Het Belgische politieke bestel kraakt in zijn voegen en dat laat Franstalige opiniemakers en intellectuelen niet onverschillig. Het idee dat België boven de afgrond balanceert en dat mordicus vasthouden aan het status quo de crisis alleen maar groter maakt, wint ook in Franstalig België veld. De linkse essayist Claude Demelenne bond recent de kat de bel aan met zijn oproep aan de Franstalige partijen om per direct met Bart De Wever over een confederaal België te beginnen onderhandelen. Zoals het nu loopt, kan het toch niet verder, luidt zijn redenering. De uitslag van de verkiezingen op 26 mei laat zien dat de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen onoverbrugbaar is geworden. Liever nu met de N-VA onderhandelen, aldus Demelenne, dan in 2024 met Vlaams Belang.
...

Het Belgische politieke bestel kraakt in zijn voegen en dat laat Franstalige opiniemakers en intellectuelen niet onverschillig. Het idee dat België boven de afgrond balanceert en dat mordicus vasthouden aan het status quo de crisis alleen maar groter maakt, wint ook in Franstalig België veld. De linkse essayist Claude Demelenne bond recent de kat de bel aan met zijn oproep aan de Franstalige partijen om per direct met Bart De Wever over een confederaal België te beginnen onderhandelen. Zoals het nu loopt, kan het toch niet verder, luidt zijn redenering. De uitslag van de verkiezingen op 26 mei laat zien dat de kloof tussen Vlamingen en Franstaligen onoverbrugbaar is geworden. Liever nu met de N-VA onderhandelen, aldus Demelenne, dan in 2024 met Vlaams Belang. 'België beleeft een dubbele existentiële crisis', zegt ook Marc Uyttendaele, bekend grondwetspecialist en echtgenoot van PS-politica Laurette Onkelinx. Drie dagen na de verkiezingen van 26 mei verklaarde hij al dat vervroegde federale verkiezingen met de toekomst van België als inzet hem onontkoombaar leken. 'België wordt gelijktijdig getroffen door twee ernstige ziektes. Aan de ene kant een internationale ziekte, die je aantreft in haast alles westerse democratieën, namelijk het in ademnood komen van de traditionele partijen en de opkomst van het populisme. Aan de andere kant een zuiver nationale ziekte, namelijk de doodstrijd van het compromis à la belge. Dat laatste is het gevolg van een politieke omwenteling in Vlaanderen die in 2014 is begonnen, en waarbij een separatistische partij de grootste van het land is geworden. Het simultaan voorkomen van die twee ziektes zorgt ervoor dat de huidige politieke crisis oneindig veel erger is dan alle voorgaande crisissen.' De centrumrechtse regering-Michel, die nauwelijks 25 procent van de Franstalige kiezers vertegenwoordigde, heeft volgens Uyttendaele 'diepe wonden' geslagen, die ook bij bredere lagen van de Franstalige bevolking kunnen leiden tot 'het afwijzen van een systeem waarin de Franstaligen zich lange tijd erg goed hebben gevoeld.' Zelf is Uyttendaele ervan overtuigd geraakt dat alleen een 'radicaal federalisme' nog een uitweg uit de Belgische patstelling biedt. In dat radicale federalisme mag het Belgische niveau voor de topadvocaat van zijn meeste bevoegdheden worden ontdaan. 'De federalisering van Justitie, bijvoorbeeld, zou me op geen enkele manier storen', zegt de advocaat. 'Dan had ik de voorbije vijf jaar ook niet al die rechtse Vlaamse beleidsmaatregelen hoeven te ondergaan. In tal van thema's zijn de verschillen tussen Vlamingen en Franstaligen enorm. Denk aan asiel en migratie en het debat over de woonstbetredingen, denk aan de banalisering van Vlaams Belang. Bart De Wever heeft het over twee democratieën. Een juridische dwaling, maar dat is chronisch bij hem, want België is institutioneel nog steeds één democratie. Maar er zijn in België wel overduidelijk twee samenlevingen, die nauwelijks nog iets gemeenschappelijks hebben.' Die samenlevingen nog verzoenen in een omvattend Belgisch compromis is vandaag, gezien de politieke context, niet langer haalbaar. Het echte probleem is volgens Uyttendaele geen kwestie van bevoegdheden maar van geld. 