In het vervolg op 'Dieren eten' toont Jonathan Safran Foer de noodzaak van het haalbare, kleine gebaar waarmee we gezamenlijk een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van klimaatverandering, namelijk door het verminderen van onze dagelijkse vleesconsumptie. In onderstaand fragment spreekt Safran Foer onder meer over zijn eigen strijd te allen tijde vegetariër te zijn, wat ook hem niet altijd lukt.

Het klimaat zijn wij - Jonathan Safran Foer - Ambo Anthos Uitgevers - 21,99 euro - verschijnt 30 augustus.

© .

***

Toen ik begin dertig was ben ik drie jaar bezig geweest met een onderzoek naar de bio-industrie en over mijn verwerping daarvan heb ik een boek geschreven, Dieren eten. Daarna gaf ik bijna twee jaar lang honderden voordrachten, lezingen en interviews over dit onderwerp, waarin ik een pleidooi hield om geen vlees uit de bio-industrie meer te eten.

Het zou veel gemakkelijker voor me zijn om te verzwijgen dat ik de afgelopen paar jaar op moeilijke momenten een paar keer vlees heb gegeten.

Het zou dan ook veel gemakkelijker voor me zijn om te verzwijgen dat ik de afgelopen paar jaar - waarin ik op persoonlijk gebied enkele pijnlijke veranderingen heb doorgemaakt, terwijl ik het land doorreisde om een boek te promoten hoewel ik op dat moment allerminst in staat was om mezelf te promoten - op moeilijke momenten een paar keer vlees heb gegeten. Meestal een hamburger. Vaak op het vliegveld. Dus vlees van juist die bedrijven waar ik het sterkst tegen ageerde.

En mijn reden daarvoor maakt mijn hypocrisie zelfs nog bedroevender: ik putte er troost uit. Ik kan me voorstellen dat deze bekentenis tot ironisch commentaar en meewarige blikken zal leiden, en misschien zelfs tot enkele nare beschuldigingen van bedrog. Andere lezers vinden het misschien oprecht ontstellend - ik had uitgebreid en gepassioneerd beschreven hoe industriële veeteelt dieren martelt en het milieu vernietigt. Hoe kon ik dan een radicale verandering bepleiten, hoe kon ik mijn kinderen als vegetariër opvoeden, als ik vlees at om mezelf te tróósten?

Ik zou willen dat ik ergens anders troost in had gevonden - bij iets wat blijvender was geweest en niet lijnrecht tegen mijn overtuigingen ingaat - maar ik ben wie ik ben en ik deed wat ik deed. Zelfs toen ik met dit boek bezig was en ondanks dat ik een overtuigd aanhanger ben van vegetarisme - een gevolg van mijn betrokkenheid bij dierenwelzijn -, wat nog versterkt werd doordat ik me volledig bewust was van de schadelijke impact die vlees op het milieu heeft, ging er bijna geen dag voorbij zonder dat ik ernaar hunkerde.

Af en toe vroeg ik me af of mijn steeds sterkere rationele afwijzing van vlees het verlangen naar het eten ervan heeft aangewakkerd. Hoe dan ook moest ik me er eenvoudig bij neerleggen dat hoewel onze handelingen in ieder geval nog enigszins door onze wil gestuurd kunnen worden, dat niet opgaat voor onze hunkeringen. Ik ervoer hierbij een variant van Felix Frankfurters kennis-zonder- geloof, iets waar ik het echt moeilijk mee heb gehad en wat me af en toe tot extreem hypocriet gedrag heeft verleid. Ik vind het bijna ondraaglijk gênant om dit te vertellen. Maar het moet verteld worden.

