Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Na een bewogen poëzieweek dwarrelt het stof zachtjes neer in het dichterlijke strijdperk.

Een keer per jaar worden de dichters uit de vergeetput gehaald. Tijdens de Week van de Poëzie worden ze bewierookt, gelauwerd en gevierd. Prijzen worden uitgereikt, kroontjes opgezet. Zo werd Joke van Leeuwen door het Algemeen-Nederlands Verbond – niemand die wist dat het bestond – aangesteld tot Dichter der Nederlanden en mag ze haar poëtische scepter over Vlaanderen, Nederland en Suriname laten zwaaien. Helaas niet tot vreugde van Ilja Leonard Pfeijffer, schrijver van het Poëzieweekgeschenk, die Van Leeuwen opriep om afstand te doen van het ideologisch aangedreven dichterschap; Van Leeuwen laat zich voor de orangistische kar spannen en loopt in de weg van de Vaderlandse dichters. Van Leeuwen beet zuinig van zich af: dat ze als Nederlands-Belgische goed geplaatst is om de functie te vervullen en dat Pfeijffer beter twee keer kan nadenken voor hij nachtelijke mails naar kranten stuurt.

Net wanneer je denkt dat elk staatkundig niveau – van dorpswijk tot federatie – over zijn eigen dichterschap beschikt, vindt het ANV er nog eentje uit. Het is een makkelijke vorm van cultuurbeleid: een poëtische hofnar is goedkoop, vergt weinig logistiek en houdt nauwelijks enig risico in. Zelden zijn dichters staatsgevaarlijk. De hermetische gelegenheidsverzen die in de krant of op een banier verschijnen, zijn immers altijd voor interpretatie vatbaar – iedereen vindt er wel zijn gading in. Gesteld dat ze überhaupt gelezen worden.

Want met de bewering dat Van Leeuwen zich politiek laat recupereren, overschat Pfeijffer schromelijk de maatschappelijke impact van het dichterschap. Niemand die ook op het idee komt om soortgelijke functies in andere sectoren op de korrel te nemen. De Vlaamse Bouwmeester wordt veel aangewreven, maar niet dat hij zich liet misbruiken om de Vlaamse Gedachte in beton te gieten. Wellicht ligt een onderhuids verschil in poëtica aan de basis – Pfeijffers woeste regels versus de juffrouwige poëzie van Van Leeuwen – maar voor het brede publiek behelst dit strijdperk niet meer dan woordridders die elkaar met kleine zwaardjes bekampen.

Poëzie blijft een klein genre, maar net daarin kan het groots zijn. Dichters zijn de verkenners van de taal, vechten in de frontlinie van het woord. Ze raken misschien niet verder dan het nachtkastje, maar daar gedijen ze; net voor u gaat slapen ontwrichten ze uw taalgebruik, schrapen ze woorden leeg om ze met nieuwe betekenissen te vullen, en sluipen ze zo uw nachtmares binnen. Impact waar politici alleen maar van kunnen dromen.

Roderik Six

Met de bewering dat Van Leeuwen zich politiek laat recupereren, overschat Pfeijffer schromelijk de impact van het dichterschap.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content