Pascal Smet: 'GAS-boetes zijn noodzakelijke stok achter de deur'

25/01/13 om 13:26 - Bijgewerkt om 13:26

Onlangs keurde de federale regering een wetsvoorstel goed waardoor jongeren vanaf 14 jaar een administratieve sanctie kunnen krijgen. Een gesprek met Vlaams minister van Jeugd Pascal Smet.

Pascal Smet: 'GAS-boetes zijn noodzakelijke stok achter de deur'

© StampMedia

In augustus 2012 had meer dan 80% van de Vlaamse gemeenten een GAS-reglement. Een stijging van ongeveer 50% in vergelijking met 2005. Wat vindt Pascal Smet (sp.a), Vlaams minister van Jeugd, Onderwijs, Gelijke Kansen en Brussel, daar allemaal van?

GAS-boetes worden ingezet om overlast in te perken. Maar overlast is een vaag begrip. Leidt dat niet tot willekeur?

Pascal Smet: "In het recht is het onvermijdelijk dat sommige termen vaag zijn. Ze moeten door de samenleving ingevuld worden, want ze kunnen evolueren in de tijd. Aangezien 'overlast' een containerbegrip is, moet de federale wetgever wel duidelijke voorbeelden geven van wat overlast precies inhoudt. Willekeur moet vermeden worden en de overheid moet optreden wanneer er uit de bocht gegaan wordt. Ik heb aan de Ambrassade en mijn administratie Jeugd de opdracht gegeven om vergissingen mee op te volgen en te stofferen.

Het is belangrijk om tot een duidelijke definitie van 'overlast' te komen, want jongeren moeten de ruimte krijgen om jong te zijn. Maar het zal altijd een begrip blijven dat vatbaar is voor interpretatie. Uiteindelijk is het dan ook een rechter die het laatste woord heeft."

Het duurt wel heel lang voor er een rechter aan te pas komt.

Smet: "Ja, maar het systeem moet door de gemeenten zo uitgewerkt worden dat er eigenlijk geen GAS-boetes nodig zijn. De beste GAS-boete is een vermeden GAS-boete. Bemiddeling is daarbij belangrijk. Ouders moeten bij het hele proces betrokken worden en moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden. De boetes moeten daarbij een stok achter de deur zijn voor een heel kleine groep die niet wil luisteren en die een duidelijk signaal nodig heeft. Er gaat dus een hele procedure aan vooraf. Achteraf is een rechterlijke toetsing mogelijk. Het is toch niet omdat een gemeente een stommiteit begaat, dat heel het systeem slecht is? Het is niet omdat je een keer te warme soep drinkt, dat je nooit meer soep zult drinken."

In Brugge heeft uw partijgenoot Renaat Landuyt het systeem terug afgebouwd naar wildplassen en sluikstorten. Een goede beslissing? Smet: "Er is een federaal kader dat GAS-boetes mogelijk maakt. Elke gemeente moet dat systeem bekijken in functie van de lokale toestand. Vooral in grotere steden kan ik me inbeelden dat er een probleem is. Ik woon zelf in Brussel. Ik weet waarover ik spreek. Je moet niet van elke jongere het romantische beeld ophangen dat hij de onschuld zelve is. Zelfs niet op 14 jaar. Je mag ook niet iederéén over eenzelfde kam scheren, want dat is een beetje de ziekte van deze tijd. De uitzondering wordt snel als de regel voorgesteld.

Ik besef dat er een grotere onverdraagzaamheid heerst binnen de maatschappij. Ik stel mezelf wel eens de vraag: 'Hoe ongelukkig moet je als volwassene zijn als je het geluk van spelende kinderen niet kunt aanhoren?' Een voorbeeld: de kinderdagverblijven. Die moeten overal kunnen zijn, rekening houdend met de context. Als iemand bewust in een stiltegebied gaat wonen en er komt out of the blue een speelplein, dan is het evident dat die inwoner niet tevreden is. Maar als diezelfde persoon in de stad gaat wonen en er komt een kinderdagverblijf naast zijn huis, dan moet die niet klagen, want hij weet dat het daar mogelijk is.

Jongeren moeten de ruimte krijgen om jong te zijn, ook in de publieke ruimte. Niet alle kinderen die op een plein hangen, vormen een probleem. Maar als ze anderen pesten of drugs dealen - wat niet altijd gebeurt, natuurlijk - dan is er wel een probleem."

