Bernard Keutgens

‘Energiecrisis en oorlog? Hier in Aleppo is dat dagelijkse kost’

Bernard Keutgens Familietherapeut die woont en werkt in Aleppo

‘Hoop is in de context van Syrië een moeilijk woord. Hoe kan ik vandaag van hoop spreken als men de indruk heeft dat de situatie altijd erger wordt’, schrijft Bernard Keutgens van de christelijk geïnspireerde denktank Logia. Na een vakantie in België is hij weer in Aleppo, waar hij woont en werkt.

Na een korte vlucht van 5 uur landde mijn vliegtuig op Brussel Zaventem. Ik was de verstikkende zomerhitte van Syrië gevlucht – meer dan 42 graden – om van de Belgische temperaturen in deze periode te genieten. ‘Enjoy your city’, stond op één van de grote reclameborden in Brussels Airport. Een kwartier later was ik in het centrum van de hoofdstad: volle terrasjes, straatmuziek, de geur van de verschillende keukens, de flesjes bier op tafel, zomervreugde en een echte multiculturele vakantiesfeer.

Sinds 11 jaar is Syrië in een conflictueuze situatie verwikkeld, die voor een buitenstaander moeilijk te begrijpen is. Het gaat om veel meer dan wat we in de media lezen. Het is een feit dat de Syrische bevolking nu al meer dan een decennia niet meer de kans krijgt om te genieten en vakantie te nemen. Altijd opnieuw vertellen de Syriërs mij over het leven in Aleppo voor het conflict. Iedereen had een job, er was veel levendigheid in de straten, er waren toeristen… Het stadscentrum met de 15 kilometer Soek, de overdekte markt, de sfeervolle oriëntaalse winkeltjes waren zelfs werelderfgoed van de Unesco. Het is niet te vergelijken met een modern winkelcentrum bij ons; je moet er maar nemen wat je wil en betalen. En dan zijn er nog de andere historische plaatsen zoals Palmyra, Damascus…

Wat zouden Brussel, Brugge, Gent, Namur Antwerpen en andere steden zijn zonder toeristen? Toeristen brengen dikwijls ook een sfeervolle touch mee. Straatartiesten brengen een vreugdevolle sfeer in de stad. Maar wat gebeurt er als er geen vrienden meer op bezoek kunnen komen en je nergens naar toe mag? Neen, van toeristisch leven is er niets meer van terug te vinden: grootschalige verwoestingen, heel wat plaatsen zonder leven. Van wederopbouw is er niet veel te zien en te voelen.

Energiecrisis in Syrië

Tijdens mijn verblijf in België werd er vaak over de energiecrisis en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne gesproken. Voor ons, hier in Aleppo, is dat dagelijkse kost. Al meer dan drie jaar krijgen we in Aleppo maar twee tot drie uur elektriciteit van de overheid, en dit meestal midden in de nacht. Hier moeten de mensen om 2 uur ‘s nachts opstaan om de wasmachine aan te zetten en het eten voor te bereiden. Zelfs de alternatieve energieën zoals gas en mazout zijn gerantsoeneerd. En dit in een land waar vroeger ook het kleinste dorp de hele dag elektriciteit kreeg.

Als ‘noorderling’ leef ik sinds vijf jaar in Syrië. Nooit in mijn leven heb ik de winter in zulke extreem koude omstandigheden doorgebracht. Als het buiten 3 graden is, heb je meestal in je kleine woning ongeveer 7-10 graden. Gedurende twee tot drie maanden liep ik rond, gekleed met drie truien, en ’s nachts met tenminste twee dikke donsdekens. Soms was het zo koud dat er niets anders op zat om tijdens de dag onder de dekens te blijven, iets te lezen, te studeren of gewoon te wachten. In de winter krijgt iedere familie 300 liter mazout. Op de zwarte markt vind je bijna alles aan onbetaalbare prijzen. Dit is de toestand van mensen in een gewone situatie. Vluchtelingen, die nog in nabije kampen leven (en dat zijn er enkele miljoenen in Libanon, Jordanië, Turkije, Griekenland…) worden met nog extremere toestanden geconfronteerd. Sterk was de uitspraak van een goede Syrische kennis: “Men heeft onze lach (glimlach) gestolen.”

Dikwijls moest ik in afgelopen vakantieperiode denken aan vroeger, aan de verschillende periodes uit de geschiedenis. Is niet elke groei ten koste van armoede in een andere regio van de wereld? Wat zegt deze tijd over de kolonisatie? Hoe komt het dat we vandaag de ogen sluiten voor de huidige uitbuitingen? De energiebronnen hier in Syrië worden sinds jaren ontgonnen door en voor buitenlandse, en meestal ook westerse landen, onze vroegere economische partners.

Het gebeurt niet dikwijls dat ik naar België kom. Sinds jaren hoor ik een prioriteit voor klimaat en ecologie. Opvallend was voor mij te ontdekken dat de auto’s op Belgische wegen steeds groter worden. Hier in dit land, waar ik heel wat extreme situaties tegenkom, zie ik nog auto’s uit mijn kindertijd: de VW kever, de Peugeot 405, enz…

Wanneer en hoe kunnen we hier in Syrië met klimaat bezig zijn? Syrische vrienden zeggen me regelmatig: ‘een eerste stap zou kunnen zijn dat men stopt met bommen te gooien, landmijnen te plaatsen en ander vernietigend materiaal binnenbrengt.’

Hoop is in de context van Syrië een moeilijk woord

De bevolking hier in Syrië is zwaar verwond door de situatie. Alle families zijn uit elkaar getrokken en over de hele wereld verspreid. De wortels blijken afgeknipt te zijn. Ook de echte vrienden zijn ver weg. Even langs gaan bij vrienden als men hulp nodig heeft, is moeilijk. En toch ervaar ik iets wat hoop geeft: ik zie Syriërs zich ondanks de ellende zich inzetten voor anderen, voor de alleenstaanden, de bejaarden… Ik ervaar het ook in de momenten waar men het leven met elkaar deelt.

Wat is nog hoopvol? Vrienden van mij zijn begonnen om kleinschalige werkprojecten te ondersteunen om uit de afhankelijkheid te geraken. In de stad Homs zijn zo dit jaar 25 activiteiten van start gegaan. ‘Restart’ is de naam van het project: een chocoladewinkel, een mini-naaiatelier, groentewinkeltje, GSM-reparatiedienst, … Nu zouden er nog 16 andere projecten in Aleppo bij komen. Enkele Belgische bedrijfsleiders denken erover na om in de toekomst deze projecten te ondersteunen.

Naast de grootschalige verwoestingen is er de grote armoede, een gevolg van de oorlog. Moe, uitgeput, fysisch en mentaal, opgesloten in de eigen miserie. Alle financiële reserves zijn na 11 jaar uitgeput. Op vakantie gaan en reizen is een droom geworden. Met de financiële ondersteuning van 2.000 euro, van vrienden in het buitenland, konden tien families vijf dagen op een rustiger plaats doorbrengen. Dat was echt eens nodig.

Als kind werd ik ook door de levenskeuze en levenskracht van anderen aangestoken. Zo leerde ik op 14-jarige leeftijd Frei Hans kennen, 14 jaar ouder dan ik. Hij werd in Brazilië franciscaan, en medestichter van een wereldwijd project voor verslavingsproblematiek (drugs, alcohol, internet…): Façenda di Esperança – boerderijen van hoop. Hij is trouw geweest aan zijn missie, zijn innerlijke keuze, en heeft deze met veel anderen gedeeld. Het leven volgens de gulden regel: ‘Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jou behandelen’, brengt hoop.

Hoop is in de context van Syrië een moeilijk woord. Hoe kan ik vandaag van hoop spreken als men de indruk heeft dat de situatie altijd erger wordt? Misschien is hoop de liefde die ik kan doorgeven, of gewoon het leven delen. Hier komt het er vooral op neer om met de mensen de moeilijkheden te delen. Er voor hen ‘zijn’, misschien ‘samen-zijn’ is al een eerste stap.

Ik zit weer terug in Brussels Airport. Binnenkort zal ik opnieuw starten met psychosociale begeleidingen, ondersteuningen, therapiegesprekken en vormingsactiviteiten aan de bevolking in Aleppo. In de wachtruimte voor het vliegtuig, met bestemming Beirut, heerst grote stilte. Toch probeer ik de andere passagiers in de ogen te kijken en te ontcijferen waar iedereen naartoe gaat. Misschien gaan ze naar de achtergelaten ouders en familie in Libanon of in Syrië?

“Connect over whole the world” – verbonden over heel de wereld. Het is meer dan een slogan aan de grote muren hier in Zaventem. Is het een droom of een hoop? Reclame? Of een steeds opnieuw te realiserend project? Een levenskeuze? De universele broederschap? Ik ben blij dat ik hier in Syrië ook de andere kant van het leven en van de wereld mocht raken. Nooit zou ik gedacht hebben dat zelfs moeilijke ervaringen, als ik ze in me toelaat, iets dieps in mij teweeg brengen. Misschien heb ik zelfs in het doorleven van de moeilijke situaties het meeste geleerd. Ik wil niet alleen de situatie in Syrië bekijken, maar ook in heel veel andere landen zoals in Oekraïne, in Zuid-Soedan, in veel Afrikaanse landen, Afghanistan… de lijst is heel lang.

Ik blik terug op mijn verblijf in België waarin ik veel vrienden heb terug gezien. Ik mocht binnentreden in hun leven: in hun vreugdes en hun moeilijkheden, hun angsten en hun zorgen. Tijdens een treinrit sprak ik iemand aan die diep zuchtte: “Nog nooit in m’n leven heb ik zoveel angst gehad als vandaag”, vertelde ze. Ze begon me haar recente tocht te vertellen, en tegelijkertijd stukken van het verhaal van haar leven. Echt ontmoeten, is samen op weg gaan met anderen, zich in vraag laten stellen, samen de uitdagingen en moeilijkheden bekijken.

Het kan erop lijken dat er na de vette jaren in België nu magere jaren komen. Moeten we hier bang voor zijn? Vanuit Syrië bekijken mag ik zeggen dat de bevolking altijd de kracht gevonden heeft om creatief te zijn, en altijd weer opnieuw op te staan. Misschien is dat mogelijk als men het samen doet en met elkaar kan delen.

Partner Content