Met de zomer in zicht, is alweer een episode in het federale formatiefeuilleton van de Wetstraat op haar laatste benen aan het lopen. De door Patrick Dewael uitgedachte formule met volmachten en een regering die het vertrouwen kreeg om de crisis te beheren kon niemand ooit echt bekoren en zelfs de eerste minister, Mevr. Sophie Wilmès, lijkt liefst zelf zo snel mogelijk uit deze situatie te willen ontsnappen.

Sinds 9 december 2018, toen de regering Michel I tragisch viel over het Marrakeshpact, zijn intussen meer dan 500 dagen verlopen. Dagen tijdens dewelke de Belgische federale kamers geen structurele meerderheid meer gebaard hebben rond een project voor het land België.

In de klassieke media werd de teller bij de onwezenlijk bizarre eedaflegging van Wilmès II weliswaar stopgezet, maar laten we onszelf toch vooral geen blaasjes wijs maken: sinds 9 december 2018 ligt het federale niveau van dit Koninkrijk volledig lam. Rien ne va plus. Wie daar de schuld van heeft, lijkt in het licht van de huidige impasse totaal irrelevant geworden. Hoe we eruit komen, weet momenteel niemand. Een nieuwe episode komt eraan, maar zelfs de meeste creatieve scenaristen zijn intussen toch wel aan het einde van hun Latijn aan het komen.

De staat niét grondig hervormen, is tijdsverlies gebleken.

Het enige voordeel van de huidige crisis is dat zowat iedereen het toch eens aan het worden is over één feit: België moet een ware institutionele omwenteling ondergaan wil het nog kunnen overleven als staat in de 21ste eeuw.

Niettemin stellen we vast dat de Vlaamse linkerzijde blijft volharden in de boosheid met nietszeggende clichés zoals 'Als we samenwerken is in dit land veel mogelijk' (Kristof Calvo, Groen) of holle frasen zoals 'We moeten met elkaar praten' van de nochtans zeer verdienstelijke Conner Rousseau (SP.A). Koffie en gebak staan netjes klaar in de keuken om te keuvelen over koetjes en kalfjes, terwijl iedereen weet dat er in de living een olifant zijn gevoeg staat te doen.

De Vlaamse liberalen van hun kant kwamen bij monde van hun aftredende voorzitter Gwendolyn Rutten een paar weken geleden niet verder dan wat meertalig Belgisch vlaggengezwaai op Twitter en een leuke selfie met Bouchez. Het is echter niet omdat je iets tweet in 4 talen of samen op de foto kan met je Waalse tegenhanger dat je daarom plots een visie hebt op de toekomst van dit land. Bij Jong Open VLD blijkt men zowaar zelfs overtuigd geworden van een terugkeer naar een unitair België, in navolging van Bouchez, zoals bleek uit een recent opiniestuk: 'De coronacrisis legt alweer een aantal institutionele pijnpunten bloot'). Alsof er nooit een reden was geweest om 6 staatshervormingen door te voeren...

In de wandelgangen van de Wetstraat blijft men dus rode, groene of blauwe stemmen horen die op de tonen van Vivaldi beweren dat staatshervormingen tijdsverlies zijn, maar dan stelt zich toch de vraag wat de afgelopen 517 dagen dan wel precies geweest zijn anders dan puur tijdsverlies. Joost mag het weten en die weet het ook al niet meer.

De magische 541 dagen uit 2010-2011 komen in zicht, maar eigenlijk is de huidige situatie veel dramatischer, want toen was er wél nog gewoon een functionerende meerderheid in de Kamer die een regering in lopende zaken kon ondersteunen én werd een hele staatshervorming uitgewerkt.

Vandaag zitten we met een regering in aflopende zaken die steunt op 25% van het electoraat met een premier waar de doorsnee Vlaming vóór de coronacrisis nog nooit gehoord had. Dat zij de derde Franstalige premier op rij was, helpt natuurlijk ook niet om bij Jan Modaal in Vlaanderen enige interesse op te wekken voor het federale niveau. Sophie Wilmès hield zich vaak zelf zo veel mogelijk in de luwte, wat haar ergens wel siert. Zelfs zij moet beseft hebben dat de federale situatie zo grotesk is dat ze vooral niet nodeloos in de kijker moet gaan lopen.

Het Federalisme met Vier

In recente jaren maakte aan beide kanten van de taalgrens een nieuw model opgang in de hoofden van een aantal langgeschoolde experten, met name het idee van een federalisme met 4 evenwaardige deelstaten. Vooral Johan Vande Lanotte toonde zich al herhaaldelijk groot voorstander van dit model.