Tijdens mijn promotietournee voor Dieren eten vroegen mensen me regelmatig waarom ik geen veganist was. De argumenten tegen zuivel en eieren komen wat dierenwelzijn en milieu betreft overeen met die tegen vlees, en zijn vaak nog sterker. Soms gebruikte ik de smoes dat het lastig is om voor twee kieskeurige kinderen te koken. Soms deed ik de waarheid een beetje geweld aan en zei ik dat ik 'in principe veganistisch' was. In werkelijkheid had ik geen ander antwoord dan het antwoord waarvoor ik me te erg schaamde om het te geven: mijn verlangen naar kaas en eieren was sterker dan mijn streven om wreedheid jegens dieren en vernietiging van het milieu te voorkomen. Die spanning werd voor mij iets minder doordat ik andere mensen vertelde dat ze moesten doen wat ik zelf niet kon.

Deze confrontatie met mijn hypocrisie herinnerde me eraan hoe moeilijk het is om met open ogen te leven - of dat zelfs maar te proberen. Het besef dat iets moeilijk is helpt om het te blijven proberen, om het niet bij één poging te laten. Ik kan me geen toekomst voorstellen waarin ik besluit weer een vleeseter te worden, maar ik kan me ook geen toekomst voorstellen waarin ik geen vlees meer wíl eten.

Bewust omgaan met eten is een van de worstelingen die mijn leven tot het einde toe zal bepalen en definiëren.

Primitieve hunkeringen

Bewust omgaan met eten is een van de worstelingen die mijn leven tot het einde toe zal bepalen en definiëren. Ik zie die worsteling niet als een uiting van onzekerheid over wat de beste eetgewoonte is, maar als een gevolg van de complexiteit van eten. Eten is niet eenvoudig een kwestie van het vullen van onze maag en we passen onze smaak niet eenvoudig aan op grond van principes.

Met eten bevredigen we primitieve hunkeringen, vormen en bevestigen we onszelf, smeden we een gemeenschapsband. Eten doen we met onze mond en onze maag, maar ook met onze geest en ons hart. Alle facetten van mijn identiteit - vader, zoon, Amerikaan, New Yorker, progressief, Jood, schrijver, milieuactivist, reiziger, hedonist - spelen mee als ik eet, evenals mijn verleden.

Toen ik als negenjarige voor het eerst besloot om vegetariër te worden, was mijn drijfveer eenvoudig: je mag dieren geen pijn doen. In de loop der jaren zijn mijn drijfveren veranderd - omdat de beschikbare informatie veranderde, maar, belangrijker, ook omdat mijn identiteit veranderde. Zoals volgens mij voor de meeste mensen geldt, heeft mijn identiteit naarmate ik ouder word steeds meer facetten. De tijd verzacht ethische tweedelingen en maakt dat je meer oog krijgt voor wat je de rommeligheid van het leven zou kunnen noemen. Als ik de vorige zinnen had gelezen toen ik op de middelbare school zat, zou ik ze hebben afgedaan als een hoop uit eigenbelang uitgekraamde blabla - rommeligheid van het leven? - en ik zou heel erg teleurgesteld zijn geweest dat ik zo'n stuk onbenul was geworden. Ik ben blij dat ik was zoals ik toen was en ik hoop dat andere jonge mensen nog steeds zo compromisloos idealistisch zijn. Maar ik ben blij dat ik ben zoals ik nu ben, niet omdat het gemakkelijker is, maar omdat dit beter afgestemd is op mijn wereld en die is anders dan mijn wereld van vijfentwintig jaar geleden.

Uniek moment in de geschiedenis

Op een bepaald punt kruisen je persoonlijke aangelegenheden en aangelegenheden die gerelateerd zijn aan het feit dat je een van de zeven miljard aardbewoners bent elkaar. En misschien wel voor het eerst in de geschiedenis is de uitdrukking 'je eigen tijd' nauwelijks meer relevant. Klimaatverandering is geen legpuzzel die je op tafel laat liggen en waarmee je verder kunt gaan als je agenda het toelaat en je er zin in hebt. Het is een huis dat in brand staat. Hoe langer we er niets aan doen, hoe moeilijker het wordt om er nog iets aan te doen, en door positieve terugkoppeling - het smeltende witte ijs verandert in donker water dat meer warmte absorbeert; bij het ontdooien van de permafrost komt een enorme hoeveelheid methaan vrij, wat een van de schadelijkste broeikasgassen is - bereiken we al heel snel een kantelpunt. Dan slaat de klimaatverandering op hol en zullen we onszelf niet meer kunnen redden, hoeveel moeite we er ook voor doen.

