14.000 mensen staan nog op de wachtlijst, ondanks de invoering van het nieuwe systeem van persoonsvolgende financiering. Hoe komt dat? Hoe kan het dat er in een welvarende regio als Vlaanderen een wachtlijst voor personen met een beperking bestaat?

Dit is waarom extra middelen voor mensen met een beperking weinig impact hebben op de wachtlijst.

De oppositie geeft aan dat er niets wordt gedaan aan de wachtlijsten en Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) trekt in de verdediging met het feit dat hij deze bestuursperiode 330 miljoen extra investeert. Wie liegt er dan? Niemand. Uit een analyse van het uitbreidingsbeleid blijkt immers dat er wel degelijk geïnvesteerd wordt, maar dat de wachtlijst niet korter wordt.

Om te beginnen betekent op de wachtlijst staan niet noodzakelijk dat je geen hulp krijgt. Zo werd er deze bestuursperiode heel wat geïnvesteerd in Rechtstreeks Toegankelijke Hulp en het basisondersteuningsbudget (BOB). 14.725 wachtende personen krijgen zo'n BOB van 300 euro per maand, goed voor een uitgave van 53 miljoen euro per jaar. Met een BOB krijgen mensen wel extra ondersteuning, maar hun eigenlijke zorgvraag is daarmee niet beantwoord. Daarvoor dient het persoonsvolgend budget, een bedrag op maat. Deze mensen blijven dus op de wachtlijst staan.

Uiteraard speelt de vergrijzing ook een rol: iedereen, ook mensen met een beperking, leeft langer. Er is dus gewoon meer geld nodig om iedereen te helpen. Maar er is meer, uit cijfers die ik verzamelde en analyseerde blijkt waarom de extra investeringen hun effect op het wegwerken van de wachtlijst missen.

Er zijn twee voorname redenen waarom het uitbreidingsbeleid geen of weinig effect heeft op de wachtlijst. Een eerste reden is dat het merendeel van de bijkomende budgetten gaat naar een budgetverhoging van mensen die reeds een budget voor zorg ontvangen, een 'meervraag' stelden en die toegekend kregen. Er gaat dus slechts een minderheid naar 'nieuwe' wachtende mensen. In cijfers: in 2017 werden er 1.529 persoonsvolgende budgetten gegeven. Hiervan gingen 690 budgetten (45%) naar nieuwe budgethouders. Heel wat 'nieuwe' personen met een beperking die nog geen persoonsvolgend budget hebben blijven dus op de wachtlijst staan.

Bovendien, en dat is de tweede reden, liggen de uitgekeerde budgetten hoger. Er zijn 12 verschillende budgetcategorieën, gaande van minder dan 12.000 euro tot 85.000 euro. Uit de cijfers blijkt dat in 2018 het aantal mensen in de laagste 6 budgetcategorieën (tot 42.250 euro) ten opzichte van 2017 met 569 verminderde. In de hoogste 6 budgetcategorieën kwamen er 1.172 mensen bij. Op die manier kan de overheid met meer geld eigenlijk slechts minder mensen helpen, en ook dat zorgt er dus voor dat het effect van het extra uitbreidingsbeleid op de wachtlijst beperkt blijft.

Gaat het geld van de meervragen effectief allemaal naar extra zorg of zorgt het hogere budget ervoor dat de huidige zorg in de voorzieningen (steeds) duurder wordt betaald?

Om de wachtlijst aan te pakken moet er blijvend in uitbreidingsbeleid en -budget worden voorzien, daarover is iedereen het eens. Dat uitbreidingsbeleid sowieso zorgt voor een vermindering van de wachtlijst klopt echter niet. We zullen dus creatief moeten zijn, en een aantal zaken in vraag moeten stellen. Naast persoonsvolgende budgetten zijn er bijvoorbeeld nog heel wat andere uitgaven in de sector. Zijn hier nog efficiëntiewinsten te boeken zodat meer geld naar de mensen zelf kan gaan?

En hoe komt het dat de nieuwe budgetten hoger liggen dan vroeger? Is het zo dat vooral de zwaarst zorgbehoevenden worden geholpen? In het verleden was het gemiddelde budget dat iemand vroeg 25.033 euro, maar de laatste drie kwartalen liep dit op tot maar liefst 38.659 euro. Waarom vragen mensen op de wachtlijst een hoger budget dan vroeger? Gaat het geld van de meervragen effectief allemaal naar extra zorg of zorgt het hogere budget ervoor dat de huidige zorg in de voorzieningen (steeds) duurder wordt betaald?

Allemaal zaken die we ons moeten durven afvragen als we een oplossing voor iedereen willen. Zo snel mogelijk, als het van ons afhangt.