29/05/13 om 09:36 - Bijgewerkt om 09:36

Waanzinnige begrotingsdiscussies

De infantiele boetediscussie dringt de wezenlijke aspecten van het begrotingsgebeuren weer maar eens naar de achtergrond. Ondertussen valt het zogenoemde zware saneringsbeleid in België in de cijfers nauwelijks te bekennen.

Waanzinnige begrotingsdiscussies

De hele discussie rond de al dan niet beboeting door Europa van België omdat ons land haar begrotingsdoelstellingen niet haalt, mag typerend heten voor het onsamenhangende beleid dat binnen de eurozone gevoerd wordt ten aanzien van de begrotingen van de lidstaten. De monetaire unie in Europa is een slecht functionerend mechanisme omdat de politieke wil ontbrak bij de start in 1999 om voor de omkadering te zorgen die noodzakelijk is voor een duurzame en efficiënt werkende monetaire unie. Voor die nalatigheid betalen we nu met z'n allen een zware prijs. De erfzonde van de vaders van de euro neemt stilaan nauwelijks nog te meten proporties aan.

De Europese beleidslui van goede wil trachten nu met man en macht het tij te keren en tot een deugdelijke omkadering van de eenheidsmunt te komen. Dat loopt, zeer eufemistisch gesteld, niet vlot. De eindeloze discussies tussen lidstaten en de Europese Commissie over het begrotingsbeleid vormen een typische uiting van het gebrek aan degelijke "infrastructuur" van de eurozone. Het blijft trouwens een open vraag of er voor boetes voor zondaars tegen de begrotingsafspraken sowieso een juridische grond bestaat. Het ontbreekt ook vandaag nog altijd aan duidelijke en afdwingbare regels en afspraken en vooral aan afgelijnde interventiemechanismen in geval van ontsporingen. Het is allemaal nog veel te veel à la tête du client. Grotere lidstaten krijgen duidelijk meer spelruimte dan kleinere.

Los van de bij momenten hallucinante discussies over mogelijke beboeting van landen zoals nu België, is het bij deze gelegenheid toch ook eens de moeite waard om de discussie die hier ten lande woedt over de sanering van de begroting een beetje in perspectief te zetten. De cijfers te vinden op de website van het ministerie van Begroting leveren bijgaande tabel op die aanleiding geeft tot een erg opvallende discussie: er is in België nauwelijks een spoor te vinden van saneringsbeleid.

De fiscale ontvangsten van de federale overheid stijgen tussen 2009 en 2013 met 18,1% en de uitgaven met 18,8%. Komen er nog bijkomende maatregelen ten opzichte van wat nu al in de pijpleiding zit, dan kunnen deze percentages zich nog wel wijzigen maar aan het globale beeld gaat dit bitter weinig veranderen. Zo de regering dit jaar de 1 miljard extra besparingen waarvan nu sprake is effectief doorvoert dan zal het stijgingsritme van de uitgaven van de federale overheid landen op 17,8%. Dat is nog altijd een pak meer dan de toename van het nominale BBP (Bruto binnenlands Product) dat tussen 2009 en 2013 toenam met 13%. Ook de inkomsten stegen beduidend sterker dan het groeiritme van de economie.

De toename van het nominaal BBP meet de groei van de economie, inclusief de inflatie. Om van een heus besparingsbeleid te kunnen gewagen, moeten de overheidsuitgaven minder snel stijgen dan de nominale groei van de economie. Stijgen de inkomsten sneller dan de economie dan wordt de belastingdruk opgevoerd. Zelfs indien de regering de 1 miljard euro extra effectief doet, dan nog zal het stijgingsritme van de federale overheidsuitgaven (17,8% in dit geval in plaats van 18,8%) dat van de economie (13%) ver overtreffen. Indien over de periode 2009-2013 de federale uitgaven het groeiritme van de economie netjes gevolgd hadden dan zouden die uitgaven dit jaar afklokken op 116 miljard euro, 5 of 6 miljard euro minder dan waar we nu gaan uitkomen. Het lijkt redelijk van de pot gerukt om op basis van dergelijke cijfers te gaan gewagen van een zwaar saneringsbeleid. Zelfs niet van een licht.

Onze partners