Opinie

Vrije Tribune

‘Wie bepaalt hoelang je ziek bent, de arts of de minister?’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

‘Op het terrein is de evaluatie van de duur van arbeidsongeschiktheid een bijzonder delicate oefening. Een terugkeer naar het werk is vaak een terugkeer naar de oorzaak van de werkongeschiktheid.’ Karel Van Bever, huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Zelzate, reageert op regeringsmaatregelen om langdurig zieken terug aan het werk te krijgen.

Vorige week had ik Kathleen op de raadpleging, een 60-jarige arbeidster die werkt aan de lopende band in een toeleveringsbedrijf van de automobielsector. Pijn door toenemende artrose aan de knie en een peesscheur in de schouder zorgden er al een hele tijd voor dat ze het tempo van de collega’s niet meer kon volgen. Ze klampte zo lang mogelijk aan, heeft zelfs operaties en infiltraties ondergaan om de pijn te verminderen, maar het ging uiteindelijk niet meer. Ze behoort nu tot de groep van ‘langdurig zieken’.

Vorige vrijdag zag ik dan hoe premier De Croo en minister Vandenbroucke nieuwe maatregelen aankondigden in verband met de problematiek van de langdurig zieken. Dit kadert in de strategische doelstelling van de Vivaldi-regering om de werkzaamheidsgraad op te krikken naar 80 procent.

De huisartsen krijgen in dit verhaal ook een nieuwe rol toebedeeld: met zogenaamde ‘pathologiefiches’ wordt hen ingefluisterd hoelang ze hun patiënten best wel of niet arbeidsongeschikt schrijven. Daarmee richt de minister zich dus rechtstreeks tot onze beroepsgroep. Het is omdat ik me rechtstreeks aangesproken voel, dat ik in de pen kruip.

‘De pathologiefiches geven voor verschillende pathologieën (aandoeningen, kvb) aan hoelang iemand normaal gezien arbeidsongeschikt is’, verduidelijkte de minister. Het siert hem dat hij de huisartsen wil helpen maar ik vrees dat het een vergiftigd geschenk is en bedank ervoor.

Ten eerste is er de context die me wantrouwig maakt. Dit instrument wordt niet gelanceerd in het kader van een campagne die de verbetering van de volksgezondheid tot doel heeft maar wel om een invloed te hebben op de werkzaamheidsgraad.

Let wel, ik ben niet tegen het principe van benchmarking met standaarden of protocollen, zolang die geschraagd zijn op onomstotelijk wetenschappelijk bewijs. En ook daar wringt het schoentje.

Business consulting

De fiches waren oorspronkelijk het initiatief van Vandenbrouckes liberale voorganger als minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid: Maggie De Block. De Block gaf de opdracht niet aan medische experts en gedegen wetenschappers, zoals zou kunnen verwacht worden bij medische richtlijnen voor huisartsen, maar aan een business consulting bedrijf: Möbius.

‘We hebben uitgebreid aan peer review gedaan’, verkondigde Vandenbroucke tijdens de persconferentie. Het is waar dat tientallen collega’s geconsulteerd werden. Möbius, dat in samenwerking met het ‘Nationaal college voor socialeverzekeringsgeneeskunde’ de fiches had ontwikkeld, legde de fiches voor aan een panel van patiënten en huisartsen waar we zelf ook deel van uitmaakten. Maar wat er vervolgens met die inzichten gebeurde, is onduidelijk. En toen ik aan Möbius vroeg naar de wetenschappelijke referenties van hun fiches, kregen we een nietszeggend antwoord.

Het is dan ook niet zo eenvoudig om te bepalen ‘hoelang iemand normaal gezien ongeschikt is’ voor een bepaalde aandoening. Op het terrein is de evaluatie van de duur van arbeidsongeschiktheid een bijzonder delicate oefening. Herinneren we ons eraan dat de belangrijkste oorzaken van werkongeschiktheid gelinkt zijn aan het werk zelf. In dat kader is een terugkeer naar het werk dus vaak een terugkeer naar de oorzaak van de werkongeschiktheid.

Patiënten zijn meestal zelf vragende partij om het werk te hervatten, al is het maar omdat hun financiële situatie hen niet toelaat om lang werkongeschikt te blijven. Maar het is vanzelfsprekend dat bijvoorbeeld bij carpal tunnel syndroom de terugkeer naar werk anders zal verlopen bij een leerkracht dan bij een kassierster in een supermarkt.

Daarnaast is de duur van de arbeidsongeschiktheid ook afhankelijk van de algehele gezondheidsproblematiek van een patiënt. De begeleiding naar herneming van het werk na een hartinfarct verloopt helemaal anders voor een 45-jarige die vooral geplaagd wordt door stress dan voor een 60-jarige met diabetes en een verhoogd cholesterolgehalte.

Een ander punt dat een grote invloed heeft op de werkhervatting is de mogelijkheid voor de patiënt om het werk te hervatten op een manier die aangepast is aan zijn/haar ongeschiktheid of beperking. De ervaringen die we hebben met de ‘reïntegratietrajecten’ tonen aan dat de grote meerderheid van de patiënten die een dergelijk traject doorlopen hebben uiteindelijk ontslagen werden om medische redenen, en dit omdat hun werkgever niet kon of wilde voorzien in een aangepaste of progressieve werkhervatting.

Tenslotte is er ook het gevaar dat dergelijke fiches gebruikt zullen worden om druk te zetten op patiënten en op artsen. Werkgevers zullen niet aarzelen om hun werknemers die fiches onder de ogen te duwen als ze langer thuisblijven dan Möbius heeft voorzien. En ook de adviserende artsen van de ziekenfondsen zullen het moeten uitleggen als ze het zouden aandurven om iemand arbeidsongeschikt te verklaren voor een langere duur dan de minister in gedachten had.

Neen, laat ons vertrouwen op de beroepsernst van de (huis-)artsen die de toestand van de patiënt kunnen beoordelen in al zijn facetten en daarbij kunnen rekening houden met de hele context. Hij of zij is nog altijd best geplaatst om te bepalen hoe lang je werkonbekwaam bent, niet de minister. 

Karel Van Bever is huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Zelzate

Partner Content