Wouter Vrancken, de langst zittende trainer in eerste klasse: ‘Ik lig niet wakker van een ontslag’

Wouter Vrancken: 'Met profvoetballers is het makkelijker werken dan met spelers in provinciale.' © Image Desk
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

De coronamaatregelen zijn ‘niet logisch’, Union Sint-Gillis is ‘niet de underdog die men ervan maakt’ en aan de in opspraak gekomen Georges Leekens behoudt hij de beste herinneringen: KV Mechelen-coach Wouter Vrancken testte voor de tweede keer positief op covid, maar blijft zijn energieke zelve, ook in zijn uitspraken.

Wanneer u dit leest, is Wouter Vrancken hopelijk uit quarantaine. De trainer van KV Mechelen testte op 10 januari positief. Dit interview vindt plaats via een coronaveilige verbinding met Vranckens thuisbureautje, waar hij in zelfisolatie ging. ‘Ik loop de muren op’, zegt de symptoomvrije coach. ‘Ik kreeg het slechte nieuws na de verplichte testronde van de Pro League, vlak na de winterstop. Ik zou er niet eens aan hebben gedacht om me te laten testen. Ik voelde me prima, op een verstopte neus na. In de eerste golf, toen er nog geen vaccins waren, raakte ik ook besmet. Dat was andere koek. “Ziek” is het verkeerde woord, ik voelde me uitgewoond. De energie was uit mijn lijf gezogen. Het zorgde er wel voor dat de quarantaine snel voorbijging. Ik lag te suffen in bed en kon verder toch niets doen. Maar dit is verschrikkelijk. Ik heb totaal geen last en zit barstensvol energie. Ik weet dat mijn ploeg me nodig heeft, en bovendien moet ik geïsoleerd leven van mijn gezin. Ik vul de dagen met wedstrijdbeelden herbekijken en me afvragen hoe het met mijn spelers gaat.’

KV Mechelen kwam zaterdag niet opdagen voor de match tegen OH Leuven omdat meerdere van je spelers out zijn met covid. Gaan de matchen van woensdag tegen Genk en zondag tegen Anderlecht wel door?

Wouter Vrancken: We wachten de coronatests af om te zien of het haalbaar is om een valabel elftal op de mat te krijgen. Tegen OHL misten we twee doelmannen. Dat is te krap. De regels zijn net veranderd. Voortaan moet je een minimumaantal besmette basisspelers hebben alvorens een wedstrijd mag worden uitgesteld (zeven of meer spelers die minstens 30 procent van de wedstrijden gespeeld hebben, nvdr). Tegelijk zijn de verplichte tests afgeschaft. Dat is niet logisch. Iemand zoals ik, zonder symptomen, hadden ze volgens de nieuwe regels nooit opgespoord. Maar bij KV Mechelen blijven we iedere donderdag de hele spelersgroep testen, zoals voorheen. Dat lijkt me wel zo veilig.

De mensen die stemmen voor de Gouden Schoen zien onze wedstrijden niet. Of er zijn lobby’s in het spel bij de kiesprocedure.

De top vier speelt na de reguliere competitie de kampioenenplay-off. KV Mechelen staat daar net onder. Kijken jullie naar boven?

Vrancken: De resultaten van de komende weken zullen bepalen of we kunnen aanhaken. Januari is een drukke, belangrijke maand, vol topwedstrijden. Veel hangt af van corona. Een paar jongens die uitvallen en je komt in de problemen. Daar komt nog bij dat Samuel Gouet naar de Afrika Cup is en Sheldon Bateau en Joachim Van Damme de club hebben verlaten. Ik hoop dat het bestuur kwalitatieve spelers vindt om hen te vervangen. Tot nu toe kwam alleen Dries Wouters erbij. Maar covid blijft de grote onbekende. Het virus treft ons nu al hard, en ik heb het niet alleen over de besmette spelers. KV Mechelen staat bekend om zijn vurige fans. Het scheelt een slok op een borrel dat we onze thuiswedstrijden moeten afwerken in een leeg stadion.

In september klopte Anderlecht KV Mechelen met 7-2. Hebben jullie iets recht te zetten?

Vrancken: Niet speciaal. Het was een zware nederlaag, maar de eerste helft was misschien wel de beste van het seizoen. Anderlecht-trainer Vincent Kompany zei dat Mechelen aan de rust verdiende voor te staan, en hij had gelijk. In de tweede helft stortte het ineen, met veel te veel tegendoelpunten, maar na de wedstrijd was ik niet pessimistisch. We hadden alleen het niveau van de eerste helft moeten doortrekken na de rust. Dat is ook gebleken. Na Anderlecht hebben we een reeksje neergezet.

