Sami Zemni: 'Toekomst Tunesië wellicht niet zo rooskleurig, maar enige lichtpunt in donkere regio'

25/10/14 om 08:42 - Bijgewerkt op 24/10/14 om 17:01

Tunesië trekt zondag 26 oktober naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Met de presidentsverkiezingen een kleine maand later komt er een einde aan een transitieperiode die sinds 2011 maar liefst vier interim-regeringen kende.

Sami Zemni: 'Toekomst Tunesië wellicht niet zo rooskleurig, maar enige lichtpunt in donkere regio'

© Reuters

Toen de Jasmijnrevolutie in januari 2011 de Arabische Lente inluidde en toenmalig president Zine El Abidine Ben Ali uit Tunesië verdreef, moest in het land de weg naar de democratie geplaveid worden. Dat verhaal begon toen Tunesiërs op 23 oktober 2011 hun stem mochten uitbrengen.

Ze stemden voor een overgangsregering die een klein jaar zou aanblijven. Nu, drie jaar later, komt er eindelijk een einde aan die wat uitgelopen transitieperiode. Zondag 26 oktober zal de bevolking er voor de tweede keer democratische verkiezingen meemaken, maar deze zullen wel voor het eerst een parlement aanduiden voor de volgende vijf jaar.

Van 1 naar 13.000 kandidaten

'Waar er voor de revolutie slechts één kandidaat was - Ben Ali - zijn de straatmuren nu volledig beplakt met ontelbaar veel affiches van verschillende partijen', getuigt de Belgische kunstenaar Jan Demeulemeester die in Tunesië woont. 'De belangrijkste spelers zijn Ennahda en Nidaa Tounes', zegt politicoloog Sami Zemni (UGent). 'Sommigen denken dat er nog een verrassing uit de bus kan komen, maar daar vrees ik voor. Het wordt een nek-aan-nekrace.'

Ennahda is een oude bekende. De islamisten wonnen de verkiezingen namelijk in 2011 met resultaten die overal tussen de 30 en de 40 procent lagen. 'Ik denk dat de kiezers, geconfronteerd met een hele hoop onafhankelijke lijsten en onbekende kandidaten, liever opteerden voor een goed georganiseerde oppositiepartij, die eventueel bestraft kon worden als die haar beloftes niet nakwam', verklaarde Moez Boukhriss, verantwoordelijke voor de stembusgang in België destijds in Le Soir.

Sami Zemni: 'Toekomst Tunesië wellicht niet zo rooskleurig, maar enige lichtpunt in donkere regio'

© Reuters

Ennahda als breuk met verleden

De partij werd inderdaad ter verantwoording geroepen toen die haar beloftes niet nakwam. Ennahda had bijvoorbeeld gezworen niet te tornen aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw - die Habib Bourguiba, de eerste president van het onafhankelijke Tunesië, al in de jaren '50 in de Grondwet betonneerde. Toch probeerden de islamisten dat te veranderen naar: 'De vrouw is complementair met de man.' Wat critici deed opmerken dat herder en hond dat ook zijn. Bovendien wordt het Ennahda aangewreven veel kostbare tijd verspild te hebben aan het religieuze, in plaats van de economie en torenhoge werkloosheid aan te pakken.

Tot slot waren er de moorden op Chokri Belaïd, Mohamed Brahmi en Mohamed Belmufti van het linkse Front Populaire in 2013. Die werden op het conto van de salafisten geschreven, maar ook Ennahda kreeg vegen uit de pan: de regeringspartij zou te laks opgetreden hebben tegen de gewelddadige salafi's.

Zemni: 'Ja, er is kritiek geweest op Ennahda. Maar we hebben ons vaak miskeken op hun imago. Het blijft de partij bij uitstek die de breuk met het verleden symboliseert: met Ben Ali, maar ook met de politieke, culturele en economische elite. De bevolking mag dan al niet volledig tevreden zijn geweest, de partij heeft een standvastige aanhang.' Ook door hun aanpak van het terrorisme lijken de islamisten weer wat van het vertrouwen te hebben teruggewonnen.

