te ver, en erg nefast voor kinderen en jongeren die nu al in een maatschappelijk kwetsbare positie zitten. Het staat wel goed, natuurlijk: als het virus nu in ons land géén epidemische proporties aanneemt, kunnen de beslissers zich trots op de borst kloppen. Ze hebben een 'grande geste' gedaan, en ... het heeft gewerkt (enfin, dat kunnen we hopen ... het zou er nog aan ontbreken). Maar zelfs als het niet werkt, staan de beslissers buiten schot, want hen kan niets worden verweten; zij hebben het maximale gedaan wat mogelijk was om het virus in te dijken. Iedereen wint. Behalve de kinderen (en de uitbaters van winkels en horeca, maar dat is een andere - zij het gerelateerde - discussie). Een mens zou van minder kwaad worden.Hade Debaillie is leerkracht ad interim in een secundaire school in Denderleeuw, met ervaring als leerkracht en als ondersteuner in verschillende andere Vlaamse, en ook in enkele Brusselse scholen.