300 miljoen landbouwvogels verdwenen sinds 1980

15/07/12 om 16:50 - Bijgewerkt om 16:50

(Belga) Typische Europese landbouwvogelsoorten zoals de veldleeuwerik gaan aan een ijltempo achteruit. Sinds 1980 verdwenen 300 miljoen landbouwvogels. Dat blijkt uit de laatste wetenschappelijke data van Birdlife International en de European Bird Census Council, zo meldt Natuurpunt in een persbericht.

Van de 37 Europese landbouwvogelsoorten in de Farmland Bird Index, zijn er 22 die sterk in aantal achteruitgaan en slechts zes die er op vooruit gaan. In totaal daalde het aantal landbouwvogels met 52 procent sinds 1980. Dat komt overeen met 300 miljoen vogels die de laatste drie decennia verdwenen. Oorzaak volgens de natuurorganisatie is de sterke achteruitgang van de akkerfauna in Europa door de intensivering van de landbouw. Monoculturen nemen het landschap over en bloemrijke akkerranden worden omgeploegd. Verder worden er veel meer kunstmest en pesticiden gebruikt. Daardoor is er voor veel soorten onvoldoende nest- en voedselgelegenheid, voert Natuurpunt aan. De veldleeuwerik is één van de landbouwvogels die zijn leefgebied drastisch achteruit zag gaan. Het gevolg is een daling met 48 procent van het aantal veldleeuweriken de afgelopen 30 jaar. Voor Vlaanderen zijn de cijfers nog dramatischer: de populatie kende een achteruitgang van 95 procent. Ook de geelgors boert sterk achteruit. Sinds 1980 daalde de populatie met 42 procent in Europa en met 60 tot 70 procent in Vlaanderen. "Momenteel onderhandelen het Europees Parlement en de lidstaten over de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Zij hebben de sleutel in handen om deze neerwaartse trend te stoppen", zegt Annelore Nys, landbouwexpert bij Natuurpunt. "Als we nu niet ingrijpen, is het voor veel soorten te laat. Enkel een echte vergroening van het landbouwbeleid op basis van het principe 'publiek geld voor publieke diensten' kan het tij doen keren." Natuurpunt wil dat directe inkomenssteun aan landbouwers wordt gekoppeld aan basisdiensten zoals ruimte voor hagen, poelen en bloemrijke zomen in het landbouwgebied, en extra vergoedingen voor landbouwers die meer inspanningen leveren voor natuur en milieu. (DTM)

Onze partners