Béji Caïd Essebsi en de Amerikaanse president Barack Obama.

Béji Caïd Essebsi en de Amerikaanse president Barack Obama. © Reuters

Terugkeer van Essebsi

De overgangsperiode heeft echter ook andere partijen de kans gegeven om zich te bewijzen. Een geduchte concurrent voor de islamisten blijkt de seculiere, 'modernistische' partij Nidaa Tounes (in het Frans Appel de la Tunisie, of Roep van Tunesië). Voormalig eerste minister en huidig presidentskandidaat Béji Caïd Essebsi richtte de partij na de verkiezingen van oktober 2011 op. De man is een ouwe rot in het vak, met een politieke geschiedenis die teruggaat tot 1956, toen hij adviseur werd van Bourguiba. Van 1990 tot 1991 was Essebsi voorzitter van de Kamer onder Ben Ali. 'Essebsi heeft zowel van Bourguiba als van Ben Ali snel afstand genomen. Hij is in 1991 zelfs even uit de politiek gestapt. Dat levert hem nu op.'

RCD: 'Rassemblement Constitutionnel Démocratique'

Waar het in 2011 nog verboden was voor ex-leden van de RCD (Rassemblement Constitutionnel Démocratique), de partij van Ben Ali, om deel te nemen aan de verkiezingen, mogen ze dat in 2014 wel. Een achttal partijen werd opgericht door oud-regeringsleden van Ben Ali en vier vroegere ministers wagen zelfs hun kans voor het presidentschap.

Volgens Zemni komt het er voor de oud RCD'ers op aan zich los te maken van Ben Ali. Dat is niet voor iedereen evident. Het volk houdt ze ook in de gaten, getuigt Demeulemeester: 'Op vele affiches hebben burgers bepaalde kandidaten omcirkeld en er 'RCD' bij geschreven.'

Hosni Mubarrak en Zine El Abidine Ben Ali, de gevallen dictators van Egypte en Tunesië.

Hosni Mubarrak en Zine El Abidine Ben Ali, de gevallen dictators van Egypte en Tunesië. © Reuters

Bourguibisme 2.0

Zemni nuanceert: 'Velen zijn eigenlijk geen aanhangers van Ben Ali te noemen. Ze vereerden hem niet, maar wilden voortbouwen op de filosofie en idealen van Bourguiba.' Ze streven volgens Zemni een 'Bourguibisme 2.0' na. 'Ze willen een ontwikkeld, modern, westers maar toch Arabisch, ... Tunesië. Het autoritaire aspect, kenmerkend voor Bourguiba en Ben Ali, moet sneuvelen.' Een 'elitair discours' noemt Zemni het. Wat in hun nadeel zou spelen, terwijl Ennahda op de lagere klasse mikt.

Volgens opiniepeilingen aangehaald door The New York Times zouden Nidaa Tounes en Ennahda elk ongeveer een derde van de nationale steun krijgen. Waarschijnlijk zal geen van beiden dus een absolute meerderheid halen. Gevolg: de partij met de meeste zetels moet coalitiepartners zoeken om een regering te vormen, zoals dat ook in België gebruikelijk is. Vele buitenstaanders, waaronder Westerse overheden die graag eindelijk wat stabiliteit in Noord-Afrika zouden zien, moedigen de belangrijkste partijen aan om de handen in elkaar te slaan voor een regering van nationale eenheid.

Economie als smeedijzer

Maar zo'n alliantie is niet in zicht, meent Leila Derouiche, vrouw van Demeulemeester. 'Vooral Nidaa Tounes weigert, omdat ze zich niet kunnen verzoenen met het programma van Ennahda. Natuurlijk kan dat na de verkiezingen nog helemaal omslaan als een coalitie uiteindelijk echt nodig blijkt.'

