Er gaat in het Europees parlement geen week voorbij waarin ik het geloof in multilateralisme en in op regels gebaseerde vrije en faire handel niet bepleit. Niet omdat ik het leuk vind mezelf zo vaak te herhalen, maar omdat het meer dan ooit nodig is. Het geloof in internationale handel komt meer en meer onder druk. De Coronapandemie heeft enkele pijnpunten in onze internationale afhankelijkheid blootgelegd, maar ook de sirenenzang van het protectionisme versterkt. Een daadkrachtig herstelbeleid vergt meer dan ooit dat de EU inzet op multilateralisme en op regels gebaseerde vrije en faire handel.

De EU mag nooit gaan voor een op zichzelf gerichte markt die zich van de buitenwereld afsluit.

Uit de schrijnende tekorten aan noodzakelijk materieel bij het uitbreken van de pandemie moeten we lessen trekken. De EU moet haar burgers beschermen en voorzien in voldoende beschermend en levensreddend materieel, rollende voorraden en diversificatie van aan-en uitvoerketens. We moeten ook nadenken over welke productie we moeten terughalen uit het buitenland. In de toekomst kunnen we nog geconfronteerd worden met nieuwe pandemieën maar ook met handelsconflicten, waardoor bepaalde aanvoerlijnen al dan niet tijdelijk kunnen wegvallen. Dit wordt een belangrijke evenwichtsoefening, zeker voor Vlaanderen, de meest open economie ter wereld.

Interne markt onder druk

De laatste tijd zijn er meer en meer verontrustende signalen, hoe subtiel ook, van ontluikend protectionisme bínnen de Europese interne markt. Er is helemaal niets verkeerd met de 'koop lokaal'-acties en het promoten van de korte keten voor verse landbouwproducten met een correcte prijs voor de eerste schakel, de boer. Als het gaat over het trots promoten van de 'eigen' producten ben ik de eerste om dit toe te juichen, maar dit gaat soms een niet zo onschuldige richting uit.

De EU mag nooit gaan voor een op zichzelf gerichte markt die zich van de buitenwereld afsluit.

Meer en meer Vlaamse bedrijven doen er hun beklag over dat zij verplicht worden om een productievestiging te openen in Frankrijk, willen ze daar hun producten nog kwijt geraken in de winkels. Als 'Fabriqué en France', 'made in Spain, Italy, enz.' een voorwaarde wordt om in de retail aan bod te komen, leidt dit tot een feitelijk protectionisme binnen de EU en maakt dit de interne markt kapot.

De grootste slachtoffers hiervan zijn spelers met een kleine markt, maar met een open economie, waar Vlaanderen bij uitstek een voorbeeld van is. Zeventig procent van onze export is bestemd voor andere lidstaten binnen de EU.

De EU moet een sterke globale speler zijn

Commissievoorzitster Ursula Von der Leyen ambieert terecht een EU die een 'global player' is. Dan moet de EU er ook naar handelen. In het Europees parlement speelt steeds meer paarse-groene vooringenomenheid tegen handelsverdragen.

Een van de hoofdredenen waarom de Britten vertrokken zijn, is dat ze meer nieuwe handelsverdragen wilden en hiervoor in de EU te weinig ambitie voelden. Vandaag dreigt deze trend zich verder te zetten.

Getuige daarvan de weerstand tegen Mercosur en de recente uitspraak van de Franse minister van Handel Franck Riester die zich eind oktober zeer terughoudend opstelde tegenover de lancering van nieuwe handelsakkoorden.

De EU moet, liefst in een trans-Atlantisch partnerschap, wereldwijd het voortouw nemen in vrije, faire en op regels gebaseerde handel die niet alleen een hefboom is voor welvaart, maar ook voor de strijd tegen de klimaatverandering, verbetering van arbeidsvoorwaarden, voedselveiligheid en mensenrechten. Wie echter eist dat alle partners vooraf aan alle Europese standaarden voldoen, maakt de facto elk nieuw handelsverdrag onmogelijk.

Het Duits voorzitterschap heeft, bij monde van de minister voor Economische Zaken Peter Altmaier, goed begrepen dat we moeten gaan voor een open strategische autonomie, waar Charles Michel het nog heeft over strategische autonomie zonder meer.

Ondoordachte zelfvoorziening is slecht en nadelig: de EU mag nooit gaan voor een op zichzelf gerichte markt die zich van de buitenwereld afsluit. Bovendien is de vooral Franse droom van autarkie, terug naar het colbertisme, een illusie.

We moeten uiteraard niet naïef zijn, wel integendeel veel assertiever zijn en onze jobs en bedrijven beschermen door een gelijk speelveld af te dwingen. Deze strategie geldt in de eerste plaats ten aanzien van China waar de EU een einde moet maken aan de oneerlijke concurrentie van door de staat gesubsidieerde bedrijven, dumpingpraktijken, de verplichte technologieoverdracht en/of verplichte joint ventures van onze bedrijven die investeren in China.

Vlaanderen is bij uitstek een handelsnatie. Export is onze levensader. Een op drie van de Vlaamse jobs hangt af van de handel. Wij verwachten van de paars-groene regering dat ze onverkort gaat voor de EU als een motor van vrije, op regels gebaseerde handel en afstand neemt van alle mogelijke achterhoedegevechten tegen nieuwe vrijhandelsverdragen zoals gebeurde bij de onzalige CETA-saga.

