De Raad van State maakt met een arrest van 15 oktober jongstleden de jacht op de patrijs in Wallonië vanaf 1 juli 2020 onmogelijk en haalt hiervoor verschillende argumenten aan. Enerzijds zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde cijfers over populatiegrootte beschikbaar. Anderzijds is er onvoldoende bewijs dat de jacht op deze soort geen extra nadelige effecten veroorzaakt, een wettelijke vereiste alvorens (kwetsbare) soorten mogen worden bejaagd. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) publiceerde enkele maanden geleden een wetenschappelijk rapport over de impact van de jacht op de patrijs. In essentie stellen de onderzoekers zich de vraag of het nog wetenschappelijk verantwoord is om in Vlaanderen op patrijzen te jagen, met een duidelijk neen als antwoord.

Beste minister Demir, sluit de jacht op de patrijs.

Luxemburg en Zwitserland sloten de jacht op deze akkervogel respectievelijk reeds in 1982 en 1988 (in Genève in 1974). In Nederland is de patrijs onder de Wet Natuurbescherming niet meer aangewezen als bejaagbare soort. In Duitsland is patrijzenjacht verboden in drie van de zestien deelstaten, in twee andere deelstaten wordt vrijwillig afgezien van bejaging op aangeven van het deelstaatministerie en in nog drie andere deelstaten wordt jacht enkel nog geopend als aan bepaalde criteria is voldaan.

In navolging van een stijgend aantal buurlanden, wordt het hoog tijd dat ook Vlaanderen de jacht op de patrijs sluit. Het gaat namelijk al tientallen jaren slecht met de patrijs in Vlaanderen en de rest van Europa en de populatie blijft achteruitboeren. De afnames zijn zelfs dermate groot dat de soort op bepaalde plaatsen in Vlaanderen verdwenen is en dat het uitsterven ervan met het huidige beleid slechts een kwestie van tijd is. Vogelbescherming Vlaanderen haalt al jaren bovenstaande argumenten aan om de jacht op de patrijs te sluiten, maar de Vlaamse overheid heeft dit tot nu toe zelfs niet in overweging willen nemen.

Nu er met Vlaams en Europees belastinggeld maatregelen worden genomen om de patrijs te redden, is het toelaten van de jacht op deze soort ook maatschappelijk totaal verwerpelijk. Zelfs in projectgebieden waar aan herstel wordt gewerkt, blijft bejaging toegelaten. Het INBO-rapport raadt bejaging ook expliciet af. Meer nog, in het Soortenbeschermingsprogramma (SBP) Akkervogels van de Vlaamse overheid wordt met geen woord gerept over het sluiten van de jacht in de beschermingsgebieden. Bovendien staan allerlei jagerspraktijken zoals predatorcontrole (lees: de verdelging van roofdieren) en bijvoederen in het SBP akkervogels. Daar zijn ze door de jagerij als een Trojaans paard in binnengeleid in een set van tijdelijke maatregelen met als hoofddoel de jacht op patrijs te bestendigen.

En om het helemaal af te maken worden jacht en predatorcontrole in datzelfde programma als sterktes naar voor geschoven om soorten als de patrijs te redden. De ene inheemse soort verdelgen om een andere te beschermen, getuigt van weinig visie en bereidheid om ten gronde iets te veranderen in het soortenbeleid. Het valideren van de jacht en de jachtpraktijken op bedreigde diersoorten met medeweten van de Vlaamse overheid is voor elke natuurvereniging een doorn in het oog. Voor Vogelbescherming Vlaanderen is het in elk geval totaal onaanvaardbaar.

Wij vragen u daarom ook, beste minister Zuhal Demir, dat u snel werk maakt van een doordacht beleid. De enige weg vooruit om de patrijs in het Vlaamse gewest te beschermen en te behouden, is een schrapping van de soort als bejaagbaar wild. Vogelbescherming Vlaanderen kan zich niet voorstellen dat iemand het uitsterven van een soort op zijn CV wil.