Factcheck: nee, gesuikerde energiedrankjes verhogen de kans op ADHD niet

© Steve Michiels

‘Kinderen van 11 tot 15 die veel gesuikerde energiedrank drinken, hebben 66% meer kans op ADHD.’ Dat lazen we in ABC Gezondheid. Maar het klopt niet.

Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op de datum van publicatie. Lees hier meer over hoe we werken.

De website ABC Gezondheid wijdde een artikel aan ADHD. ‘Kinderen van 11 tot 15 die veel gesuikerde energiedrank drinken, hebben 66% meer kans op ADHD’, zo klinkt het. Er wordt verwezen naar een Amerikaans onderzoek uit 2015 waarvoor 1649 leerlingen vragenlijsten invulden over hoeveel en welke gesuikerde dranken ze de voorbije 24 uur dronken, en over kenmerken van hyperactiviteit en aandachtsproblemen, twee symptomen van ADHD. Ze moesten zelf beoordelen in hoeverre bepaalde stellingen voor hen klopten, zoals ‘je voelt je rusteloos en kunt niet lang stilzitten’ en ‘je bent snel afgeleid en vindt het moeilijk om je te concentreren’. De conclusie? Leerlingen die aangaven dat ze energiedrankjes hadden gedronken, hadden 66 procent meer kans om hoog te scoren op die symptomen. Wat uiteraard niet hetzelfde is als ‘66 procent meer kans op ADHD’.

Een oorzakelijk verband met specifieke voeding is nog nooit wetenschappelijk bewezen.

Frieda Matthys (VUB)

De auteurs van het onderzoek wijzen zelf al op enkele beperkingen. Zo kunnen ze ‘omgekeerde causaliteit’ niet uitsluiten: mogelijk worden kinderen met symptomen van hyperactiviteit en aandachtsproblemen sneller aangetrokken tot energiedrankjes.

‘ADHD wordt niet vastgesteld met een zelfrapportage-vragenlijst van vijf items’, zegt professor klinische psychologie Herbert Roeyers (UGent). ‘Om een oorzakelijk verband hard te maken, zou je experimenteel onderzoek moeten doen, met een groep die lange tijd energiedrankjes krijgt en een controlegroep. In dit geval kan er inderdaad ook een omgekeerd verband zijn: misschien voelen kinderen die zich moeilijk kunnen concentreren wel meer behoefte aan een energiedrank.’

Professor psychiatrie Frieda Matthys (VUB) beaamt dat. ‘Gesuikerde energiedranken zorgen voor een schommeling in de insulineniveaus, wat kan leiden tot een onrustig gevoel en hyperactiviteit. Ook het hoge cafeïnegehalte kan daartoe bijdragen. Maar dat zijn symptomen van ADHD, wat niet hetzelfde is als ADHD. Dat is een ontwikkelingsstoornis waarbij bepaalde hersenbanen niet goed functioneren. Hoe die precies ontstaat, weten we nog niet. Al is intussen wel duidelijk dat er een belangrijke genetische factor is. Maar een oorzakelijk verband met specifieke voeding is nog nooit wetenschappelijk bewezen. Bij mensen die ADHD hebben, kunnen suiker en cafeïne de symptomen wel versterken: het is dus niet slecht om je voeding in zulke gevallen aan te passen. En dat te veel geraffineerde suikers en zeker cafeïne afgeraden zijn voor kinderen en jongeren, staat ook vast.’

Het fenomeen van de ‘omgekeerde causaliteit’ lijkt ook professor Matthys vrij aannemelijk bij deze studie. ‘We weten dat mensen met ADHD gemiddeld impulsiever zijn en vaak op zoek gaan naar nieuwe indrukken. Daarom grijpen ze sneller naar alcohol, tabak en drugs. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat ook energiedrankjes voor hen iets aantrekkelijker zijn.’

Conclusie
Dat kinderen die veel gesuikerde energiedrankjes drinken 66 procent meer kans hebben op ADHD, is een verkeerde interpretatie van wetenschappelijk onderzoek. Het blijkt ook niet te kloppen. We beoordelen de stelling dus als onwaar.

Bronnen
In het artikel vindt u links naar alle gebruikte bronnen.

Bovendien werden voor deze factcheck de volgende mensen gecontacteerd:

– Telefoongesprek en mailverkeer met Herbert Roeyers (UGent), 19-20 september 2022

– Mailverkeer met Frieda Matthys (VUB), 19-20 september 2022

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 20 september 2022.

Partner Content