5G, kernenergie, GGO's, de klimaatopwarming en natuurlijk de covid-pandemie - meer dan ooit speelt wetenschap een cruciale rol in het maatschappelijk debat. Het is ook diezelfde wetenschap die ons heeft geleid naar het idee van de big bang of oerknal als begin van het universum. In die zin kan de big bang misschien ook relevant zijn voor de wereld van vandaag: de ontdekking ervan illustreert wat wetenschap is en wat het niet is, waarom we die ene wetenschapper niet per se hoeven te vertrouwen, maar wel de wetenschap.

Wantrouw de wetenschapper, vertrouw de wetenschap.

In 1927 wordt de natuurkundige Albert Einstein na een sessie van de Solvay conferentie in Brussel aangeklampt door George Lemaître. Op basis van Einsteins algemene relativiteitstheorie, in combinatie met sterrenkundige waarnemingen, kon Lemaître aantonen dat ons universum aan het uitdeinen is. Einstein, die zich niet comfortabel voelde bij het idee van een veranderlijk universum, zet Lemaîtres bevinding snel weg met de beroemde woorden: 'Vos calculs sont corrects, mais votre physique est abominable.' Einstein is op dat moment waarschijnlijk de beroemdste man op de planeet. Maar het is dus de onbekende Belg Lemaître die het bij het rechte eind had en de wetenschappelijk wereld daar al snel van kon overtuigen.

Het beeld dat je steevast terugvindt in 'alternatief' wetenschappelijke kringen - van de homeopathie tot de 5G beweging - is dat van de gevestigde wetenschap als iets dat bij het establishment hoort. Niets is minder waar. Uiteraard zijn er onderzoekers die zich voor een bepaalde kar laten spannen - denk maar aan het door Big Tobacco gesponsorde onderzoek in de vorige eeuw - maar in haar kern is wetenschap per definitie non-conformistisch. Wetenschappelijke vooruitgang gaat over het verleggen van bakens, wars van elke al dan niet verborgen agenda, wars van elke autoriteit. Ook de grote Herr Professor Einstein moet Lemaîtres spectaculaire inzicht over de uitzetting van het universum uiteindelijk aanvaarden, simpelweg omdat dit een betere beschrijving van de natuur geeft, in het bijzonder omdat het de experimentele waarnemingen van het rodere licht voor de verder afgelegen sterrenstelsels verklaart.

Is hét criterium voor goede wetenschap dan dat het tegen de status quo moet ingaan? Neen, uiteraard niet, dan zou elk flutverhaaltje voor wetenschap kunnen doorgaan. Wetenschap zit precies op het spanningsveld tussen openheid tegenover nieuwe ideeën en scepsis. Wanneer Lemaître in 1931 met zijn hypothese voor de big bang komt, dan was dat nu niet meteen een flutverhaaltje. Aan de andere kant was er dat op dat moment nog geen experimenteel bewijs. De term big bang werd trouwens geïntroduceerd door de vermaarde fysicus Fred Hoyle, precies om aan te geven hoe van de pot gerukt hij Lemaîtres hypothese vond.

Het is pas vanaf de jaren zestig, met de eerste waarnemingen van de kosmische achtergrondstraling, dat de big bang kon beginnen vervellen van een hypothese tot iets waarover vandaag - hier komt het vermaledijde begrip - wetenschappelijke consensus bestaat.

Die consensus is er uiteindelijk niet gekomen door het werk van deze of gene individuele wetenschapper. De kracht van wetenschap is precies dat het een collectief proces is, waarbij elk nieuw experiment of theoretische afleiding, kritisch wordt bekeken door de peers, andere collega-wetenschappers dus. Hierdoor krijgt wetenschap een zelfregulerend karakter, waarbij uit een veelheid van resultaten uiteindelijk de op dat moment best mogelijke conclusie wordt gedestilleerd.

Om dit proces optimaal te laten verlopen moet het onderzoek uiteraard zo publiek en transparant mogelijk gebeuren. Zo is er bij de grote kosmologie-experimenten van vandaag de gewoonte om de data volledig vrij te geven, zodat onderzoekers van buiten het experiment die onafhankelijk kunnen analyseren. Hoyle is zich overigens heel zijn leven blijven verzetten tegen de big bang. Waar zijn scepsis initieel nuttig was voor het scherp zetten van het big bang-scenario, plaatste hij zich hiermee later in de marge. De wetenschap gaat voort in weerwil van de vergissingen van de individuele wetenschapper.