U geeft zelf aan dat GAS-boetes nodig zijn voor een minderheid die het verknoeit voor een meerderheid. Is een uitbreiding van het jeugdrecht dan niet beter dan een vaag en willekeurig systeem?

Smet: "Dat is een keuze die je maakt. Maar een jongere die iets verkeerd doet, moet snel de grenzen leren kennen. Een rechter moet twee jaar later niet komen zeggen: 'Wat je toen gedaan hebt, was verkeerd.' Je mag ook niet elke jongere voor een heel rechtssysteem plaatsen. Ik ben, mits heel duidelijke voorwaarden, niet tegen de GAS-boetes: ze zijn bedoeld voor de uitzonderingen, als sluitstuk van een hele bemiddelingsprocedure. En om jongeren tegen zichzelf te beschermen.

De overgrote meerderheid van de jongeren in Vlaanderen en Brussel bestaat uit gewone kinderen die opgroeien. Ze verkennen grenzen en proberen die af en toe te verleggen. De essentie van opvoeden, is grenzen trekken, om jongeren te doen inzien waar die grenzen liggen. Daar heerst enige spanning tussen, maar kinderen moeten nog altijd in de publieke ruimte aanwezig kunnen zijn. We mogen hen niet wegsteken."

Erkent u dat de boetes momenteel niet alleen voor die uitzonderingen gebruikt worden? Er is het welbekende voorval van het broodje op de kerktrappen?

Smet: "Die boete is wel ingetrokken, hé. Maar goed, dat was een vergissing, een stommiteit. Het stadsbestuur heeft dat gelukkig ingezien. Zolang een fout rechtgezet wordt, is dat niet erg. Natuurlijk moet iemand een broodje kunnen eten op de kerktrappen. Uiteindelijk komt het toch allemaal neer op gezond verstand gebruiken?"

Het gezond verstand is momenteel niet inherent aan het systeem, want quasi elke ambtenaar kan een boete uitschrijven.

Smet: "Dat hangt dan weer af van de gemeente. Die moet de ambtenaren opleiden en ondersteunen. Vandaar dat ik ook aan Joëlle Milquet (federaal minister van Binnenlandse Zaken, red.) gevraagd heb om het systeem op te volgen en bij te sturen indien nodig. Het verbaast me dat zo'n argument gebruikt wordt. Het is toch niet omdat er bij de fiscale regelgeving al eens een fout gebeurt, dat je geen belastingen meer hoeft te betalen?"

Er is een verschil tussen afschaffen en bijsturen.

Smet: "Ik ben het er absoluut mee eens dat het een proces is van opvolgen. Dat is wat mij betreft een van de belangrijkste randvoorwaarden. Nogmaals: de beste GAS-boete is een vermeden GAS-boete."

Door de jongere of door de overheid?

Smet: "Door de overheid... en door de jongere. Maar de eerste verantwoordelijken blijven de ouders. Kinderen maken is misschien plezierig, maar er komen verantwoordelijkheden bij kijken. Ouders moeten hun kinderen kunnen opvoeden zoals ze willen, maar ze maken ook deel uit van een samenleving. Wanneer om de een of andere reden de ouders afwezig zijn, is het belangrijk dat de samenleving die ouders prikkelt of ondersteunt. Maar het is ook belangrijk dat je hen op hun verantwoordelijkheid wijst. En als er een probleem is, moet je bemiddelen. Voor mij is het luik vóór de boete het belangrijkste. Niet dat er ambtenaren rondlopen die overal boetes uitdelen. Zo mag het niet functioneren."

De stok achter de deur moet dus zo weinig mogelijk gebruikt worden?

Smet: "Absoluut. Het beleid moet het signaal geven dat kinderen in de publieke ruimte thuis horen. Er gebeurt kattenkwaad. Ik heb ook nog 'belletje trek' gedaan toen ik klein was. Maar als je dan onder je voeten kreeg, deed je dat niet meer."

Nu krijg je een GAS-boete.

Smet: "Ja, maar als je dat één keer doet, is dat niet erg. Doe je dat 500 keer bij dezelfde persoon, dan is het pestgedrag. Zie je?"

Een ander discussiepunt is dat de scheiding der machten op de helling komt te staan.

