Frankrijks meest controversiële schrijver lijkt met ‘De koude revolutie’ een dubbel publiek te willen bedienen. Voor de fans is het een mogelijkheid om in een klap zowat al zijn belangrijke teksten in bezit te krijgen. Voor degenen die nog nooit iets van hem lazen is het dan weer een ideale manier om met zijn werk kennis te maken. Met dank aan H.P. Lovecraft.

Michel Houellebecq, ‘De koude revolutie, confrontaties en bespiegelingen’, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 368 blz.

Als fan van Michel Houellebecq zat je tot voor kort met twee problemen. Het eerste was dat er naast de drie mooie, zwarte banden van Elementaire deeltjes, De wereld als markt en strijd en Platform in de boekenkast zo’n stupide witte doos van onhandelbaar formaat stond met daarin het tekst- en fotoboek van Lanzarote. Het ding paste nergens tussen en je had dan ook algauw de neiging het stilletjes horizontaal te klasseren.

Het tweede probleem was van heel andere aard, namelijk dat er een band ontbrak: die met daarin Houellebecqs eerste gepubliceerde tekst: H.P. Lovecraft – Contre le monde, contre la vie. Het lange essay dat de schrijver wijdde aan de cult-sciencefictionauteur die hij als zijn geestelijke vader beschouwt, was immers nog niet in het Nederlands vertaald.

Er is nu goed en slecht nieuws en omdat het Houellebecq betreft kunnen we niet anders dan met het slechte beginnen: die Lanzarote, dat komt nooit meer goed. Dat is als een zandstenen kathedraal in een stad vol auto’s: het brokkelt en kruimelt en vloekt dat het knettert. Net zoals je die kathedraal voor eeuwig zal moeten restaureren, zal ook Lanzarote een zorgenkindje blijven dat om de zoveel tijd een nieuw plaatsje moet krijgen.

En nu het goede nieuws: er is een nieuw boek uit van Houellebecq met daarin niet alleen een hele reeks korte, tot nog toe onvertaald gebleven teksten en vijf diepgravende interviews, maar ook het essay over Lovecraft. De koude revolutie lijkt een dubbel publiek te willen bedienen. Enerzijds is het voor de fans een mogelijkheid om in een klap zowat alle belangrijke teksten van Houellebecq in bezit te krijgen. Voor degenen die wel al eens gehoord hebben over deze schrijver, maar nog nooit iets van hem lazen, is het dan weer een ideale manier om met zijn werk kennis te maken. Zowat alle ideeën die hij in zijn romans uitgewerkt heeft, komen hier immers aan bod.

De koude revolutie opent met het befaamde Lovecraft-essay, de sleuteltekst uit Houellebecqs oeuvre. Howard Phillips Lovecraft schreef in de eerste helft van de 20e eeuw een aantal boeken die op de rand van de sciencefiction en de horror laveren en die tot de klassieken van het genre zijn gaan behoren. De man werd ‘de kluizenaar van Providence’ genoemd en kan niet anders dan als een zonderling beschreven worden.

Zo weigerde hij bijvoorbeeld volwassen te worden, wat resulteerde in een tien jaar durende zenuwinstorting waar Houellebecq best kan inkomen: ‘Op grond van de waarden die de wereld der volwassenen domineren, kun je hem moeilijk ongelijk geven. Realiteitsprincipe, lustprincipe, rivaliteit, permanente uitdaging, seks en beleggen… geen reden om het halleluja aan te heffen.’ Eens terug op de been leefde Lovecraft van het geld van een erfenis, schreef compromisloze verhalen die geen kat wilde publiceren en bleek vooral heel zelfdestructief te zijn. Wanneer hij bijvoorbeeld een verhaal opstuurde naar een tijdschrift liet hij nooit na in een begeleidende brief zorgvuldig te vermelden welke andere tijdschriften het al hadden geweigerd.

Lovecraft was een oerconservatief, bijna reactionair man die in zijn boeken gefantaseerde werelden opriep die aan een reëel euvel leden: stuurloosheid. Wat er volgens hem immers was misgegaan, was de opkomst van de wetenschap en daardoor het verdwijnen van de religie als basis voor de moraal. Goed en kwaad, zo beweerde hij, zijn niet meer dan Victoriaanse fabeltjes. We leven in een kil, amoreel universum dat bestaat uit elementaire deeltjes. De wereld wordt gestuurd door de zelfzucht en dat levert geen fraai plaatje op. Als er al buitenaardse wezens bestonden zouden die echt niet moreel superieur zijn aan ons, zo geloofde hij ook, ze zouden net zo egoïstisch zijn als wij en ons behandelen zoals wij konijnen behandelen: ze slachten en villen, en dat meestal gewoon voor de lol.

Binnenband

Lovecraft was ook openlijk racistisch. Het lag voor de hand dat een blanke middenklasseman als hij hoger stond dan een zwarte koelie. Aanvankelijk was hij zelfs een aanhanger van Hitler, maar na verloop van tijd stelde deze hem toch teleur omdat hij niet genoeg van aanpakken wist. ‘Een brave clown’ noemde hij hem uiteindelijk.

Een van de klassieke verhaallijnen in zijn boeken is die van de halfbloedbarbarij die een einde maakt aan de blanke beschaving, waardoor de maatschappij ten onder gaat in misdaad en anarchie, een idee dat hij uit persoonlijke ervaring heeft, als we Houellebecq mogen geloven, want na zijn huwelijk trok hij naar New York, probeerde er voor het eerst van zijn leven een echte baan te krijgen en moest met lede ogen toezien hoe hij steeds weer over het hoofd werd gezien ten voordele van zo’n verdomde kleurling.