'Dat is wat er vandaag op het spel staat. De Vlamingen kunnen van de Franstalige partijen niet verwachten dat ze doelbewust hun eigen regio's en bevolkingen verarmen. Maar als de Franstaligen morgen waterdichte garanties krijgen dat de financiële solidariteit behouden blijft, wordt volgens mij in onderhandelingen alles mogelijk.' In de omgekeerde beweging, namelijk het herfederaliseren van bevoegdheden om België beter te doen functioneren, iets waar sommige Franstalige en ook Vlaamse partijen voor pleiten, gelooft Uyttendaele niet meer. 'Natuurlijk zou het beter zijn om op sommige vlakken nog een nationaal beleid te voeren, op voorwaarde dat er nog zoiets als een Belgische natie zou bestaan.' Het idee van een federale kieskring, bedoeld om het Belgische natiegevoel te versterken, noemt Uyttendaele dan weer 'een pleister op een lijk'. Historicus (ULB) en MR-politicus Hervé Hasquin zei als minister-president van de Franse Gemeenschap al in 2000 dat België van een federale tot een confederale staat zou vervellen, en dat die evolutie in de sterren stond geschreven. 'Daarmee bedoelde ik', aldus Hasquin aan de telefoon, 'dat België zich zal ontwikkelen richting een extreem doorgedreven federalisme, waarbij steeds meer bevoegdheden naar de gewesten zullen gaan.' Volgens Hasquin maakte toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo kort voor de verkiezingen van mei ook een duidelijke opening voor een nieuwe communautaire ronde. In een interview zei Di Rupo immers dat de huidige, volgens hem voor Wallonië nadelige financieringswet, moet worden aangepast. 'De Franstalige socialisten weten dat Wallonië en de Franse Gemeenschap financieel op hun tandvlees lopen', zegt Hasquin. 'Tegelijk staan hun regeerakkoorden vol nieuwe uitgaven en nul bezuinigingen. Het laat zich raden waar dit uiterlijk in 2024 op uitdraait: een aanpassing van de bijzondere financieringswetten, waarbij Vlaanderen als compensatie een bevoegdheidsoverdracht krijgt. Geld in ruil voor bevoegdheden dus, zo werkt het nu eenmaal in dit land.' Een oude, tot dusver onbeslechte discussie in het Belgische staatshervormingsproces is hoeveel deelentiteiten het federale België nu juist moet tellen, en wat van elk van die entiteiten de precieze status is. De Vlamingen verdedigen traditioneel een federaal België dat hoofdzakelijk stoelt op de Vlaamse en de Franse Gemeenschap. Ook aan Franstalige kant zijn er heel wat verdedigers van de Franse Gemeenschap. Maar bij Franstalige intellectuelen die België op een andere leest willen schoeien, is er een brede consensus gegroeid rond een radicaal gefederaliseerd België zonder de gemeenschappen en met vier volstrekt evenwaardige gewesten: een Vlaams, een Brussels, een Waals en een Duitstalig gewest. Ook de bekende econoom Étienne de Callataÿ en ULB-filosoof en invloedrijk opiniemaker Vincent de Coorebyter braken recent in afzonderlijke interviews een lans voor dit model als uitweg uit de Belgische crisis. 