Smet: "Het gaat hier niet om grote bedragen en uiteindelijk is er een rechterlijke toetsing. De rechter zal beoordelen of alles proportioneel en evenredig met de wetgeving verloopt. Zolang die toetsing er is, is er geen probleem."

Er ligt toch veel macht bij de gemeente?
Smet: "Het college stelt het reglement voor en de gemeenteraad stemt daarover. De oppositie kan het inkijken en kan er een debat over voeren. De jeugdraad is er ook bij betrokken. Als die een probleem heeft, kan die dat zeggen. Nadien heb je nog de uitvoering door de gemeentelijke administratie en is er een controlemogelijkheid door de gemeenteraad."

Er wordt volgens u gedebatteerd over de reglementen binnen de gemeenteraden. Hoe verklaart u dan dat sommige gemeenten tot absoluut absurde regels komen?

Smet: "Die vraag stel ik me ook. Er zijn zeker belachelijke voorbeelden, zoals dat broodje eten op de kerktrappen. Of gemeenten waar je niet in bomen mag klimmen."

Of waar je geen dozen mag verslepen, maar ze moet dragen. Dat is toch het resultaat van dat publieke debat?

Smet: "Ik wéét niet of er in die gemeenten publiek debat over geweest is. Wellicht niet. En de jongeren in de jeugdraad hebben dat blijkbaar ook niet gezien. Binnen de afdeling Jeugd organiseren we in ieder geval vormingssessies met een hoofdstuk over de GAS, net om jongeren te sensibiliseren.

Er moet jaarlijks in de gemeenteraad over gedebatteerd worden. Mocht ik in een Vlaamse gemeenteraad in de oppositie zitten, zou ik daar elk jaar een debat over eisen. Cijfers, aantallen, gevallen, en daar conclusies uit trekken. Dat gaat de dingen veel meer tot proportie brengen."

Met de verlaging tot 14 jaar lijkt het alsof we jongeren gelijkstellen met overlast. Hoe zijn we tot die mentaliteit gekomen?

Smet: "Dat lijkt zo. Maar is dat ook zo? Er is een probleem met de manier van berichtgeving. Het moet altijd spectaculair zijn. Ik ben ervan overtuigd dat er in de overgrote meerderheid van de gevallen gewoon geen probleem is. Alleen worden sommige geïsoleerde gevallen uitvergroot en gemediatiseerd. De schijn wordt werkelijkheid. Er is de indruk dat er minder tolerantie is, maar de vraag is: is dat ook zo? Ik heb daar geen sluitend antwoord op."

Die verlaging van de leeftijd komt toch ergens van?

Smet: "Er zijn jongeren van 14 jaar die zich gedragen als semivolwassenen of zelfs als volwassenen. Daar kan je niet omheen. En die jongeren hebben vaak - niet altijd - familiale problemen of ouders die niet betrokken zijn. Dan is het belangrijk dat de samenleving een signaal geeft: 'We care. Jij bestaat voor ons.' Want vaak willen die jongeren gewoon laten weten dat ze bestaan.

Als een kind geen speelpleintje of park heeft, dan speelt dat natuurlijk sneller op straat. Dan maakt het meer kans om slechte vrienden te maken. Maar jongeren die zich gedragen als volwassenen, moet je behandelen als volwassenen. Dat betekent echter niet dat je geen begrip moet hebben voor hun situatie. Het doel van de interventie moet zijn dat jongeren een tweede kans krijgen om in de samenleving mee samen te leven."

Wordt er momenteel voldoende nadruk gelegd op bemiddeling?

Smet: "Volgens de cijfers uit Wallonië en Brussel blijkt dat 1 à 2% van de GAS-boetes naar jongeren ging. Dat is niet buitensporig, hé?"

Of het lage percentage betekent dat het probleem bij jongeren niet zo groot is.

Smet: "Maar blijkbaar is dat systeem wel nodig voor die 1 à 2%. En het lijkt erop dat men er verstandig mee omgaat. Laat ons hopen dat het in de toekomst zo blijft. Nogmaals, ik ga ervan uit dat er bij de overgrote meerderheid van de jongeren geen probleem is. Dat zijn geen wandelende tijdbommen, hé.

