Onze steden worstelen al decennia met problemen van mobiliteit, energieverbruik, overlast en veiligheid. De stad staat bij vele Vlamingen dan ook in een slecht daglicht. We werken er, maar trekken ons 's avonds zo snel mogelijk terug in de verkaveling. Waardoor de mobiliteits- en andere problemen alleen maar toenemen. Dat dit onhoudbaar is, begint nu langzaam te dagen. De vrije ruimte is op en onze steden krijgen er de komende jaren tienduizenden nieuwe inwoners bij. Maar hoe houden we die groei leefbaar?

Dan komen 'slimme' stadstechnologieën op de proppen: stadsapps die het parkeer-, cultuur- of winkelaanbod toegankelijker maken, slimme camerasystemen, verkeergeleidingscentra en LED-verlichting die zich aanpast aan de drukte op de straat. Voeg daar privé-apps als Waze en Citymapper, het autoplatform Uber, andere deelsystemen zoals AirBnB, Peerby of zogenaamde freefloating deelfietsen aan toe, en je hebt de contouren van de 'stad van de toekomst'. Na ons werk en onze sociale contacten komt eindelijk ook onze stad online.

Vrije ruimte is op en onze steden krijgen er duizenden nieuwe inwoners bij. Hoe houden we die groei leefbaar?

Op die manier wordt onze fysieke omgeving steeds slimmer, en dat gaat in vier fasen. De eerste is monitoring: er wordt massaal data verzameld over de stad. Dat kan gaan van verkeer tot luchtkwaliteit of koopgedrag. De tweede is controle: je kan ingrijpen op basis van die data, en bijvoorbeeld van op afstand het verkeer omleiden, of een team ter plaatse sturen om geluidsoverlast aan te pakken. De derde fase is optimisatie: voorspellende modellen maken, zodat je preventief kan ingrijpen tegen files of fijnstof. De ultieme fase van 'slimheid' is autonomie: de omgeving rond mij kan zelf beslissingen nemen en handelen, bijvoorbeeld via zelfrijdend openbaar vervoer of robots die zwerfvuil verzamelen.

In sommige steden zien we nu al een grote impact. Dankzij datatech kon men in Barcelona aantonen dat slechts 1/3 van de verplaatsingen met de auto gebeuren, en wordt nu maar liefst 2/3 van de stad autoluw gemaakt. Slimme verkeerslichten moeten er vervolgens voor zorgen dat er geen files ontstaan op de rest van de wegen. En in Kopenhagen leidde massale data-verzameling over klimaatverandering ertoe dat er de komende jaren 100.000 nieuwe bomen worden geplant, en mensen kunnen stemmen via internet om die in hun straat te krijgen. Overigens zonder dat de kosten voor de groendienst exploderen, want de gezondheid van al die bomen kan worden opgevolgd door op elke stam een kleine sensor aan te brengen.

Maar ondanks de enorme mogelijkheden is er ook angst, onzekerheid en weerstand tegenover zo'n toekomstbeeld. Willen we dit wel? We schrikken als in Kortrijk aangekondigd wordt dat shoppers (anoniem) worden gevolgd voor een betere afstemming van het winkelaanbod, of dat in Antwerpen full HD-camera's komen die aan gezichtsherkenning kunnen doen. We huiveren bij berichten over China's geplande sociale kredietsysteem, waarbij je constant in de gaten wordt gehouden en al je gedragingen meetellen voor een publieke score van je betrouwbaarheid en burgerzin.

Maar eigenlijk is dat niet het grootste of alleszins niet het meest directe gevaar. Niet Big Brother, maar wel Big Platform bedreigt onze slimme stad. Dat weten we uit de studie van de sociale mediaplatformen die het afgelopen decennium zijn opgedoken.

Ook in de slimme stad zullen platformen immers dominant worden. Dat komt door netwerkeffecten: hoe meer mensen op het platform, hoe meer interactie, hoe krachtiger de diensten. Daaruit volgt dat een groot platform nagenoeg altijd wint van een kleintje. Zo krijg je quasi-monopolies: Uber, Airbnb, Waze zijn nu al in hun soort bijna de enige. En het kan nog erger: bedrijven die volledig de baas worden over de stad. Google heeft een stuk van Toronto in Canada in onderaanneming gekregen om daar een slimme stad van te maken die draait op Google. Bill Gates van Microsoft gaat in de VS zelfs gewoon een heel nieuwe Microsoft-stad bouwen. Hieruit wordt duidelijk dat we juist een actieve rol van de overheid nodig hebben, die een veel betere digitale dienstverlening uitbouwt en partnerschappen afsluit met bedrijven waarbij de overheid in controle blijft.

