Opinie

René Thewissen

‘Hoe wij het slachtoffer werden van een SLAPP-actie door een projectontwikkelaar’

René Thewissen Voormalig secretaris Leuvens Historisch Genootschap.

René Thewissen getuigt over hoe hij en zijn Leuvense vzw onder zware juridische en financiële druk werden gezet door een projectontwikkelaar. ‘De schrik voor rechtszaken zorgt ervoor dat verenigingen en burgers tweemaal nadenken voordat ze deelnemen aan een inspraakprocedure.’

In een stadsvernieuwingsproject in de Leuvense binnenstad stond de Verpleegstersschool op de helling. Een gebouwencomplex uit de jaren 30 rond een binnenhof met een symbolische zevenarmige linde als rustpunt op de ziekenhuissite. De architect combineerde traditionele elementen met moderne art-decotoetsen, geïnspireerd op de Amsterdamse School. De constructie met een staalstructuur, ingepakt in bakstenen spouwmuren, leverde een flexibel gebouw met grote overspanningen.

De materiële, immateriële en groene erfwaarden van deze Verpleegstersschool motiveerden organisaties en bewoners te ijveren voor het behoud ervan. Dankzij wettelijk voorziene inspraakmogelijkheden werden aanvankelijk enkele successen geboekt: een gedeeltelijke sloop werd voorkomen en de mutilatie van de glas-in-loodramen verhinderd.

Het sein voor de projectontwikkelaar om zwaar geschut boven te halen.

Die koos voor een dagvaarding voor de rechtbank met een schadeclaim van 100.000 euro. Beschuldigingen: bezwaar en beroep aantekenen zou rechtsmisbruik zijn én de goede naam van de promotor schenden.

Op de gemeenteraadszitting van 18 mei 2020 veroordeelden 6 van de 7 Leuvense fracties, meerderheid en oppositie, zo’n juridische procedure tegen verenigingen en burgers. Zowel vanuit het schepencollege als door het historisch genootschap werden bemiddelingsgesprekken opgestart. Alternatieven werden gepresenteerd. De 90-jarige linde kon gespaard worden door aanpassing van de ondergrondse parking. De Verpleegstersschool kon een bijdrage leveren aan de oplossing van de Leuvense woonproblematiek.

Kortom, het bewijs dat inspraak tot een kwalitatieve verbetering van een project kan leiden.

De rechter kaatst de bal terug. Hij stelt dat de indruk kan rijzen dat de promotor de procedure aanwendt ‘voor een ander doel dan waarvoor ze is bestemd’.

Intimidatie

Maar daar stopte het niet. De projectontwikkelaar voerde de intimidatie op. De toon verhardde, deadlines werden gesteld, pogingen om verdeeldheid te zaaien uitgeprobeerd en vervolgens werd de dagvaarding uitgebreid tot alle bestuursleden. Dat slopend jaar 2020 werd in beslag genomen door het schrijven van verweerschriften en replieken, en dat tegen de meest onzinnige aantijgingen zoals de suggestie van zelfverrijking en schriftvervalsing. Enkel de morele steun van duizenden handtekeningen en steunbetuigingen geven de kracht om als David tegen Goliath stand te houden.

Op 23 maart 2021 valt het vonnis. Een opsteker van jewelste.

De rechter maakt brandhout van de beweringen van de projectontwikkelaar. Een citaat: ‘De mogelijkheid van elke belanghebbende om inspraak uit te oefenen bij een stedenbouwkundig project, en in dat kader eventueel een beroepsprocedure in te stellen, is een fundamenteel recht dat decretaal verankerd is en dat ook voortvloeit uit verdragsrechtelijke verplichtingen ter bescherming van de leefomgeving. Het betreft een vorm van elementaire rechtsbescherming van elke burger.’

Wat betreft berichten die een lasterlijk karakter zouden hebben: ‘Deze kritiek past binnen de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving, met name het recht om vrij inlichtingen of denkbeelden te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag. Dit recht wordt onder meer gewaarborgd in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.’

De rechtbank noemt de vordering van de projectontwikkelaar ongegrond en veroordeelt hem tot betaling van de gerechtskosten en de rolrechten.

In zijn vonnis kaatst de rechter de bal terug. Hij stelt dat de indruk kan rijzen dat de promotor de procedure aanwendt voor een ander doel dan waarvoor ze is bestemd.

Al zegt de rechter het niet met zoveel woorden, dit is een pijnlijk voorbeeld van SLAPP. Dat staat voor Strategic Lawsuit Against Public Participation, een rechtszaak aangespannen tegen kritische stemmen.

Schrik

Volgens professor Dirk Voorhoof (UGent) is dit niet minder dan het misbruik maken van justitie. Stemmen worden het zwijgen opgelegd via afschrikwekkende rechtsprocedures die afschrikwekkend zijn. SLAPP-zaken worden aangespannen door partijen die er het geld voor hebben en monden uit in een ongelijke strijd.

In de praktijk missen de financiële bedreigingen en de maandenlange intimidatie hun effect niet. In dit Leuvens geval van SLAPP kunnen meerdere bestuursleden de druk niet langer aan. Het vooruitzicht op nieuwe jarenlange rechtszaken, dat is er te veel aan. Een meerderheid van het bestuur van het Genootschap besluit te zwichten voor de intimidatie. Het verhaal eindigt met een dading tussen partijen.

De gevolgen zijn sindsdien zichtbaar. Bij nieuwe vergunningsaanvragen, waar heel wat op te merken valt, is er niemand meer die een bezwaar durft in te dienen. De schrik voor rechtszaken zorgt er ook voor dat andere verenigingen, die zich voor het algemeen belang inzetten, zowel als burgers wel tweemaal nadenken voordat ze nog eens durven deelnemen aan een inspraakprocedure.

Ondertussen is de Europese Commissie gealarmeerd geraakt door de onrustbarende toename van  SLAPP-procedures. Ze suggereert dat lidstaten wetgevende initiatieven nemen, en ook ondersteuning van SLAPP-slachtoffers én inventarisatie van de gevallen.

Intimidatie blijft te vaak onder de radar.

Partner Content