Dit jaar verliezen zo’n 190.000 Belgen hun werkloosheidsuitkering. In Antwerpen, de stad van de premier, moet N-VA-schepen Nathalie van Baren dat in goede banen leiden. ‘We moeten ergens de grens trekken.’
Alle langdurig werklozen die dit jaar hun uitkering verliezen moeten niet denken dat ze zomaar recht hebben op een leefloon van het OCMW: dat is de boodschap van Nathalie van Baren aan het begin van 2026.
Van Baren is schepen van Sociale Zaken in Antwerpen. De 33-jarige N-VA’ster volgde Els van Doesburg op toen die burgemeester werd. Daarvoor werkte ze op de kabinetten van Vlaams ministers Jan Jambon en Annick De Ridder. Haar voor-wat-hoort-watbeleid doet de oppositie terugdenken aan de jaren van Fons Duchateau, die ondertussen ook haar kabinetschef is. Maar het is Van Baren die het koninginnenstuk van de regering-De Wever, zoals de premier de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd al noemde, in Antwerpen goed moet zien uit te voeren.
Wanneer we Van Baren op haar kabinet in de Hofstraat spreken, heeft het net weer een nacht zwaar gevroren. De schepen is de avond ervoor op bezoek geweest in een daklozenopvang in haar stad.
Voelt het niet wat onwennig om daar op bezoek te gaan?
Nathalie van Baren: Nee, hoor. Er hing kerstversiering en er stond muziek op. Eigenlijk was het daar wel een beetje gezellig. Er bestaan veel vooroordelen over die groep van mensen. Ze zijn natuurlijk wel wat op hun hoede, zeker door de weersomstandigheden. Er staat daarom ook altijd wel security. Mocht iemand de toegang ontzegd worden omdat hij eerder een sanctie heeft gekregen, of omdat de opvang helemaal vol zit, dan zou het kunnen dat die persoon wat agressief reageert. Drugs en alcohol zijn er heel strikt verboden, sommigen willen die niet afgeven aan de ingang. Er is dus een hoge mate van paraatheid. Zolang er niets gebeurt, zoals gisterenavond, is de sfeer best gemoedelijk. Er was ook genoeg plaats voor iedereen.
‘Werkgevers moeten zich afvragen welke mensen ze nog kunnen oppikken voor jobs waar ze niemand voor vinden.’
De premier voorspelde dat we door het schrappen van de uitkeringen beelden zullen zien waar we ‘niet vrolijk’ van worden. Is dat nu al zo?
Van Baren: Het is nog vroeg. Mensen kregen op 8 januari allemaal nog hun uitkering van december, en zullen dus pas op 8 februari zien dat er voor het eerst geen geld meer op hun rekening verschijnt. Zeker voor wie het nieuws niet volgt, kan dat nog een verrassing worden.
In Antwerpen gaat het nu om 590 personen die al meer dan twintig jaar werkloos zijn. In maart en april volgen er twee golven waarbij meer dan vijfduizend mensen hun uitkering verliezen. In totaal zal het om meer dan tienduizend Antwerpenaren gaan. We zijn daar nog niet, maar in Antwerpen hebben we al in december een sociaal centrum geopend.
Wat weet u ondertussen over die mensen?
Van Baren: Degenen die zich al gemeld hebben en met wie we al kunnen beginnen te werken, zitten vaak dicht tegen de pensioenleeftijd aan. Vroeger had men ze waarschijnlijk perfect kunnen activeren, maar ondertussen ervaren zij hun leeftijd als een drempel om werk te vinden. Ze zijn vaak ook geïsoleerd geraakt, en hebben nog maar een heel klein netwerk. Sommigen hebben zichzelf geleerd heel zuinig te leven, maar er zitten ook vijftigers en zestigers tussen die een erfenis hebben gekregen en wel wat spaargeld hebben. We hebben al 25 mensen heel helder geweigerd omdat ze over te veel inkomsten beschikken.
Denkt u dat er veel profiteurs tussen zitten? Nogal wat mensen lijken dat te geloven.
Van Baren: U zult mij nooit van profitariaat horen spreken. Dat gaat om mensen die vanuit hun eigen huishoudeconomie de afweging maken om een uitkering te krijgen in plaats van te werken en iets meer te verdienen. Dat is vaak zelfs een logische keuze, maar daardoor zijn we veel mensen verloren die actief hadden kunnen zijn op de arbeidsmarkt. De kost voor de maatschappij daarvan is gigantisch.
In de kranten zijn al veel portretten verschenen van die groep. Het valt mij altijd op dat het mensen zijn die verschillende, op elkaar gestapelde problemen hebben, zoals een handicap, een verslaving, een ingewikkelde gezinssituatie en/of psychische problemen. Zelfs Paul Magnette heeft al toegegeven dat de PS deze hervorming niet zal terugdraaien, maar het blijft heel bruusk voor zulke mensen die dit jaar plots zonder uitkering komen te staan.