Zemni vult aan: 'Een belangrijk thema waar beiden overeenkomen, wordt vaak over het hoofd gezien: economie en werkloosheid. Een coalitie met beiden zal moeilijk zijn, maar wat de huidige politieke partijen in Tunesië kenmerkt is een verantwoordelijkheidsgevoel. Het besef dat het land vooruit moet, dat er hoe dan ook een regering moet komen. En daar zullen ze wel compromissen voor willen maken.'

Andere partijen die nu meer doorwegen dan bij de eerste verkiezingen, zijn het centrumlinkse Congrès pour la république (CPR) dat in 2001 door huidig president Moncef Marzouki werd gesticht. Daarnaast is er het Union patriotique libre (UPL), da na de Jasmijnrevolutie in mei 2011 werd opgericht door zakenman Slim Riahi die uit Libië was teruggekeerd (zijn vader was gekant tegen zowel Bourguiba als Ben Ali en trok met zijn gezin naar het buurland). Die centrumpartij streeft 'een moderne maatschappij' na, gebaseerd op de markteconomie, en verwerpt het islamisme.

De president van Tunesië Moncef Marzouki (links) en voormalig eerste minister Ali Larayedh poseren na het ondertekenen van de nieuwe grondwet in Tunis.

De president van Tunesië Moncef Marzouki (links) en voormalig eerste minister Ali Larayedh poseren na het ondertekenen van de nieuwe grondwet in Tunis. © Reuters

Noemenswaardige coalitie is het onafhankelijke Courant de l'amour onder leiding van Hechmi Hamdi - ooit lid van Ennahda, daarna aanhanger van Ben Ali, wat hij nu echter ontkent. Courant de l'amour is in alle 33 districten verkiesbaar en voert in navolging van het succes van het conservatieve Ennahda een islamistisch discours.

Het Front populaire is in 32 districten verkiesbaar. Die coalitie verenigt maar liefst twaalf politieke partijen uit linkse, nationalistische en groene hoek, maar ook tal van onafhankelijke intellectuelen vinden er hun gading. Front populaire, met woordvoerder Hamma Hammami wil vooral een alternatief bieden voor de islamisten van Ennahda en voor het populaire Nidaa Tounes. 'Misschien halen andere partijen wel voldoende stemmen om samen een derde stroming te vormen naast Ennahda en Nidaa Tounes', aldus Zemni. 'Maar het blijft koffiedikkijken naar mogelijke allianties.'

'Depolitisering is nefast voor democratie'

Ondanks het belang dat aan de verkiezingen gehecht wordt - zowel nationaal als internationaal - verwacht Zemni een lage opkomst. 'De jongeren, tussen de 18 en de 40 jaar, zijn de politiek moe. Ze zijn ontgoocheld. Bij sommigen uit dat zich in isolatie, bij anderen in migratie en bij nog anderen in radicalisering. Maar dat fenomeen zien we ook in het Westen. Eigenlijk is die depolitisering van een passieve meerderheid nefast voor onze democratie.'

Die tendens kan Ennahda ten goede komen, denkt Zemni. De partij kent een aanhang van overtuigde kiezers. 'In elk geval is het moeilijk om analyses te maken van de nakende verkiezingen. Er zijn onvoldoende verkiezingen in het verleden geweest om zich op te baseren. De weken na de verkiezingen zullen cruciaal zijn, maar een regering moeten we pas ten vroegste in januari 2015 verwachten, na de presidentsverkiezingen.'

'Klein land met grote missie'

De toekomst van Tunesië is niet helemaal rooskleurig, besluit Zemni. Verschillende - vaak nog onbekende - factoren zullen een rol spelen bij het slagen of falen van de regering. 'Er is het probleem van de jihadisten en van het imploderende Libië. Het is voorlopig met vallen en opstaan gegaan en het zal zo blijven gaan. Maar Tunesië heeft die democratische verkiezingen bereikt en kan een signaal geven aan de buurlanden. Het kleine Tunesië heeft een grote missie. Ze zijn het laatste lichtpunt in de donkere regio.'

Onze partners