In tegenstelling tot de levens van onze voorouders zullen onze levens een toekomst scheppen die niet meer ongedaan gemaakt kan worden.

We hebben niet de luxe om in onze tijd te leven. We kunnen niet leven alsof het alleen om ons eigen leven gaat. In tegenstelling tot de levens van onze voorouders zullen onze levens een toekomst scheppen die niet meer ongedaan gemaakt kan worden.

Stel dat de geschiedenis anders was verlopen en Lincoln de slavernij in 1863 niet had afgeschaft, en dat Amerika daarna de institutionele slavernij voor altijd had moeten handhaven. Stel dat het recht van twee mensen van hetzelfde geslacht om met elkaar te trouwen uitsluitend en voor altijd zou afhangen van de omslag van Obama in 2012. Als hij over morele vooruitgang sprak citeerde Obama vaak de uitspraak van Martin Luther King: 'De boog in het morele universum is misschien lang, maar hij buigt richting gerechtigheid.' Op dit unieke punt in de geschiedenis zou die boog weleens onherstelbaar kunnen breken.

Er zijn een aantal cruciale momenten in de Bijbel waarop God aan de mensen vraagt waar zij zijn. De twee bekendste passages zijn die waarin Hij vraagt 'Waar ben je?' wanneer Hij ziet dat Adam zich na het eten van de verboden vrucht verbergt, en de keer dat Hij Abraham roept voordat Hij hem vraagt zijn enige zoon te offeren. Natuurlijk weet een alwetende God waar Zijn schepsels zijn. Hij vraagt niet naar de locatie van een lichaam in de ruimte, maar naar de plaatsbepaling van een zelf binnen een persoon.

Wij hebben onze eigen, moderne versie hiervan. Wanneer we terugdenken aan ogenblikken waarop de geschiedenis zich voor onze ogen leek af te spelen - Pearl Harbor, de moord op J.F. Kennedy, de val van de Berlijnse Muur, 11 september - vragen we anderen reflexmatig waar ze waren toen dat gebeurde. Maar net zoals God in de Bijbel willen we daarmee niet echt hun coördinaten weten. We vragen naar de veel diepere band die ze met dat ogenblik hebben, in de hoop dat we zo die van onszelf kunnen bepalen.

Het woord 'crisis' komt van het Griekse krisis, dat 'beslissing' betekent. De milieucrisis wordt weliswaar universeel ervaren, maar geeft ons niet het gevoel dat het een gebeurtenis is waarvan wij deel uitmaken. We ervaren die crisis helemaal niet als een gebeurtenis. En hoewel een orkaan, bosbrand, hongersnood of uitstervingsgolf traumatiserend kan zijn, is het onwaarschijnlijk dat iemand die het niet zelf heeft meegemaakt over een weer-gerelateerde gebeurtenis zal vragen: waar was jij toen... - misschien zelfs niet iemand die het wel zelf heeft meegemaakt. Het is allemaal gewoon het weer. Gewoon het milieu.

Maar toekomstige generaties zullen vrijwel zeker terugkijken en zich afvragen waar wij waren in de Bijbelse betekenis: waar stonden wij als individu? Tot welke beslissingen heeft de crisis ons aangezet? Waarom hebben wij in hemelsnaam - in aardsnaam - gekozen voor zelfmoord en hen opgeofferd?