'Ik zeg het al jaren,' vervolgt Hasquin, 'binnen afzienbare tijd wordt de Duitstalige Gemeenschap, die nu nog een onderdeel is van het Waals Gewest, ook een volwaardig gewest. De Duitstaligen zijn daarvoor ook vragende partij. Onder Franstaligen gaan dan weer steeds meer stemmen op om de Franse Gemeenschap op te heffen en haar bevoegdheden over te hevelen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest. Die hervorming is een intern-Franstalige aangelegenheid en kan gebeuren zonder de grondwet te wijzigen. Maar ze kan wel mee de basis vormen voor een nieuwe en bestuurlijk aanzienlijk vereenvoudigde blauwdruk van België.' In die blauwdruk wordt het Belgische niveau verder afgeslankt en zal volgens Hasquin een handvol federale ministers volstaan. Waarschijnlijk zal die Belgische regering dan ook moeten worden samengesteld met ministers afkomstig uit de deelstaatregeringen. 'Je ziet dat er vandaag, als gevolg van de politieke versnippering, op federaal niveau veel te veel partijen nodig zijn om nog een Belgische regering te vormen. En zeker als er straks van België niet veel meer overblijft, worden regeringen met tien à vijftien ministers onhoudbaar. En moet je dus aan andere formules gaan denken om een Belgische regering samen te stellen.' Een van de meest lucide Waalse denkers over het federalisme is Philippe Destatte, gewezen PS-kabinetschef en directeur van het gerenommeerde Institut Destrée. De Waalse socialist Jules Destrée, actief in de toen nog unitaire Belgische Werkliedenpartij, maakte geschiedenis met zijn open brief aan koning Albert, die begint met de beroemde woorden: 'Sire, u regeert over twee volkeren. In België zijn er de Walen en de Vlamingen, er zijn geen Belgen.' Vandaag ziet Destatte hoe Franstalige politieke partijen - ook de PS, die in het verleden vaak de motor van communautaire onderhandelingen was - de intellectuele erfenis van Destrée negeren en stevig de hakken in het zand zetten tegenover bijna elke Vlaamse vraag naar nieuwe bevoegdheidsoverdrachten. 'Men wil de Franstalige bevolking, die bang is voor inkomensverlies, geruststellen. De levensstandaard ligt in Wallonië nu al 15 à 30 procent lager dan in Vlaanderen. Maar in weerwil daarvan hoor je bij gewone Franstaligen steeds vaker woede en ergernis, mede veroorzaakt natuurlijk door de eenzijdige berichtgeving in de Franstalige media over de N-VA. Als de Vlamingen echt willen vertrekken, moeten ze dat maar doen, klinkt het dan, en tant pis voor de budgettaire consequenties.' Tussen de politieke partijen en de bevolking in, vertelt Destatte, 'zitten mensen uit economische en academische kringen, die onder invloed van de federale impasse beginnen te pleiten voor het soort oplossingen waarvoor ik al jaren pleit.' Destatte is een gedreven voorvechter van een Belgisch federalisme met vier sterke gewesten, waarbij elk gewest zo veel mogelijk de eigen boontjes dopt maar de financiële solidariteit intact blijft. Hij werkte daarvoor in 2007 een concreet model uit. Maar gezien de politieke evolutie in Vlaanderen en de confederale agenda van Vlaanderens grootste partij, is Destatte recent gaan onderzoeken of het model van de N-VA - 'een confederalisme met twee' - en het door Franstalige regionalisten gekoesterde model van 'een federalisme met vier' - met elkaar te rijmen vallen. 'Is er een synthese van die twee modellen mogelijk?' aldus Destatte. 'Dat denk ik wel. In het confederale model van de N-VA zitten namelijk ook positieve elementen, maar daar heeft de Franstalige pers het nooit over. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, wil de N-VA het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet opheffen, alleen heeft Brussel bij de N-VA niet hetzelfde statuut als de Vlaamse of de Franse Gemeenschap. Verder bevat het N-VA-voorstel een paritair samengestelde Kamer, met 25 Nederlandstalige en 25 Franstalige verkozenen, wat lang niet slecht is voor de Franstaligen, gezien de demografische verhoudingen binnen België.' Destatte werkte een 'hybride' model uit, waarbij hij zijn eigen model over dat van de N-VA schoof, en noemde het 'confederalisme met vier'. (lacht) 'Maar zoals wijlen Fernand Dehousse placht te zeggen: het verschil tussen federalisme en confederalisme is echt niet zo groot. In de twee gevallen gaat het om mensen die een aantal zaken gezamenlijk willen beheren. Maar in een confederale structuur zal dat meer gebeuren zoals in een diplomatieke conferentie met onafhankelijke staten. Het is best aannemelijk dat België die richting uitgaat.' In dat confederalisme met vier volwaardige gewesten zou de federale regering uit acht ministers bestaan, aangewezen door de deelentiteiten. De gewesten hebben hun eigen grondwet of charter en regelen wat ze nog samen willen doen door middel van een verdrag. De monarchie wordt zuiver protocollair, de Senaat verdwijnt en de Kamer telt nog 60 volksvertegenwoordigers, 15 uit elk gewest, afgevaardigd door de gewestelijke parlementen. Het confederalisme met vier is niet meer dan een denkoefening, dat spreekt, maar Destatte wil vooral laten zien dat de Vlaamse en Franstalige modellen voor een België 2.0 niet principieel onverzoenbaar zijn. Een heikel punt in deze toenaderingspoging blijft Brussel. 'Sommigen zeggen mij: de Vlamingen zullen nooit aanvaarden dat Brussel als entiteit op gelijke hoogte komt te staan met Vlaanderen. Ik ben daar niet zo zeker van, op voorwaarde dat er in Brussel een copernicaanse omwenteling plaatsvindt en het eindelijk, zoals de grondwet ook vooropstelt, een echt tweetalig gewest wordt.' De werkelijke hamvraag is volgens Destatte: 'Willen de Belgen nog samenleven?' Zo ja, dan moet er in de sociale zekerheid voldoende solidariteit behouden blijven, want 'zonder solidariteit heeft samenblijven geen zin meer.' En dan moeten Vlamingen en Franstaligen bereid zijn om met elkaar te praten over een nieuwe fundering voor België. 'Franstalige politici die zeggen dat ze niets gemeenschappelijks met Bart De Wever en de N-VA hebben, zoals PS-voorzitter Paul Magnette, vind ik heel hard', zegt Destatte. 'Want als de grootste partij van Wallonië en Brussel zegt onmogelijk te kunnen samenwerken met de grootste partij van Vlaanderen, waarom wil je dan in hemelsnaam nog samenblijven?' 'Natuurlijk,' vervolgt hij, 'wat zwaar weegt op de Franstalige partijen is het spook van vervroegde verkiezingen. Maar als uit die verkiezingen een sterk Vlaams front naar voren komt, dat pleit voor confederalisme of voor nieuwe bevoegdheidsoverdrachten op het vlak van arbeidsmarkt en gezondheidszorg, zoals VOKA onlangs deed, dan zie ik niet goed in hoe de PS een gesprek daarover zou kunnen weigeren. Want op een gegeven moment leidt een houding van niets doen en weigeren te onderhandelen evengoed tot een confederalisme in de feiten. Dat moeten ze bij de PS toch ook beseffen.' Een apart geluid in het debat komt van de bevlogen grondwetspecialiste Anne-Emmanuelle Bourgaux (UMons). Volgens Bourgaux lijdt België aan een institutionele burn-out, als gevolg van de manier waarop sinds 1970 al onze staatshervormingen tot stand zijn gekomen. Bourgaux vindt dat het over een andere boeg moet. 'Veel te lang hebben we staatshervormingen overgelaten aan de politieke partijen, in ondoorzichtige en geheime nachtelijke onderhandelingen tot de finish, een beetje zoals bij de verkiezing van een nieuwe paus. Zelfs de volksvertegenwoordigers die die institutionele hervormingen naderhand in het parlement moeten goedkeuren, komen er niet of nauwelijks aan te pas.' Bourgaux pleit voor wat ze in het Frans une réforme de l'Etat citoyenne noemt, een staatshervorming van en voor de burgers, door het proces van institutionele onderhandelingen van bij het begin open te stellen voor burgers, eventueel door middel van uitgelote burgerpanels, en voor middenveldorganisaties. 