Een tweede gevaar dat we kennen van de sociale media is dat we zelf vrijwillig heel veel data afstaan die dan vervolgens tegen ons kan worden gebruikt. Onze jaarlijkse imec smart city meter toont aan dat we voor slimme stadsdiensten nog meer data willen delen dan we al op Facebook doen. Als ze er bijvoorbeeld betere file-informatie voor terugkrijgen, zijn 63 % van de Vlamingen zelfs bereid om continu te delen waar ze zijn en wat ze aan het doen zijn. De oplossing is dus niet alleen de mensen meer bewust maken, maar opnieuw een overheid die regulerend en controlerend optreedt.

Een derde gevaar is dat van de 'filter bubble'. We kennen dit fenomeen opnieuw van de sociale media. Als je enkel nog informatie krijgt op basis van je persoonlijke 'likes' en die van je vrienden, kan dat ertoe leiden dat je in een bubbel leeft, en vervreemd geraakt van de werkelijkheid. Dit kan dus ook in de slimme stad. Als je één keer McDonalds binnenstapt en vervolgens geen enkele aanbieding meer krijgt over lokale cultuur, omdat de software denkt dat je dat toch niet interesseert. Of slimme camera's die op basis van bepaalde statistieken besluiten om enkel jongeren of mensen met een bepaalde huidskleur te schaduwen. Zulke acties kunnen 'logisch' zijn voor een computeralgoritme, maar zijn fataal voor een gezonde stedelijke samenleving.

Kortom, als we vertrouwen willen hebben in de slimme stad, moet die, net zoals de 'offline' versie, een echte publieke ruimte worden. Waar de overheid de regels en de basisinfrastructuur in handen heeft. Maar waar genoeg vrijheid wordt gelaten aan de burgers om zichzelf te kunnen zijn, zonder voortdurende inmenging van wie ook.

En vooral, waar technologie ten dienste staat van de publieke ruimte, en niet andersom. Laten we de ambitie hebben om Barcelona en Kopenhagen achterna te gaan, dat is de beste garantie om China of Toronto te vermijden.

Prof Dr Pieter Ballon is verbonden aan het departement Communicatiewetenschappen van de VUB en aan imec.

