Korneel De Schamp
Korneel De Schamp
Hoofdredacteur van het Leuvens studentenblad Veto
Opinie

24/06/14 om 13:40 - Bijgewerkt om 13:40

Universitaire toelatingsproeven voor leerlingen BSO: Torfs én critici schieten doel voorbij

In de discussie over toelatingsproeven aan de universiteit schiet zowel rector Rik Torfs - door zijn bewuste provocatie van de media - als zijn criticasters - door het principieel afschieten van het voorstel zonder het in zijn context te plaatsen - het doel voorbij, schrijft Korneel De Schamp van Veto.

Rik Torfs sloot zijn eerste academiejaar als rector van de KU Leuven af met een opmerkelijk voorstel: een bindende toelatingsproef voor studenten uit 'niet-aansluitende' richtingen van het secundair zoals het BSO. Het voorstel sloeg in als een bom: Mieke Van Hecke, de topvrouw van het katholiek onderwijs, schuwde het woord 'discriminatie' niet. Ook de Studentenraad KU Leuven dat Torfs bepaalde kansengroepen viseerde. Terecht benadrukte de koepel dat het debat niet gereduceerd mag worden tot enkel de toelatingsproef.

Door die storm van kritiek lijkt het immers alsof BSO-studenten storm lopen voor het hoger onderwijs. Niets is minder waar. Exacte cijfers zijn moeilijk te vinden, maar het zou gaan om niet meer dan 15 tot 30 studenten per jaar. Bovendien kadert het voorstel in bredere aanbevelingen van de Associatie KU Leuven rond hervormingen voor het secundair onderwijs.

Zo pleit men voor een duidelijk oriënteringstraject - waar de Vlaamse Vereniging van Studenten al jaren voorstander van is - en moeten er ijkingstoetsen komen nadat de middelbare student zijn keuze heeft gemaakt. Die zouden de student dan moeten helpen zichzelf in te schatten zodat er waar nodig bijgestuurd kan worden. Met deze context verandert het beeld meteen.

Een hervormd middelbaar onderwijs met een brede oriëntering kan studenten sowieso helpen betere keuzes te maken. Is er echt geen plaats voor een toelatingsproef - al dan niet bindend - binnen dit hervormd onderwijs? Natuurlijk moet de toegang tot hoger onderwijs zo breed mogelijk worden gehouden, maar het voorstel gaat over hervormde secundaire richtingen die niet voorbereiden op een universitaire richting. Is een barrière die peilt naar kennis en motivatie van die studenten die toch de overstap willen maken dan zo'n slecht idee?

Natuurlijk speelt de communicatiestrategie van Torfs zijn voorstel duidelijk parten. Door in zijn speech te focussen op de toelatingsproef en het voorbeeld van het BSO aan te halen, lijkt hij bewust te willen provoceren in de media en een hevig debat uit te lokken. Bovendien bleken een groot aantal decanen en studentenvertegenwoordigers van de KU Leuven niet op de hoogte te zijn omdat het voorstel via het bestuur van de Associatie kwam - al dan niet bewust zo gemanoeuvreerd door de rector.

In debat uitlokken lijkt Torfs alvast geslaagd: het is nog maar de vraag of die strategie hem veel zal opleveren. De tegenstand is immers legio. De Studentenraad KU Leuven vroeg meteen het voorstel te herzien, en zowel vanuit onderwijs- als politieke hoek klonk hevige kritiek van onder meer Mieke Van Hecke en Freya Van den Bossche (SP.A).

Vanzelfsprekend blijft dit een moeilijk debat. Het vrije hoger onderwijs was, zoals Bart Eeckhout terecht aanhaalt in De Morgen, de motor van onze maatschappelijke verbreding. Deze toegang mag zeker niet zomaar worden beperkt, vooral als het gaat om kansarmen en groepen die traditioneel minder sterk staan op vlak van onderwijs. Toch zal er ook over heilige huisjes als de vrije toegang tot het hoger onderwijs gepraat moeten worden, wil men de problemen zoals overbevolking, hoge uitval en verkeerde studiekeuze aanpakken.

De klok van de democratisering is te ver doorgeslagen, met lage slaagpercentages in het eerste jaar en een hoge maatschappelijke kost tot gevolg. In die zin gaan zowel Torfs - door zijn bewuste provocatie van de media - als zijn criticasters - door het principieel afschieten van het voorstel zonder het in zijn context te plaatsen - hun doel voorbij. Het is tijd om tot een grondige dialoog te komen en een volwaardig oriënteringsbeleid uit te stippelen waarbij niemand in de kou blijft staan. Dat ons onderwijs anders zal functioneren dan de voorbije decennia staat buiten kijf. Net bij deze aankomende heroriëntering kan een toelatingsproef een rol vervullen: een rol die niet losstaat van zijn context, maar juist gericht een aanvulling kan zijn.

Laat het duidelijk zijn dat die taak niet licht is: het gaat immers om de toekomst van ons onderwijs.

Onze partners