'Dat is absoluut noodzakelijk', zegt Bourgaux. 'De bijzondere financieringswet of constitutieve autonomie hebben nog nooit iemand doen dromen. Onze staatshervormingen hebben de liefde gedood, en dat is een groot probleem. We hebben een politieke droom nodig om in België opnieuw een vorm van gemeenschapszin te vinden en plezier te scheppen in dingen samen doen.' De oude onderhandelingsmethode heeft supertechnische en haast onuitvoerbare hervormingen opgeleverd, die van België de meest ingewikkelde staat in de wereld hebben gemaakt, zegt Bourgaux. 'Ook grondwetspecialisten worden er moedeloos van. Zeker sinds de zesde staatshervorming is de mate van complexiteit zo groot geworden, dat zelfs wij het niet meer uitgelegd krijgen. Neem gewoon het organiseren van verkiezingen. De mechanismen die daarvoor voortaan in België gelden, zijn niet meer te bevatten. Dat laat zien dat we de grenzen van het systeem hebben bereikt.' Niet alleen moet de civiele maatschappij bij institutionele onderhandelingen worden betrokken, juist om te voorkomen dat vanuit gesloten partijpolitieke circuits hopeloos incoherente en labyrintische hervormingen over het land worden uitgerold. Bourgaux is er ook voorstander van om het afgewerkte resultaat per referendum aan de kiezers voor te leggen. 'Zo worden de politieke partijen gedwongen om met hervormingen voor de dag te komen die ze wel nog aan hun kiezers kunnen uitleggen.' Het is volgens Bourgaux misgelopen doordat in de politieke praktijk een kunstmatige scheiding is ontstaan tussen institutionele hervormingen aan de ene kant, en alles wat met burgerschap en democratie te maken heeft aan de andere kant. 'Maar eigenlijk zijn federalisme en democratisch burgerschap één en hetzelfde. Federalisme belooft bestuurlijke nabijheid, om beter rekening te kunnen houden met de wensen van de burger. Dat zijn bij uitstek democratiserende beloftes. Je zou kunnen zeggen dat de vraag naar federalisme is ontstaan door een gebrek aan democratie binnen België. Maar dat lijken de opstellers van onze opeenvolgende staatshervormingen helemaal te zijn vergeten. Sinds 1970 gaan staatshervormingen alleen maar over: welke bevoegdheden moeten worden uitgeoefend door welke instellingen en met welke financiële middelen? De enorme blinde vlek is de plaats van de burger in dit alles. Hoe verhoudt de burger zich tot deze supercomplexe staat? Wat zijn nog zijn rechten en machtsmiddelen? Om dat te begrijpen moet je in dit land een cursus grondwettelijk recht volgen. De prijs van onze institutionele complexiteit wordt dus volledig door de burger betaald.' Dan mag het niet verbazen dat die burgers zich van de Belgische staat afkeren, zegt Bourgaux. 'Ik werk nu al een jaar of twintig met jongeren aan de universiteit. Ik kan u verzekeren: de steun voor het Belgische model is in vrije val. Jongeren geloven er niet meer in.' Bourgaux organiseert met haar studenten tal van initiatieven om de Belgische grondwet uit te leggen aan geïnteresseerde burgers. 'Het niveau van onwetendheid en onbegrip bij de mensen is ontstellend. En dat richt ravages aan in onze democratie.' Opeenvolgende staatshervormingen waarvoor niemand warm loopt hebben België met de rug tegen de muur gezet, besluit Bourgeaux. 'Ze zijn een prachtig cadeau voor degenen die niet meer van België willen weten. Die hoeven maar te zeggen: kijk, dit land is absurd.'