16/11/10 om 11:33 - Bijgewerkt om 11:33

Expo: Gauguin. Maker of myth

Tate Modern ontwierp een blockbuster die toegankelijk is zonder echt toegevingen op kunstwetenschappelijk vlak te moeten doen (****).

Expo: Gauguin. Maker of myth

© RMN (Musée d'Orsay) / Hervé Lewandowski © Paris Musée d'Orsay

Tate Modern ontwierp een blockbuster die toegankelijk is zonder echt toegevingen op kunstwetenschappelijk vlak te moeten doen (****).


Volk in de Innovation


Tate Modern, huis voor moderne en actuele kunst, is een soort van postmoderne Innovation waarin vele, vele mensen dagelijks een portie kunst willen consumeren. Eindeloze gangen en roltrappen: een soort Louvre voor de modernen, een loods met een uitstekende collectie en één van de mooiste gezichten op de Theems en St Paul's Cathedral. Het is hartverwarmend om te zien hoe druk een museum voor actuele kunst kan zijn - al moeten we rekening houden met de aantrekkingskracht van ene Paul Gauguin.

Gauguin. Maker of myth is een expo die we u ten zeerste aanraden, maar weet dat u niet alleen in die voormalige fabriekshal zal rondstruinen. Even terzijde: bij een naam als die van Paul Gauguin (1848-1903) zijn we soms geneigd om te menen dat we zijn kunst onderhand wel kennen - misschien zijn we op dat vlak nog net niet zo geblaseerd zoals bij het oeuvre van Van Gogh. Gemiddeld duurt het tot men oog in oog staat met een wagonlading superieure werken. Tate Modern zorgt voor dat genot: pure visuele verwennerij.

Daarnaast zouden we kunnen opwerpen dat het al te makkelijk is om een karrenvracht Gauguins op een hoopje te gooien - gesteld dat het financiële plaatje, van verzekeringspolis tot adequate infrastructuur, geen enkel probleem is. Wel, dan nog zou het een voorrecht zijn om dat alles te kunnen aanschouwen. Tate Modern zocht daarentegen wat verder en bekeek Gauguins constructie van zijn eigen mythe. Men onderwierp de zaak aan een onderzoek: bij een niet zo toegankelijk artiest als Gauguin een noodzaak.

Een peripatetisch leven
Vanaf 1887 koos Gauguin ervoor om zichzelf een ander imago aan te meten, en om te breken met de impressionisten: van bourgeois tot wilde bohémien - om het clichématig te beschrijven. Datzelfde jaar was hij al op Martinique te vinden. Zijn zoektocht naar distantie was begonnen: letterlijk en mentaal. Hij wou en zou een outsider zijn en dat trok andere outsiders, zoals Van Gogh, aan. Mannen die niet gelukkig waren met de koers van de schone kunsten, en de koers van hun leven en hun carrière.

Via zijn schrijfsels en vooral de zelfportretten construeerde Gauguin een nieuw imago en mythologiseerde hij zijn eigen leven. Voor de kunstwetenschap kwam het inzicht in zijn psyche er pas geleidelijk naarmate zijn briefwisseling stap voor stap gepubliceerd werd. De eendimensionale figuur is nu een geloofwaardig historisch persoon geworden. Van de door zichzelf geobsedeerde koloniaal in het verre Oosten, tot de gevoelige echtgenoot en de gewiekste zakenman in zijn tijd in Frankrijk, Gauguin had vele gezichten. Hij mocht zich dan wel voordoen als een bohémien, zijn wereldwijsheid en neus voor zaken waren noodzakelijke factoren om het in de wereld van de kunst te maken - ook al leek de vlucht vooruit op een afwijzing van de commerciële aspecten van de kunstmarkt.

Het streven naar dat anders-zijn was eveneens een manier om op te vallen op de markt. Onbeproefde procedés , een markstrateeg zou het vast prima vinden, maar Gauguin getroostte zich zeer veel moeite. Eigenlijk vluchtte hij ook net omdat zijn werk voor geen meter verkocht. Daniel de Monfreid, vriend en collectioneur van zijn werk, raadde hem net na de eeuwwisseling openlijk af om nog uit Frans-Polynesië terug te keren. Nu de mythevorming in gang gezet was, en hij misschien wel een kans maakte om bijgezet te worden in het rijtje der groten uit de kunstgeschiedenis, moest hij zijn zelfgekozen isolement volhouden. Zijn terugkeer zou koren op de molen van zijn tegenstanders zijn en zou de aura van de verdwenen kunstenaar doorprikken. Ten prooi aan syfilis was het einde van Gauguin geen pretje. De enige troost was de kans op eeuwige roem , na zijn dood.

Innerlijk
Ver van Parijs besefte hij dat zijn artistiek centrum zich in zijn hoofd afspeelde en zich niet zozeer op het einde van de wereld of in het middelpunt van Europa bevond. In de Stille Oceaan kwam dat innerlijk evenwel meer aan bod dan in het jachtige Parijs, en dat was, los van het exotisme van zijn verblijfplaats, een voordeel.

Hij zocht poëzie in plaats van naturalisme, intellectuele besognes in plaats van de retinale kunst van de impressionisten. Belangrijk vond hij net wat niet zichtbaar is, wat we niet kennen: sjamanisme en symbolisme. Via vormvereenvoudiging, strakke contouren en composities met een complexe semantische achtergrond evoceerde hij het onbekende in veelal moeilijke werken - gezocht moeilijk.

Subjectivistisch zoals Van Gogh of Ensor: zijn visie, zijn gevoelens, zijn gezochte mythe. Een persoonlijkheid en geen groepslid, geen anoniem volger van academische of andere wetten. Gauguins kleurexperimenten waren taboedoorbrekend; we zien er de jeugdige Kandinsky in doorschemeren, om het bij één naam te houden. De zinnelijke themata getuigen van zijn eenmansguerrilla op de verre Markiezen.

In 1903 stierf de Parisien in Atuona op het eiland Hiva-Oa. In Tate Modern krijgt de mythe en de constructie ervan een boeiende uitleg - vergeet vooral de catalogus niet. Eenzaam gestorven en daarna mythe geworden: er komt zo veel volk in Londen opdagen, dat dit onmogelijk een onbezorgd museumuitstapje kan zijn.

Gauguin. Maker of myth
Tot 16/1
Tate Modern
Londen
Website
Matthias Depoorter

Onze partners