Die wetenschap heeft in nog geen honderd jaar ons beeld van het universum totaal veranderd. In de jaren twintig van de vorige eeuw was het nog niet duidelijk of er naast onze Melkweg veel anders te vinden was. Nu weten we dat er minstens honderd miljard andere sterrenstelsels zijn, en dat dit alles zo'n 14 miljard jaar geleden uit de big bang is ontstaan.

Het wetenschappelijk proces dat we vandaag in actie zien in de context van de covid-pandemie is minstens zo spectaculair. Nog geen maand na de uitbraak van de epidemie ontrafelden Chinese onderzoekers het SARS-CoV-2-gen en plaatsten de gensequentie op internet. Honderden wetenschappers van over heel de wereld gingen hiermee aan de slag en ontwikkelden in enkele dagen een test om het virus op te sporen. Tegelijk startte de wedloop naar een vaccin - of beter gezegd naar tientallen vaccins - daarbij verder bouwend op inzichten over eerdere vaccins. Virologen, epidemiologen en immunologen bewaken dit proces dat er één is van vallen en opstaan, testen en hertesten, én het in de gaten houden van Big Farma.

Wanneer er straks een vaccin is zal ik dat vertrouwen, niet omdat ik zelf iets van virologie ken (ondanks een overvloed aan covid-19-artikels) maar omdat ik reken op de wetenschap. Die zal mij overigens geen absolute zekerheid bieden over werking of bijwerking, maar wel de grootste mogelijke zekerheid op dat moment.

Om het met de woorden van de grote Vincent Kompany te zeggen: 'Trust the process.' Voor Anderlecht biedt dit voorlopig nog geen soelaas, maar gelukkig is voetbal geen wetenschap.

Karel Van Acoleyen is docent en onderzoeker aan de vakgroep Fysica en Sterrenkunde van de UGent. Binnenkort verschijnt van hem het boek, 'De relativiteitstheorie - van stationsklokken tot de big bang' (Academia press, Lannoo).

