'Ik slaap er niet van', vertelt visser en reder Geert De Groote in de oubollig aangeklede kantine van de Vlaamse visveiling in Zeebrugge. Hij is niet de enige. De Vlaamse vissers beleven niet de gemakkelijkste decennia. De vloot is de voorbije twintig jaar met bijna de helft gekrompen. Niet alleen door efficiëntere en grotere schepen, ook omdat de sector niet voor iedereen rendabel bleek. Om de Vlaamse visserijsector in leven te houden hebben zowel de Vlaamse regering als de Europese Unie meermaals slooppremies uitgekeerd om het aantal schepen tot een rendabel geheel te reduceren.
...

'Ik slaap er niet van', vertelt visser en reder Geert De Groote in de oubollig aangeklede kantine van de Vlaamse visveiling in Zeebrugge. Hij is niet de enige. De Vlaamse vissers beleven niet de gemakkelijkste decennia. De vloot is de voorbije twintig jaar met bijna de helft gekrompen. Niet alleen door efficiëntere en grotere schepen, ook omdat de sector niet voor iedereen rendabel bleek. Om de Vlaamse visserijsector in leven te houden hebben zowel de Vlaamse regering als de Europese Unie meermaals slooppremies uitgekeerd om het aantal schepen tot een rendabel geheel te reduceren. Voor De Groote zijn het alweer spannende maanden. Op het hoogtepunt van de coronacrisis kelderden de visprijzen. Pas toen Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) en de Europe Unie 600.000 euro aan stilligpremies uitdeelden, daalde het aanbod vis en stabiliseerden de prijzen. De Groote is met zijn schip Op Hoop van Zegen blijven doorwerken. 'Gezonde zeelucht is het beste vaccin', knipoogt de vijftiger uit Knokke-Heist. Net zoals zijn vader en grootvader vist hij vooral in de Ierse Zee en het Bristolkanaal. Tot drie maanden blijven hij en zijn bemanning van huis, aanmeren doen ze in kuststeden als Liverpool, Swansea of Milford. 'We zetten daar meer voet aan land dan hier in Zeebrugge.' Toch hangt zijn vissersbestaan, en daarmee een familietraditie, door de nakende brexit aan een zijden draadje.Boter op het hoofd Voor de Britse vissers is het namelijk welletjes geweest met de concurrentie van hun Europese collega's. Bij het uittredingsreferendum in 2016 koos meer dan 90 procent van hen ervoor om de Europese Unie te verlaten. 'De brexit creëert een gouden opportuniteit om de miljardenindustrie nieuw leven in te blazen', staat te lezen op de website van de actiegroep Fishing for Leave­­. Het thema liet de politiek niet onberoerd. Brexiteer Nigel Farage voer met een kleine vissersboot de Thames af tot aan het Britse Parlement, huidig premier Boris Johnson bezocht op de laatste campagnedag een vismarkt in Londen. 'Take back control!'Sinds het Europees gemeenschappelijk visserijbeleid in de jaren zeventig en tachtig werd uitgewerkt, wordt de visserij in alle wateren van de lidstaten door de Unie beheerd. Enkel in de twaalfmijlszone buiten de kustlijn kunnen de landen onderlinge overeenkomsten maken over visserijbeheer, bijvoorbeeld om lokale vissers te beschermen. Elk jaar bepalen de bevoegde ministers van de lidstaten per soort het totaal aantal vis dat het daaropvolgende jaar mag gevangen worden. Dat doen ze op basis van wetenschappelijk advies van onder meer de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee. Vervolgens regelt een vaste verdeelsleutel op welke hoeveelheden van die totale Europese vangst elke lidstaat recht heeft.Die manier van werken enerveert vissers en politici aan de andere kant van het Kanaal. In 2018 stelde de Britse regering vast dat de Europese vissers tussen 2012 en 2016 jaarlijks gemiddeld 760.000 ton vis uit de Britse wateren ophaalden. De Britse vissers moesten het in diezelfde periode met slechts 90.000 ton stellen. Dat ligt niet alleen aan de Europese Unie: de afgelopen decennia hebben de Britse autoriteiten hun visrechten vaak aan grote en buitenlandse rederijen, de zogenaamde quotahoppers, verkocht. 'Ik begrijp de frustratie van de Britse vissers over de Europese regels, maar ook de Britse regering heeft boter op het hoofd', zegt Emiel Brouckaert, directeur van de Rederscentrale die de Vlaamse vissers vertegenwoordigt.Crisis in het kwadraatOp 1 januari 2021 moet het voor de Britten afgelopen zijn met die gang van zaken. Wanneer de transitieperiode voor de brexit om klokslag twaalf uur afloopt, zijn de Europese visserijregels niet langer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk. De Britse regering kan zich dan beroepen op het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties uit 1982. Dat kent de ondertekenaars speciale rechten toe in de zogenaamde exclusieve economische zone, het gebied van 200 zeemijl (370 kilometer) vanaf de kustlijn tot aan de internationale wateren. Het beheer van de zeerijkdommen binnen dat gebied - vis incluis - valt vanaf volgend jaar onder de bevoegdheid van het Verenigd Koninkrijk. De Britten zijn naar eigen zeggen niet van plan om al die schatten voor zichzelf te houden, wel willen ze zelf bepalen hoeveel er door buitenlandse vissers kan worden gevangen. 