Anne Morelli - Rubino, de aanslag op Leopold II

24/06/09 om 18:00 - Bijgewerkt om 17:59

ULB-historica Anne Morelli haalt een opmerkelijk stukje Belgische geschiedenis uit de verdomhoek. Rubino, de aanslag op Leopold II is daarnaast een pakkende biografie van een Italiaanse migrant die van de ene mislukking in de andere sukkelde.

Anne Morelli - Rubino, de aanslag op Leopold II
Uitgeverij: Epo
Aantal pagina's: 191
ISBN: 9789064451249

Anne Morelli - Rubino, de aanslag op Leopold II

Brussel, 15 november 1902. Koning Leopold II heeft net een dienst bijgewoond die is opgedragen aan zijn moeder en zijn pas overleden echtgenote. De drie koetsen rijden van de kathedraal terug richting paleis.

In de Koningsstraat springt plots een man uit het publiek de straat op. Hij roept 'Leve de sociale revolutie! Leve de anarchie!' en lost twee schoten op de laatste koets. Niemand raakt gewond. De menigte overmeestert de zonderling en de politie moet tussenbeide komen om te beletten dat hij ter plekke gelyncht wordt.

Tijdens zijn levenslange gevangenisstraf krijgt Gennaro Rubino vervolgens tijd genoeg om neer te pennen waarom hij niet was geslaagd in zijn opzet: de koning der Belgen vermoorden. Op het moment dat de eerste koets met Leopold II passeerde, was zijn nagelnieuwe revolver domweg blijven haperen in de voering van zijn jasje.

De memoires die Rubino in zijn cel schreef, waren voor Anne Morelli, historica aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), een dankbaar vertrekpunt voor haar onderzoek dat onlangs in boekvorm in het Nederlands verscheen. De oorspronkelijke, Franstalige versie bestaat al sinds 2006, maar het boek raakte door het faillissement van de uitgeverij nooit op de markt.

Een mens zou bijna gaan geloven dat van hogerhand alles in het werk gesteld werd om de aanslag op Leopold II te houden waar hij al meer dan een eeuw vertoefde: in de vergeetput van de vaderlandse geschiedenis.

'Dat de uitgeverij over de kop ging, was puur toeval', lacht Morelli. 'Maar dat de aanslag bij zo weinig Belgen nog in het geheugen zit, is dat niet. In België heerst de mythe van een populaire dynastie zonder tegenstand. Een aanslag op de koning is dus een smet op dat imago. Dat is uiteraard niet de enige reden voor het stilzwijgen.

Rubino had Leopold II als doelwit gekozen omdat die kort daarvoor de betogingen voor het algemeen enkelvoudig stemrecht in Leuven bloedig had laten neerslaan. Ondertussen weet elke Belg welke smerige rol Leopold II in Congo heeft gespeeld, maar dat hij ook in eigen land uiterst reactionair optrad, is minder bekend.

Mocht de aanslag op hem beter bekend zijn, dan zou ook die kant van zijn beleid meer belicht worden. En dat past duidelijk niet binnen het plaatje van de Belgische monarchie. Onze koningen moeten helden zijn.'

Leopold II is later toch wel van zijn voetstuk gehaald?

Anne Morelli: Ja, maar enkel vanwege zijn daden in Congo. Zelfs bij zijn persoonlijke levenswandel worden er bijzonder weinig vraagtekens geplaatst. In de huidige maatschappij zou iemand als Leopold II een pedofiel genoemd worden. Hij heeft kinderen gemaakt bij een meisje van vijftien jaar. Maar dat mag nog altijd niet gezegd worden.

Hoe kwam een Italiaanse migrant die zich in Londen ophield in anarchistische kringen plots in Brussel terecht?

Morelli: Begin twintigste eeuw was België een van de landen met de grootste revolutionaire bewegingen. Ook dat is een deel van de Belgische geschiedenis dat vaak over het hoofd wordt gezien. Een stad als Leuven wordt altijd als een burgerstad met een katholieke universiteit beschouwd. Maar in die periode bulkte het daar van de strijdvaardige arbeiders.

Een paar jaar geleden werd er op het Quinten Metsysplein in Leuven nog een modern kunstwerk opgericht om de slachtoffers te herdenken van die bloedig neergeslagen betoging in 1902. Dat er betogers werden neergeschoten, was een teken dat de Belgische overheid bang was voor een revolutie. Ook Rubino oordeelde vanuit Londen dat dit land zich in een prerevolutionaire fase bevond.

Hij was niet de eerste Italiaan die in die periode een buitenlands staatshoofd viseerde. Zit daar een verklaring achter?

Morelli: De anarchistische beweging en de revolutionaire gedachten stonden in Italië heel sterk. Daarnaast waren er enorm veel Italianen die hun thuisland ontvluchtten. Voor Rubino was het leven in Italië onmogelijk geworden. Er zijn mensen die een arm leven leiden en zich daarbij neerleggen. Rubino was niet zo iemand.

