We zullen sneller onze baas terugzien, dan onze familie en onze vrienden. Ik mag gaan shoppen, maar mijn petekind mag ik niet zien, tenzij ik afspreek in de Hema. Dat is toch absurd. De patroonsorganisaties VBO en Voka hebben de arm van de Nationale Veiligheidsraad omgewrongen. De economie wordt opgestart, terwijl het sociale leven in quarantaine wordt gehouden.

Wij zijn mensen. Wij leven. Wij leven samen. Wij werken. Er is het sociale, er is het economische, en er is het mentale. Een samenleving moet met al die dingen rekening houden. Maar vandaag luistert de regering meer naar de lobby van het grootbedrijf dan naar de lobby van het hart. En dat is niet toevallig.

Beste coronahelden, pas op uw gezondheid, en pas op uw portefeuille.

Laat ons op deze 1 mei in coronatijden eens dieper kijken dan de waan van de dag. Wat leert deze crisis ons over de samenleving? En vooral: hoe kan het beter in het post-corona-tijdperk?

1 mei ontstond vandaag precies honderddertig jaar geleden, als een strijddag. Toen, in 1890, was het Belgische werkvolk vogelvrij en rechteloos. Helse arbeidsritmes. Slechte woonomstandigheden. En geen rechten. Geen stakingsrecht. Alleen het recht om zijn arbeid te verkopen. En het recht om alles te verliezen: je inkomen, je gezondheid, je leven.

Wat een geluk dat wij ons daar nooit bij hebben neergelegd. Lang voor de sociale zekerheid bestond, staken arbeiders en arbeidsters hun zuurverdiende centen in een kas, om zieke collega's bij te springen. De zieken-kas. De arbeidersbeweging heeft de mutaliteiten opgebouwd. En nadien ook de kathedraal van de sociale zekerheid, steen voor steen.

De laatste jaren staat onze gezondheidszorg zwaar onder druk. Als de coronacrisis één ding duidelijk maakt dan wel dat ons gezondheidssysteem versterkt moet worden in plaats van afgebouwd.

Deze crisis maakt duidelijk dat we een een brede, toegankelijke basisgezondheidzorg nodig hebben, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1978 in haar Alma Ata-verklaring voorstelde. In dit model kunnen mensen laagdrempelig met al hun vragen en klachten terecht bij wijkgezondheidswerkers, die basiszorg én preventie integreren in hun werk. De Wereldgezondheidsorganisatie pleitte ervoor dat de overheden dit realiseerden, maar hun pleidooi botste niet lang daarna op de neoliberale tegenbeweging. De Amerikaanse president Ronald Reagan trok fel van leer tégen deze preventieve gezondheidsvisie die hij "de kortste weg naar het socialisme" noemde. Later zouden overal ter wereld grote delen van de gezondheidszorgen gecommercialiseerd worden. Nergens anders dan in de Verenigde Staten wordt tijdens de coronacrisis vandaag zo helder het failliet van het neoliberale systeem aangetoond.

'Sterren zie je pas als het donker wordt'

Sterren zie je pas als het donker wordt. In deze crisis is het plots donker geworden. Heel donker. Maar je kunt de sterren wel beter zien. Dat is een tweede les die we vandaag uit dit coronadrama kunnen trekken. Wie doet er vandaag écht de samenleving draaien? Dat zijn niet de overbetaalde ceo's, de captains of industry, of de fiscale engineers. Jarenlang hebben ze ons verteld dat zij het zijn die voor onze welvaart zorgen, en dat ze daarom alle mogelijke voordelen verdienen.

Niet zo, blijkt nu. Het is de werkende klasse die vandaag de boel doet draaien. Gewone werkende mannen en vrouwen. Diegenen die nooit in praatprogramma's of opiniepagina's komen, behalve als er 'over hen' gepraat wordt. Diegenen die elke dag hun arbeid verkopen. Diegenen die de rekken vullen. Die vrachtwagens lossen. Bejaarden verzorgen. Containers vol handgels en mondmaskers. De winkels bedienen. De fabrieken doen draaien. De branden blussen. De gangen schoonmaken. De kleuters verzorgen. Dat zijn de ontelbare en dikwijls onzichtbare helden die vandaag de maatschappij doen draaien.

We moeten ervoor zorgen dat al die mensen die vandaag de boetiek doen draaien straks niet de rekening moeten betalen. Dat zou pervers zijn. Nochtans zijn bepaalde krachten in de regeringen precies dat van plan.

We moeten ervoor zorgen dat al die mensen die vandaag de boetiek doen draaien straks niet de rekening moeten betalen. Dat zou pervers zijn. Nochtans zijn bepaalde krachten in de regeringen precies dat van plan.

Ten eerste, de rekening doen betalen met hun gezondheid. Maandag wordt iedereen weer aan het werk gejaagd. Grote angel in het debat: de veiligheidsmaatregelen op de werkvloer zijn niet langer 'verplicht'. De 'gids om veilig te werken' wordt door patroonsorganisaties VBO en Voka enkel gezien als een gids met 'goede suggesties' (sic) en niet meer dan dat.

Voor ons tellen de veiligheidsregels wel. Wij willen werken, áls het veilig is. Wij willen dat de gids om veilig te werken verplicht wordt. We vragen dat de vakbonden overal worden betrokken. En we willen dat de sociale inspectie wordt versterkt, zodat ze preventieve controles kan uitvoeren. Maximale bescherming dus, geen maximale winst. Ten tweede, de rekening doen betalen met de coronafactuur. Dat zou spuwen zijn op diegenen die nu ons land rechthouden.

Vooral, omdat er een alternatief is, dat wereldwijd steeds meer veld wint. Uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke maatregelen. Wij willen een coronataks op multimiljonairs, een solidariteitsbelasting voor de superrijken. Een taks van 5% op alle fortuinen boven 3 miljoen euro. Dat brengt 15 miljard euro op. Toen corona uitbrak, waren wij de enige partij om dat voor te stellen. Vandaag nemen andere partijen ons voorstel over. Wel, dit is het moment.

'De ouderen in de samenleving zijn niet de laatsten, het zijn de eersten'

Dat de lockdown niet voor iedereen gelijk is, illustreerde Vlaams minister-president Jan Jambon toen hij zei dat men zich maar 'op de eerste verdieping' moest terugtrekken, terwijl de poetsvrouw beneden bezig was. Een ongewild heldere metafoor van Jambon: de poetsvrouwen werken op de lagere verdiepingen van het leven, de elite trekt zich terug in de hogere regionen.

De thuis-plaats is niet gelijk voor iedereen. Een klein appartementje is geen villa in Brasschaat. Vier jengelende kinderen in huis is moeilijker dan diezelfde koters in een huis met grote tuin. Wakker liggen van het inkomensverlies weegt zwaarder door als het spaargeld beperkt is, of er niet is.

De ideologen van het establishment besteden massaal veel tijd en aandacht aan de 'economische kost' van de coronacrisis. Ze besteden bijzonder weinig tijd aan de psychologische en sociale problemen van deze crisis. Als ze over de ouderen bezig zijn, lijkt het alsof ze niet meer over 'mensen' spreken maar over 'kosten'. Ongegeneerd vragen ze zich af wat een mensenleven 'waard' is. Dat is voor hen geen filosofische vraag, maar een koud economisch vraagstuk.

Mensen herleiden tot cijfertjes in een macabere boekhouding van winst, dat is de perverse logica van dit systeem. Dat is niet mijn visie.

Rendabiliteit, dat is de logica van het kapitalisme. Elk levend wezen wordt herleid tot rendabiliteit en vervolgens moeten de zogenaamd 'onrendabelen' maar wijken. Langdurig ziek? Onrendabel! Een handicap? Onrendabel! Te oud? Onrendabel!

Mensen herleiden tot cijfertjes in een macabere boekhouding van winst, dat is de perverse logica van dit systeem.

Dat is niet mijn visie. Ouderen in de samenleving zijn niet de laatsten. Het zijn de eersten. Het zijn de ontdekkers, de pioniers, diegenen die ons alles geleerd hebben, diegenen die ons zijn voorgegaan. De ouderen zijn niet het verleden. Ze zijn de toekomst. Zij zijn waar wij nog moeten komen. Het is aan ons om iedereen de kans te geven waardig ouder te worden. Dat is een kwestie van keuzes maken. Welke samenleving willen wij?

Crisissen zijn kantelpunten. Sleutelmomenten in de geschiedenis waarop alles verandert en versnelt.

Het coronavirus heeft het masker van het kapitalisme brutaal afgetrokken. Het zotte idee dat 'de markt' het allemaal vanzelf zou oplossen ligt in scherven.

Sommigen willen zo snel mogelijk terug naar 'het oude normaal'. Maar de wereld na corona zal nooit meer dezelfde zijn als de wereld voor corona.

'Maak van sociaal het nieuwe normaal'. Dat was mijn boodschap op 1 mei 2017. En kijk hoe razend actueel dat is geworden. Wij worden op onszelf teruggeworpen, in ons kot, in onze leefruimte. Nooit zijn we ons zo bewust geweest van de noodzaak van de ander, dan op dit moment van afzondering. We missen de nabijheid. We missen contact. We missen elkaar. We hebben elkaar nodig. We zijn sociale dieren. We missen de 'collectieve tijd' die we doorbrengen, de collectiviteit van het delen van ervaringen, vreugde en lijden. Onze samenleving kan niet gebaseerd zijn op het ieder-voor-zich, op het ellenbogenwerk, of op koud geldgewin. We hebben een samenleving nodig die draait op samenwerking en verbinding.

We zullen sneller onze baas terugzien, dan onze familie en onze vrienden. Ik mag gaan shoppen, maar mijn petekind mag ik niet zien, tenzij ik afspreek in de Hema. Dat is toch absurd. De patroonsorganisaties VBO en Voka hebben de arm van de Nationale Veiligheidsraad omgewrongen. De economie wordt opgestart, terwijl het sociale leven in quarantaine wordt gehouden.Wij zijn mensen. Wij leven. Wij leven samen. Wij werken. Er is het sociale, er is het economische, en er is het mentale. Een samenleving moet met al die dingen rekening houden. Maar vandaag luistert de regering meer naar de lobby van het grootbedrijf dan naar de lobby van het hart. En dat is niet toevallig.Laat ons op deze 1 mei in coronatijden eens dieper kijken dan de waan van de dag. Wat leert deze crisis ons over de samenleving? En vooral: hoe kan het beter in het post-corona-tijdperk? 1 mei ontstond vandaag precies honderddertig jaar geleden, als een strijddag. Toen, in 1890, was het Belgische werkvolk vogelvrij en rechteloos. Helse arbeidsritmes. Slechte woonomstandigheden. En geen rechten. Geen stakingsrecht. Alleen het recht om zijn arbeid te verkopen. En het recht om alles te verliezen: je inkomen, je gezondheid, je leven.Wat een geluk dat wij ons daar nooit bij hebben neergelegd. Lang voor de sociale zekerheid bestond, staken arbeiders en arbeidsters hun zuurverdiende centen in een kas, om zieke collega's bij te springen. De zieken-kas. De arbeidersbeweging heeft de mutaliteiten opgebouwd. En nadien ook de kathedraal van de sociale zekerheid, steen voor steen. De laatste jaren staat onze gezondheidszorg zwaar onder druk. Als de coronacrisis één ding duidelijk maakt dan wel dat ons gezondheidssysteem versterkt moet worden in plaats van afgebouwd. Deze crisis maakt duidelijk dat we een een brede, toegankelijke basisgezondheidzorg nodig hebben, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1978 in haar Alma Ata-verklaring voorstelde. In dit model kunnen mensen laagdrempelig met al hun vragen en klachten terecht bij wijkgezondheidswerkers, die basiszorg én preventie integreren in hun werk. De Wereldgezondheidsorganisatie pleitte ervoor dat de overheden dit realiseerden, maar hun pleidooi botste niet lang daarna op de neoliberale tegenbeweging. De Amerikaanse president Ronald Reagan trok fel van leer tégen deze preventieve gezondheidsvisie die hij "de kortste weg naar het socialisme" noemde. Later zouden overal ter wereld grote delen van de gezondheidszorgen gecommercialiseerd worden. Nergens anders dan in de Verenigde Staten wordt tijdens de coronacrisis vandaag zo helder het failliet van het neoliberale systeem aangetoond.Sterren zie je pas als het donker wordt. In deze crisis is het plots donker geworden. Heel donker. Maar je kunt de sterren wel beter zien. Dat is een tweede les die we vandaag uit dit coronadrama kunnen trekken. Wie doet er vandaag écht de samenleving draaien? Dat zijn niet de overbetaalde ceo's, de captains of industry, of de fiscale engineers. Jarenlang hebben ze ons verteld dat zij het zijn die voor onze welvaart zorgen, en dat ze daarom alle mogelijke voordelen verdienen.Niet zo, blijkt nu. Het is de werkende klasse die vandaag de boel doet draaien. Gewone werkende mannen en vrouwen. Diegenen die nooit in praatprogramma's of opiniepagina's komen, behalve als er 'over hen' gepraat wordt. Diegenen die elke dag hun arbeid verkopen. Diegenen die de rekken vullen. Die vrachtwagens lossen. Bejaarden verzorgen. Containers vol handgels en mondmaskers. De winkels bedienen. De fabrieken doen draaien. De branden blussen. De gangen schoonmaken. De kleuters verzorgen. Dat zijn de ontelbare en dikwijls onzichtbare helden die vandaag de maatschappij doen draaien.We moeten ervoor zorgen dat al die mensen die vandaag de boetiek doen draaien straks niet de rekening moeten betalen. Dat zou pervers zijn. Nochtans zijn bepaalde krachten in de regeringen precies dat van plan.Ten eerste, de rekening doen betalen met hun gezondheid. Maandag wordt iedereen weer aan het werk gejaagd. Grote angel in het debat: de veiligheidsmaatregelen op de werkvloer zijn niet langer 'verplicht'. De 'gids om veilig te werken' wordt door patroonsorganisaties VBO en Voka enkel gezien als een gids met 'goede suggesties' (sic) en niet meer dan dat. Voor ons tellen de veiligheidsregels wel. Wij willen werken, áls het veilig is. Wij willen dat de gids om veilig te werken verplicht wordt. We vragen dat de vakbonden overal worden betrokken. En we willen dat de sociale inspectie wordt versterkt, zodat ze preventieve controles kan uitvoeren. Maximale bescherming dus, geen maximale winst. Ten tweede, de rekening doen betalen met de coronafactuur. Dat zou spuwen zijn op diegenen die nu ons land rechthouden. Vooral, omdat er een alternatief is, dat wereldwijd steeds meer veld wint. Uitzonderlijke tijden vragen uitzonderlijke maatregelen. Wij willen een coronataks op multimiljonairs, een solidariteitsbelasting voor de superrijken. Een taks van 5% op alle fortuinen boven 3 miljoen euro. Dat brengt 15 miljard euro op. Toen corona uitbrak, waren wij de enige partij om dat voor te stellen. Vandaag nemen andere partijen ons voorstel over. Wel, dit is het moment.Dat de lockdown niet voor iedereen gelijk is, illustreerde Vlaams minister-president Jan Jambon toen hij zei dat men zich maar 'op de eerste verdieping' moest terugtrekken, terwijl de poetsvrouw beneden bezig was. Een ongewild heldere metafoor van Jambon: de poetsvrouwen werken op de lagere verdiepingen van het leven, de elite trekt zich terug in de hogere regionen. De thuis-plaats is niet gelijk voor iedereen. Een klein appartementje is geen villa in Brasschaat. Vier jengelende kinderen in huis is moeilijker dan diezelfde koters in een huis met grote tuin. Wakker liggen van het inkomensverlies weegt zwaarder door als het spaargeld beperkt is, of er niet is. De ideologen van het establishment besteden massaal veel tijd en aandacht aan de 'economische kost' van de coronacrisis. Ze besteden bijzonder weinig tijd aan de psychologische en sociale problemen van deze crisis. Als ze over de ouderen bezig zijn, lijkt het alsof ze niet meer over 'mensen' spreken maar over 'kosten'. Ongegeneerd vragen ze zich af wat een mensenleven 'waard' is. Dat is voor hen geen filosofische vraag, maar een koud economisch vraagstuk.Rendabiliteit, dat is de logica van het kapitalisme. Elk levend wezen wordt herleid tot rendabiliteit en vervolgens moeten de zogenaamd 'onrendabelen' maar wijken. Langdurig ziek? Onrendabel! Een handicap? Onrendabel! Te oud? Onrendabel!Mensen herleiden tot cijfertjes in een macabere boekhouding van winst, dat is de perverse logica van dit systeem.Dat is niet mijn visie. Ouderen in de samenleving zijn niet de laatsten. Het zijn de eersten. Het zijn de ontdekkers, de pioniers, diegenen die ons alles geleerd hebben, diegenen die ons zijn voorgegaan. De ouderen zijn niet het verleden. Ze zijn de toekomst. Zij zijn waar wij nog moeten komen. Het is aan ons om iedereen de kans te geven waardig ouder te worden. Dat is een kwestie van keuzes maken. Welke samenleving willen wij?Crisissen zijn kantelpunten. Sleutelmomenten in de geschiedenis waarop alles verandert en versnelt.Het coronavirus heeft het masker van het kapitalisme brutaal afgetrokken. Het zotte idee dat 'de markt' het allemaal vanzelf zou oplossen ligt in scherven.Sommigen willen zo snel mogelijk terug naar 'het oude normaal'. Maar de wereld na corona zal nooit meer dezelfde zijn als de wereld voor corona.'Maak van sociaal het nieuwe normaal'. Dat was mijn boodschap op 1 mei 2017. En kijk hoe razend actueel dat is geworden. Wij worden op onszelf teruggeworpen, in ons kot, in onze leefruimte. Nooit zijn we ons zo bewust geweest van de noodzaak van de ander, dan op dit moment van afzondering. We missen de nabijheid. We missen contact. We missen elkaar. We hebben elkaar nodig. We zijn sociale dieren. We missen de 'collectieve tijd' die we doorbrengen, de collectiviteit van het delen van ervaringen, vreugde en lijden. Onze samenleving kan niet gebaseerd zijn op het ieder-voor-zich, op het ellenbogenwerk, of op koud geldgewin. We hebben een samenleving nodig die draait op samenwerking en verbinding.