De verwerking van visuele prikkels door onze hersenen is een ingewikkeld proces: specifieke delen van het gezichtsveld worden via het netvlies geprojecteerd naar specifieke delen van de hersenschors. Hoe dichter punten in het gezichtsveld bij elkaar liggen, hoe dichter ook de hersencellen die ze verwerken bij elkaar liggen...

De verwerking van visuele prikkels door onze hersenen is een ingewikkeld proces: specifieke delen van het gezichtsveld worden via het netvlies geprojecteerd naar specifieke delen van de hersenschors. Hoe dichter punten in het gezichtsveld bij elkaar liggen, hoe dichter ook de hersencellen die ze verwerken bij elkaar liggen. Onze hersenen maken 'kaarten' van wat we zien, waarbij wat midden in ons blikveld ligt 'centraler' verwerkt wordt dan wat onze ooghoeken opmerken. Uit onderzoek bij apen heeft neurofysioloog Wim Vanduffel (KU Leuven) nu kunnen afleiden dat dit verwerkingsproces niet zo nauwkeurig is gereguleerd als werd gedacht. Dat melden hij en zijn collega's in Proceedings of the National Academy of Sciences. Dankzij een verfijnde resolutie konden ze verschillen in het gezichtsveld van nauwelijks een halve millimeter registreren. Dat leverde opmerkelijke resultaten op: de zones in de hersenen die de prikkels verwerken, bleken minder goed gelinkt aan de posities van wat we in diverse delen van onze ogen zien. De oude kaarten moeten dus worden aangepast. In Cell beschrijven andere wetenschappers hoe ze de activiteit van één enkel neuron in de hersenen van apen en mensen konden vergelijken (voor mensen werden patiënten met epilepsie gebruikt). Mensen blijken de synchroniciteit in de activiteit van hersencellen deels opgeofferd te hebben voor een betere finetuning. Dat zou onze hogere intelligentie mogelijk hebben gemaakt, maar ons ook vatbaarder hebben gemaakt voor psychiatrische aandoeningen.