'Er groeit een behoefte voor interactie met dieren'

17/04/12 om 19:44 - Bijgewerkt om 19:44

De Antwerpse Zoo werkt plannen uit om vanaf volgend jaar mensen opnieuw rechtstreekser in contact te brengen met dieren. Dat zegt commercieel directeur Anja Stas in Knack.

'Er groeit een behoefte voor interactie met dieren'

© Dirk Laenen

De Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (KMDA), die de Antwerpse Zoo en het Domein Planckendael beheert, zat begin jaren 2000 in zware financiële moeilijkheden. Maar ondertussen is het tij gekeerd en wordt er elk jaar winst gemaakt, die geherinvesteerd wordt in de eigen werking. Een van de pijlers van het nieuwe succes is een uitgekiende marketing die de Zoo aantrekkelijker moet maken voor bezoekers, al was het maar om de groeiende concurrentie met pretparken en shoppingcentra het hoofd te kunnen bieden.

De architect van het marketingsucces van de Zoo is commercieel directeur Anja Stas, die het klappen van de zweep leerde op de hoofdzetel van Coca-Cola in de Verenigde Staten. Zij organiseerde onder meer de uiterst succesvolle campagne rond de geboorte van het olifantje Kai-Mook in 2009. Vorig jaar was er de verkiezing van De Slimste Aap ter Wereld, dit jaar is de KMDA opnieuw op televisie te zien, met het programma Zoo of Love, en zal er van alles georganiseerd worden rond de verhuis van Kai-Mook van Antwerpen naar Planckendael.

'Wij zijn een wereldleider geworden in het samensmelten van wetenschap en marketing, van natuurbehoud en commercialiteit, van Darwin en Mickey Mouse, van hart en verstand, van emotie en analyse' vertelt Stas over haar aanpak. 'Ik geloof dat je als marketeer waarde moet creëren, anders heb je geen reden van bestaan. Ik geloof ook dat zoo's voorlopers zijn in een nieuwe golf die eraan komt. We hebben de tijd gehad dat het product centraal stond, en vervolgens de consument, die wij bezoeker noemen. Maar de nieuwe insteek is dat het holistischer gaat worden, vooral inzake de relatie van mensen met dieren en de natuur. Je moet als marketeer inspelen op de behoeften en verzuchtingen van die nieuwe mens.'

Soms was het storend hoe van het olifantje een product werd gemaakt, een mensje zelfs.

ANJA STAS: Het hangt ervan af hoe eng de definitie van product is die je hanteert. In mijn definitie is een product geen eenheid uit een productielijn, geen flesje Coca-Cola, maar een initiatief dat waarde creëert voor de mens. Mijn insteek voor marketeers die hun beroep waardig zijn, is dat ze het leven van de mens beter, rijker of vrolijker moeten maken. Dat heeft Kai-Mook zeker gedaan. We moeten natuurlijk wel eerlijk zijn. Je kunt alleen betrokkenheid bij zo'n verhaal genereren als je het dicht bij de mensen brengt, met ankerpunten die mensen herkennen. Die hebben niets met olifanten te maken, wel met kraamkamers en geboortekaartjes. We gaan hetzelfde doen met de komende campagne rond de verhuis van Kai-Mook. Dat gaat een verhaal worden van verhuisdozen, logistiek en verwachtingen rond de nieuwe woonst.

Zijn er al plannen voor een marketingstunt in 2013?

STAS: Als marketeer vind ik het belangrijk dat we meegaan met de tijd, en je voelt aan de markt dat er een behoefte groeit voor interactie met dieren, uiteraard binnen de wettelijke beperkingen inzake dierenwelzijn. We komen uit een tijd dat er niets meer mocht met dieren, als reactie op wat er vroeger kon, met apen op het grasveld en ritjes op kamelen. In 2013 zullen we daar in Planckendael de eerste stappen in zetten.

Met welke dieren gaan jullie die interacties uitvoeren?

STAS: Dat zijn we nog aan het inventariseren. Maar het is duidelijk dat we in deze wereld vol digitale animaties en interacties belevingen moeten aanbieden die dichter bij het dier aanleunen. Het is mijn absolute wens dat we de afstand tussen de bezoekers en sommige dieren opnieuw verkleinen. (DDR)

Onze partners