John Vandaele
John Vandaele Journalist MO*

In een lijvig dossier hertekenden Ruddy Doom en Gerd Nonneman het Midden-Oosten van de jaren negentig. ?Want onze visie moet een project zijn.?

De geschiedenis is nodig om recht van onrecht te kunnen scheiden, en het gedrag van mensen te begrijpen. Dat is zeker zo in Israël en Palestina, en meer dan ooit in Jeruzalem. Zo vertelde de Israëlische advocaat Daniël Seidemann onlangs in een interview over het huidige Jeruzalem dat ?van de zeventig vierkante kilometer er maar zeven zijn voor Palestijnse woongelegenheid. De overbevolking is er verschrikkelijk.? Zijn vaststelling wordt sprekender als je in het recente boek ?Het Midden Oosten hertekend?, onder redactie van professor Ruddy Doom en Dr. Gerd Nonneman, leest dat ?de Joodse bevolking in het Jeruzalem van 1948 dicht opeengeplakt leefde in slechts een klein deel ervan.? De woorden komen van Jan de Jong, die jarenlang de planologische politiek van Israël in de Bezette Gebieden bestudeerde en momenteel consulent is van het Israëlisch Centrum voor Rechtshulp St Yves in Jeruzalem, en maken concreet zichtbaar wie wat verloren en wie wat gewonnen heeft.

Het boek plaatst, zoals bovenstaand voorbeeld, veel wat ons wekelijks uit de regio bereikt woorden, beslissingen, aanslagen in een ander licht. Er is de onderbelichte economische kant van het verhaal, bijvoorbeeld van de Oslo-akkoorden : economische bloei voor Israël, door het afbrokkelen van de boycot, en stagnatie in de bezette gebieden. Als de Israëlische premier Benyamin Netanyahu het woord ?terrorists? in de mond neemt, maakt het boek zonneklaar dat er twee soorten geweld zijn, zoals de oude Noorse politicoloog Johan Galtung lang geleden al zei.

Er is bloedig fysiek geweld, zoals dat van Hamas. En er is structureel geweld dat niet noodzakelijk gepaard gaat met bloed, maar gewoon voortvloeit uit de bestaande machtsverhoudingen en zo mensen kansen ontzegt. ?Structureel geweld ontstaat daar waar sprake is van een te vermijden ongelijke verdeling van bestaansmiddelen en levenskansen.? En woongelegenheden, om maar iets te noemen, zijn ook levenskansen. Bovendien is er ook de ?mimetische begeerte? : zodra het kapitalisme ergens een traditionele samenleving ontmantelt, begeren mensen wat hun buren begeren. Een nabootsingsdrang die mee verklaart waarom de groep mensen die het structureel geweld ondergaat, vaak naar dat ander soort geweld, het fysieke, grijpt om zich daar tegen te verzetten. Dat is ouwe koek ongetwijfeld, en tegenwoordig niet meer zo populair, en ook geen troost of rechtvaardiging voor wie zijn kind verliest in weer eens een ontplofte bus maar het is, naar we vrezen, wel van toepassing hier.

HET ZIJN DAAR GEEN ZONDERLINGEN

Het boek ?Het Midden Oosten hertekend? heeft de ambitie de lezer een grotere kennis van de regio te bezorgen, omdat dat een voorwaarde is voor Europa om de ?noodzakelijke? dialoog met het Midden-Oosten te kunnen aangaan. Nadat vroeger over het Midden-Oosten werd verondersteld dat het ?irrationele? en religieuze onvermijdelijk door de modernisering zou worden ingehaald, is Europa, na de Iraanse revolutie, probleemloos overgestapt op het beeld van de islam die het Midden-Oosten voor eeuwig moet domineren. Dat past in de nood aan een nieuwe vijand na de val van de Berlijnse Muur, zoals het controversiële boek ?The Clash of civilisations? van de Amerikaanse prof Samuel Huntington al illustreert.

De auteurs menen dat Europa zich dergelijke opvatting niet kan permitteren : ?Waar we moeten van uitgaan, is dat onze visie een project is, een veranderlijke kijk van mensen op mensen, een verschuivend betekenissysteem.? Dure woorden misschien maar het boek maakt ons inziens en weliswaar met heel veel pagina’s zijn ambitie waar. Door de wereld te bekijken vanuit het oogpunt van Jemen, Oman, Egypte of Saudi-Arabië, worden de feiten die de massamedia halen, begrijpelijk zonder dat men daarvoor van de Midden-Oosterse mens een zonderling moet maken.

Die stelling gaat zelfs op voor zondebok Irak. Gerd Nonneman maakt duidelijk dat de inval in Koeweit ondenkbaar is zonder de eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran, die beide landen totaal uitputte. Nonneman borstelt het beeld van de buren, Koeweit, Saudi-Arabië en de andere Golfstaten, die Irak wat graag een oorlog lieten uitvechten die ook de hunne was : alles wat het revolutionaire Iran verzwakte, was immers meegenomen. Ook het Westen toonde zich gul met wapens, leningen en militaire informatie. Nonneman schrijft dat de VS ?via een aantal wegen inlichtingen over de Iraanse gevechtsklaarheid naar Irak lieten doorsijpelen.? Irak zat echter na de oorlog op de knieën : zijn inkomen was in 1988 gezakt naar dat van 1972, het jaar vóór de olieboom !

Op dat moment ging Koeweit nog wat zout in de wonde strooien. Het weigerde Iraakse schulden kwijt te schelden die Bagdad tijdens de oorlog gemaakt had en door meer olie te exporteren dan afgesproken, deed het de olieprijs zakken, wat Irak jaarlijks miljarden franken kostte. Die combinatie van economische zelfmoord en ondankbaarheid creëerde een revanchistisch klimaat waarin Saddam Hoessein volgens Nonneman tot dan toe als een weliswaar brutale maar rationele en het Westen goed gezinde speler beschouwd de pedalen verloor. Hij blies de oude Iraakse aanspraken op Koeweit nieuw leven in. Waarna de apocalyps volgde.

Als dossier-boek vult ?Het Midden Oosten hertekend? een leemte op in het Nederlandse taalgebied. Zeker na de Golfoorlogen en de start van het ?Vredesproces voor het Midden-Oosten? is het de eerste keer dat een poging werd ondernomen om toch van de grote lijnen in de regio een ietwat volledig en diepgaand dossier samen te stellen dat zowel als inleiding op de problematiek als als naslagwerk voor de vergeetachtige lezer kan dienen.

John Vandaele

Ruddy Doom en Gerd Nonneman, ?Het Midden-Oosten hertekend?, VUB-press, Brussel, 500 blz.

Ruddy Doom : structureel tegen fysiek geweld ?

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content