Ik heb achteraf niet te veel op die uitslag gehamerd. Ook de spelers gruwen van zo’n bolwassing. Ze weten heus dat het beter moet, je hoeft hen dat niet onder de neus te wrijven. Weet je waar het misging op Anderlecht? We begonnen te twijfelen, in plaats van keuzes te maken. En twijfel is de ergste vijand van een topsporter.

Ondanks jullie mooie seizoen stond geen enkele speler van KV Mechelen in de top tien van de Gouden Schoen.

Vrancken: Geen enkele Belg scoorde in 2021 meer doelpunten dan Nikola Storm, internationale toppers als Romelu Lukaku inbegrepen. En als je ziet welk niveau Rob Schoofs al maandenlang haalt, vraag ik me af wat die jongens nog meer kunnen doen. De mensen die stemmen voor de Gouden Schoen zien onze wedstrijden niet of er zijn lobby’s in het spel bij de kiesprocedure.

Al moet ik wel consequent blijven. Ik hecht weinig belang aan individuele prijzen omdat ze niet op hun plaats lijken in een ploegsport. Dan zou het raar zijn als ik er een zaak van maakte. Maar het is leuk om appreciatie te krijgen. Nikola en Rob verdienen zo’n waardering, en ik had het hen gegund.

Hoe valt de evolutie van de 27-jarige Storm te verklaren? Een neus voor goals wordt gezien als een talent: je hebt het of je hebt het niet. Storm scoorde vorig jaar 21 keer. Dat is bijna evenveel als het aantal goals dat hij in de rest van zijn carrière maakte.

Vrancken: Storm kan heel goed dribbelen, maar hij zocht altijd dezelfde actie op – naar binnen snijden en trappen voor de verdediger zich kan opstellen. Dat is een goede, gevaarlijke actie, maar het werd voorspelbaar. We zeggen hem al langer dat hij moet variëren. Zodra die boodschap was binnengedrongen, schoten zijn statistieken omhoog. Vroeger konden verdedigers en keepers zich op hem instellen, nu niet meer.

Kan promovendus Union Sint-Gillis kampioen spelen?

Vrancken: Zeker wel. Maak niet de fout om Union te herleiden tot hun dodelijke spitsenduo (Dante Vanzeir en Deniz Undav, nvdr). Het is de gevaarlijkste ploeg op de counter en ze hebben een erg stabiele verdediging. Belgische wedstrijden zitten vol omschakelmomenten en het verschil wordt gemaakt met defensieve kracht. Union blinkt uit in wat in onze competitie beslissend is.

Die club is niet de underdog die men ervan maakt. Union heeft geld, via de connectie met het Engelse Brighton & Hove Albion. Ze haalden Kaoru Mitoma, een topspeler met een enorme marktwaarde, en in de winter kwam er een jonge Pool van 10 miljoen euro bij (de 18-jarige Kacper Kozlowski, nvdr). Behalve Club Brugge kan geen enkele Belgische club die binnenhalen. Budgettair staan ze op kampioenenniveau, en bovendien levert trainer Felice Mazzu er heel goed werk. Union houdt dit niveau aan tot in mei, twijfel er maar niet aan.

U zit drieënhalf jaar bij KV Mechelen. In eerste klasse doet niemand beter, sinds het ontslag van Francky Dury bij Zulte Waregem.

Vrancken: Ik wist goed waar ik aan begon toen ik in het vak stapte. Als trainer heb je geen jobzekerheid, en het hangt niet alleen af van hoe goed je werkt. De resultaten bepalen alles. Om die te behalen moet de club een kern samenstellen waar muziek in zit en moeten spelers boven zichzelf uitstijgen. Dat ik het al drieënhalf jaar uitzing, is deels mijn eigen verdienste, maar het komt ook omdat ik de omstandigheden meeheb.

België gaat weinig chauvinistisch om met zijn trainers. Buitenlanders krijgen alle kansen, terwijl ik op de trainersschool toch meerdere interessante Belgen tegenkwam met ideeën en dadendrang. Maar als ze de kans niet krijgen, breken ze uiteraard niet door. Ik heb geluk dat Mechelen durfde te kiezen voor een jonge Belg zonder ervaring in eerste klasse.

Ik lig niet wakker van een ontslag. Ofwel komt er een andere club, ofwel houdt het op en trek ik fluitend de arbeidsmarkt op.

U begon onder aan de ladder. Hebt u er nu nog iets aan dat u ook het provinciale voetbal kent?

