Van Boris Johnson wordt wel eens gezegd dat hij het premierschap momenteel niet ervaart zoals hij dat zelf voor ogen had. De voorbije weken lijkt die vaststelling een flinke portie waarheid te bevatten.
...

Van Boris Johnson wordt wel eens gezegd dat hij het premierschap momenteel niet ervaart zoals hij dat zelf voor ogen had. De voorbije weken lijkt die vaststelling een flinke portie waarheid te bevatten. Hoewel de coronacurve stilaan tekenen van beterschap toont, blijft het aantal bevestigde besmettingen aan de overkant van het Kanaal dag na dag toenemen. Maar uit onenigheid over de maatregelen en uit machtsoverwegingen ontstond een strekkingenstrijd binnen Johnsons directe omgeving. Onder meer communicatiedirecteur Lee Cain en de omstreden adviseur Dominic Cummings hebben de deur van Downing Street 10 intussen achter zich toegetrokken.Bovendien werd de Democraat Joe Biden tot president van de Verenigde Staten verkozen. In het kader van het brexitdossier plaatst dat de Britse premier nog in een lastiger positie: net zoals Andrew Neal, de voorzitter van het invloedrijke handelscomité in het Huis van Afgevaardigden, heeft Biden Ierse roots en hecht hij groot belang aan het respect voor het Ierse vredesproces dat door het Goedevrijdagakkoord in 1998 werd vastgelegd. Sinds Johnson met de zogenaamde Internal Market Bill dat proces op de helling plaatst, heeft Biden er al meermaals op gewezen dat het Verenigd Koninkrijk een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten op zijn buik mag schrijven. Als klap op de vuurpijl zit Johnson, die bij de eerste coronagolf op intensieve zorgen belandde met een covid-19-infectie, sinds zondagavond opnieuw in quarantaine nadat hij in contact is gekomen met een besmet persoon. Volgens een woordvoerder van de eerste minister vertoont Johnson momenteel geen symptomen en blijft hij zijn werk voortzetten. Het is afwachten of de premier de komende dagen een negatief testresultaat krijgt. Tussendoor gaan de gesprekken tussen Londen en Brussel onverminderd voort. De EU hoopte uiterlijk tegen 15 november op een akkoord om alles tijdig te kunnen ratificeren wanneer de transitieperiode op 1 januari afloopt. Maar de tijd dringt: honderden bladzijden tekst moeten op ruim een maand tijd naar de 23 andere werkingstalen van de EU worden omgezet en door de lidstaten en het Europees halfrond worden onderzocht en goedgekeurd. 'Het wordt een zware opgave, maar we hebben ook alle vertrouwen in de onderhandelaars bij de Europese Commissie', vertelt europarlementslid Philippe Lamberts (Ecolo). Lamberts zit net als zijn collega Kris Peeters (CD&V) in het coördinatiecomité voor de brexit. 'Het parlement zal alles in het werk stellen om de teksten op een korte tijd grondig door te nemen. Desnoods delen we het werk op', vertelt die laatste. Naar verwachting komen de Unie en het Koninkrijk binnen afzienbare tijd tot een overeenkomst. Het meeste van de teksten zijn op technisch niveau afgeklopt en staan in groene letters. Brussel is er bijvoorbeeld mee akkoord gegaan dat er geen verwijzing meer komt naar het Europees recht zodat de rol van het Europees Hof van Justitie bij geschillen tot een minimum beperkt wordt. Londen heeft op zijn beurt toegegeven dat de overeenkomst in een alomvattend akkoord wordt verpakt, al zijn er enkele aanvullende akkoorden voorzien om min of meer aan de Britse wens tegemoet te komen. Maar de klassieke twistpunten - eerlijke concurrentieregels, visserij en bestuurskwesties - blijven voor strubbelingen zorgen. 'Het begint soms echt wel vermoeiend en frustrerend te worden', vertelt een Europese diplomaat die mee aan de onderhandelingstafel zit op voorwaarde van anonimiteit aan Knack.'De Britten moeten beseffen dat wij onder geen beding van onze basisprincipes zullen afstappen. Weglopen van de onderhandelingstafel zullen we evenmin. Zelfs al is er op 1 januari geen akkoord en we enkele maanden in een no-deal-scenario zitten. Maar dat is voor ons minder erg dan akkoord gaan met afspraken die de EU dreigen te ontrafelen. 'Hoewel Europees hoofdonderhandelaar Michel Barnier de bevoegde ministers voor visserij van de lidstaten meermaals om compromisbereidheid hebben gevraagd, willen die niet afwijken van de toegang tot de Britse wateren en de quota waar ze momenteel recht op hebben. De Britten stellen op hun beurt een hele andere berekeningswijze voor waarvan de gevolgen ingaan tegen de belangen van de Europese lidstaten. Wel wil Londen bij wijze van toegeving het nieuwe systeem infaseren om de klap voor de Unie in de tijd te spreiden. 