Bij het overlijden van Gisèle van Waterschoot, vriendin van Roland Holst

31/05/13 om 13:05 - Bijgewerkt om 13:05

De kunstenares Gisèle van Waterschoot, eigenlijk Gisèle d'Ailly van Waterschoot van der Gracht, was de vriendin en mecenas van talloze schilders en dichters, onder wie Roland Holst en Eddy du Perron.

Bij het overlijden van Gisèle van Waterschoot, vriendin van Roland Holst

Ze werd geboren in Den Haag op 11 september 1912 en overleed enkele dagen geleden, op 27 mei, in haar atelier in Amsterdam. Ze werd dus 101 jaar oud en speelde een belangrijke rol in de 20e eeuwse Nederlandse literatuur als spilfiguur van het kunstenaarsgenootschap Castrum Peregrini (Pelgrimsburcht).

Van Waterschoot studeerde in Europa en Amerika. In de Verenigde Staten maakte ze ontwerpen voor de sigarettenfabrikant Lucky Strike. Terug in Nederland legde ze zich toe op het glazenierschap, een kunst waarin ze schitterde. In de kapel van het Amsterdamse Begijnhof kan men haar werk (glas-in-lood) bewonderen.

Roland Holst

Ze leefde tussen de kunst, die ze zelf praktiseerde. Ze omringde zich met gedichten, en met de dichters die ze maakten. De dichter Roland Holst was een van haar beste vrienden. Hij haalde haar in 1939 over om zich te vestigen in Bergen, waar Holst zelf sedert 1918 woonde. Daar schilderde Gisèle van Waterschoot zijn portret.
Via Roland Holst leerde ze ook de schrijver Eddy du Perron kennen. Er wordt zelfs beweerd dat Du Perron in haar armen aan een hartaanval overleed op 14 mei 1940, de dag waarop Nederland capituleerde voor het binnenvallende Duitse leger.

Kunstenaarskring Castrum Peregrini

In 1941 verhuisde Van Waterschoot naar een woning op de Amsterdamse Herengracht, het zogenaamde Castrum Peregrini of Pelgrimsburcht. Daar woonde ook de uit Duitsland geëmigreerde schrijver en dichter Wolfgang Frommel, die op dat adres een groepje joodse studenten voor de Duitsers verborg. Frommel had contacten met mensen uit de kring van de Duitse dichter Stefan George.

In haar boekje 'Gisèle van Waterschoot van der Gracht en haar Bergense connecties' vertelt Maria Smook hoe op het onderduikadres volgens vaste regels en activiteiten werd geleefd, zowat de enige manier om het in die moordende tijd met elkaar te kunnen uithouden. Zo werd er dagelijks aan gymnastiek gedaan en gestudeerd. Om aan de kost te komen en de verborgen jongeren te onderhouden schilderde Gisèle destijds voor vermogende Nederlanders.

Rechtvaardige

Van Waterschoots naam is gebeiteld in de gedenkmuur van Yad Vashem in Jeruzalem. Ze behoort tot de rechtvaardigen onder volkeren, d.w.z. tot de niet-joden die tijdens de oorlog joden hebben gered. Tot de jonge onderduikers in de Heerengracht behoorde onder meer Claus Victor Bock, die in zijn boek 'Untergetaucht unter Freunden' de uitzonderlijke omstandigheden van het clandestiene Amsterdamse adres beschreven heeft. De laatste van de joodse onderduikers, Manuel Goldschmidt, overleed vorig jaar.

Na de bevrijding zamelde Van Waterschoot in Amerika geld in voor Nederlandse kunstenaars. Zelf ging ze ook weer schilderen. In 1957 trouwde ze met de Arnold d'Ailly, van 1946 tot 1956 burgemeester van Amsterdam. In de jaren zestig richtte ze samen met haar man in Griekenland (Paros) het oude en vervallen klooster van Aghios Joannis in tot een kunstatelier en een verzameloord voor vrienden en kunstminnaars. Van Waterschoots overgrootvader was de beroemde oriëntalist Joseph Hammer-Purgstall.

Piet de Moor

Onze partners