Misschien kunnen we ter verdediging aanvoeren dat wij daar niet over konden beslissen. Hoe erg we het ook vonden, er was niets wat we konden doen. Onze kennis schoot toentertijd tekort. Als gewone mensen beschikten we niet over de middelen waarmee we een zwaarwegende verandering teweeg konden brengen. Wij zaten niet in de directie van de olieconcerns. Wij maakten het regeringsbeleid niet. Misschien zouden we zoals Roy Scranton in zijn artikel 'Raising My Child in a Doomed World' in de New York Times kunnen betogen dat 'het ons evenmin vrijstond om te kiezen hoe we leefden als het ons vrijstond om de natuurwetten te overtreden.' Wij beschikten niet over de mogelijkheden om onszelf te redden en om hen te redden. Maar dat zou een leugen zijn.

Weliswaar is informatie alleen niet voldoende - als je ergens niet in gelooft is kennis niet méér dan kennis - maar die is noodzakelijk om een goede beslissing te kunnen nemen. Wetenschap van de gruweldaden van de nazi's schudde het geweten van Felix Frankfurter niet wakker, maar zonder die wetenschap zou hij geen reden hebben gehad om antwoord te geven op de vraag, of om zichzelf af te vragen: 'Waar sta jij?' Kennis is het verschil tussen een ernstige fout en een onvergeeflijke misdaad.

Tijd voor een beslissing

Met betrekking tot de klimaatverandering zijn we afgegaan op gevaarlijk incorrecte informatie. Onze aandacht was gericht op fossiele brandstoffen, wat ons een onvolledig beeld heeft gegeven van de planeetcrisis en waardoor we het gevoel hebben gekregen dat we stenen gooien naar een Goliath die ver buiten ons bereik is. Maar ook als de feiten op zich niet overtuigend genoeg zijn om ons gedrag te veranderen, kunnen ze ons wel van gedachten doen veranderen en daar moeten we mee beginnen. We weten dat we iets moeten doen, maar 'we moeten iets doen' is meestal een uiting van onmacht of op z'n minst van onzekerheid. Zonder vast te stellen wát we dan moeten doen, kunnen we niet besluiten om dat ook daadwerkelijk te doen.

Dit boek verklaart niet uitgebreid hoe klimaatverandering ontstaat en is geen pleidooi voor een categorische afwijzing van de consumptie van dierlijke producten. Het is een nadere verkenning van een beslissing die we door de planeetcrisis genoodzaakt zijn te nemen. Het Engelse woord decision, besluit of beslissing, is afgeleid van het Latijnse decidere, dat 'afsnijden' betekent.

We kunnen niet langer de maaltijden eten die we gewend zijn en daarnaast ook de planeet behouden die we gewend zijn.

Elk besluit gaat gepaard met een verlies, niet alleen van wat we anders hadden gedaan, maar ook van de wereld waaraan de alternatieve handeling zou hebben bijgedragen. Vaak ervaren we dat verlies als iets wat zo klein is dat we het nauwelijks merken, soms is het onverdraaglijk groot. Meestal denken we gewoon niet op die manier na over onze besluiten. We leven in een cultuur met een historisch ongekende overvloed die ons voortdurend vraagt en in staat stelt om die te verwerven. We worden ertoe aangespoord om onszelf te definiëren op grond van wat we allemaal hebben: bezittingen, dollars, views en likes. Maar we geven onszelf bloot door wat we los kunnen laten.

De klimaatcrisis is de grootste crisis waarmee de mensheid ooit is geconfronteerd en het is een crisis die altijd tegelijkertijd zowel gezamenlijk aangepakt moet worden als individueel onder ogen moet worden gezien. We kunnen niet langer de maaltijden eten die we gewend zijn en daarnaast ook de planeet behouden die we gewend zijn. We moeten ofwel sommige eetgewoontes loslaten ofwel de planeet loslaten. Zo simpel is het en zo ingewikkeld. Waar was u toen u uw besluit nam?