'Maar een klap blijft een klap en een infasering verandert niets aan het fundamentele probleem,' klinkt het aan Brusselse zijde. Het visserijdossier is voor beide kanten van het Kanaal nauwelijks van macro-economisch belang, maar ligt erg gevoelig vanwege de politieke symboliek. Om te voorkomen dat een alomvattend akkoord door de kwestie in het water valt, moet vooral de Commissie de passerpunt bedachtzaam op een plaats neerzetten die zowel voor de Britse regering als voor de lidstaten door de beugel kan. Naar alle waarschijnlijkheid zal diezelfde Commissie aan beide kanten van het Kanaal moeten duidelijk maken dat die middenweg te nemen of te laten valt. Het is dan aan de Europese hoofdsteden en Londen om te bepalen of ze voor de kwestie een harde brexit zonder akkoord veil hebben en als de verantwoordelijke de geschiedenisboeken willen ingaan. Ook de plooien over eerlijke concurrentieregels tussen beide blokken moeten nog verder worden gladgestreken . De Unie wil niet dat Britse bedrijven toegang hebben tot de Europese markt wanneer ze in het thuisland bijvoorbeeld staatssteun krijgen of van soepelere regels genieten. De Unie vroeg aanvankelijk dat het Verenigd Koninkrijk niet alleen alle huidige, maar ook alle toekomstige Europese regels blijft respecteren. 'De landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein, nvdr.) en Monaco, Andorra en San Marino (met wie de Unie momenteel onderhandelt over een associatieakkoord, nvdr.) kijken met argusogen toe. We kunnen de Britten geen voordelen geven waar anderen geen recht op hebben', vertelt de diplomaat. Maar de Britse regering beschouwt die zogenaamde dynamische aanpassingseis als een aanval op haar soevereiniteit. Het onderwerp ligt er zelfs zo gevoelig dat alle woordelijke verwijzingen naar die dynamische aanpassing uit de teksten zijn geschrapt. Ter vervanging stelt de Unie de zogenaamde evolutiebepalingen voor. Daarmee zetten beide blokken onderdrempels en minimumstandaarden die ze samen in de toekomst enkel omhoog kunnen trekken. Dat wekt een indruk van samenwerking en zal Boris Johnson veel gemakkelijker aan de dogmatische brexiteers in zijn partij en het Britse parlement kunnen verkopen. De Unie zet daarbij enorm in op klimaatafspraken. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Europese handelsakkoorden zal klimaat als een zogenaamd essentieel element gelden. Als een van de beide partijen bijvoorbeeld de bepalingen van het Klimaatakkoord van Parijs aan haar laars lapt, dan kan de andere het akkoord na een minimum van overleg volledig en unilateraal opzeggen. Daarmee komt het klimaatthema - een absolute prioriteit van de Unie - op het niveau van schendingen van de mensenrechten of de inzet van massavernietigingswapens. Tot slot is er nog de nijpende discussie over de manier waarop dit alles uiteindelijk bestuurd moet worden. Als het Verenigd Koninkrijk bepaalde afspraken schaadt, wil de Unie in het geval van mislukte bemiddeling op andere domeinen kunnen terugslaan waar het bij de Britten pijn doet zodat de Britten ertoe aangezet worden om alle afspraken opnieuw na te leven. Aangezien de Unie op veel domeinen aanzienlijk krachtiger is dan het Verenigd Koninkrijk, staat de Britse regering daar niet voor te springen. Toch komen er volgens de betrokken diplomaat steeds meer openingen op vlak van het toepassingsgebied waar geschillenbeslechting uiteindelijk in werking schiet. Voor Johnson wordt het de komende dagen wikken en wegen. Hij moet op zoek naar een akkoord dat hij aan het thuisfront kan verkopen en dat voordeliger is dan een harde brexit waarvan hij de verantwoordelijkheid op Europa zal proberen afschuiven. Volgens recent onderzoek van de London School of Economics zou zo'n harde brexit op vijftien jaar tijd een bbp-verlies van acht procent betekenen. Een gemiddeld vrijhandelsakkoord zou dat verlies tot 'slechts' vijf procent beperken. 'De grootste bedreiging voor Johnson is een no-deal brexit', besluit de diplomaat. Of Johnson dat ook zo bekijkt en ook vreest voor een politieke isolatie, dat zal de komende dagen blijken.