Van Baren: Tot nu kregen ze ook helemaal geen begeleiding. Ze kregen een stempel van de VDAB en in ruil daarvoor volgde stempelgeld. Het label niet-toeleidbaar is daar een goed voorbeeld van: in heel België waren er zo’n tienduizend mensen die gewoon aan hun lot werden overgelaten, omdat ze vaak een verslaving of psychische problemen hadden. Wij gaan die mensen veel beter kunnen helpen.

Het bewijst hoe slecht de VDAB functioneert.
Van Baren: Of dat men deze maatregel al sneller had moeten invoeren. De VDAB is goed in de begeleiding van mensen die makkelijk activeerbaar zijn. Wij hebben een andere focus, en wij kunnen ook veel meer doen. Wij kunnen mensen vragen zich in te schrijven in de geestelijke gezondheidszorg, of – zoals (N-VA-voorzitter, nvdr) Valerie Van Peel zei – mensen die verslaafd zijn vragen zich te laten behandelen. Wij gaan ook op huisbezoek, nog iets wat de VDAB nooit doet. Als blijkt dat iemands huis een rommeltje is, dan vragen wij bijvoorbeeld dat er daar wordt opgeruimd. Niemand krijgt zomaar een leefloon, dat wil ik graag benadrukken. Er is altijd een inspanningsverbintenis aan verbonden voor een verbetertraject. Wij kunnen mensen niet dwingen af te kicken, maar ze moeten minstens bewijzen dat ze hun best doen.
Op veel van de langdurig werklozen zit geen enkele werkgever te wachten, schreef De Tijd onlangs. Sociaal werkster Michelle Ginée zei in december tegen Knack dat zij met mensen werkt die ‘de hele dag niets anders doen dan solliciteren’ zonder dat ze ooit ergens worden aangenomen.
Van Baren: Dat merken wij ook geregeld. Niet alleen mensen met een moeilijk profiel krijgen soms maar heel weinig respons. Dat is een vraagstuk voor de hele maatschappij. Ook werkgevers moeten zich afvragen welke mensen ze nog kunnen oppikken voor jobs waar ze niemand voor vinden.
Kunnen OCMW’s mensen echt zoveel beter helpen dan de VDAB? In Antwerpen moet één OCMW-medewerker de dossiers van gemiddeld zo’n vijftig gezinnen opvolgen.
Van Baren: De werkdruk ligt inderdaad al hoog, en dit jaar komt er alleen maar meer werk op ons af. We bekijken of we in Antwerpen kunnen werken met AI-tools zoals speech-to-texttechnologie of geavanceerde datamining, zodat onze medewerkers zich met hun kerntaken kunnen bezighouden. Tussen onze dossiers zitten ook wel heel wat voorschotdossiers van mensen die alleen wachten op een uitkering van de vakbond of het RIZIV.
Ik ken sociaal werkers in Antwerpen die nooit voor het OCMW zouden willen werken omdat kwaliteitsvolle begeleiding er onmogelijk is.
Van Baren: Onze medewerkers krijgen nochtans de kans om mensen langdurig te begeleiden en hun situatie te zien verbeteren. Als ze daarin slagen, geeft dat enorm veel voldoening. Maar OCMW-medewerker is een job waar iemand geboren voor moet zijn, dat klopt wel.
Hoeveel mensen denkt u dat er een job zullen vinden nadat ze hun uitkering zijn verloren?
Van Baren: Ik hoop dat iedereen aan de slag gaat. (grijnst) Maar ik ga er geen cijfers op plakken. In Antwerpen is schepen Nabilla Ait Daoud bevoegd voor activering, maar we willen bij het OCMW ook meer met artikel 60 werken. Daarmee geven we mensen een werkervaringstraject van een jaar, zoals bij de groendienst, in een kringloopwinkel of sociaal restaurant. Mensen fleuren helemaal op als ze zo’n jaar tot een goed einde hebben gebracht, en hopelijk vinden ze daarna ergens anders een plek.
U gaat ervan uit dat er uiteindelijk niet zo heel veel langdurig werklozen recht zullen hebben op een leefloon. Hoe komt dat?
Van Baren: Volgens het rekenmodel van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten zullen 7600 mensen zich tot het OCMW wenden, maar zo’n twee derde van hen zal waarschijnlijk geen recht hebben op een leefloon omdat ze niet bereid zijn om te werken, in het verkeerde stelsel zitten of niet behoeftig zijn.
Het is hard om mensen helemaal niks meer te geven. Allicht zitten er tussen die begeleiding erg nodig hebben.
