Darwins 'Recht van de Sterkste' op de helling

24/08/10 om 11:32 - Bijgewerkt om 11:32

Volgens een nieuwe studie is niet competitie, maar wel 'leefruimte' de sleutel van de evolutie.

Darwins 'Recht van de Sterkste' op de helling

Charles Darwin had het mogelijk bij het verkeerde eind toen hij beweerde dat competitie een belangrijke drijfkracht achter de evolutie is, zeggen Britse wetenschappers.

Volgens Darwin strijden organismen voortdurend om de macht en kunnen enkel de sterkste of best aangepaste soorten overleven. Maar nieuw onderzoek van de universiteit van Bristol, gepubliceerd in het blad Biology Letters, stelt dat niet competitie, maar wel de aanwezigheid van 'leefruimte' de sleutel van de evolutie is.

Het onderzoeksteam bestudeerde aan de hand van fossielen de evolutionaire patronen van een periode van 400 miljoen jaar. De wetenschappers toonden aan dat bij landdieren zoals amfibieën, reptielen, zoogdieren en vogels de biodiversiteit gerelateerd was aan de aanwezigheid van leefruimte doorheen de tijd.

Die leefruimte, door biologen ecologische niche genoemd, verwijst naar de specifieke voorwaarden voor een organisme om te gedijen zoals de aanwezigheid van voedsel en een gunstige habitat.

Dinosauriërs

De nieuwe studie stelt dat echte grote evolutionaire veranderingen gebeurden wanneer soorten naar lege gebieden verhuisden, waar geen andere dieren aanwezig zijn. Zo kregen zoogdieren bijvoorbeeld de kans om zich uit te breiden dankzij het verdwijnen van de dinosauriërs.

"Competitie kon geen grote rol hebben gespeeld in het algemene patroon van de evolutie", zegt professor Mike Benton, co-auteur van de studie. "Hoewel zoogdieren gedurende 60 miljoen jaar naast de dinosauriërs leefden, waren ze niet in staat om de dominante reptielen weg te concurreren. Wanneer de dinosauriërs echter waren uitgeroeid, namen de zoogdieren de lege plek in en konden ze gaan domineren."

Toch stellen wetenschappers ook vragen bij de studie. Zo vraagt professor Stephen Stearns, evolutionair bioloog aan de Amerikaanse Yale universiteit, zich af waarom de zoogdieren zich pas konden uitbreiden wanneer de grote reptielen waren uitgeroeid aan het eind van het Mesozoïcum, terwijl de reptielen tijdens die periode niet superieur waren aan de zoogdieren. En welke andere reden zouden ze hebben gehad om een nieuwe leefruimte in te palmen dan het vermijden van competitie met de soort die de andere ruimte bevolkte."

Lees meer over:

Onze partners