Een toekomst zonder olie

27/10/11 om 13:51 - Bijgewerkt om 13:51

Vandaag verschijnt het nieuwe boek van Rob Hopkins, de grondlegger van de transitiebeweging, die de overgang voorbereidt naar een oliearme samenleving. 'The Transition Companion' is een gewichtig werk, in alle betekenissen van het woord.

Een toekomst zonder olie

© Alexis Rowell

Vandaag verschijnt het nieuwe boek van Rob Hopkins, de grondlegger van de transitiebeweging, die de overgang voorbereidt naar een oliearme samenleving. 'The Transition Companion' is een gewichtig werk, in alle betekenissen van het woord.

Door onze massale energiehonger geraakt de olie veel sneller op dan verwacht, en vernietigen we op nooit geziene schaal ons leefmilieu. En niemand die bij machte blijkt er wat aan te doen. De overheid kan, wil of durft de bestaande structuren niet radicaal omgooien, en de inspanningen van het individu om milieuvriendelijker en duurzamer te gaan leven zijn, bijna letterlijk, een druppel op een hete plaat.

Het is een patstelling waar de transitiebeweging een uitweg uit biedt: door de krachten van individuen te bundelen, door in groep op lokaal niveau actie te ondernemen, kunnen we zaken in beweging krijgen die voorheen onwrikbaar leken, aldus grondlegger Rob Hopkins. De gecombineerde creativiteit, kracht en energie van verschillende mensen kunnen vaak tot verrassende en soms zelfs ongelooflijke resultaten leiden. Als verschillende groepen op diverse plaatsen dan nog de handen in elkaar slaan, krijg je een beweging die niet meer te negeren valt.

En het blijft allerminst bij mooie woorden. De transitiebeweging, die nog maar vijf jaar geleden in het Zuid-Engelse stadje Totnes ontstond als een kleinschalig experiment, sloeg enorm aan en verspreidde zich als een virus razendsnel over de hele wereld. Van het Europese continent over de VS tot Brazilië en Japan, overal steken nieuwe initiatieven de kop op.

In 'The Transition Companion' maakt Rob Hopkins een stand van zaken op. Maar het tegelijk is het boek een soort handleiding zijn voor starters, een ideeënbank vol inspirerende voorbeelden en praktische tips. Al benadrukt de auteur dat het geen bijbel is die strikt moet worden opgevolgd, geen universele blueprint. Want net de kracht van de transitie-idee is het besef dat elke groep uniek is, elke gemeenschap anders, dat er volop ruimte moet zijn voor verschillen en diversiteit, en dat creativiteit vrij moet kunnen stromen. Op die manier is transitie een antipode van het huidige uniforme, geglobaliseerde denken.

Lokale energiebedrijfjes

Aanvankelijk concentreerde de beweging zich op de plaatselijke productie van voedsel en het lokaal opwekken van energie. Volkstuintjes, gemeenschappelijke moestuinen, openbare boomgaarden en gemeenschapsboerderijen zorgen ervoor dat er minder voedsel over grote afstanden moet worden aangevoerd. Braakliggende gronden, verlaten parkeerterreinen en daken van supermarkten en bedrijven worden in gebruik genomen voor het kweken van groenten en fruit.

Ook op energiegebied boekt de beweging opmerkelijke successen. Zelf alternatieve energie opwekken vergt een grote investering die lang niet voor iedereen is weggelegd, zo luidt de redenering. Maar als een transitiegroep een lokaal energiebedrijfje opricht waarin de bewoners aandelen kunnen nemen, wordt het plots wel voor heel wat meer mensen bereikbaar. Het eerste energiebedrijf in Groot-Brittannië dat in gemeenschappelijk beheer en bezit is, ging eerder dit jaar van start in Lewes, waar het dak van de plaatselijke brouwerij vol zonnepanelen gelegd werd. Het voorbeeld kreeg intussen over het hele land navolging.

Naarmate de beweging groeit, worden ook de initiatieven diverser. En ontstaan er nieuwe lokale bedrijfjes. Zo trokken de 'draught-busters' uit de Londense wijk Belsize aanvankelijk rond met tochtstrips om oude huizen te isoleren. Intussen zijn ze uitgegroeid tot een kleine sociale onderneming die ook advies geeft bij gelijkaardige initiatieven in naburige wijken. En een jong koppel dat droomde van een eigen bakkerij maar geen banklening kreeg, deed een beroep op een lokale transitiegroep en kreeg zo het nodige geld bij elkaar. De 'investeerders' betaalden ze terug in... brood.

Hoopvol

Rob Hopkins zelf hecht veel belang aan het positivisme dat deze voorbeelden uitstralen. De milieubeweging heeft volgens hem het publiek te intensief gebombardeerd met rampscenario's. Terwijl het op dit moment meer van belang is mensen te inspireren en te enthousiasmeren dan te deprimeren. Wie het gevoel heeft dat het kalf verdronken is, zoekt als een gewond dier dekking in zijn hol. Wie daarentegen merkt dat er overal mensen opstaan die de problemen aanpakken, krijgt hoop en wil misschien zelf tot actie overgaan.

Bovendien versterkt transitie ook de lokale gemeenschappen. Waar die tot voor kort vooral bestonden uit individuen die de beslissingen van verre boardrooms en kwakkelende regeringen willoos moesten ondergaan, staan er nu groepen van mensen op die zelf zaken gedaan krijgen, die geen speelbal meer willen zijn, die oplossingen bedenken, en die ook effectief gaan wegen op het lokale beleid. Het zorgt binnen die gemeenschappen voor een nieuwe veerkracht, een nieuw vertrouwen dat ze weerbaarder maakt tegenover de enorme uitdagingen die ons wachten.

Gaat transitie de wereld redden? Daarover is Rob Hopkins categoriek: nee! Daarvoor moet er ook op politiek en macro-economisch gebied nog wat heel wat gebeuren. Maar dat het een belangrijke pijler wordt van verandering, daar is hij rotsvast van overtuigd. De snelle groei van de beweging lijkt hem daarin gelijk te geven.

Jan Haeverans

The Transition Companion, uitgegeven door Transition Books, telt 322 pagina's en kost 19,95 pond (23 euro). In 2008 verscheen bij dezelfde uitgeverij The Transition Handbook van Rob Hopkins, dat intussen volledig online staat.

Onze partners