Ook onder Franstaligen krijgt dit model de nodige bijval, zoals bleek uit een stuk in Knack met als titel :Franstaligen zoeken nieuwe blauwdruk voor België: 'Willen de Belgen nog samenleven?'. Het idee van een België met 4 evenwaardige deelstaten klinkt op het eerste zicht interessant, maar laten we toch eerst even voor een goed begrip die 4 "evenwaardige" deelstaten onder de loep nemen.

.
© .

Uit bovenstaande tabel blijkt alvast overduidelijk dat deze 4 gewesten allerminst evenwaardig zijn op vlak van bevolking, aantal stemmen, export, belastingen, oppervlakte of aantal gemeenten. Het voorstel van Philippe Destatte (Institut Destrée) om de Kamer te hervormen tot een instelling met 15 kamerleden per gewest, is in het licht van deze tabel niet meer dan een wereldvreemde, intellectuele fantasie.

Uiteraard is het wel een handige manier om de Vlaamse meerderheid in België op een nieuwe, creatieve manier aan banden te leggen en zelfs te minoriseren. Zelfs na 190 jaar krijgen sommigen blijkbaar niet genoeg van dat soort praktijken. Met 4 evenwaardige deelstaten zou Vlaanderen zich moeten tevreden stellen met 25% van de stemmen in de federale assemblée. Veel zotter moet het niet worden.

België is de EU of Zwitserland niet

Volgens professoren Van Parijs en De Grauwe van Re-Bel hoeft het geen probleem te zijn dat de Duitstalige deelstaat qua bevolking 85 keer kleiner is dan Vlaanderen, omdat pakweg Malta in de EU 197 keer minder inwoners telt dan Duitsland. Ook in Zwitserland telt het grootste kanton Zürich 94 keer meer inwoners dan het kleinste, Appenzell Innerrhoden. Het grote verschil tussen de EU of Zwitserland enerzijds en België anderzijds is echter dat de eerste twee organisch gegroeide (con)federaties zijn rond een acquis communautaire. België daarentegen is een kunstmatige creatie die in 1830 plots het levenslicht zag en waar geen van de huidige deelstaten ooit vrijwillig voor gekozen hebben. Meer zelfs, die 4 deelstaten waarvan sprake bestonden toen niet eens, laat staan dat ze zich vrijwillig bij de Belgische federatie aansloten. Daarna evolueerde dat België van een mislukte unitaire staat naar een steeds verder gefederaliseerde staat in de omgekeerde richting. Appelen met peren dus.

Een tweede cruciaal verschil valt af te lezen uit de laatste rij van de tabel: samen vertegenwoordigen het Vlaamse en Waalse Gewest net geen 90% van de bevolking, meer dan 95% van de export, 95% van de gemeenten etc... In de EU en Zwitserland heb je respectievelijk 27 lidstaten en 26 kantons die zich na geleidelijke uitbreidingen vrijwillig tot een (con)federatie hebben gevormd. De twee grootste lidstaten/kantons van de EU (pre-Brexit) en Zwitserland vertegenwoodigen minder dan 30% van de bevolking. In België heb je twee grote deelstaten die onder elkaar zo goed als het hele land uitmaken. Tot zover de vergelijking dus. Op die manier lijkt het federalisme met 4 van Vande Lanotte toch eerder op het Zilverfonds: mooi in theorie maar in de praktijk toch eerder een lege doos.

Conclusie: 4 = 2 + 2

Grondwetspecialist zaliger Robert Senelle pleitte reeds jaren terug voor de hervorming van de complexe Belgische federale staat tot een model met 2 sterke deelstaten, Vlaanderen en Wallonië, en 2 aparte gebieden met een eigen statuut op basis van de taalkundige eigenheid, namelijk het tweetalige Brussel en de Duitstalige regio. Op basis van het betoog hierboven sluit deze benadering veel beter aan bij de realiteit van dit land dan de fantasie van het federalisme met 4 evenwaardige deelstaten. Een hervorming die vertrekt vanuit een fantasie in plaats van zich te enten op de realiteit is mijn inziens gedoemd te mislukken.

Hoe dan ook is duidelijk dat de spitsvondige loodgieterij van de 3 gewesten en 3 gemeenschappen waarmee Dehaene in 1995 van België een federale staat maakte, na 25 jaar zijn tijd heeft gehad. We kunnen niet anders dan vaststellen dat alle buizen structureel verstopt zitten en een grondige verbouwing de enige optie is. Voor de 7de keer wat chemisch ontstoppingsmiddel door de Belgische buizen jagen in de vorm van een halfslachtige staatshervorming zal echt niet voldoende zijn om de Belgische tuyauterie weer vlot te trekken.

Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks

Met de zomer in zicht, is alweer een episode in het federale formatiefeuilleton van de Wetstraat op haar laatste benen aan het lopen. De door Patrick Dewael uitgedachte formule met volmachten en een regering die het vertrouwen kreeg om de crisis te beheren kon niemand ooit echt bekoren en zelfs de eerste minister, Mevr. Sophie Wilmès, lijkt liefst zelf zo snel mogelijk uit deze situatie te willen ontsnappen. Sinds 9 december 2018, toen de regering Michel I tragisch viel over het Marrakeshpact, zijn intussen meer dan 500 dagen verlopen. Dagen tijdens dewelke de Belgische federale kamers geen structurele meerderheid meer gebaard hebben rond een project voor het land België. In de klassieke media werd de teller bij de onwezenlijk bizarre eedaflegging van Wilmès II weliswaar stopgezet, maar laten we onszelf toch vooral geen blaasjes wijs maken: sinds 9 december 2018 ligt het federale niveau van dit Koninkrijk volledig lam. Rien ne va plus. Wie daar de schuld van heeft, lijkt in het licht van de huidige impasse totaal irrelevant geworden. Hoe we eruit komen, weet momenteel niemand. Een nieuwe episode komt eraan, maar zelfs de meeste creatieve scenaristen zijn intussen toch wel aan het einde van hun Latijn aan het komen. Het enige voordeel van de huidige crisis is dat zowat iedereen het toch eens aan het worden is over één feit: België moet een ware institutionele omwenteling ondergaan wil het nog kunnen overleven als staat in de 21ste eeuw. Niettemin stellen we vast dat de Vlaamse linkerzijde blijft volharden in de boosheid met nietszeggende clichés zoals 'Als we samenwerken is in dit land veel mogelijk' (Kristof Calvo, Groen) of holle frasen zoals 'We moeten met elkaar praten' van de nochtans zeer verdienstelijke Conner Rousseau (SP.A). Koffie en gebak staan netjes klaar in de keuken om te keuvelen over koetjes en kalfjes, terwijl iedereen weet dat er in de living een olifant zijn gevoeg staat te doen. De Vlaamse liberalen van hun kant kwamen bij monde van hun aftredende voorzitter Gwendolyn Rutten een paar weken geleden niet verder dan wat meertalig Belgisch vlaggengezwaai op Twitter en een leuke selfie met Bouchez. Het is echter niet omdat je iets tweet in 4 talen of samen op de foto kan met je Waalse tegenhanger dat je daarom plots een visie hebt op de toekomst van dit land. Bij Jong Open VLD blijkt men zowaar zelfs overtuigd geworden van een terugkeer naar een unitair België, in navolging van Bouchez, zoals bleek uit een recent opiniestuk: 'De coronacrisis legt alweer een aantal institutionele pijnpunten bloot'). Alsof er nooit een reden was geweest om 6 staatshervormingen door te voeren...In de wandelgangen van de Wetstraat blijft men dus rode, groene of blauwe stemmen horen die op de tonen van Vivaldi beweren dat staatshervormingen tijdsverlies zijn, maar dan stelt zich toch de vraag wat de afgelopen 517 dagen dan wel precies geweest zijn anders dan puur tijdsverlies. Joost mag het weten en die weet het ook al niet meer. De magische 541 dagen uit 2010-2011 komen in zicht, maar eigenlijk is de huidige situatie veel dramatischer, want toen was er wél nog gewoon een functionerende meerderheid in de Kamer die een regering in lopende zaken kon ondersteunen én werd een hele staatshervorming uitgewerkt. Vandaag zitten we met een regering in aflopende zaken die steunt op 25% van het electoraat met een premier waar de doorsnee Vlaming vóór de coronacrisis nog nooit gehoord had. Dat zij de derde Franstalige premier op rij was, helpt natuurlijk ook niet om bij Jan Modaal in Vlaanderen enige interesse op te wekken voor het federale niveau. Sophie Wilmès hield zich vaak zelf zo veel mogelijk in de luwte, wat haar ergens wel siert. Zelfs zij moet beseft hebben dat de federale situatie zo grotesk is dat ze vooral niet nodeloos in de kijker moet gaan lopen. In recente jaren maakte aan beide kanten van de taalgrens een nieuw model opgang in de hoofden van een aantal langgeschoolde experten, met name het idee van een federalisme met 4 evenwaardige deelstaten. Vooral Johan Vande Lanotte toonde zich al herhaaldelijk groot voorstander van dit model. Ook onder Franstaligen krijgt dit model de nodige bijval, zoals bleek uit een stuk in Knack met als titel :Franstaligen zoeken nieuwe blauwdruk voor België: 'Willen de Belgen nog samenleven?'