De EU is een economische wereldmacht, die haar sterkte moet gebruiken voor multilateralisme en open wereldhandel.

Er gaat in het Europees parlement geen week voorbij waarin ik het geloof in multilateralisme en in op regels gebaseerde vrije en faire handel niet bepleit. Niet omdat ik het leuk vind mezelf zo vaak te herhalen, maar omdat het meer dan ooit nodig is. Het geloof in internationale handel komt meer en meer onder druk. De Coronapandemie heeft enkele pijnpunten in onze internationale afhankelijkheid blootgelegd, maar ook de sirenenzang van het protectionisme versterkt. Een daadkrachtig herstelbeleid vergt meer dan ooit dat de EU inzet op multilateralisme en op regels gebaseerde vrije en faire handel.Uit de schrijnende tekorten aan noodzakelijk materieel bij het uitbreken van de pandemie moeten we lessen trekken. De EU moet haar burgers beschermen en voorzien in voldoende beschermend en levensreddend materieel, rollende voorraden en diversificatie van aan-en uitvoerketens. We moeten ook nadenken over welke productie we moeten terughalen uit het buitenland. In de toekomst kunnen we nog geconfronteerd worden met nieuwe pandemieën maar ook met handelsconflicten, waardoor bepaalde aanvoerlijnen al dan niet tijdelijk kunnen wegvallen. Dit wordt een belangrijke evenwichtsoefening, zeker voor Vlaanderen, de meest open economie ter wereld.De laatste tijd zijn er meer en meer verontrustende signalen, hoe subtiel ook, van ontluikend protectionisme bínnen de Europese interne markt. Er is helemaal niets verkeerd met de 'koop lokaal'-acties en het promoten van de korte keten voor verse landbouwproducten met een correcte prijs voor de eerste schakel, de boer. Als het gaat over het trots promoten van de 'eigen' producten ben ik de eerste om dit toe te juichen, maar dit gaat soms een niet zo onschuldige richting uit. Meer en meer Vlaamse bedrijven doen er hun beklag over dat zij verplicht worden om een productievestiging te openen in Frankrijk, willen ze daar hun producten nog kwijt geraken in de winkels. Als 'Fabriqué en France', 'made in Spain, Italy, enz.' een voorwaarde wordt om in de retail aan bod te komen, leidt dit tot een feitelijk protectionisme binnen de EU en maakt dit de interne markt kapot.De grootste slachtoffers hiervan zijn spelers met een kleine markt, maar met een open economie, waar Vlaanderen bij uitstek een voorbeeld van is. Zeventig procent van onze export is bestemd voor andere lidstaten binnen de EU.Commissievoorzitster Ursula Von der Leyen ambieert terecht een EU die een 'global player' is. Dan moet de EU er ook naar handelen. In het Europees parlement speelt steeds meer paarse-groene vooringenomenheid tegen handelsverdragen. Een van de hoofdredenen waarom de Britten vertrokken zijn, is dat ze meer nieuwe handelsverdragen wilden en hiervoor in de EU te weinig ambitie voelden. Vandaag dreigt deze trend zich verder te zetten. Getuige daarvan de weerstand tegen Mercosur en de recente uitspraak van de Franse minister van Handel Franck Riester die zich eind oktober zeer terughoudend opstelde tegenover de lancering van nieuwe handelsakkoorden.De EU moet, liefst in een trans-Atlantisch partnerschap, wereldwijd het voortouw nemen in vrije, faire en op regels gebaseerde handel die niet alleen een hefboom is voor welvaart, maar ook voor de strijd tegen de klimaatverandering, verbetering van arbeidsvoorwaarden, voedselveiligheid en mensenrechten. Wie echter eist dat alle partners vooraf aan alle Europese standaarden voldoen, maakt de facto elk nieuw handelsverdrag onmogelijk.Het Duits voorzitterschap heeft, bij monde van de minister voor Economische Zaken Peter Altmaier, goed begrepen dat we moeten gaan voor een open strategische autonomie, waar Charles Michel het nog heeft over strategische autonomie zonder meer. Ondoordachte zelfvoorziening is slecht en nadelig: de EU mag nooit gaan voor een op zichzelf gerichte markt die zich van de buitenwereld afsluit. Bovendien is de vooral Franse droom van autarkie, terug naar het colbertisme, een illusie. We moeten uiteraard niet naïef zijn, wel integendeel veel assertiever zijn en onze jobs en bedrijven beschermen door een gelijk speelveld af te dwingen. Deze strategie geldt in de eerste plaats ten aanzien van China waar de EU een einde moet maken aan de oneerlijke concurrentie van door de staat gesubsidieerde bedrijven, dumpingpraktijken, de verplichte technologieoverdracht en/of verplichte joint ventures van onze bedrijven die investeren in China. Vlaanderen is bij uitstek een handelsnatie. Export is onze levensader. Een op drie van de Vlaamse jobs hangt af van de handel. Wij verwachten van de paars-groene regering dat ze onverkort gaat voor de EU als een motor van vrije, op regels gebaseerde handel en afstand neemt van alle mogelijke achterhoedegevechten tegen nieuwe vrijhandelsverdragen zoals gebeurde bij de onzalige CETA-saga. De EU is een economische wereldmacht, die haar sterkte moet gebruiken voor multilateralisme en open wereldhandel.