Onze steden worstelen al decennia met problemen van mobiliteit, energieverbruik, overlast en veiligheid. De stad staat bij vele Vlamingen dan ook in een slecht daglicht. We werken er, maar trekken ons 's avonds zo snel mogelijk terug in de verkaveling. Waardoor de mobiliteits- en andere problemen alleen maar toenemen. Dat dit onhoudbaar is, begint nu langzaam te dagen. De vrije ruimte is op en onze steden krijgen er de komende jaren tienduizenden nieuwe inwoners bij. Maar hoe houden we die groei leefbaar?Dan komen 'slimme' stadstechnologieën op de proppen: stadsapps die het parkeer-, cultuur- of winkelaanbod toegankelijker maken, slimme camerasystemen, verkeergeleidingscentra en LED-verlichting die zich aanpast aan de drukte op de straat. Voeg daar privé-apps als Waze en Citymapper, het autoplatform Uber, andere deelsystemen zoals AirBnB, Peerby of zogenaamde freefloating deelfietsen aan toe, en je hebt de contouren van de 'stad van de toekomst'. Na ons werk en onze sociale contacten komt eindelijk ook onze stad online.Op die manier wordt onze fysieke omgeving steeds slimmer, en dat gaat in vier fasen. De eerste is monitoring: er wordt massaal data verzameld over de stad. Dat kan gaan van verkeer tot luchtkwaliteit of koopgedrag. De tweede is controle: je kan ingrijpen op basis van die data, en bijvoorbeeld van op afstand het verkeer omleiden, of een team ter plaatse sturen om geluidsoverlast aan te pakken. De derde fase is optimisatie: voorspellende modellen maken, zodat je preventief kan ingrijpen tegen files of fijnstof. De ultieme fase van 'slimheid' is autonomie: de omgeving rond mij kan zelf beslissingen nemen en handelen, bijvoorbeeld via zelfrijdend openbaar vervoer of robots die zwerfvuil verzamelen.In sommige steden zien we nu al een grote impact. Dankzij datatech kon men in Barcelona aantonen dat slechts 1/3 van de verplaatsingen met de auto gebeuren, en wordt nu maar liefst 2/3 van de stad autoluw gemaakt. Slimme verkeerslichten moeten er vervolgens voor zorgen dat er geen files ontstaan op de rest van de wegen. En in Kopenhagen leidde massale data-verzameling over klimaatverandering ertoe dat er de komende jaren 100.000 nieuwe bomen worden geplant, en mensen kunnen stemmen via internet om die in hun straat te krijgen. Overigens zonder dat de kosten voor de groendienst exploderen, want de gezondheid van al die bomen kan worden opgevolgd door op elke stam een kleine sensor aan te brengen. Maar ondanks de enorme mogelijkheden is er ook angst, onzekerheid en weerstand tegenover zo'n toekomstbeeld. Willen we dit wel? We schrikken als in Kortrijk aangekondigd wordt dat shoppers (anoniem) worden gevolgd voor een betere afstemming van het winkelaanbod, of dat in Antwerpen full HD-camera's komen die aan gezichtsherkenning kunnen doen. We huiveren bij berichten over China's geplande sociale kredietsysteem, waarbij je constant in de gaten wordt gehouden en al je gedragingen meetellen voor een publieke score van je betrouwbaarheid en burgerzin. Maar eigenlijk is dat niet het grootste of alleszins niet het meest directe gevaar. Niet Big Brother, maar wel Big Platform bedreigt onze slimme stad. Dat weten we uit de studie van de sociale mediaplatformen die het afgelopen decennium zijn opgedoken.Ook in de slimme stad zullen platformen immers dominant worden. Dat komt door netwerkeffecten: hoe meer mensen op het platform, hoe meer interactie, hoe krachtiger de diensten. Daaruit volgt dat een groot platform nagenoeg altijd wint van een kleintje. Zo krijg je quasi-monopolies: Uber, Airbnb, Waze zijn nu al in hun soort bijna de enige. En het kan nog erger: bedrijven die volledig de baas worden over de stad. Google heeft een stuk van Toronto in Canada in onderaanneming gekregen om daar een slimme stad van te maken die draait op Google. Bill Gates van Microsoft gaat in de VS zelfs gewoon een heel nieuwe Microsoft-stad bouwen. Hieruit wordt duidelijk dat we juist een actieve rol van de overheid nodig hebben, die een veel betere digitale dienstverlening uitbouwt en partnerschappen afsluit met bedrijven waarbij de overheid in controle blijft.Een tweede gevaar dat we kennen van de sociale media is dat we zelf vrijwillig heel veel data afstaan die dan vervolgens tegen ons kan worden gebruikt. Onze jaarlijkse imec smart city meter toont aan dat we voor slimme stadsdiensten nog meer data willen delen dan we al op Facebook doen. Als ze er bijvoorbeeld betere file-informatie voor terugkrijgen, zijn 63 % van de Vlamingen zelfs bereid om continu te delen waar ze zijn en wat ze aan het doen zijn. De oplossing is dus niet alleen de mensen meer bewust maken, maar opnieuw een overheid die regulerend en controlerend optreedt.Een derde gevaar is dat van de 'filter bubble'. We kennen dit fenomeen opnieuw van de sociale media. Als je enkel nog informatie krijgt op basis van je persoonlijke 'likes' en die van je vrienden, kan dat ertoe leiden dat je in een bubbel leeft, en vervreemd geraakt van de werkelijkheid. Dit kan dus ook in de slimme stad. Als je één keer McDonalds binnenstapt en vervolgens geen enkele aanbieding meer krijgt over lokale cultuur, omdat de software denkt dat je dat toch niet interesseert. Of slimme camera's die op basis van bepaalde statistieken besluiten om enkel jongeren of mensen met een bepaalde huidskleur te schaduwen. Zulke acties kunnen 'logisch' zijn voor een computeralgoritme, maar zijn fataal voor een gezonde stedelijke samenleving. Kortom, als we vertrouwen willen hebben in de slimme stad, moet die, net zoals de 'offline' versie, een echte publieke ruimte worden. Waar de overheid de regels en de basisinfrastructuur in handen heeft. Maar waar genoeg vrijheid wordt gelaten aan de burgers om zichzelf te kunnen zijn, zonder voortdurende inmenging van wie ook. En vooral, waar technologie ten dienste staat van de publieke ruimte, en niet andersom. Laten we de ambitie hebben om Barcelona en Kopenhagen achterna te gaan, dat is de beste garantie om China of Toronto te vermijden.Prof Dr Pieter Ballon is verbonden aan het departement Communicatiewetenschappen van de VUB en aan imec.