De Dienst Vreemdelingenzaken telde in mei exact 1.813 verzoekers om internationale bescherming. Het gaat hoofdzakelijk om mensen uit Afghanistan (248), Palestina (199) en Syrië (158). El Salvador, Irak, Turkije, Eritrea, Burundi, Iran en Somalië vervolledigen de top 10. Het aantal asielaanvragen lag de afgelopen maanden telkens een pak hoger dan in mei. In januari waren het er bijvoorbeeld meer dan 2.700, in april ging het nog altijd om 2.247 mensen. Maar nu is het niveau teruggezakt tot dat van begin 2018. Van januari tot en met juni van dat jaar schommelde het cijfer telkens rond de 1.800 asielaanvragen. Het CGVS nam in mei 1.169 beslissingen over asielaanvragen, voor in totaal 1.474 mensen. De beschermingsgraad - het percentage van mensen dat internationale bescherming krijgt - lag op 44,2 procent. In heel 2019 gaf het Vluchtelingencommissariaat al 2.601 mensen de status van vluchteling, 425 kregen de subsidiaire bescherming toegekend. Het Commissariaat-Generaal had eind mei een werklast van 6.424 dossiers die nog niet zijn behandeld, voor in totaal 8.220 personen. Op basis van de instroom zouden 4.200 dossiers een normale werklast zijn, zegt het CGVS: de andere 2.224 zijn dus achterstand. (Belga)