Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

13/03/15 om 10:34 - Bijgewerkt om 10:34

De vrijheid van titel

Alle redacties beschikken vandaag over een titelmonster. Het titelmonster spuwt titels die aandacht moeten trekken; op de e-versie moeten ze clicks opleveren.

De titel van DS van 7 maart, over de hele voorpagina, luidde: "Europa betaalt, Big Farma profiteert: Europa pompt miljarden belastinggeld in samenwerking farmasector en academisch onderzoek; farma stuurt het onderzoek en rijft meeste patenten binnen. Academici klagen ongeziene macht sector aan." Als je die frontpagina moet geloven, dan laten 23 patiëntenorganisaties, 14 geneesmiddelenautoriteiten, 714 academische onderzoeksteams, 135 KMO's, en meer dan 6000 wetenschappelijk onderzoekers zich fors om de tuin leiden door de Europese Commissie enerzijds en "Big Farma" anderzijds.

Gelukkig is er een redactrice van DS die dit doorheeft. Ze klaagt aan dat het vooral de farma-industrie is "die de koers bepaalt en de winst opstrijkt": nooit had de sector "meer macht over onderzoek dat met belastinggeld wordt uitgevoerd", zo wordt aangevoerd. Als kritiek kan dat tellen, zeker als het wordt voorgesteld als een balans na vijf jaar van het Innovative Medicines Initiative, uitgevoerd door grote namen zoals Der Spiegel, SRF (de Duitstalige Zwitsterse publieke omroep) en DS.

Deze journalistieke voorstelling van zaken is problematisch. Ze doet niet eens recht aan de in het artikel zelf aan het woord komende personen, en normale discussies worden als incidenten voorgesteld.

Delen

Alle redacties beschikken vandaag over een titelmonster.

Dat is, bijvoorbeeld, het geval met discussies over researchprioriteiten. Daarover bestaat altijd groot meningsverschil. IMI heeft een klare en publieke agenda, en maakt keuzen. Die geschieden op basis van maatschappelijke behoefte en potentiële vooruitgang. Meningsverschil over beide componenten van de afweging zijn legitiem, doch doen ze afbreuk aan de legitimiteit van de keuzen die de Europese Commissie en de Europese farmabedrijven maken, in overleg met academici en patiëntenorganisaties? Leggen de World Health Organisation en sommige NGO's andere accenten inzake prioriteiten? Dat zal wel, so what? Zijn de prioriteiten van IMI dan minderwaardig of verdacht?

Journalistieke framing

Het artikel stelt een studie voor als een "cadeau" voor een farmabedrijf, terwijl iets verder staat dat ze werd stopgezet omwille van nevenwerkingen. Hoe is dat te rijmen?

Eén Europees parlementslid krijgt het woord. Hij verklaart: "Bij de start van het IMI maakten farmabedrijven hun laboratoria leeg". Zulke uitspraak is toch makkelijk te controleren? Waarom doen redacties dat dan niet? De prestaties van Europese farmabedrijven in IMI vertegenwoordigen een waarde van 2,4 miljard €. De Europese Commissie verleende voor een gelijkaardig bedrag subsidies aan academici, regulatoren en patiëntenorganisaties - zodat ze konden meewerken aan gezamenlijke researchprojecten. Het is toch makkelijk na te gaan dat Europese farmabedrijven véél meer bleven investeren in R&D buiten de IMI-projecten dan de 2,4 miljard €? Geen woord daarover.

Het artikel levert kritiek op de regeling inzake intellectuele eigendom binnen het IMI. Dat is een legitiem debat, maar DS springt naar de conclusie dat het IMI-beleid de farmabedrijven bevoordeelt. Dat negeert het gepubliceerd IP-beleid, waarin universiteiten en academici hun mannetje uitstekend staan. Dat is gewoon een kwestie van onderhandeling en overeenstemming. Daarover geen woord. Het artikel vermeldt niét hoeveel winstgevende medicijnen al zijn voortgekomen uit IMI... Op veel vlakken is er grote vooruitgang in kennis, die voor iedereen beschikbaar is. Maar grote doorbraaktherapieën leverde IMI nog niet op, men was kennelijk iets te optimistisch op dat vlak... ook daarover niets in het artikel.

Sommigen willen meer fondsen voor puur academische research; het Federaal Kenniscentrum bereidt er zelfs een studie over voor. Ook dat is legitiem, maar de overheden zijn nu niet exact gericht op verhoging van hun uitgaven. Daarover geen woord. IMI was juist bedoeld om op Europees niveau een boost te geven aan R&D inzake geneesmiddelen. Dat doel is wel geslaagd, en de inbreng van vele academici en patiëntenorganisaties en KMO is door de Europese Unie gesubsidieerd: pure vooruitgang. Niets daarover.

Kortom, het artikel is géén "balans" van het IMI. Er is een gezamenlijke verklarende factor voor de opvallende zwakheid van dit stuk: het lijdt essentieel aan een pathologische vorm van journalistieke framing. Die leidt tot eenzijdigheid, men is selectief omdat men slechts in één frame denkt. Zo wordt uitgegaan van een antithese tussen de samenleving en bedrijven, van een antithese tussen academisch onderzoek en bedrijfsresearch, of nog, van een anti-farma-emotie.

Kijk naar onze titel!

Er is veel evidentie rond journalistieke framing, en die leidt tot een journalistieke opinie die gedeconnecteerd kan raken van een publieke opinie of van feiten. Een redactie riskeert dan maatschappelijke bijziendheid, die feiten ondergeschikt maakt aan een eigen mening. Die wordt niet meer kritisch getoetst, zelfs niet aan de antwoorden van geïnterviewde personen. De vrijheid van de eigen journalistieke mening gaat dan voor op feiten, en er is sprake van een deconnectie tussen mening en kennis.

Delen

Titels zijn ongecontroleerde effectmachines geworden, die niets meer te maken hebben met kwalitatief redactioneel werk.

Er is nog een euvel, dat is de titel zelf: die moet de rest doen: zie eens hoe kritisch wij durven zijn! Kijk naar onze titel! Alle redacties beschikken vandaag over een titelmonster. Het titelmonster spuwt titels die aandacht moeten trekken; op de e-versie moeten ze clicks opleveren. En ze komen in steeds losser verband met de tekst, ze surfen op het dunste vooroordeel in de redactie, en negeren snel de inhoud van het stuk waarboven ze staan. Titels zijn ongecontroleerde effectmachines geworden, die niets meer te maken hebben met kwalitatief redactioneel werk. Het is verwonderlijk dat redactieleden zich op zulke wijze laten knechten - tenzij de verklaring zou zijn dat de titel hun oordeel correct weergeeft, dan is het journalistiek vooroordeel de standaard geworden.

Lees meer over:

Onze partners