'We worden opnieuw een soevereine kuststaat', benadrukte Johnson recent nog in het Britse parlement. Voor de Belgische vissers scheelt dat een hele slok op de borrel: meer dan 50 procent van de vangst én omzet halen de Belgische vissers momenteel uit de visrijke Britse wateren. 2.300 voltijdse jobs zijn afhankelijk van de vangst rondom het Verenigd Koninkrijk. 'Wanneer meer dan de helft van de aanvoer op de helling staat, bestaat er een groot risico op ineenstorting van de volledige sector', zegt Vlaams minister voor Visserij Hilde Crevits (CD&V). Ook Tom Premereur, voorzitter van de Vlaamse Visveiling, ziet het somber in. 'Corona én een harde brexit is geen dubbele crisis, maar een crisis in het kwadraat'. De eigen kuststreek biedt voor de Belgische vissers alvast geen alternatief voor de Britse wateren. Ons land heeft een piepkleine kustlijn van slechts 67 kilometer en de Belgische wateren worden door de locatie van het Verenigd Koninkrijk tot een bescheiden oppervlakte van 2.017 vierkante kilometer beperkt. Door windmolenparken, bekabeling, beschermde gebieden, militaire domeinen en het drukke vrachtverkeer blijft er weinig plaats over waar men voor de eigen kust de netten kan uitgooien. Bovendien mogen de Nederlanders in het kader van het Beneluxverdrag binnen de drie zeemijl vanaf de Belgische kust vissen. FolkloreOndanks de beperkte economische rol van de visserijsector is het thema uitgegroeid tot dé symbolische splijtzwam van de brexitonderhandelingen. Niet verwonderlijk, meent Premereur. 'Visserij is een primaire sector en een folklore bezigheid. Bovendien spreekt wildvangst tot de verbeelding: wie wil er nu een tam konijn op zijn bord wanneer er wilde haas beschikbaar is?'. Daarnaast spelen er ook electorale redenen. Zowel in de Europese Unie als in het Verenigd Koninkrijk zijn er bepaalde gemeenschappen volledig afhankelijk van de visvangst. Vooral aan de vissers in Schotland, waar de separatistische Scottish Nationalist Party volgens de jongste peilingen een meerderheid haalt, kan Johnson maar moeilijk op zijn gedane beloftes terugkomen. Deze week vindt in Brussel de negende en laatst geplande onderhandelingsronde plaats tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Brussel wil de toegang tot de Britse wateren helemaal behouden. 'Voor ons is er eigenlijk geen plan B. Een status-quo is van levensbelang', zegt Brouckaert. Johnson en co. willen op hun beurt de Europese toegang sterk verminderen en dat op basis van jaarlijkse onderhandelingen. In Europese kringen valt echter te horen dat beide partijen toch bereid zijn om water bij de wijn te doen. Het Verenigd Koninkrijk stelt voor om zijn voorstel gefaseerd in te voeren, de Europese Unie wil lichtjes afwijken van het status-quo.Hoewel die voorzichtige toegevingen het fundamentele probleem niet oplossen, hebben beide partijen alle belang bij een compromis. Langs Europese zijde is iets minder toegang nog altijd beter dan geen. Langs Britse kant moeten de vissers hun producten vooral ergens kunnen slijten. De Britten eten minder vis dan het Europese gemiddelde, meer dan tweederde van de Britse vangst belandt uiteindelijk op een Europees bord. Zonder akkoord zullen Britse vissers en handelaren Europese importtarieven moeten betalen, waardoor ze moeilijker zullen kunnen concurreren met hun Europese collega's. Akkoord of geen akkoord: de Belgische vissers zullen de impact hoe dan ook voelen. Voor de zekerheid maakt Vlaanderen zich op voor een harde brexit zonder akkoord. 'We mogen deze kleine en veerkrachtige sector niet verloren laten gaan en zullen al het mogelijke doen om die te ondersteunen', zegt Crevits. Eeuwenoud charterIn het uiterste geval kan België nog steeds proberen om terug te grijpen naar een eeuwenoud charter dat in 1666 door de koning Karel II van Engeland ten voordele van de stad Brugge werd overhandigd. Uit dankbaarheid voor zijn drie jaar durende ballingschap in Brugge beloofde de Engelse koning in het Privilegie der Visscherie dat 50 Brugse vissersboten 'ten eeuwen tijde' in Engelse en Schotse wateren zouden mogen vissen. Over het juridisch bindende karakter van het document bestaat tot op de dag van vandaag discussie. De Brugse schepen Victor De Paepe nam in 1963 de proef op de som: hij voer in de Britse territoriale om de rechtsgeldigheid van het Privilegie te testen. Hoewel zijn poging aanvankelijk niet serieus werd genomen, moesten de Britten uiteindelijk toegeven dat De Paepe min of meer een punt had. De Vlaamse regering heeft intussen een jurist de zaak laten bekijken en een eerste analyse aan Europees hoofdonderhandelaar Michel Barnier overhandigd. 'We zullen het Privilegie trachten inbrengen als blijkt dat de toegang tot de Britse wateren voor de Belgische vloot ernstig in het gedrang komt', aldus Crevits. Hoe de hele saga ook moge aflopen, De Groote zal blij zijn eens het voorbij is: 'Na vier jaar onduidelijkheid wil ik gewoon weten hoe het nu verder moet'. 'Eigenlijk is het allemaal wat raar: we zitten te bakkeleien over grenzen terwijl een vis daar allemaal geen rekening mee houdt', vult Brouckaert aan. Ondanks alle kopzorgen proberen ze de moed erin te houden: 'Uiteindelijk vinden de Belgische vissers altijd een oplossing', besluiten de twee.