Migranten zijn mensen die een beter leven willen leiden. Als ze dat elders ook niet vinden, kunnen ze uitgroeien tot terroristen. Dat is ook vandaag het geval met veel moslimterroristen. Rubino had zo veel persoonlijke problemen. Hij had geen geld, waardoor hij zijn gezinnetje in Londen niet kon onderhouden, en hij kon zijn politieke ideeën niet verwezenlijken. In 1902 was hij er zo erg aan toe dat een aanslag voor hem een oplossing leek.

Even, tijdens de tien dagen van zijn proces, is hij een bekendheid geweest. Dat kenmerkt veel terroristen vandaag: ze willen voor heel even een held zijn. Voor de rest is hun leven toch nutteloos.

Heeft Rubino zijn miserabele leven niet zelf gezocht? In Italië kon hij ondanks zijn misdaden altijd op zijn zus rekenen. En in Londen kreeg hij met zijn gezin onderdak bij zijn schoonfamilie.

Morelli: Rubino wou geen klein leven leiden. Hij mocht kelner zijn in een restaurant, maar daarmee stelde hij zich niet tevreden. Hij hoopte het leven te veranderen, niet alleen voor zichzelf maar ook voor alle anderen. Hij was bovendien een heel belezen man. De vertalingen die hij als autodidact in de gevangenis van Leuven maakte, van het Italiaans naar het Frans, waren uitstekend.

Was hij als anarchist zo begaan met het enkelvoudige stemrecht dat hij daarom Leopold II wou vermoorden?

Morelli: In het begin van de twintigste eeuw dachten de mensen echt dat het algemeen enkelvoudig stemrecht het leven zou veranderen. Na zulke verkiezingen zou er een beleid komen dat de belangen van de gewone man centraal stelde. Er waren mensen die daarvoor wilden sterven.

Rubino was geen voorvechter van het stemrecht, maar hij was wel solidair met de arbeiders die daarvoor vochten. De neergeslagen betoging in Leuven was internationaal in het nieuws geweest. Maar voor het overige was Rubino niet vertrouwd met de Belgische politiek. Hij beschrijft in zijn memoires hoe hij bij zijn aankomst in Brussel kaartjes kocht van de leden van de koninklijke familie om te weten hoe ze eruitzagen.

De aanslag had een omgekeerd effect: Leopold II was plots een held. Zijn tegenstanders hadden geen poot meer om op te staan.

Morelli: Rubino dacht echt dat een aanslag op de koning de aanzet kon zijn voor een sociale revolutie. In Brussel had hij veel mensen aangesproken over Leopold II. Tijdens die mini-enquête had hij de indruk gekregen dat Leopold II verre van populair was. Maar zoals dat wel vaker gaat met een slachtoffer, is het heel eenvoudig om een cultus rond die persoon te creëren.

Iedereen had plots medelijden met Leopold. Zelfs de socialisten in het parlement konden niets anders doen dan - zij het met krokodillentranen - hun medeleven te betuigen. Normaal had niemand van hen een goed woord over voor de koning, maar als ze de aanslag hadden toegejuicht, hadden ze zichzelf buiten het bestaande regime gezet. Er zijn dus geen revolutionairen opgestaan, zoals Rubino had gehoopt.

Is hij dan op z'n minst nog een martelaar geworden in anarchistische kringen?

Morelli: Nee, ook voor hen was hij persona non grata. Tijdens zijn periode in Londen was hij om financiële redenen ingegaan op een voorstel van de Italiaanse inlichtingendiensten om informant te worden. Veel heeft hij voor hen niet betekend. Maar voor de anarchisten was hij verbrand. Zij hebben hem achteraf ook niet in ere hersteld.

Vandaag is hij wel nog bekend in Italiaanse anarchistische kringen. Zijn poging wordt als een voorbeeld gesteld, net zoals de andere aanslagen op Europese vorsten uit die tijd.

De aanslag op Leopold II was mislukt, maar daar werd tijdens het proces duidelijk geen rekening mee gehouden.

Morelli: Rubino kreeg levenslang in absolute afzondering. Dat betekent: geen bezoek, maar ook geen contact met andere gevangenen. Nochtans is dat laatste van levensbelang voor de geestelijke gezondheid. Vandaar ook dat bijvoorbeeld Turkse politieke gevangenen liever op elkaar gepropt samenleven dan in aparte cellen te wonen. Rubino is gek geworden. In 1918 is hij gestorven.

Klopt het dat u met zijn biografie veeleer een beeld hebt willen schetsen van een slachtoffer dan van een misdadiger?

Morelli: Mijn boek is geen pleidooi voor een moordenaar. Maar Rubino was wel een slachtoffer van zijn eigen sociale situatie, van de politieke toestand in Italië, van zijn proces. Het Belgische gerecht wou een voorbeeld stellen voor iets wat nooit eerder was voorgekomen in dit land.

Hij zat afgezonderd en is nooit in aanmerking gekomen voor een vervroegde vrijlating. En dat terwijl hij niemand verwond had. Iemand die een mislukte moordpoging op zijn vrouw onderneemt, zal nooit levenslang achter de tralies vliegen. Maar het boek is vooral een poging geweest om te begrijpen hoe iemand een terrorist kan worden.

Hannes Cattebeke

Onze partners