5G, kernenergie, GGO's, de klimaatopwarming en natuurlijk de covid-pandemie - meer dan ooit speelt wetenschap een cruciale rol in het maatschappelijk debat. Het is ook diezelfde wetenschap die ons heeft geleid naar het idee van de big bang of oerknal als begin van het universum. In die zin kan de big bang misschien ook relevant zijn voor de wereld van vandaag: de ontdekking ervan illustreert wat wetenschap is en wat het niet is, waarom we die ene wetenschapper niet per se hoeven te vertrouwen, maar wel de wetenschap.In 1927 wordt de natuurkundige Albert Einstein na een sessie van de Solvay conferentie in Brussel aangeklampt door George Lemaître. Op basis van Einsteins algemene relativiteitstheorie, in combinatie met sterrenkundige waarnemingen, kon Lemaître aantonen dat ons universum aan het uitdeinen is. Einstein, die zich niet comfortabel voelde bij het idee van een veranderlijk universum, zet Lemaîtres bevinding snel weg met de beroemde woorden: 'Vos calculs sont corrects, mais votre physique est abominable.' Einstein is op dat moment waarschijnlijk de beroemdste man op de planeet. Maar het is dus de onbekende Belg Lemaître die het bij het rechte eind had en de wetenschappelijk wereld daar al snel van kon overtuigen. Het beeld dat je steevast terugvindt in 'alternatief' wetenschappelijke kringen - van de homeopathie tot de 5G beweging - is dat van de gevestigde wetenschap als iets dat bij het establishment hoort. Niets is minder waar. Uiteraard zijn er onderzoekers die zich voor een bepaalde kar laten spannen - denk maar aan het door Big Tobacco gesponsorde onderzoek in de vorige eeuw - maar in haar kern is wetenschap per definitie non-conformistisch. Wetenschappelijke vooruitgang gaat over het verleggen van bakens, wars van elke al dan niet verborgen agenda, wars van elke autoriteit. Ook de grote Herr Professor Einstein moet Lemaîtres spectaculaire inzicht over de uitzetting van het universum uiteindelijk aanvaarden, simpelweg omdat dit een betere beschrijving van de natuur geeft, in het bijzonder omdat het de experimentele waarnemingen van het rodere licht voor de verder afgelegen sterrenstelsels verklaart.Is hét criterium voor goede wetenschap dan dat het tegen de status quo moet ingaan? Neen, uiteraard niet, dan zou elk flutverhaaltje voor wetenschap kunnen doorgaan. Wetenschap zit precies op het spanningsveld tussen openheid tegenover nieuwe ideeën en scepsis. Wanneer Lemaître in 1931 met zijn hypothese voor de big bang komt, dan was dat nu niet meteen een flutverhaaltje. Aan de andere kant was er dat op dat moment nog geen experimenteel bewijs. De term big bang werd trouwens geïntroduceerd door de vermaarde fysicus Fred Hoyle, precies om aan te geven hoe van de pot gerukt hij Lemaîtres hypothese vond. Het is pas vanaf de jaren zestig, met de eerste waarnemingen van de kosmische achtergrondstraling, dat de big bang kon beginnen vervellen van een hypothese tot iets waarover vandaag - hier komt het vermaledijde begrip - wetenschappelijke consensus bestaat. Die consensus is er uiteindelijk niet gekomen door het werk van deze of gene individuele wetenschapper. De kracht van wetenschap is precies dat het een collectief proces is, waarbij elk nieuw experiment of theoretische afleiding, kritisch wordt bekeken door de peers, andere collega-wetenschappers dus. Hierdoor krijgt wetenschap een zelfregulerend karakter, waarbij uit een veelheid van resultaten uiteindelijk de op dat moment best mogelijke conclusie wordt gedestilleerd. Om dit proces optimaal te laten verlopen moet het onderzoek uiteraard zo publiek en transparant mogelijk gebeuren. Zo is er bij de grote kosmologie-experimenten van vandaag de gewoonte om de data volledig vrij te geven, zodat onderzoekers van buiten het experiment die onafhankelijk kunnen analyseren. Hoyle is zich overigens heel zijn leven blijven verzetten tegen de big bang. Waar zijn scepsis initieel nuttig was voor het scherp zetten van het big bang-scenario, plaatste hij zich hiermee later in de marge. De wetenschap gaat voort in weerwil van de vergissingen van de individuele wetenschapper.Die wetenschap heeft in nog geen honderd jaar ons beeld van het universum totaal veranderd. In de jaren twintig van de vorige eeuw was het nog niet duidelijk of er naast onze Melkweg veel anders te vinden was. Nu weten we dat er minstens honderd miljard andere sterrenstelsels zijn, en dat dit alles zo'n 14 miljard jaar geleden uit de big bang is ontstaan. Het wetenschappelijk proces dat we vandaag in actie zien in de context van de covid-pandemie is minstens zo spectaculair. Nog geen maand na de uitbraak van de epidemie ontrafelden Chinese onderzoekers het SARS-CoV-2-gen en plaatsten de gensequentie op internet. Honderden wetenschappers van over heel de wereld gingen hiermee aan de slag en ontwikkelden in enkele dagen een test om het virus op te sporen. Tegelijk startte de wedloop naar een vaccin - of beter gezegd naar tientallen vaccins - daarbij verder bouwend op inzichten over eerdere vaccins. Virologen, epidemiologen en immunologen bewaken dit proces dat er één is van vallen en opstaan, testen en hertesten, én het in de gaten houden van Big Farma. Wanneer er straks een vaccin is zal ik dat vertrouwen, niet omdat ik zelf iets van virologie ken (ondanks een overvloed aan covid-19-artikels) maar omdat ik reken op de wetenschap. Die zal mij overigens geen absolute zekerheid bieden over werking of bijwerking, maar wel de grootste mogelijke zekerheid op dat moment.Om het met de woorden van de grote Vincent Kompany te zeggen: 'Trust the process.' Voor Anderlecht biedt dit voorlopig nog geen soelaas, maar gelukkig is voetbal geen wetenschap.Karel Van Acoleyen is docent en onderzoeker aan de vakgroep Fysica en Sterrenkunde van de UGent. Binnenkort verschijnt van hem het boek, 'De relativiteitstheorie - van stationsklokken tot de big bang' (Academia press, Lannoo).