Vrancken: Op menselijk vlak leer je veel in provinciale. Met profs werken is zelfs makkelijker. Stel dat je een speler op zijn plichten moet wijzen. Een profvoetballer kun je bij wijze van spreken uitkafferen, of je kunt hem naar de mond praten. Het maakt niet uit. Die speler staat er de volgende dag opnieuw, anders wordt hij niet betaald. Als je een voetballer uit provinciale te ruw behandelt, trapt hij het af. Voor twee drankbonnetjes laat niemand zich uitschelden. Maar als je hem met fluwelen handschoenen aanpakt, komt de boodschap misschien niet aan, en raak je evenmin vooruit. In de lagere reeksen draait voetbal nog veel meer om groepsgeest. Je moet spelers inspireren, ze meekrijgen in je verhaal. Ik heb er ook geleerd om helder te communiceren, heel tastbaar. In provinciale kom je beter niet af met wollige termen als ‘hoog druk zetten’ of ‘scherp zijn’. Dat is loze praat waar spelers zo doorheen kijken.

Proftrainer worden is nooit mijn ambitie geweest, tot ik de kans kreeg. Mijn eerste trainersjob – als je het zo mag noemen – was bij RDK Gravelo, in vierde provinciale. Ik deed het als vriendendienst en omdat het me leuk leek. We promoveerden twee keer, en toen ik overstapte naar Thes Sport gebeurde dat opnieuw. Zo is de trein vertrokken.

U had toen gewone jobs, buiten het voetbal.

Vrancken: Toen mijn spelerscarrière eindigde, heb ik bewust geen sabbatjaar genomen, zoals veel profvoetballers doen. Het leek me een val, want van een jaar niksen word je lui en verlies je je gevoel voor initiatief. Ik ging aan de slag bij een verzekeringskantoor en werkte als verkoper. Die laatste job deed ik bijzonder graag. Het was bij een pas opgestart bedrijfje, dat coachingprofielen opleidde om te outsourcen. Ik leidde bijvoorbeeld een team bij Nespresso. Wanneer ik dat vertel aan mensen uit de voetbalwereld, trekken ze bleek weg, maar het was een bijzonder fijne job: met mensen werken, doelen halen, motiveren.

Ik zou er niet kapot van zijn als mijn verhaal in het profvoetbal eindigt. Financieel zou ik een stap terugzetten, maar ook uit andere jobs kan ik voldoening halen en zijn er uitdagingen waar ik met plezier voor zou opstaan. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar het zou veel mensen in het voetbal helpen als ze dat ook beseften. Met drieënhalf jaar zonder ontslag ben ik al een uitzondering in eerste klasse. Zo’n onzeker bestaan weegt op een mens, onderschat het niet. Ik lig niet wakker van een ontslag. Ofwel komt er een andere club ofwel houdt het op en trek ik fluitend de arbeidsmarkt op.

Club Brugge en Genk hebben een nieuwe trainer. Hebben ze u gepolst?

Vrancken: Nee.

Is dat niet raar? Een jonge Belgische coach die het lange tijd goed doet: zo zijn er niet veel.

Vrancken: Dat moeten anderen beoordelen. Ze zouden stilaan wel mogen weten wat ik in mijn mars heb, maar als ze niet aan mij denken, dan is het maar zo. Ik sta er niet te veel bij stil.

Zag u de Canvas-reeks De prijs van de winnaar, over psychologisch misbruik in de sport, zoals beledigingen, sporten met blessures, ongenadig omgaan met wie naast de ploeg valt. Zulke zaken komen ook in het voetbal voor.

Vrancken: Niet in mijn ploeg. Respect voor het individu staat boven alles, ook boven winnen of verliezen. Iemand met wie je dag in, dag uit werkt, breek je niet af. Een voetballer die afgekraakt wordt, kan op twee manieren reageren. Ofwel kruipt hij in zijn schulp, ofwel verzet zijn ego zich en wil hij met alle macht je ongelijk bewijzen. In beide gevallen ben je die speler kwijt. Mijn job is anderen meekrijgen in mijn verhaal. Ik zie niet in hoe beledigingen daarbij kunnen helpen.

Ik kan hard zijn voor mijn spelers, dat wel. Ik zeg eerlijk waar het op staat, ook al is de boodschap onaangenaam. Maar ik vergeet nooit dat een speler een mens is, en mensen maken fouten. Ook ik.

Kan een trainer toegeven dat hij mis was? Jullie moeten toch uitstralen dat jullie het allemaal weten?

Vrancken: Als ik mij heb vergist, ben ik niet bang om dat te erkennen. Ik doe het niet altijd – dat zou ongezond zijn -, maar er is niets mis met toegeven dat je de kwaliteiten van een speler verkeerd hebt ingeschat, of dat een vervanging verkeerd is uitgepakt.

Het enige wat een groep je niet zal vergeven, is twijfel. Of toch niet dat je die twijfels voortdurend toont. Ik heb daar weinig last van – ik ben van nature nogal zelfverzekerd. Ik probeer dat te combineren met zelfreflectie, wat ik een mooi begrip vind. Het komt erop neer dat je jezelf ter discussie blijft stellen, dat je in de spiegel kijkt, met de bedoeling er beter van te worden. Mijn zelfverzekerdheid houdt wel het gevaar in dat ik de neiging zou kunnen hebben om halsstarrig vast te houden aan wat ik ken van vroeger, of aan mijn eigen gelijk. Maar je bent nooit helemaal klaar, niet als mens en niet als trainer.

