De uitdagingen voor een onafhankelijk Zuid-Sudan

08/07/11 om 17:18 - Bijgewerkt om 17:18

Zuid-Sudan is vanaf 9 juli onafhankelijk, maar van een goed functionerende staat is nog geen sprake.

De uitdagingen voor een onafhankelijk Zuid-Sudan

© Reuters

De Zuid-Sudanese minister van Informatie, Barnaba Marial, reageert emotioneel op de onafhankelijkheid van zijn natie. 'Grootser dan mijn huwelijksfeest' noemt hij het. Voor Marial en de meeste van zijn landgenoten is de onafhankelijkheid het einde van een lange periode van oorlogsellende die begon met de opstand in het stadje Torit in 1995 en twee miljoen doden eiste.

Lange tijd was John Garang, stichter van het Sudanese People's Liberation Army (SPLA) en de politieke vleugel het Sudanese People's Liberation Movement (SPLM), de grote voorvechter van de vrede. In 2005 kwam Garang om in een helikoptercrash, luttele uren nadat hij erin geslaagd was een vredesakkoord te sluiten met de noordelijke heersers van Sudan. Zijn opvolger, Salva Kiir, net als Garang en de meerderheid van de bevolking een Dinka, bleek minder daadkrachtig.

Vruchtbaar land

Het onafhankelijke Zuid-Sudan heeft veel te bieden. Het is een vruchtbaar land met het potentieel om één van de grootste voedselproducenten van Afrika te worden. Voorts is het land rijk aan hard hout, olie, goud, chroom, ijzererts en tal van andere mineralen.

Maar de combinatie van overvloed en een zwakke regering kent zelden een goede afloop in Afrika. De nieuwe regering heeft maar enkele goed opgeleide ambtenaren. Ministeries kampen met een tekort aan computers. Belastingontvangers zijn analfabeet.

Hoewel er recent een akkoord is gesloten tussen het Noorden en het Zuiden om 4.200 Ethiopische blauwhelmen in te zetten in de betwiste Abyeiregio, blijft het onrustig aan de noordelijke grens. Niemand wil opnieuw oorlog, maar toch stelt de VN vast dat dit jaar al 2.000 mensen omgebracht werden en 300.000 strijdkrachten werden ingezet.

Zwakke regering

En dan is er nog het dogmatisme van de SPLM. Zoals bij de meeste Afrikaanse bevrijdingsorganisaties bieden ze maar één lezing van de geschiedenis. En een staat die bouwt op het verhaal van slechts één partij is gedoemd om teleur te stellen. De vicepremier van het nieuwe land, Riek Machar, een etnische Nuer, is al uitgerangeerd omdat hij wordt gewantrouwd door sommige Dinka hooggeplaatsten.

Als Zuid-Sudan een eenheid wil worden, dan zal het nog veel horden moeten nemen. Transport is er een van. Hoewel er vooruitgang is geboekt met het aanleggen van grindwegen, blijft transport duur en zijn de wegen tijdens het regenseizoen vaak ondergelopen. Een tweede uitdaging is de 'monetisering' van het vee. De regering zegt dat het land over 12 miljoen runderen en 24 miljoen geiten en schapen beschikt, maar van een industrie gericht op vleesexport is er geen sprake. Een derde probleem is dat de ontwikkeling en investeringen beperkt blijven tot de hoofdstad Juba.

De gouverneur van de staat Oost-Equatoria, Louis Lobo Lojore, zegt wel dat zijn volk meer federalisme wil. Dat houdt onder meer de autonomie in om als deelstaat eigen overeenkomsten te sluiten met buitenlandse investeerders. Maar de ministers in Juba ontkennen dit met klem. Investeringen moeten via de hoofdstad lopen en alleen daar kunnen ambtenaren over de voorwaarden beslissen.

In die situatie dringt een vraag zich op: is Zuid-Sudan een natie of een Dinka-staat? Tenzij er een evenwicht komt tussen Juba en de hoofdsteden van de deelstaten en tussen de Dinka en andere bevolkingsgroepen, zal Zuid-Sudan te groot en te divers blijken - te Joegoslavisch met andere woorden - om stand te houden. (The Economist/IP)

Onze partners