Van Baren: Mensen zonder leefloon verdwijnen uiteindelijk van onze radar, dat is waar, hoewel ze natuurlijk altijd een nieuwe aanvraag kunnen indienen. En we zullen ook geen mensen begeleiden die dat strikt genomen niet nodig hebben – dat is weggesmeten belastinggeld.
‘We moeten ergens de grens trekken. Als je partner te veel verdient, gaan wij niet zomaar bijpassen.’
Het is niet omdat iemand volgens de regels ‘niet behoeftig’ is dat hij of zij daarom geen geldproblemen heeft. Iemand wiens partner iets te veel verdient, kan zijn leefloon verliezen.
Van Baren: We moeten ergens de grens trekken. Als je partner te veel verdient, gaan wij niet zomaar bijpassen.
‘Een leefloon zou mij motiveren om een poging te ondernemen zelfredzaam te worden.’
Zou u kunnen overleven met een leefloon?
Van Baren: Ik zou er de hypotheek voor mijn huis niet mee kunnen afbetalen, maar dat is ook niet de bedoeling. Een leefloon zou mij wel motiveren om een poging te ondernemen zelfredzaam te worden. Die steun is bedoeld voor de korte termijn, het is niet de bedoeling dat mensen er de rest van hun leven op moeten rekenen.
Veel van die mensen hebben juist veel tijd nodig om zichzelf erbovenop te helpen.
Van Baren: We kunnen altijd bijspringen met extraatjes voor onverwachte uitgaven, maar het is niet de bedoeling om weer een nieuwe hangmat te creëren. Een leefloon is niet bedoeld om je Netflix-abonnement mee te betalen. Een leefloon moet wel dienen om een internetverbinding te bekostigen, zodat je kunt solliciteren.
Ik weet niet of ik geld voor internet zou overhouden.
Van Baren: We hebben ook voorwaardelijke klimpremies. Die zijn bijvoorbeeld voor mensen die kunnen aantonen dat ze dat internet nodig hebben om te kunnen solliciteren.
Geldzorgen zouden mij niet motiveren, maar er juist van weerhouden om de andere problemen in mijn leven aan te pakken. Daarvoor ontbreekt de ademruimte bij iemand die in constante geldnood verkeert.
Van Baren: Wij merken inderdaad dat sommige mensen financiële stress hebben. De hoogte van de leeflonen is natuurlijk federaal bepaald. Wij kunnen nog wel bijspringen met andere toelagen – veel mensen ontvangen daarnaast ook nog kindergeld en ze mogen ook altijd iets bijverdienen als ze dat willen. Alleen, nogmaals: het mag geen hangmat worden. Mensen met werkloosheidsuitkeringen zijn net door die steun vaak alleen maar geïsoleerd geraakt.
Uw partij beweert vaak dat mensen zo veel sociale voordelen met elkaar combineren dat ze daar een riant inkomen aan overhouden. Gebeurt dat vaak, denkt u?
Van Baren: Wij zien vaak tieners die achttien jaar worden en diezelfde dag al een leefloon aanvragen. Soms gaat het om moeders met meerderjarige inwonende kinderen die een leefloon van ons proberen te krijgen. Alleen hebben ouders een onderhoudsplicht, dus ik zou niet weten waarom wij die kinderen meteen een leefloon moeten geven. Wij voeren een sociaal onderzoek en weigeren zoiets dan ook op basis van de gezinssituatie.
‘Wij zien vaak tieners die achttien jaar worden en diezelfde dag al een leefloon aanvragen.’
Wel ja: ú weigert dat. Denkt u dat er vandaag veel Antwerpenaren met een leefloon een royaal inkomen hebben?
Van Baren: Niet door uitkeringen te combineren, nee. Er zijn er wel die er nog – door het zwartwerk dat ze uitvoeren – een ander inkomen op na houden.
U gaat private bedrijven – of zoals de oppositie zegt: privédetectives – inzetten om te controleren of mensen die een leefloon aanvragen geen bezittingen hebben in het buitenland. De vorige keer dat Antwerpen dat probeerde, werd het plan tegengehouden door de MR-minister in de federale regering: die controlerende taak behoort alleen maatschappelijk werkers toe.
Van Baren: (fijntjes) Vandaag moet (minister van Asiel en Migratie, nvdr) Anneleen Van Bossuyt daarover beslissen, en zij deelt onze mening. Het OCMW wint daarmee gewoon wat extra informatie in. Die bedrijven kunnen aan data in het buitenland die wij niet te zien krijgen.
Socialehuisvestingsmaatschappijen gaven daar al 1,4 miljoen euro aan uit. Dat is geld dat misschien beter besteed zou kunnen worden.
Van Baren: Wij gaan er elk jaar 200.000 euro in investeren. We zijn er nog niet mee begonnen, maar Nederlandse voorbeelden leren mij dat het iets oplevert. Het gaat ook om het afschrikkingseffect.