De verlaging naar 12 jaar, waarvan nu sprake is, vind ik wel overdreven. Maar ik sta achter de verlaging naar 14 jaar. Om een oud begrip te gebruiken: als je 14 jaar bent, heb je de 'jaren des onderscheids' bereikt. Dan kan je het onderscheid tussen goed en kwaad maken."

Pedagoog Pedro de Bruyckere legt die 'jaren des onderscheids' op 24 jaar.

Smet: "Tja, iedereen heeft het recht op een afwijkende mening. Ga hier buiten eens rondvragen. Ik denk dat de meesten toch de essentie van de dingen al kennen. Ik denk niet dat je tot je 24ste moet wachten om te weten dat je niet in het midden van de straat mag plassen."

Het discours ten voordele van GAS bevat vaak woorden zoals 'sociaal/asociaal' en 'respect'. Heeft het systeem zelf wel respect voor jongeren en is het zelf wel zo sociaal?
Smet: "Ja, want er is een bemiddelingsprocedure. Als 15-jarigen rondhangen op een speelplein dat bedoeld is voor kinderen van 8 tot 10 jaar en ze vernielen speeltuigen, dan hebben ze geen respect. Noch voor de jongere kinderen, noch voor de publieke ruimte. Als ze daar stelselmatig zitten, dan moet je naar hen toe gaan en hen vragen waarom ze dat doen. Ofwel blijkt dat ze zelf geen ruimte hebben en zorg dan als goed gemeentebestuur dat die er komt. Ofwel is er iets anders en dan moeten ze dat proberen uit te leggen. Maar blijven ze daar zitten, dan heb je als gemeentebestuur een middel nodig dat toelaat kort op de bal te spelen."

U pleit voor context, maar het systeem zoals het nu bestaat, is toepasbaar zonder dat context een rol speelt.

Smet: "Dat is toch met alles zo? Neem nu openbare zedenschennis. Als niemand ziet dat je tegen een boom in een park plast, is de kans minder groot dat je een boete krijgt dan wanneer je in het midden van de straat plast. Maar strikt genomen is de eerste situatie ook openbare zedenschennis."

Een absurd voorbeeld dat jammer genoeg realiteit is: een jongen kreeg een boete voor het nabootsen van een politiesirene. Nog frappanter is dat hij er eigenlijk niets mee te maken had.

Smet: "Die is naar de rechter gestapt, neem ik aan? En heeft hij gelijk gekregen?"

Nee, wanneer je beroep aantekent, komen daar extra kosten bij. Maar niet iedereen kan die betalen.

Smet: "Nee, maar er zijn ook veel meer mensen met een verzekering die rechtskosten dekt. Zo duur is zo'n verzekering niet. Het kost wat geld, maar steeds meer mensen kunnen dat betalen."
In de hele discussie lijkt niemand zich de vraag te stellen hoe het komt dat onze jongeren asociaal, egoïstisch en afkerig van autoriteit zijn geworden. Misschien ligt de oorzaak bij de maatschappij?

Smet: "We moeten oppassen met daar grootse verklaringen over af te leggen. Jongeren zijn mondiger en hebben meer toegang tot informatie. Onderschat de impact van het internet niet. Maar onze samenleving is ook veel opener dan vroeger. Het is niet slechter om je individueel te uiten, maar je moet dat wel in functie van de andere en de samenleving doen. Het mag niet altijd van 'Ikke, ikke en de rest kan stikken' zijn. Daar wordt de klemtoon misschien te weinig op gelegd. Niet alle jongeren zijn zo, je moet echt oppassen met dit soort veralgemeningen. Bovendien heb ik het gevoel dat jouw generatie opnieuw wat meer op de samenleving gericht is.
Waar ik me wel wat zorgen over maak, is dat veel jongeren in materiële overvloed opgroeien. Ze krijgen te snel te veel cadeau. Kinderen moeten kunnen opgroeien met vallen en opstaan. Kinderen worden nu misschien iets te veel beschermd."

Om af te sluiten: de GAS-boetes zoals ze er nu zijn, een goed systeem of niet?

Smet: "Het is een systeem dat voortdurend moet opgevolgd worden."

Voor verbetering vatbaar?

Smet: "Alles is voor verbetering vatbaar."

En u denkt dat de jeugd baat heeft bij dit systeem?

Smet: "Dé jeugd niet, maar een klein deel van de jongeren wel."

Stampmedia - Gunther Malin

Lees meer over:

Onze partners