En hier zijn we bij de kern van Lovecrafts leven en werk gekomen: de man was vooral bang, en dat is wat hem met Houellebecq verbindt. ‘Een traditionele roman kan goed worden vergeleken met een oude binnenband die onder water wordt gehouden en langzaam leegloopt’, schrijft Houellebecq. ‘Je ziet een vrij zwakke borreling over het gehele oppervlak, vergelijkbaar met het etteren van wondvocht, en het eindresultaat is een vorm- en zinloos vod.’

Wat hij zo goed vindt aan Lovecraft is dat deze zijn vingers houdt op een paar van die gaatjes, waardoor de lucht door de andere juist vlugger gaat ontsnappen en je een krachtige borreling krijgt. Lovecraft legde zijn vingers op de gaatjes die instaan voor de ontwikkeling van de personages – die zijn dan ook stuk voor stuk van karton – omdat hij zijn persoonlijke ongenoegen wou verklaren vanuit socio-economische veranderingen en die dus wou laten zien.

Houellebecq doet in zijn boeken iets soortgelijks. Net zoals de sf-schrijver aanvoelde dat hij tot een uitstervende soort behoorde, ziet de Fransman zijn wereld in duigen vallen. ‘Wat de sociale beschrijving aangaat’, zo schrijft hij in een van de kortere stukken die allemaal samen als een antwoord op Lovecraft gezien kunnen worden, ‘ben ik onherroepelijk middenklasse.’

Schopenhauers raad

En meteen voegt hij er ook zijn bezorgdheid aan toe: ‘Maar dat sociaal-democratische begrip heeft misschien geen enkele betekenis meer in een volkomen liberale omgeving.’ Een liberale omgeving die ook de liefde op de markt gegooid heeft, waardoor genegenheid vervangen is door hersenloze seks.

Geld en seks, de twee onderwerpen waar Lovecraft angstvallig over zweeg, worden van de weeromstuit Houellebecqs hoofdonderwerpen. Maar het is niet alleen zijn klasse en de moraal die onder druk komen te staan. Frankrijk is stilaan aan het verarmen, zo schrijft hij weer ergens anders, en dat is allemaal de schuld van de eenheidsmunt, en dus van een steeds machtiger wordend Europa.

En ook daar stopt het niet. Wanneer hij over zijn sekse nadenkt, heeft hij ook al geen reden tot lachen: ‘Je kunt je voorstellen dat het mannendom heel lang geleden, toen er veel beren waren, een specifieke, onvervangbare rol speelde; tegenwoordig is dat nog maar de vraag.’ Het vooruitzicht dat er over een aantal jaren geen mannen meer nodig zullen zijn bij de voortplanting lijkt hem de finale slag te zullen zijn.

Aan wat kan iemand zich zoal meer optrekken wanneer zijn sociale positie, nationaliteit en sekse verdwenen zijn? Zijn baan misschien? Vergeet het. De literatuur is herleid tot schriftuur en stijl doordat haar traditionele rol, namelijk de exploratie van de menselijke psyche, praktisch volledig overgenomen is door de wetenschap.

Wanneer Houellebecq het heeft over de maatschappelijke invloed van de wetenschap gaat er meteen een Lovecraftiaans belletje rinkelen. Ook hier lezen we dat het verlies van de religie geleid heeft tot de hedendaagse immoraliteit. We hebben een religie nodig, zo stelt Houellebecq onomwonden, maar de huidige stand van de kennis maakt dat we er onmogelijk in kunnen geloven. Wat we dus nodig hebben, is een nieuwe ontologie, met een rationele, atheïstische godheid, maar die zal er niet zomaar komen. Auguste Comte probeerde dit door de introductie van zijn Grote Wezen, maar kijk waar dat inmiddels is beland.

Je zou je zowaar een beetje depri gaan voelen bij Houellebecqs cultuuranalyse, maar onterecht, want ‘zonder ressentiment tegen het leven is er geen kunst’, al moet je niet verwachten dat die kunst ook nog iets kan veranderen. Nee, het beste wat ze kan hopen, is een getrouw beeld geven van de malaise.

Is er dan helemaal geen lichtje meer in de duisternis? Toch wel, zo zegt hij, wellicht met Lovecraft in het achterhoofd: leg je oor te luisteren bij Arthur Schopenhauer. Om aan de nietsontziende wil te ontsnappen, gaf deze de mensheid de raad niet langer mee te doen aan de wereldse mallemolen en te vluchten in de kunst of het boeddhistische klooster.

Houellebecq stelt hetzelfde voor. Hij was tien toen in mei ’68 Frankrijk tot stilstand kwam en alles mogelijk leek – het enige positieve wat hij van die tijd onthouden heeft trouwens. Zo’n moment moeten we opnieuw creëren, stelt hij. We moeten de informatief-publicitaire stroom die ons iedere dag weer overspoelt gewoon weigeren.

De koude revolutie toont ons een nieuwe, maar ook bekende Houellebecq. Bekend omdat zijn basisfilosofie steeds dezelfde blijft. Nieuw omdat hij in de kortere stukken meer op de actualiteit ingaat dan in zijn romans. Maar waar het boek vooral in uitblinkt, is tonen waar Houellebecq zijn mosterd vandaan heeft. Iets wat het misschien wel al te goed doet. Want wat je vooral wilt doen na het omslaan van de laatste bladzijde, is niet een boek van Houellebecq lezen, maar wel eentje van Lovecraft.

Marnix Verplancke

‘We hebben een religie nodig, maar de huidige stand van de kennis maakt dat we er onmogelijk in kunnen geloven.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content