Binnen de Vlaamse regering is er een discussie gaande over zulke controles: Vooruit wil dat ook mensen die een studiebeurs aanvragen strenger gecontroleerd worden. Vindt u dat niet heel begrijpelijk?
Van Baren: Zulke toeslagen zijn natuurlijk onvoorwaardelijk, ze zijn niet gekoppeld aan een verbetertraject zoals een leefloon. Er zijn ook ontzettend veel verschillende voordelen die mensen kunnen krijgen, die houden niet altijd met alles rekening.

Maar waarom zouden bijvoorbeeld studiebeurzen daarom minder streng gecontroleerd moeten worden?
Van Baren: Ik zie eigenlijk ook het probleem niet.
Sommige mensen die een leefloon aanvragen, moeten voor het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst verschijnen. Veel mensen weten niet dat dit een comité is waarin politieke partijen hun mensen benoemen. Ik kan geen enkel ander domein bedenken waar politici zo rechtstreeks keuzes maken over individuen.
Van Baren: Het gaat om belastinggeld dat correct gespendeerd moet worden. Die dossiers worden altijd goed voorbereid door maatschappelijk werkers, maar het is goed dat er verschillende partijen kunnen meekijken. Het kan daarbij twee kanten uitgaan: aanvragen die geweigerd worden door een maatschappelijk werker kunnen door ons worden opgepikt. Maar wij laten ook mensen langskomen van wie een politicus zegt: dat is op papier toch een rare situatie, daar willen we enkele vragen over stellen.
Is dat aangenaam werk? Het lijkt me vreselijk om daarover te moeten oordelen.
Van Baren: Het is bijzonder aangenaam, ik vind dat helemaal niet moeilijk. Je voelt meteen of iemand al dan niet meent wat hij zegt. Het klopt dat we ook te maken krijgen met heel schrijnende situaties, maar mensen die geholpen willen worden, kunnen we helpen. Dat geeft voldoening.
Naar het schijnt gaat het er in Antwerpen soms heel hard aan toe op die zittingen.
Van Baren: De frustratie bouwt zich af en toe op, dat is waar. Wij krijgen soms mensen voor ons die overduidelijk niet de waarheid spreken. Ik zal u een voorbeeld geven. Onlangs was iemand die mankend was binnengekomen achter de hoek alweer gewoon aan het wandelen. Die speelde gewoon komedie. Na een paar soortgelijke gevallen…
… worden jullie cynisch?
Van Baren: Misschien niet cynisch, maar het wordt dan moeilijk om de volgende persoon die voor ons verschijnt een even eerlijke kans te geven als de persoon die we die dag als eerste zagen. Dat wekt soms frustratie op.
Net voordat er duizenden Antwerpenaren zonder inkomen bij komen, bespaart u fors op armoede-organisaties. Is dat moment niet bijzonder slecht gekozen?
Van Baren: Het had al veel eerder moeten gebeuren. Ik bespaar trouwens niet op sociaal beleid, ik leg alleen andere accenten dan mijn voorganger. Die oefening draaide ook om efficiëntie: sommige organisaties bereiken hun doelgroep beter dan andere.
Om er twee organisaties uit te pikken: ArmenTekort, nu Kanzo, en de sociale buurtrestaurants van Sense. Leveren zij dan slecht werk?
Van Baren: ArmenTekort deed goed werk, maar zij beginnen met een heel nieuw project. Ik kan moeilijk al beoordelen of ze daar evenveel geld voor nodig hebben. De voedselverdeling via buurtrestaurants, sociale kruideniers en voedselbanken is niet gelijk verdeeld over de districten. Daar willen we iets aan doen.
Maar opnieuw: is dit het juiste moment om zulke projecten stop te zetten?
Van Baren: Het komt allemaal samen, maar aan die timing kan ik natuurlijk niets doen. Ik heb niet gekozen wanneer er in Antwerpen over de meerjarenbegroting wordt onderhandeld.
Tot slot: u bent samen met een Open VLD’er. Hoe komt het dat u er nog niet in bent geslaagd om hem van een overstap naar de N-VA te overtuigen?
Woordvoerder: Dat vragen wij ons ook af.
Van Baren: Ik probeer elke dag. (lacht) Wij zijn al samen van voor we politiek actief werden. We zijn het over veel zaken eens, maar we hebben ook nog altijd meningsverschillen. De liefde overstijgt dat gelukkig allemaal.
OCMW’s verwachten 180.000 werklozen: ‘Wij raken niet snel in paniek’
Nathalie van Baren
1992: Geboren in Lier.
Behaalde een bachelor economie aan de KU Leuven en een Master of Science aan de Universiteit van Amsterdam.
2019-2025: Gemeenteraadslid in Antwerpen.
Werkte eerder op de kabinetten van N-VA-ministers Jan Jambon en Annick De Ridder.