Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

30/04/12 om 14:47 - Bijgewerkt om 14:47

Premier op de knieën

Mark Rutte betaalde vorige week de prijs voor zijn samenwerking met Geert Wilders. Maar niet alleen naar hem moet met de vinger worden gewezen.

Er past geen leedvermaak bij wat Nederland overkomt. Het land moet straks, na de zomer, voor de vijfde keer in elf jaar naar de stembus. De kans is klein dat de samenstelling van de Tweede Kamer daarna van dien aard is dat er gemakkelijk een coalitie kan worden gevormd die over een werkbare meerderheid beschikt. Sinds de minderheidsregering van de liberaal Mark Rutte vorige week haar gedoogpartner verloor, de populistische Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, kan ze nog maar rekenen op de steun van 52 van de 150 Kamerleden.

Wilders haakte af omdat hij zich niet kon vinden in de voorstellen van Rutte om het begrotingstekort tot drie procent van het bruto binnenlands product terug te brengen. Daarover waren de drie partners, de VVD van Rutte, het christendemocratische CDA en Wilders, al zeven weken aan het onderhandelen. Te elfder ure haakte Wilders af: hij bedacht plotseling dat Nederland zich niet moet schikken naar een dictaat van de Europese Unie in Brussel. De PVV maakte opgang als een antimoslimpartij, maar heeft de aandacht verlegd naar Europa.

Dat confronteerde Rutte met een groot probleem, want dat vermaledijde Europa verwachtte tegen 30 april wel een begrotingsplan uit Den Haag, met een tekort van niet meer dan drie procent. Dus moest de premier snel op de knieën om bij de oppositie steun te vinden voor een aangepast bezuinigingspakket. Op clementie in Brussel hoefde Nederland niet te rekenen. Daarvoor gedroeg de Nederlandse regering zich de voorbije maanden te arrogant tegenover andere landen met budgettaire problemen. Nu ze zelf met een groter tekort kampt dan verwacht, moest ze door het stof. Brussel vindt dat een politieke crisis geen reden is om zich niet aan de afspraken te houden, die de lidstaten per slot van rekening zelf met elkaar hebben gemaakt.

Het mag Rutte worden aangewreven dat hij in zee ging met de grillige Wilders, die de regering liet dansen zoals hij dat wou zonder zelf bestuursverantwoordelijkheid te nemen. Vorige maand werd Nederland nog door het Europees Parlement om uitleg gevraagd over het zogenaamde Polenmeldpunt van de partij van Wilders, tegen de immigratie uit Centraal- en Oost-Europa. Er is niet alleen Wilders. Ook de uiterst linkse Socialistische Partij is met een anti-Europees discours aan een forse opgang bezig. Zelfs de traditionele sociaaldemocratische Partij van de Arbeid vindt eigenlijk dat Brussel overdrijft.

In Frankrijk kozen vorige zondag een op de drie kiezers voor een anti-Europese partij. In Nederland wordt dat begin september niet minder. Gematigde stemmen bezweren de kiezer dat het land rijk is geworden met een open economie en participatie aan het proces van Europese integratie. Maar de als genadeloos aangevoelde besparingsdrift jaagt mensen in de armen van populisten zoals Geert Wilders, Marine Le Pen of Jean-Luc Mélenchon van het Franse Front de Gauche. Regeringen sukkelen tussen hamer en aambeeld. Ze sparen zich zodanig arm dat er geen groei mogelijk is. En ze spelen populisten zo nog meer munitie toe om het hele bestel te torpederen.

Hubert van Humbeeck

Onze partners