De voorbije jaren werden we meermaals gewezen op de aanzienlijke schaduwzijde van de globalisering. De coronacrisis legde Europa's afhankelijkheid van de lange productieketens bloot. Het enorme containerschip dat vastzat in het Suezkanaal bevestigde de kwetsbaarheid van handelsknooppunten en toonde ook nog maar eens dat de zogenaamd superefficiënte globalisering blijft teren op vervuilend transport. Steeds meer politici hebben de mond vol van zelfredzaamheid. Zelfs vanuit politieke partijen die vinden dat onze markt vooral open moet zijn, klinken er nerveuze oprispingen over economisch nationalisme.
...

De voorbije jaren werden we meermaals gewezen op de aanzienlijke schaduwzijde van de globalisering. De coronacrisis legde Europa's afhankelijkheid van de lange productieketens bloot. Het enorme containerschip dat vastzat in het Suezkanaal bevestigde de kwetsbaarheid van handelsknooppunten en toonde ook nog maar eens dat de zogenaamd superefficiënte globalisering blijft teren op vervuilend transport. Steeds meer politici hebben de mond vol van zelfredzaamheid. Zelfs vanuit politieke partijen die vinden dat onze markt vooral open moet zijn, klinken er nerveuze oprispingen over economisch nationalisme. En toch slagen we er maar niet in om de economie te kantelen naar meer lokale en vooral kwaliteitsvolle productie. Het lukt ons niet om onze economie opnieuw in te richten als een bron van welvaart, een aanjager van duurzaamheid, een uiting van onze identiteit en een stootkussen tegen de machtspolitiek van buiten uit. In de haven van Zeebrugge maakt het Chinese staatsbedrijf Cosco Shipping zich sterk dat de containertrafiek nog groter zal worden. Voor de Zeebrugse Pierre Vandammesluis staan vrachtwagens uit heel Europa rijen dik aan te schuiven. Hetzelfde zien we in Luik, waar de luchthaven trots was omdat rond Black Friday vorig jaar drie extra volle vliegtuigen uit China werden gelost. En dan zijn er de foto's van de rijen mensen die aanschuiven voor een filiaal van kledinggigant Primark. 'Jobs', klinkt het dan. Maar wat voor jobs en voor wie? 'Groei', zeggen ze. Maar welke groei en wie profiteert er vooral? 'Koopkracht', wordt dan ook opgeworpen. Maar hoelang behouden we die koopkracht als de zondvloed van steeds goedkopere massaproductie lokale producenten verdrukt? Je wordt er droevig van. En zelfs als we even verder kijken dan de economische gevolgen: deze globalisering vernietigt het vermogen van een land, van een regio om uiting te geven aan zijn eigen creativiteit en cultuur. Het nationalisme was in het Vlaams Parlement nog nooit zo sterk. Maar de bezieling waarmee we uiting geven aan de eigenheid van de regio zat nog nooit op zo'n dieptepunt. Ook sectororganisaties hebben moeite met de kanteling. Eigenheid, creativiteit en duurzaamheid zijn leuk voor af en toe een campagne, maar eigenlijk worden ze vooral gezien als iets voor hipsters en nostalgici. Idem voor de overheid: ze voert hier en daar een campagne om de lokale identiteit in de verf te zetten, maar de grondstroom van haar economisch beleid is zielloos, kortzichtig neoliberalisme. Opnieuw wordt dan gezegd dat een kanteling richting creatieve zelfredzaamheid naïef is, onhaalbaar ook - iets voor Groen-stemmende culturo's in de marge met te veel tijd. Tja. Ik wil over tien jaar nog eens praten met die zogenaamd nuchtere economische strategen. Als we dan in onze kleine open regio zullen vaststellen dat we al onze economische hefbomen zijn kwijtgeraakt. En dat de zogenaamde Vlaamse eigenwaarde bij elke buitenlandse investeerder die zich misschien aandient steeds opnieuw moet wijken - voor een beduusd bedelhandje. 'Een graantje meepikken.' Wat een kruimeldiefpatriotten. Ik kijk nog altijd op naar bijvoorbeeld de Denen, de Oostenrijkers en de Zwitsers. Niet dat zij in het paradijs leven, maar in hun kleine land is er toch iets van een aanzet om van kwaliteit, identiteit en vakmanschap een pijler van de economie te maken. Ook voor ons is het gelukkig niet te laat. Er bestaan hier honderden kleine en vaak verborgen bedrijven die met hun producten uiting geven aan de geschiedenis, de terroir en het vakmanschap van onze samenleving. Ik denk bijvoorbeeld aan start-ups als HNST, een nieuw Vlaams en duurzaam jeansmerk. Maar ik ontdekte onlangs ook hoe pakweg een dozijn bedrijven, overwegend familiebedrijven, nog altijd wereldwijd bekend zijn voor hun prachtig geweven stoffen: hoogtechnologisch, maar met een knipoog naar de oude textielindustrie. In Vlaanderen zelf zijn ze helaas onzichtbaar en je moet steevast in een Nederlandse webwinkel bestellen. Of wat met onze meubelproducenten? We hebben er nog verschillende. En ze zijn een perfect alternatief voor duur design 'Made in Bangladesh'. Toegegeven, dat is vooral iets voor de gegoede middenklasse. Maar net onze bemiddelde middenklasse heeft nog altijd een vermogen dat ons economisch model kan helpen kantelen. Meer lokale economie betekent meer economische kansen op langere termijn en meer mensen dus hopelijk die welvaart verwerven en aansluiten. Schoonheid, trots en duurzaamheid als bron voor een sterke lokale economie. We mogen dat perspectief niet opgeven.