Welke trainers hebben u geïnspireerd?

Vrancken: Vooral Jacky Mathijssen bij Sint-Truiden en Georges Leekens bij KAA Gent. Met Jacky zat ik op voetbalgebied op één lijn.Technisch en qua tactiek is er geen betere. Het was stimulerend om ideeën met hem uit te wisselen.

Georges is een meester in het samenbrengen van een groep. Rond zijn teams hing altijd een geweldige sfeer. Hij was rechtuit tegen zijn spelers, ook wanneer de boodschap negatief was. Eén voorval is me bijgebleven. Een speler met wie ik goed bevriend was, kreeg van Georges te horen dat hij waarschijnlijk weinig kansen zou krijgen omdat Leekens het niet in hem zag: ‘Je mag me van het tegendeel proberen te overtuigen, en chapeau als het lukt, maar ik zie hier geen plaats voor jou.’ Die speler was ontgoocheld, maar hij apprecieerde ook de duidelijkheid. Georges heeft er alles aan gedaan om hem aan een andere ploeg te helpen. Die jongen werd door Leekens afgewezen, maar toch heeft hij goede herinneringen aan hem.

Ik heb Leekens een paar keer geïnterviewd: hij werd een ander mens wanneer de bandrecorder liep. Het contrast was enorm.

Vrancken: Ja, dat verbaasde mij als speler ook altijd. De Georges die met de pers praatte was een ander persoon dan de trainer die ik in de kleedkamer zag. Leekens communiceerde heel veel, maar tegelijk liet hij de buitenwereld nooit helemaal toe. Hij deed het om zichzelf te beschermen. Denk ik, want we hebben het er nooit over gehad. Ik vind het jammer dat de mensen de warme Georges niet kennen, zoals hij echt is.

Ik stopte met voetballen toen ik artrose kreeg op mijn heup. Een pijnlijk verhaal, ik had het er moeilijk mee. Georges was de enige trainer die me belde. Hij zei dat hij me apprecieerde, dat er nieuwe kansen zouden komen en dat ik altijd bij hem terechtkon. Dat was niet gelogen. Nog altijd stuurt hij me een bericht wanneer hij vermoedt dat ik ergens mee zit.

Leekens wordt ervan beschuldigd dat hij in 2011 de toenmalige Lokeren-speler Derrick Tshimanga Rode Duivel maakte, als compensatie voor een som zwart geld die hij niet wilde terugbetalen. Zou dat waar kunnen zijn?

Vrancken: Geen idee. Het spoort in ieder geval niet met hoe ik Georges ken.

DE LANGE SCHADUW VAN COVID OP TOPSPORT

Duitse economen berekenden dat eersteklassevoetballers een halfjaar na een coronabesmetting nog altijd minder goed presteren op het veld dan voorheen.

Het Düsseldorf Institute for Competition Economics (DICE) van de Heinrich Heine Universiteit, een Duits onderzoeksinstituut dat factoren onderzoekt die de competitie in de bedrijfswereld kunnen beïnvloeden, bracht een rapport uit over de langetermijneffecten van covid-19 op werkprestaties. Niet tijdens de infectie, ook niet in geval van long covid, maar maanden na genezing. In The Long Shadow of an Infection: Covid-19 and Performance at Work maken ze een analyse van de prestaties van 257 Duitse en Italiaanse eersteklassevoetballers die tot juli 2021 covid-19 doormaakten. In vergelijking met de spelers die van corona gespaard bleven, en voorheen vergelijkbaar presteerden, verminderden de prestaties lichtjes in de maanden na de besmetting. In de eerste drie maanden na hun genezing zaten de betrokken spelers bijvoorbeeld vaker op de bank dan ervoor. Veel verrassender is dat ze 5 tot 8 maanden later nog altijd minder presteerden: per match kregen ze 9 procent minder speeltijd en trapten ze 6 procent minder tegen de bal dan voorheen. De vraag is wel of zo’n bescheiden prestatiereductie, die weliswaar belangrijk kan zijn voor topsporters, iets zegt over de prestaties van de gemiddelde werknemer die is genezen van een coronainfectie.

Wouter Vrancken

– 1979: geboren in Sint-Truiden

– 1997: debuut in eerste klasse bij STVV

– 2004: transfer naar AA Gent Speelt nog voor KRC Genk en KV Mechelen

– 2010: beëindigt zijn carrière bij KV Kortrijk, wordt trainer in vierde provinciale

– 2017: assistent- trainer bij KV Kortrijk

– 2018: hoofdtrainer bij KV Mechelen

– 2019: wint de Belgische beker en promoveert met Mechelen naar eerste klasse

Partner Content