. Het idee van een België met 4 evenwaardige deelstaten klinkt op het eerste zicht interessant, maar laten we toch eerst even voor een goed begrip die 4 "evenwaardige" deelstaten onder de loep nemen. Uit bovenstaande tabel blijkt alvast overduidelijk dat deze 4 gewesten allerminst evenwaardig zijn op vlak van bevolking, aantal stemmen, export, belastingen, oppervlakte of aantal gemeenten. Het voorstel van Philippe Destatte (Institut Destrée) om de Kamer te hervormen tot een instelling met 15 kamerleden per gewest, is in het licht van deze tabel niet meer dan een wereldvreemde, intellectuele fantasie. Uiteraard is het wel een handige manier om de Vlaamse meerderheid in België op een nieuwe, creatieve manier aan banden te leggen en zelfs te minoriseren. Zelfs na 190 jaar krijgen sommigen blijkbaar niet genoeg van dat soort praktijken. Met 4 evenwaardige deelstaten zou Vlaanderen zich moeten tevreden stellen met 25% van de stemmen in de federale assemblée. Veel zotter moet het niet worden. Volgens professoren Van Parijs en De Grauwe van Re-Bel hoeft het geen probleem te zijn dat de Duitstalige deelstaat qua bevolking 85 keer kleiner is dan Vlaanderen, omdat pakweg Malta in de EU 197 keer minder inwoners telt dan Duitsland. Ook in Zwitserland telt het grootste kanton Zürich 94 keer meer inwoners dan het kleinste, Appenzell Innerrhoden. Het grote verschil tussen de EU of Zwitserland enerzijds en België anderzijds is echter dat de eerste twee organisch gegroeide (con)federaties zijn rond een acquis communautaire. België daarentegen is een kunstmatige creatie die in 1830 plots het levenslicht zag en waar geen van de huidige deelstaten ooit vrijwillig voor gekozen hebben. Meer zelfs, die 4 deelstaten waarvan sprake bestonden toen niet eens, laat staan dat ze zich vrijwillig bij de Belgische federatie aansloten. Daarna evolueerde dat België van een mislukte unitaire staat naar een steeds verder gefederaliseerde staat in de omgekeerde richting. Appelen met peren dus. Een tweede cruciaal verschil valt af te lezen uit de laatste rij van de tabel: samen vertegenwoordigen het Vlaamse en Waalse Gewest net geen 90% van de bevolking, meer dan 95% van de export, 95% van de gemeenten etc... In de EU en Zwitserland heb je respectievelijk 27 lidstaten en 26 kantons die zich na geleidelijke uitbreidingen vrijwillig tot een (con)federatie hebben gevormd. De twee grootste lidstaten/kantons van de EU (pre-Brexit) en Zwitserland vertegenwoodigen minder dan 30% van de bevolking. In België heb je twee grote deelstaten die onder elkaar zo goed als het hele land uitmaken. Tot zover de vergelijking dus. Op die manier lijkt het federalisme met 4 van Vande Lanotte toch eerder op het Zilverfonds: mooi in theorie maar in de praktijk toch eerder een lege doos. Grondwetspecialist zaliger Robert Senelle pleitte reeds jaren terug voor de hervorming van de complexe Belgische federale staat tot een model met 2 sterke deelstaten, Vlaanderen en Wallonië, en 2 aparte gebieden met een eigen statuut op basis van de taalkundige eigenheid, namelijk het tweetalige Brussel en de Duitstalige regio. Op basis van het betoog hierboven sluit deze benadering veel beter aan bij de realiteit van dit land dan de fantasie van het federalisme met 4 evenwaardige deelstaten. Een hervorming die vertrekt vanuit een fantasie in plaats van zich te enten op de realiteit is mijn inziens gedoemd te mislukken. Hoe dan ook is duidelijk dat de spitsvondige loodgieterij van de 3 gewesten en 3 gemeenschappen waarmee Dehaene in 1995 van België een federale staat maakte, na 25 jaar zijn tijd heeft gehad. We kunnen niet anders dan vaststellen dat alle buizen structureel verstopt zitten en een grondige verbouwing de enige optie is. Voor de 7de keer wat chemisch ontstoppingsmiddel door de Belgische buizen jagen in de vorm van een halfslachtige staatshervorming zal echt niet voldoende zijn om de Belgische tuyauterie weer vlot te trekken. Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks