Twee Antwerpse koks willen de voorraden uit hun restaurant gebruiken om voor artsen en verpleegkundigen te koken, een man roept op om komende vrijdag met z'n allen voor de zorgverleners te applaudisseren en de sociale media staan dezer dagen vol lofzangen en steunbetuigingen aan hun adres. Terecht natuurlijk. Terwijl wij telewerken en ondertussen met een half oog op onze kroost passen, boodschappen laten thuisbezorgen en elke snotterende medemens resoluut ontwijken, brengen zij hun - vaak onmenselijk lange - dagen tussen de zieken en zorgbehoevenden door. Of die nu besmet zijn of niet.
...

Twee Antwerpse koks willen de voorraden uit hun restaurant gebruiken om voor artsen en verpleegkundigen te koken, een man roept op om komende vrijdag met z'n allen voor de zorgverleners te applaudisseren en de sociale media staan dezer dagen vol lofzangen en steunbetuigingen aan hun adres. Terecht natuurlijk. Terwijl wij telewerken en ondertussen met een half oog op onze kroost passen, boodschappen laten thuisbezorgen en elke snotterende medemens resoluut ontwijken, brengen zij hun - vaak onmenselijk lange - dagen tussen de zieken en zorgbehoevenden door. Of die nu besmet zijn of niet. Ook in volle coronacrisis stappen thuisverpleegkundigen elke dag weer tientallen huizen binnen. Zonder mondmasker of andere bescherming vaak, want die zijn amper nog voorhanden. Zorgkundigen blijven aan de slag in woonzorgcentra, waar ze de bewoners nu niet alleen helpen met opstaan, wassen en aankleden, maar ook zo goed als hun enige bezoekers zijn. Huisartsen blijven patiënten ontvangen en lopen daarbij - alle voorzorgsmaatregelen ten spijt - onvermijdelijk risico. Het is niet omdat iemand met een blaasontsteking op consultatie komt dat hij niet met het virus besmet kan zijn. In ziekenhuizen blijven dokters en verpleegkundigen natuurlijk ook hun werk doen. Sommigen op de afdelingen die voor coronapatiënten zijn voorbehouden, maar de meesten op al die andere diensten die moeten blijven draaien. Ook nu er een gevaarlijk virus woedt, zijn er nog altijd mensen die gewond raken in het verkeer, een hartaanval krijgen, moeten bevallen of palliatieve zorg nodig hebben.Niet dat ze niet bang zijn om zelf besmet te raken. Natuurlijk maken ze zich zorgen. Niet alleen voor hun eigen gezondheid en die van hun gezin, maar ook omdat ze dan niet meer zouden mogen werken. 'Wie zal mijn patiënten verzorgen als ik uitval? Al mijn collega's doen nu al meer dan ze kunnen', zuchtte een Antwerpse thuisverpleegkundige vorig week al. 'Er zitten drie collega's thuis met een verkoudheid. Als ik ook nog moet thuisblijven, wordt het wel heel moeilijk om onze bewoners de zorg en aandacht te geven die ze nu zo nodig hebben', hoorde ik een zorgkundige uit een Gents woonzorgcentrum zeggen.Ondertussen schreeuwen ziekenhuizen en andere zorginstellingen om personeel. Spoedverpleegkundigen! Zorgkundigen! Geriatrisch verplegers! Vergis u niet: het is niet de coronacrisis die verantwoordelijk is voor die prangende vraag. Ook vóór we door dat virus werden overspoeld, stonden er voor elke verpleegkundige die werk zocht al twee vacatures open. Er zijn simpelweg te weinig mensen die aan de job willen beginnen. Bovendien overweegt meer dan de helft van de verpleegkundigen weleens om iets anders te gaan doen. Omdat de werkdruk in de sector immens is, omdat het fysiek (en soms ook mentaal) heel zware jobs zijn, omdat ze te weinig respect krijgen én omdat de zorg keer op keer besparingen te slikken krijgt. Nochtans is een tekort aan zorgverleners nefast: hoe meer patiënten een verpleegkundige onder zijn of haar hoede heeft, hoe groter het overlijdensrisico. Ook in onverdachte tijden.Er valt dus (meer dan één) duidelijke les uit de huidige crisis te trekken: we moeten beter zorgen voor degenen die de zorg opnemen voor de meest kwetsbare mensen onder ons. Laten we dus nu alvast afspreken dat we ook over een halfjaar nog eens met z'n allen voor onze zorgverleners applaudisseren, hen geregeld op een door topchefs gekookt viergangenmenu trakteren en hen uitgebreid prijzen op de sociale media. Of wacht: zou er misschien nog een andere manier zijn om onze waardering te laten blijken? Betere werkomstandigheden, bijvoorbeeld, zodat verpleeg- en zorgkundigen zowel hun technische taken als sociale opdracht naar behoren kunnen vervullen en er nog voldoening uit halen ook. Dat betekent dat elke dienst naar behoren bemand moet worden en dat er vooral niet meer mag worden bespaard. Laten we dus eindelijk eens écht naar hun verzuchtingen luisteren. Over een paar maanden dan toch. Nu hebben ze wel wat anders te doen.